Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 4 december 2012, nr. DDE583/2012, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor het Private Sector InvesteringsprogrammaBesluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Private Sector InvesteringsprogrammaDe minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

Gelet op artikel 6 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op artikel 7.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Dit besluit zal met de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,namens deze:De Plaatsvervangend Directeur-Generaal Internationale Samenwerking,A.C.Rebergen.

Voor subsidieverlening op grond van artikel 7.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 gelden voor de periode 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013 voor het Private Sector Investeringsprogramma de in de bijlagen bij dit besluit opgenomen beleidsregels (‘Subsidiehandleiding PSI’).

Voor subsidieverlening op grond van artikel 7.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 in het kader van het Private Sector Investeringsprogramma, geldt voor de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013 een subsidieplafond van € 90.000.000. Dit plafond geldt onder het voorbehoud dat de begrotingswetgever voldoende middelen ter beschikking stelt.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het geplaatst wordt en vervalt met ingang van 1 januari 2014.

Het PSI-programma valt uiteen in twee deelprogramma’s, PSI Regulier en PSI Plus. Deze bijlage bevat de subsidiehandleiding voor PSI Regulier. PSI Regulier heeft betrekking op investeringen in 50 ontwikkelingslanden. Zie de landenlijst in paragraaf 5.1 van deze bijlage. PSI Plus richt zich op Afghanistan, Burundi, Democratische Republiek Congo, Guatemala, Irak, Jemen, Pakistan, Palestijnse Gebieden, Sierra Leone en Zuid-Sudan. De handleiding van PSI Plus is opgenomen in bijlage 2.

De subsidiehandleiding maakt u wegwijs bij het aanvragen van subsidie in het kader van PSI Regulier. De subsidiehandleiding vormt tevens het formele kader voor de beoordeling van subsidieaanvragen. Het aanvraagformulier maakt integraal onderdeel uit van de subsidiehandleiding.

De subsidiehandleiding is als volgt ingedeeld. Paragraaf 2 bevat een algemene toelichting over de inhoud van het programma. Paragraaf 3 licht toe welke kosten subsidiabel zijn. Vervolgens wordt toegelicht aan welke criteria het voorstel dient te voldoen. Dit zijn de formele vereisten (paragraaf 4), ingangscriteria (paragraaf 5) en toetsingscriteria (paragraaf 6). Ook treft u een beschrijving aan van de beoordelingsprocedure (paragraaf 7) en enkele regels ten aanzien van de uitvoering (paragraaf 8).

Appendix I bevat het aanvraagformulier en appendix II de begrippenlijst. De subsidiehandleiding, het aanvraagformulier, de begrippenlijst en aanvullende informatie kunt u downloaden van de website van Agentschap NL: www.agentschapnl.nl/PSI. Voor nadere inlichtingen kunt u zich wenden tot Agentschap NL, divisie NL EVD Internationaal, tel: 088-602 8513.

Doel: De doelstelling van PSI is het stimuleren van duurzame economische ontwikkeling door middel van het bevorderen van significant vernieuwende investeringen in de private sector in ontwikkelingslanden. Hiermee wordt beoogd een relevante en positieve bijdrage te leveren aan zelfredzaamheid en armoedevermindering door het creëren van economische bedrijvigheid, werkgelegenheid en inkomensverbetering.

Typering van een PSI-project: Een PSI-project is een investeringsproject dat wordt uitgevoerd door een Nederlandse (of buitenlandse) onderneming in samenwerking met een lokale onderneming in één van de ontwikkelingslanden waarvoor PSI is opengesteld. PSI subsidieert het project, dat bestaat uit zowel hardware (zoals machines) als technische assistentie (zoals training, projectmanagement).

Het project is significant vernieuwend voor het betreffende land. Het innovatieve karakter dient ten minste het type product of dienst, de productiemethode of de dienstverleningswijze te betreffen. PSI verkleint de risico's voor het lokale en het buitenlandse bedrijf die samen een dergelijke investering doen, door een financiële bijdrage in de investeringslasten. Het is de bedoeling dat na afloop van de projectperiode vervolginvesteringen worden gerealiseerd die leiden tot verdere groei van omzet en werkgelegenheid. Daarnaast dient het project commercieel haalbaar te zijn en positieve impact te hebben op de lokale economie.

Uitvoerder: De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft de uitvoering van de subsidieregeling opgedragen aan Agentschap NL, divisie NL EVD Internationaal, de uitvoeringsorganisatie van de rijksoverheid voor internationaal ondernemen en samenwerken.

Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO): De Nederlandse overheid hecht veel belang aan IMVO en verwacht dat PSI-projecten op dit gebied voorop lopen in het betreffende land en sector. Certificering, ook op sociaal gebied, is hierbij van belang. IMVO wordt integraal meegenomen in de beoordeling van de subsidieaanvraag. PSI zal geen activiteiten financieren die op de FMO uitsluitingslijst worden genoemd. De aanvrager dient een goede reputatie te hebben op het gebied van MVO, hetgeen blijkt uit een vastgelegd MVO-beleid voor de eigen onderneming dat de aanvrager al heeft of binnen het eerste projectresultaat zal opleveren. Van bedrijven die gebruik maken van PSI wordt geëist dat zij zorgen dat zowel de deelnemende bedrijven als het consortium zich houdt aan de OESO richtlijnen.

In het kader van de in 2011 herziene OESO richtlijnen wordt vereist dat bedrijven hun ketenverantwoordelijkheid serieus nemen. Hiertoe zullen zij een risicoanalyse volgens de OESO-richtlijnen uitvoeren m.b.t. de toeleveringsketens van de kernactiviteit van het op te zetten bedrijf. Op basis van deze risicoanalyse zal een plan moeten worden opgesteld om eventuele negatieve effecten te voorkomen dan wel te mitigeren. De project partners zullen de in dit plan voorgestelde maatregelen uitvoeren en hierover communiceren.

De PSI-subsidie bestaat uit een bijdrage in de kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van het project. Voor PSI Regulier is de bijdrage 50% van de subsidiabele kosten, met een maximumbijdrage van € 750.000. De kosten die voor subsidie in aanmerking komen bestaan uit:

Op grond van artikel 9 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt de subsidie geweigerd indien de subsidie wordt aangevraagd na aanvang van de activiteiten. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat activiteiten die vóór de indiening van de aanvraag worden gemaakt ter voorbereiding van het project niet leiden tot weigering van de subsidie, maar dat de kosten daarvan niet voor subsidie in aanmerking komen. Het aanvraagformulier bevat een nadere toelichting op de subsidiabele en niet-subsidiabele kosten.

De aanvraag dient te voldoen aan onderstaande formele vereisten. Indien aan deze vereisten niet is voldaan, neemt Agentschap NL de aanvraag niet in behandeling.

Een aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien aan onderstaande ingangscriteria niet is voldaan:

Wanneer aan de hiervoor genoemde formele vereisten en ingangscriteria is voldaan, beoordeelt Agentschap NL de aanvraag op basis van de toetsingscriteria hieronder. In het aanvraagformulier worden deze criteria nader toegelicht.

Stap 1. Formele vereisten: Agentschap NL neemt de aanvraag in behandeling wanneer aan de formele vereisten (paragraaf 4) is voldaan. Indien de subsidieaanvraag op één of meer onderdelen onvolledig is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de aanvraag alsnog te completeren binnen 7 kalenderdagen nadat Agentschap NL de aanvrager van de onvolledigheid in kennis heeft gesteld. Wanneer niet correct of niet tijdig is hersteld, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

Stap 2. Ingangscriteria: Vervolgens stelt Agentschap NL vast of de aanvraag voldoet aan alle ingangscriteria (paragraaf 5). Indien aan één of meerdere van deze criteria niet is voldaan wordt de aanvraag afgewezen.

Stap 3. Toetsingscriteria: Agentschap NL beoordeelt daarna de aanvraag inhoudelijk en financieel op basis van de toetsingscriteria (paragraaf 6). Indien het voorstel onvoldoende scoort op één of meerdere onderdelen, wordt de aanvraag afgewezen.

Stap 4. Rangschikking: Agentschap NL maakt twee rangschikkingen van de positief beoordeelde voorstellen. Eén rangschikking is voor de Arabische regio (Algerije, Egypte, Irak, Jemen, Jordanië, Marokko, de Palestijnse Gebieden en Tunesië). De andere rangschikking is voor de overige PSI-landen. De rangschikkingen worden bepaald door een score die is gebaseerd op alle toetsingscriteria (paragraaf 6).

Het in de Staatscourant gepubliceerde budget per ronde wordt toegewezen aan de positief beoordeelde PSI Regulier en PSI Plus aanvragen in de orde van de rangschikkingen tot het budget uitgeput is. Het is dus mogelijk dat een project voldoende scoort en toch wordt afgewezen, omdat het budget van die ronde niet toereikend is.

