ZBO-regeling · BWBR0032533
Beleidsregel keuring en ontheffingverlening LZV
Gelet op artikel 4, vierde lid, van Richtlijn nr. 96/53/EG EG van de Raad van 25 juli 1996 houdende vaststelling voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationaal verkeer maximaal toegestane gewichten (PbEU L 235) en op artikel 149a, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 4:83 Algemene wet bestuursrecht, het Besluit Voertuigen en het Besluit ontheffingverlening exceptionele transporten;
Besluit:
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De directie van de Dienst Wegverkeer,J.G.HakkenbergAlgemeen DirecteurVoor de toepassing van deze beleidsregel worden de begripsbepalingen van de Regeling voertuigen overgenomen. Voorts wordt verstaan onder:
- a.
aantekening op het kentekenbewijs: bijzonderheidscode op het kentekenbewijs waaruit blijkt dat het voertuig na keuring geschikt is bevonden voor gebruik in een LZV;
- b.
autonome beslisruimte LZV: de actuele gegevens waarbij de wegbeheerder een weg of weggedeelte als geschikt voor het berijden met een LZV opgeeft waarvoor de Dienst Wegverkeer zonder toestemming als bedoeld in artikel 149b, tweede lid, van de Wet en artikel 4 van het Besluit ontheffing verlening exceptionele transporten ontheffing mag verlenen voor LZV’s onder de daarbij van toepassing zijnde beperkingen en voorschriften;
- c.
digitale wegenkaart LZV: elektronische weergave van de actuele autonome beslisruimte LZV die door de Dienst Wegverkeer ten behoeve van de ontheffinghouders ter beschikking wordt gesteld;
- d.
dieplader: een open voertuig van de categorie O3 of O4, waarvan het grotendeels verlaagde laadvlak zich op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte dan wel lager dan de assen boven het wegdek bevindt, maar niet hoger dan 0,70 m, gemeten van wegdek tot bovenkant laadvlak, uitsluitend of hoofdzakelijk ontworpen, gebouwd of gebruikt voor het vervoer van ondeelbare lading;
- e.
LZV: samenstellen met een laadlengte van tenminste 18 meter en ten hoogste 21,82 m , of een vergelijkbare laadlengte indien de voertuigen zijn ingericht voor het vervoer van afneembare laadstructuren, bestaande uit ten hoogste drie voertuigen en ingericht voor het vervoer van goederen waarvan de totale lengte niet meer bedraagt dan 25,25 meter en de totale massa niet meer dan 60 ton, en waarvoor een ontheffing als bedoeld in artikel 3 is afgegeven;
- f.
LZV-attest: document waaruit blijkt dat het buitenlandse voertuig na keuring geschikt is bevonden voor gebruik in een LZV;
- g.
LZV kerngebied: gebied/verzameling van LZV-wegen (vaak een bedrijventerrein), waar één of meer bedrijven feitelijk zijn gevestigd en waarop volgens het ter plaatse geldende bestemmingsplan geen woonbestemming of agrarische bestemming rust.
- h.
LZV weg: de actuele autonome beslisruimte zoals weergegeven op de digitale wegenkaart LZV
- i.
LZV aansluitroute: kortste geschikte weg van en naar een bedrijfsvestiging van één aanvrager naar één LZV weg, waarbij de aansluitroute LZV niet geschikt is als LZV weg;
- j.
samenstel van buitenlandse voertuigen: samenstel van voertuigen waarbij de kentekens van het trekkend motorrijtuig en de getrokken voertuigen door een andere EU-lidstaat dan Nederland zijn afgegeven.
Deze beleidsregel is van toepassing op de behandeling van aanvragen voor een keuring en ontheffing voor een LZV op basis van artikel 149a, tweede lid, van de Wet.
De ontheffingen LZV worden onderscheiden in:
- a.
de basisontheffing LZV, en
- b.
de incidentele ontheffing LZV, en
- c.
de opleidingsontheffing LZV.
De Dienst Wegverkeer verleent ontheffingen LZV als bedoeld in het eerste lid, op het kenteken van het trekkende motorrijtuig, indien de geschiktheid tot het samenstellen van een LZV blijkt uit:
- a.
een aantekening op het kentekenbewijs, als bedoel in artikel 13, tweede lid, of
- b.
een LZV attest als bedoeld in artikel 13, derde lid.
Een basisontheffing LZV als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, kan worden verleend voor:
- a.
wegen die binnen de autonome beslisruimte LZV vallen;
- b.
de duur van maximaal één jaar, en
- c.
maximaal één trekkend motorrijtuig.
