Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 9 november 2012, nr. DCM/MA-154/2012, tot vaststelling van beleidsregels alsmede een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (beleidsregels en subsidieplafond Migratie en Ontwikkelingsprogramma 2013)Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Migratie en Ontwikkelingsprogramma 2013De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

Gelet op de artikelen 6, 7 en 10 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en artikel 2.5 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2014.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,namens deze:de Directeur-generaal Consulaire Zaken en Bedrijfsvoering,M.T.G. vanDaalen.

Dit besluit zal met de daarbij behorende bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Migratieprioriteiten

1Voor vrijwillige terugkeer komen alle herkomstlanden van de OESO-DAC-lijst in aanmerking.

2Landen waarmee Nederland een bilaterale OS-relatie heeft.

In deze bijlage zijn de beleidsregels opgenomen voor subsidieverlening in het kader van de beleidsprioriteiten 1 t/m 5 zoals nader omschreven in de Beleidsnotitie Migratie en Ontwikkeling 20081, te weten:

Voor beleidsprioriteit 6, Bevorderen van duurzame vrijwillige terugkeer en herintegratie, worden de beleidsregels beschreven in Bijlage III.

Algemene doelstelling van alle zes beleidsprioriteiten is de positieve bijdrage van migratie aan de ontwikkeling van herkomstlanden te vergroten en negatieve effecten tegen te gaan.

Het programma is ingericht conform de hierboven genoemde beleidsprioriteiten uit de notitie die tevens als subdoelstellingen worden beschouwd.

Aanvragen voor een financiële bijdrage uit het centrale fonds voor migratie en ontwikkeling kunnen ingediend worden door non-gouvernementele en intergouvernementele organisaties. Organisaties met rechtspersoonlijkheid naar internationaal recht kunnen geen subsidie ontvangen. Zij kunnen niettemin projectvoorstellen indienen. Deze zullen aan dezelfde criteria worden getoetst als aanvragen van subsidieaanvragers. Indien een voorstel voor financiering in aanmerking komt, zal een arrangement worden gesloten.

Organisaties met een winstoogmerk komen niet in aanmerking voor subsidie. Laatstgenoemde organisaties kunnen wel als medeaanvrager deelnemen, maar niet als penvoerder, doch uitsluitend indien de te financieren activiteiten geen winstoogmerk hebben.

Organisaties kunnen zowel zelfstandig als gezamenlijk een aanvraag indienen. In het geval van een gezamenlijke aanvraag treedt een van hen namens allen op als penvoerder, de andere zijn mede-indieners. Indien een dergelijke aanvraag wordt gehonoreerd, wordt de penvoerder de ontvanger van de financiële bijdrage /subsidie. Deze zal volledig verantwoordelijk en aanspreekbaar zijn voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten en voor de naleving van de aan de verlening van de financiële bijdrage / subsidie verbonden verplichtingen.

Aanvragen voor subsidies lastens het programma bedragen tenminste € 100.000,00. In totaal is voor 2013 voor activiteiten op het gebied van bovengenoemde prioriteiten een bedrag beschikbaar van € 1.000.000.

Indien een projectvoorstel van een organisatie met rechtspersoonlijkheid naar internationaal recht voor een of meerdere van genoemde beleidsprioriteiten wordt goedgekeurd, zal indien nodig het subsidieplafond naar beneden worden bijgesteld met het oog op financiering van het arrangement met die organisatie, voor zover de middelen van het subsidieplafond nog niet zijn uitgeput. Een dergelijke aanvraag zal uiteraard geen gevolgen hebben voor subsidieaanvragen die reeds waren ingediend op het moment van verlaging van het subsidieplafond.

De beleidsnotitie ‘Internationale Migratie en Ontwikkeling’ uit 2008 geeft een non-limitatief overzicht van mogelijke activiteiten die kunnen bijdragen aan de beleidsprioriteiten en subdoelstellingen. Op basis van de in 2012 uitgevoerde externe evaluatie van het programma Migratie en Ontwikkeling hebben de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel geconcludeerd dat er geen aanleiding is om de prioriteiten in het beleid voor migratie en ontwikkeling te veranderen. Ook is aangegeven dat de huidige beleidsprioriteiten ruim genoeg zijn om nieuwe accenten te leggen, zoals de verdere versterking van de ontwikkelingsdimensie van het programma, de extra inzet op bescherming in de regio van vluchtelingen als onderdeel van migratiemanagement en het faciliteren van bedrijfsmatige activiteiten van migrantenondernemers in herkomstlanden.2

Een aanvraag wordt opgesteld in het Nederlands of Engels en bevat in ieder geval de volgende documenten:

Aanvragen dienen uiterlijk 1 oktober 2013 ontvangen te zijn.

Aanvragen dienen verstuurd te worden naar:

Directie Consulaire Zaken en Migratiebeleid

t.a.v. Hoofd Afdeling Migratie en Asiel (DCM/MA)

Ministerie van Buitenlandse Zaken

Postbus 20061

2500 EB Den Haag

Tegelijk dient een elektronische kopie van de aanvraag te worden gezonden naar het e-mailadres van de afdeling Migratie en Asiel: dcm-ma@minbuza.nl.