Stap 5. Externe adviescommissie: Agentschap NL legt de inhoudelijke beoordeling en de rangschikking ter toetsing voor aan een externe Adviescommissie die is aangesteld door de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Dit is de Adviescommissie Private Sector Investeringsprogramma (APSI). De commissie bestaat uit tenminste drie leden die worden benoemd door de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken. De leden van de commissie zijn deskundig op het terrein waarop de commissie een taak heeft en zijn niet werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken of bij Agentschap NL. De commissie geeft een positief of negatief advies bij elk voorstel. In beginsel volgt Agentschap NL het advies van de commissie op.

Verificatie: Agentschap NL kan het projectvoorstel gedurende de procedure voor advies voorleggen aan de Nederlandse ambassade in het betreffende land en aan een extern expert. Tevens is het mogelijk dat een vertegenwoordiger van Agentschap NL een bedrijfsbezoek aflegt bij de aanvrager en eventueel naar het land zelf reist om informatie in te winnen bij de lokale partner of de leveranciers in de keten van het project. Ook kan een extern bureau in opdracht van Agentschap NL een dergelijk onderzoek uitvoeren..

Indien noodzakelijk voor de beoordeling kan Agentschap NL zelfstandig contact opnemen met de projectpartners en hen vragen om een nadere toelichting.

Subsidieverlening: Binnen 13 weken na de sluitingsdatum van het betreffende tijdvak zal Agentschap NL beslissen over de subsidieaanvraag. Deze termijn kan worden verlengd tot maximaal 22 weken.

Voortgangsrapportages: De subsidieontvanger dient eenmaal per 12 maanden te rapporteren over de gerealiseerde activiteiten en kosten. Het bereiken van Resultaat 1 is essentieel voor de verdere uitvoering van het subsidieproject. Indien Resultaat 1 niet, niet tijdig of niet volledig is gerealiseerd, kan dit gevolgen hebben voor continuering van de subsidieverstrekking en kan de subsidiebeschikking worden gewijzigd of zelfs worden ingetrokken. De eerste voortgangsrapportage wordt daarom ingediend binnen 4 weken na afloop van de termijn voor het realiseren van Resultaat 1.

De termijn voor het indienen van de daaropvolgende voortgangsrapportages is telkens 12 maanden na de termijn voor het indienen van de vorige voortgangsrapportage, met dien verstande dat in het laatste jaar van het subsidietijdvak de eindrapportage in de plaats treedt van de voortgangsrapportage. De rapportages dienen in het Engels te worden opgesteld volgens het beschikbaar gestelde model (zie www.agentschapnl.nl/PSI).

Meldingsplicht: De subsidieontvanger is verplicht onverwijld een schriftelijke melding te doen, zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht, dan wel hij niet aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden zal voldoen.

Internationale normen: De subsidieontvanger is verplicht het project uit te voeren volgens de OESO Richtlijnen voor multinationale bedrijven, de ILO-Verklaring inzake fundamentele rechten en principes voor werk en de VN-Conventie voor Biologische Diversiteit.

Verplichting tot bijzondere meldingsplicht in het kader van de Wet bestuurlijke boete meldingsplichten subsidies: De subsidieontvanger dient er zorg voor te dragen dat de partners en de eerste wezenlijke toeleverancier geen gebruik maken van kinderarbeid en/of dwangarbeid, noch voor het project waar de aanvraag betrekking op heeft, noch voor andere activiteiten. De subsidieontvanger dient eventuele feiten of omstandigheden die wijzen op kinder- of dwangarbeid bij deze bedrijven onverwijld te melden bij Agentschap NL.

Voorschotten: Bij de subsidieverstrekking zal worden bepaald op welke wijze bevoorschotting plaatsvindt. Gedurende het project bedragen de voorschotten in totaal niet meer dan 90% van de verstrekte subsidie. Na het behalen van resultaat 1 worden de voorschotten gefaseerd, eens per drie maanden, verstrekt.

Subsidievaststelling: De aanvrager moet binnen twee maanden na afronding van de activiteiten de inhoudelijke en financiële eindrapportage aanleveren. Deze eindrapportage dient te worden ingediend overeenkomstig het beschikbaar gestelde model (zie www.agentschapnl.nl/PSI).

Agentschap NL beslist binnen 13 weken over de subsidievaststelling. Een fysieke inspectie ter plaatse kan onderdeel uitmaken van de beoordeling van de aanvraag tot subsidievaststelling. In dat geval kan Agentschap NL de beslistermijn verlengen tot 22 weken.