De incidentele ontheffing LZV, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, is bestemd voor:
- a.
aanvragers van een LZV aansluitroute , of
- b.
evenementen, waarbij het een noodzakelijke route betreft vanaf of naar de plaats van een evenement ten behoeve of mede ten behoeve van LZV’s, of
- c.
stremmingen, waarbij tijdelijk wegen of weggedeeltes geheel of gedeeltelijk ontoegankelijk zijn, en kan worden afgegeven voor wegen of weggedeeltes die:
- i.
aansluiten op de wegen of weggedeeltes genoemd in de reeds verleende basisontheffing LZV, of
- ii.
aansluiten op de wegen of weggedeeltes in de reeds verleende incidentele ontheffing LZV.
- i.
Een incidentele ontheffing LZV kan worden verleend voor:
- a.
wegen die niet binnen de autonome beslisruimte vallen;
- b.
de duur van:
- i.
ten hoogste 1 jaar, indien het een incidentele ontheffing LZV als bedoeld in het eerste lid, onder a, betreft, met dien verstande dat de geldigheidsduur van de aan de aanvrager verleende basisontheffing LZV niet wordt overschreden;
- ii.
maximaal 2 weken, indien het een incidentele ontheffing LZV als bedoeld in het eerste lid, onder b, betreft, of
- iii.
de duur van de stremming met dien verstande dat de geldigheidsduur van de aan de aanvrager verleende basisontheffing LZV of incidentele ontheffing LZV, als bedoeld in artikel 4 niet wordt overschreden.
- i.
Een incidentele ontheffing LZV kan worden verleend voor maximaal vier kentekens van trekkende motorrijtuigen, mits deze kentekens op het aanvraagformulier als bedoeld in artikel 8, eerste lid, zijn vermeld.
Een opleidingsontheffing LZV kan worden verleend:
- a.
ten behoeve van de opleiding en examinering voor het certificaat chauffeur LZV voor de wegen die daartoe specifiek in de autonome beslisruimte LZV zijn opgenomen alsmede de wegen leidend vanaf de locatie van de bedrijfsvestiging naar deze wegen;
- b.
voor maximaal 1 trekkend motorrijtuig;
- c.
voor de duur van maximaal 4 weken voor bedrijven die deelnemen aan een opleiding, of
- d.
voor de duur van maximaal één jaar indien er bedrijfsmatig opleidingen gegeven worden door gecertificeerde opleiders.
Een basisontheffing LZV bestaat uit:
- a.
een voorblad, waarop in ieder geval de gegevens van de aanvrager alsmede het kenteken, al dan niet in combinatie met het voertuig identificatienummer (VIN), van het trekkend motorrijtuig zijn vermeld;
- b.
diverse wegenbijlagen, ten minste bestaande uit - een afdruk van - de digitale wegenkaart LZV en, indien van toepassing, een wegenbijlage ten behoeve van de incidentele ontheffing;
- c.
diverse bijlagen die beperkingen, algemene voorschriften en, indien van toepassing, bijzondere voorschriften bevatten.
De aanvrager van een basisontheffing LZV ontvangt tevens een wijzigingsabonnement, waarbij gedurende en uitsluitend voor de resterende geldigheidsduur van de basisontheffing LZV, de digitale wegenkaart LZV moet worden vervangen.
De Dienst Wegverkeer geeft op een door deze dienst bepaalde wijze de aangepaste digitale wegenkaart LZV af voor zover zich wijzigingen in de autonome beslisruimte LZV hebben voorgedaan.
De aanvrager van een ontheffing LZV dient zijn aanvraag te doen op het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde model aanvraagformulier.
Het aanvraagformulier wordt schriftelijk beschikbaar gesteld.
Indiening van aanvragen kan uitsluitend schriftelijk plaatsvinden.
Een ontheffingsaanvraag kan uitsluitend schriftelijk door de indiener worden ingetrokken.
Het intrekken van een ingediende aanvraag wordt uitsluitend conform de Regeling tarieven van de Dienst Wegverkeer1 behandeld indien de intrekking binnen 24 uur na registratie van de aanvraag is gedaan en op dat moment nog geen besluit is verzonden.
Aanvragen binnen de autonome beslisruimte LZV worden in beginsel afgehandeld binnen 5 werkdagen.
De Dienst Wegverkeer verzoekt de wegbeheerders de in CROW- richtlijn 320 LZV’s op het onderliggend wegennet 2013 opgenomen toetsingscriteria te hanteren bij de beoordeling van de geschiktheid van wegen voor het vaststellen van de autonome beslisruimte LZV.
Een aantekening op het kentekenbewijs ten behoeve van LZV of een LZV attest als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a en b, wordt op aanvraag afgegeven indien bij een door de Dienst Wegverkeer verrichte keuring naar zijn oordeel is voldaan aan de eisen in bijlage A.