Aanvragen voor een subsidie in het kader van beleidsprioriteiten 1 tot en met 5 worden op volgorde van datum van ontvangst beoordeeld door de Afdeling Migratie en Asiel van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene Wet Bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de datum waarop de verlangde aanvulling is ontvangen geldt als de datum van ontvangst.

In het kader van de aanvraagprocedure wordt met nadruk gewezen op artikel 7, derde lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Mocht een aanvraag onvolledig worden ingediend, dan kan de minister vragen om een aanvulling. Als datum van ontvangst van de aanvraag zal vervolgens de datum gelden waarop de aanvraag is aangevuld. Indien een aanvraag pas in de laatste twee weken voor het verstrijken van de deadline van 1 oktober 2013 wordt ingediend, loopt de indiener het risico dat geen toepassing meer zal worden gegeven aan de bevoegdheid de indiener om een aanvulling te vragen aangezien een dergelijke aanvulling niet meer mogelijk is zonder de deadline te overschrijden. In dat geval zal de aanvraag derhalve niet meer kunnen worden aangevuld, maar zal deze worden beoordeeld zoals hij primair was ingediend.

Ook op artikel 9 van het Subsidiebesluit wordt in het bijzonder gewezen. Een aanvraag die betrekking heeft op activiteiten die reeds zijn gestart op het moment waarop de subsidie wordt aangevraagd, wordt afgewezen.

De bepalingen van de Algemene Wet Bestuursrecht, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 zijn onverkort van toepassing op de beoordeling van aanvragen en de uiteindelijke subsidieverstrekking. De aanvragen zullen worden beoordeeld met inachtneming van deze regelgeving en in overeenstemming met de maatstaven die in deze beleidsregels zijn neergelegd.

De Afdeling Migratie en Asiel bevestigt schriftelijk ontvangst van de subsidieaanvraag en beoordeelt deze binnen 13 weken na datum van ontvangst. De Afdeling Migratie en Asiel stelt de subsidiebeschikking op dan wel de eventuele afwijzingsbrief.

Bij de beoordeling van aanvragen wordt in het bijzonder gekeken naar onderbouwing:

Voor een goed verloop van de uitvoering van de goedgekeurde activiteiten en de doelmatige besteding van hiertoe beschikbaar gesteld overheidsgeld dient de uitvoerder op overeengekomen tijdstippen schriftelijk inhoudelijk en financieel te rapporteren. In de subsidiebeschikking of het arrangement wordt aangegeven op welke moment het Ministerie de gevraagde rapportages dient te ontvangen.

Voor nadere informatie over het subsidiebesluit kunt u contact opnemen met:

Ministerie van Buitenlandse Zaken

Afdeling Migratie en Asiel (DCM/MA); Cluster Internationale Migratie en Ontwikkeling

Postbus 20061

2500 EB Den Haag

E-mail: dcm-ma@minbuza.nl

Tel: 070-3485612

In deze bijlage zijn de beleidsregels opgenomen voor subsidieverlening in het kader van beleidsprioriteit 6 van de beleidsnotitie Internationale Migratie en Ontwikkeling 20081, te weten het bevorderen van vrijwillige, duurzame terugkeer en herintegratie van ex-asielzoekers (kortweg: ‘vrijwillige terugkeer’). Met deze beleidsregels wordt uitvoering gegeven aan:

Deze beleidsregels zijn ondersteunend aan het kabinetsbeleid voor terugkeer en ontwikkelingssamenwerking. Het beleid betreft terugkeer naar alle landen van herkomst die op de DAC-lijst van de OESO staan, en alle ex-asielzoekers die passen binnen de hierna genoemde beoordelingscriteria.

Het beleid voorziet niet in terugkeer naar landen zonder visumplicht4 of van een land dat wordt uitgesloten van projecten in het kader van vrijwillige terugkeer wegens sterke aanwijzingen van misbruik.5

Doel van deze beleidsregels is het bevorderen van de vrijwillige, duurzame terugkeer en herintegratie van ex-asielzoekers door het bieden van ondersteuning in natura, bijvoorbeeld opleiding, training, arbeidsbemiddeling, bemiddeling bij huisvesting en gezondheidszorg.

De financiële ondersteuning van de vrijwillige terugkeer behoort niet tot de doelstellingen van deze beleidsregels.6

Subsidies in het kader van de ondersteuning van vrijwillige terugkeer van ex-asielzoekers zijn bedoeld voor vanuit Nederland opererende non-gouvernementele organisaties (ngo’s), die aantoonbare ervaring hebben met projecten voor vrijwillige terugkeer. Organisaties kunnen zowel zelfstandig als gezamenlijk een aanvraag indienen. In het geval van een gezamenlijke aanvraag treedt één van hen namens hen allen op als penvoerder, de andere zijn mede-indieners. Indien een dergelijke aanvraag wordt gehonoreerd, wordt de penvoerder de subsidieontvanger. Hij zal volledig verantwoordelijk en aanspreekbaar zijn voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten en voor de naleving van de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen.