Spin-off fase: De spin-off fase is de periode van twee jaar na subsidievaststelling. Gedurende deze periode is de subsidieontvanger verplicht om een redelijke financiële investering in de joint venture te doen.

Informatie na vaststelling: Tot 24 maanden na vaststelling van de subsidie kan Agentschap NL de aanvrager verzoeken informatie te verstrekken over de impact van het project.

Het PSI-programma valt uiteen in twee deelprogramma’s, PSI Regulier en PSI Plus. Deze bijlage bevat de subsidiehandleiding voor PSI Plus. PSI Plus heeft betrekking op Afghanistan, Burundi, Democratische Republiek Congo, Guatemala, Irak, Jemen, Pakistan, de Palestijnse Gebieden, Sierra Leone en Zuid-Sudan. PSI Regulier richt zich op 50 andere landen in Afrika, Azië, Latijns-Amerika en Midden en Oost Europa. De handleiding van PSI Regulier is opgenomen in bijlage 1.

De subsidiehandleiding maakt u wegwijs bij het aanvragen van subsidie in het kader van PSI Plus. De subsidiehandleiding vormt tevens het formele kader voor de beoordeling van subsidieaanvragen. Het aanvraagformulier maakt integraal onderdeel uit van de subsidiehandleiding.

De subsidiehandleiding is als volgt ingedeeld. Paragraaf 2 bevat een algemene toelichting over de inhoud van het programma. Paragraaf 3 licht toe welke kosten subsidiabel zijn. Vervolgens wordt toegelicht aan welke criteria het voorstel dient te voldoen. Dit zijn de formele vereisten (paragraaf 4), ingangscriteria (paragraaf 5) en toetsingscriteria (paragraaf 6). Ook treft u een beschrijving aan van de beoordelingsprocedure (paragraaf 7) en enkele regels ten aanzien van de uitvoering (paragraaf 8).

Appendix I bevat het aanvraagformulier en appendix II de begrippenlijst. De subsidiehandleiding, het aanvraagformulier, de begrippenlijst en aanvullende informatie kunt u downloaden van de website van Agentschap NL: www.agentschapnl.nl/PSI. Voor nadere inlichtingen kunt u zich wenden tot Agentschap NL, divisie NL EVD Internationaal, tel: 088-602 8513.

Doel: De doelstelling van PSI is het stimuleren van duurzame economische ontwikkeling door middel van het bevorderen van significant vernieuwende investeringen in de private sector in ontwikkelingslanden. Hiermee wordt beoogd een relevante en positieve bijdrage te leveren aan zelfredzaamheid en armoedevermindering door het creëren van economische bedrijvigheid, werkgelegenheid en inkomensverbetering.

Typering van een PSI-project: Een PSI-project is een investeringsproject dat wordt uitgevoerd door een Nederlandse (of buitenlandse) onderneming in samenwerking met een lokale onderneming in één van de ontwikkelingslanden waarvoor PSI is opengesteld. PSI subsidieert het project, dat bestaat uit zowel hardware (zoals machines) als technische assistentie (zoals training, projectmanagement).

Het project is significant vernieuwend voor het betreffende land. Het innovatieve karakter dient ten minste het type product of dienst, de productiemethode of de dienstverleningswijze te betreffen. PSI verkleint de risico's voor het lokale en het buitenlandse bedrijf die samen een dergelijke investering doen, door een financiële bijdrage in de investeringslasten. Het is de bedoeling dat na afloop van de projectperiode vervolginvesteringen worden gerealiseerd die leiden tot verdere groei van omzet en werkgelegenheid. Daarnaast dient het project commercieel haalbaar te zijn en positieve impact te hebben op de lokale economie.

Uitvoerder: De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft de uitvoering van de subsidieregeling opgedragen aan Agentschap NL, divisie NL EVD Internationaal, de uitvoeringsorganisatie van de rijksoverheid voor internationaal ondernemen en samenwerken.

Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO): De Nederlandse overheid hecht veel belang aan IMVO en verwacht dat PSI-projecten op dit gebied voorop lopen in het betreffende land en sector. Certificering, ook op sociaal gebied, is hierbij van belang. IMVO wordt integraal meegenomen in de beoordeling van de subsidieaanvraag. PSI zal geen activiteiten financieren die op de FMO uitsluitingslijst worden genoemd. De aanvrager dient een goede reputatie te hebben op het gebied van MVO, hetgeen blijkt uit een vastgelegd MVO-beleid voor de eigen onderneming dat de aanvrager al heeft of binnen het eerste projectresultaat zal opleveren. Van bedrijven die gebruik maken van PSI wordt geëist dat zij zorgen dat zowel de deelnemende bedrijven als het consortium zich houdt aan de OESO richtlijnen.

In het kader van de in 2011 herziene OESO richtlijnen wordt vereist dat bedrijven hun ketenverantwoordelijkheid serieus nemen. Hiertoe zullen zij een risicoanalyse volgens de OESO-richtlijnen uitvoeren m.b.t. de toeleveringsketens van de kernactiviteit van het op te zetten bedrijf. Op basis van deze risicoanalyse zal een plan moeten worden opgesteld om eventuele negatieve effecten te voorkomen dan wel te mitigeren. De project partners zullen de in dit plan voorgestelde maatregelen uitvoeren en hierover communiceren.

De PSI-subsidie bestaat uit een bijdrage in de kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van het project. Voor PSI Plus is de bijdrage 60% van de subsidiabele kosten, met een maximumbijdrage van € 900.000. De kosten die voor subsidie in aanmerking komen bestaan uit:

Tevens kunnen de premiekosten voor een verzekering (conform gebruikelijke MIGA SIP tarieven) voor schade als gevolg van (burger)oorlog, onlusten, onteigening en beperkingen in de uitvoer van valuta voor een periode van 3 jaar worden vergoed.

Op grond van artikel 9 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt de subsidie geweigerd indien de subsidie wordt aangevraagd na aanvang van de activiteiten. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat activiteiten die vóór de indiening van de aanvraag worden gemaakt ter voorbereiding van het project niet leiden tot weigering van de subsidie, maar dat de kosten daarvan niet voor subsidie in aanmerking komen. Het aanvraagformulier bevat een nadere toelichting op de subsidiabele en niet-subsidiabele kosten.

De aanvraag dient te voldoen aan onderstaande formele vereisten. Indien aan deze vereisten niet is voldaan, neemt Agentschap NL de aanvraag niet in behandeling.

Een aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien aan onderstaande ingangscriteria niet is voldaan:

Wanneer aan de hiervoor genoemde formele vereisten en ingangscriteria is voldaan, beoordeelt Agentschap NL de aanvraag op basis van de toetsingscriteria hieronder. In het aanvraagformulier worden deze criteria nader toegelicht.

Stap 1. Formele vereisten: Agentschap NL neemt de aanvraag in behandeling wanneer aan de formele vereisten (paragraaf 4) is voldaan. Indien de subsidieaanvraag op één of meer onderdelen onvolledig is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de aanvraag alsnog te completeren binnen 7 kalenderdagen nadat Agentschap NL de aanvrager van de onvolledigheid in kennis heeft gesteld. Wanneer niet correct of niet tijdig is hersteld, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

Stap 2. Ingangscriteria: Vervolgens stelt Agentschap NL vast of de aanvraag voldoet aan alle ingangscriteria (paragraaf 5). Indien aan één of meerdere van deze criteria niet is voldaan wordt de aanvraag afgewezen.

Stap 3. Toetsingscriteria: Agentschap NL beoordeelt daarna de aanvraag inhoudelijk en financieel op basis van de toetsingscriteria (paragraaf 6). Indien het voorstel onvoldoende scoort op één of meerdere onderdelen, wordt de aanvraag afgewezen

Stap 4. Rangschikking: Agentschap NL maakt twee rangschikkingen van de positief beoordeelde voorstellen. Eén rangschikking is voor de Arabische regio (Algerije, Egypte, Irak, Jemen, Jordanië, Marokko, de Palestijnse Gebieden en Tunesië). De andere rangschikking is voor de overige PSI-landen. De rangschikkingen worden bepaald door een score die is gebaseerd op alle toetsingscriteria (paragraaf 6).

Het in de Staatscourant gepubliceerde budget per ronde wordt toegewezen aan de positief beoordeelde PSI Regulier en PSI Plus aanvragen in de orde van de rangschikkingen tot het budget uitgeput is. Het is dus mogelijk dat een project voldoende scoort en toch wordt afgewezen, omdat het budget van die ronde niet toereikend is.

Stap 5. Externe adviescommissie: Agentschap NL legt de inhoudelijke beoordeling en de rangschikking ter toetsing voor aan een externe Adviescommissie die is aangesteld door de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Dit is de Adviescommissie Private Sector Investeringsprogramma (APSI). De commissie bestaat uit ten minste drie leden die worden benoemd door de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken. De leden van de commissie zijn deskundig op het terrein waarop de commissie een taak heeft en zijn niet werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken of bij Agentschap NL. De commissie geeft een positief of negatief advies bij elk voorstel. In beginsel volgt Agentschap NL het advies van de commissie op.