Organisaties die geen aantoonbare ervaring hebben zoals hierboven bedoeld, komen niet als zelfstandige aanvrager of penvoerder in aanmerking voor subsidie. Zij kunnen wel aan projecten meewerken als partner van organisaties die voor subsidie in aanmerking komen, of als mede-indiener optreden in een gezamenlijke aanvraag. Dit laatste geldt ook voor ngo’s uit andere landen.

Voor subsidieverlening in het kader van vrijwillige terugkeer geldt voor de periode 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013 een subsidieplafond van € 500.000.7

Aanvragen dienen te worden gestuurd naar:

Stuurgroep Vrijwillige Terugkeer

p/a Dienst Terugkeer en Vertrek

Ministerie van Veiligheid en Justitie

Postbus 20301

2500 EH Den Haag

Tegelijk dient een elektronische kopie van de aanvraag te worden gezonden naar het e-mailadres van de stuurgroep: svt@dtv.minbzk.nl.

Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend in een nader in de Staatscourant bekend te maken tijdvak. De Stuurgroep Vrijwillige Terugkeer (SVT) doet namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking een oproep voor het indienen van subsidieaanvragen. Dit houdt in dat organisaties die een project wensen uit te voeren en hiervoor financiering nodig hebben, binnen die periode een projectvoorstel kunnen indienen. Het beschikbare budget ligt per oproep vast. De aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de beoordelingscriteria en prioriteiten zoals genoemd in de oproep. Van alle aanvragen die aan de criteria voldoen, komen de aanvragen die daaraan het beste voldoen het eerst voor subsidieverlening in aanmerking.

De SVT beoordeelt ook de rapportages van projecten. Deze stuurgroep bestaat uit vertegenwoordigers van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie van Veiligheid en Justitie. De Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie is verantwoordelijk voor het beheer van de subsidierelatie, waaronder het opstellen van beschikkingen en het toezien op de uitvoering van projecten.

In het kader van de aanvraagprocedure wordt met nadruk gewezen op artikel 7, derde lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Mocht een aanvraag onvolledig worden ingediend, dan kan de minister vragen om een aanvulling. Als datum van ontvangst van de aanvraag zal vervolgens gelden de datum waarop de aanvraag is aangevuld. Indien een aanvraag pas in de laatste twee weken voor het verstrijken van de deadline van de oproep wordt ingediend, loopt de indiener het risico dat de Staatssecretaris geen toepassing zal geven aan zijn bevoegdheid de indiener om een aanvulling te vragen aangezien een dergelijke aanvulling niet meer mogelijk is zonder de deadline te overschrijden. In dat geval zal de aanvraag derhalve niet meer kunnen worden aangevuld, maar zal deze worden beoordeeld zoals hij primair was ingediend.

Ook op artikel 9 van het Subsidiebesluit wordt in het bijzonder gewezen. Een aanvraag die betrekking heeft op activiteiten die reeds zijn gestart op het moment waarop de subsidie wordt aangevraagd, wordt afgewezen.

De bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 zijn onverkort van toepassing op de beoordeling van aanvragen en de uiteindelijke subsidieverstrekking. De aanvragen zullen worden beoordeeld met inachtneming van deze regelgeving en overeenkomstig de maatstaven die in deze beleidsregels zijn neergelegd.

Voor een goed verloop van de terugkeer van ex-asielzoekers en de doelmatige besteding van overheidsgeld is het van groot belang dat uitvoerende organisaties nauw met de DT&V samenwerken wat betreft informatie-uitwisseling, onder meer over de voortgang van de ondersteuningstrajecten op zaaksniveau. Daarnaast zal door de DT&V getoetst worden of een vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor het ontvangen van ondersteuning. In de subsidieverleningsbeschikkingen zullen hierover verplichtingen worden opgenomen.

Verder zullen verplichtingen worden opgenomen met betrekking tot de termijnen waarbinnen de ondersteuning in natura dient te zijn voltooid.

Voor nadere informatie en vragen kunt u contact opnemen met:

Secretariaat van de Stuurgroep Vrijwillige Terugkeer

E-mail: svt@dtv.minbzk.nl

ALBANIA1

ANDORRA

ANTIGUA AND BARBUDA

ARGENTINA

AUSTRALIA

BAHAMAS

BARBADOS

BOSNIA AND HERZEGOVINA2

BRAZIL

BRUNEI DARUSSALAM

CANADA

CHILE

COSTA RICA

CROATIA

EL SALVADOR

FORMER YUGOSLAV REPUBLIC OF MACEDONIA3

GUATEMALA

HOLY SEE (STATE OF THE VATICAN)

HONDURAS

ISRAEL

JAPAN

MALAYSIA

MAURITIUS

MEXICO

MONACO

MONTENEGRO4

NEW ZEALAND

NICARAGUA

PANAMA

PARAGUAY

SAN MARINO

SEYCHELLES

SERBIA5

SINGAPORE

SOUTH KOREA

ST KITTS AND NEVIS

UNITED STATES OF AMERICA

URUGUAY

VENEZUELA

HONG KONG S.A.R.6

MACAO S.A.R.7

British Nationals (Overseas)

TAIWAN8