Verificatie: Agentschap NL kan het projectvoorstel gedurende de procedure voor advies voorleggen aan de Nederlandse ambassade in het betreffende land en aan een extern expert. Tevens is het mogelijk dat een vertegenwoordiger van Agentschap NL een bedrijfsbezoek aflegt bij de aanvrager en eventueel naar het land zelf reist om informatie in te winnen bij de lokale partner of de leveranciers in de keten van het project. Ook kan een extern bureau in opdracht van Agentschap NL een dergelijk onderzoek uitvoeren.

Indien noodzakelijk voor de beoordeling kan Agentschap NL zelfstandig contact opnemen met de projectpartners en hen vragen om een nadere toelichting.

Subsidieverlening: Binnen 13 weken na de sluitingsdatum van het betreffende tijdvak zal Agentschap NL beslissen over de subsidieaanvraag. Deze termijn kan worden verlengd tot maximaal 22 weken.

Voortgangsrapportages: De subsidieontvanger dient eenmaal per 12 maanden te rapporteren over de gerealiseerde activiteiten en kosten. Het bereiken van Resultaat 1 is essentieel voor de verdere uitvoering van het subsidieproject. Indien Resultaat 1 niet, niet tijdig of niet volledig is gerealiseerd, kan dit gevolgen hebben voor continuering van de subsidieverstrekking en kan de subsidiebeschikking worden gewijzigd of zelfs worden ingetrokken. De eerste voortgangsrapportage wordt daarom ingediend binnen 4 weken na afloop van de termijn voor het realiseren van Resultaat 1.

De termijn voor het indienen van de daaropvolgende voortgangsrapportages is telkens 12 maanden na de termijn voor het indienen van de vorige voortgangsrapportage, met dien verstande dat in het laatste jaar van het subsidietijdvak de eindrapportage in de plaats treedt van de voortgangsrapportage. De rapportages dienen in het Engels te worden opgesteld volgens het beschikbaar gestelde model (zie www.agentschapnl.nl/PSI).

Meldingsplicht: De subsidieontvanger is verplicht onverwijld een schriftelijke melding te doen, zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht, dan wel hij niet aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden zal voldoen.

Internationale normen: De subsidieontvanger is verplicht het project uit te voeren volgens de OESO Richtlijnen voor multinationale bedrijven, de ILO-Verklaring inzake fundamentele rechten en principes voor werk en de VN-Conventie voor Biologische Diversiteit.

Verplichting tot bijzondere meldingsplicht in het kader van de Wet bestuurlijke boete meldingsplichten subsidies: De subsidieontvanger dient er zorg voor te dragen dat de partners en de eerste wezenlijke toeleverancier geen gebruik maken van kinderarbeid en/of dwangarbeid, noch voor het project waar de aanvraag betrekking op heeft, noch voor andere activiteiten. De subsidieontvanger dient eventuele feiten of omstandigheden die wijzen op kinder- of dwangarbeid bij deze bedrijven onverwijld te melden bij Agentschap NL.

Voorschotten: Bij de subsidieverstrekking zal worden bepaald op welke wijze bevoorschotting plaatsvindt. Gedurende het project bedragen de voorschotten in totaal niet meer dan 90% van de verstrekte subsidie. Na het behalen van resultaat 1 worden de voorschotten gefaseerd, eens per drie maanden, verstrekt

Subsidievaststelling: De aanvrager moet binnen twee maanden na afronding van de activiteiten de inhoudelijke en financiële eindrapportage aanleveren. Deze eindrapportage dient te worden ingediend overeenkomstig het beschikbaar gestelde model (zie www.agentschapnl.nl/PSI).

Agentschap NL beslist binnen 13 weken over de subsidievaststelling. Een fysieke inspectie ter plaatse kan onderdeel uitmaken van de beoordeling van de aanvraag tot subsidievaststelling. In dat geval kan Agentschap NL de beslistermijn verlengen tot 22 weken.

Spin-off fase: De spin-off fase is de periode van twee jaar na subsidievaststelling. Gedurende deze periode is de subsidieontvanger verplicht om een redelijke financiële investering in de joint-venture te doen.

Informatie na vaststelling: Tot 24 maanden na vaststelling van de subsidie kan Agentschap NL de aanvrager verzoeken informatie te verstrekken over de impact van het project.