Een aantekening op het kentekenbewijs wordt geplaatst, indien het een voertuig met Nederlands kenteken betreft.
Een LZV attest wordt afgegeven, indien het een voertuig met een buitenlands kenteken betreft.
Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid dient te worden gedaan op het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde model aanvraagformulier.
Een LZV attest als bedoeld in artikel 13, derde lid, wordt afgegeven volgens het in bijlage B opgenomen model.
Aan iedere ontheffing LZV worden de in bijlage C, onderdeel 1, genoemde beperkingen verbonden.
Aan iedere ontheffing LZV worden algemene voorschriften als genoemd in bijlage C, onderdeel 2 worden verbonden. Deze voorschriften kunnen onder meer betrekking hebben op:
- a.
voertuigdocumenten;
- b.
documenten en elektronische informatiedrager(s) bestuurder LZV;
- c.
buitengewone omstandigheden;
- d.
plaats op de rijbaan;
- e.
afmetingen en massa’s voertuig en LZV’s in onbeladen toestand en beladen toestand;
- f.
eisen trekkend motorrijtuig met aantekening op kentekenbewijs of LZV attest;
- g.
eisen getrokken voertuigen met aantekening op kentekenbewijs of LZV attest;
- h.
draaicirkel LZV;
- i.
lengte laadruimte LZV;
- j.
markering achterste voertuig LZV.
Aan incidentele ontheffingen LZV kan als bijzondere beperking rijtijden worden verbonden.
De onder de Beleidsregel Ervaringsfase ontheffingverlening LZV 2009 afgegeven ontheffingen behouden hun geldigheid tot de geldigheidsduur van de ontheffing is verstreken.
De onder de Beleidsregel Ervaringsfase ontheffingverlening LZV 2009 afgegeven aantekeningen op het kentekenbewijs alsmede de afgegeven LZV attesten behouden hun geldigheid.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, mogen LZV’s tot 1 januari 2014 zijn voorzien van de volgende markering:
- a.
het achterste voertuig van een LZV moet zijn voorzien van een horizontaal geplaatste markering waarop over de volle hoogte van het gele vlak de zijdelingse contour van de betreffende LZV in de kleur zwart is aangebracht;
- b.
indien de markering is verdeeld over twee borden, dient de bedoelde contour van de combinatie op het op de linker helft van het voertuig aangebrachte bord te zijn aangebracht;
- c.
de totale lengte van de LZV in meters moet in de kleur zwart op de markering zijn aangegeven.
De Beleidsregel Ervaringsfase ontheffingverlening LZV 2009 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2013.
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel keuring en ontheffingverlening LZV.
Keuringseisen aantekening op kentekenbewijs ten behoeve van LZV of afgifte LZV attest.
Daar waar in deze bijlage naar een richtlijn of verordening wordt verwezen, wordt een goedkeuring volgens VN/ECE-reglementen die de Gemeenschap bij Besluit 97/836/EG van de Raad of bij latere besluiten van de Raad zoals bedoeld in artikel 3, lid 3, van voornoemd besluit, als partij bij de
‘Herziene overeenkomst van 1958’ heeft aanvaard, erkend als alternatief voor een EG-typegoedkeuring die overeenkomstig de relevante bijzondere richtlijn of verordening is verleend.
- 1.
Een trekkend motorrijtuig moet:
- a.
behoren tot categorie N2 of N3, als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen (onder ‘voertuigen van de voertuigcategorie N’) en waarvoor een kenteken zonder gebruiksbeperking is opgegeven;
- b.
uitgerust zijn met een EBS drukluchtremsysteem als bedoeld in ECE 131 par. 5.1.3.1.2;
- c.
een koppeling hebben voor het aankoppelen van een aanhangwagen of oplegger die voldoet aan het bepaalde in richtlijn 94/20/EG2 en tevens geschikt is voor de grotere krachten (hogere D- en V-waarden) van de LZV;
- d.
met uitzondering van trekkers van opleggers zijn voorzien van zijdelingse afscherming als bedoeld in artikel 5.3.48, vijfde lid, van de Regeling voertuigen, die voldoet aan het bepaalde in artikel 1.1. van de bijlage bij richtlijn 89/297/EEG en bestaat uit een doorlopend vlak;
- e.
voorzien zijn van opspatafschermingen, die voldoen aan richtlijn 91/226/EEG3;
- f.
voorzien zijn van opvallende markering als bedoeld in en geïnstalleerd volgens richtlijn 76/756/EEG ongeacht de uitzonderingen die in de richtlijn genoemd worden, en waarvan het toegepaste materiaal voldoet aan ECE-Reglement nr. 104 klasse C4,
- g.
voorzien zijn van een afscherming als bedoeld in richtlijn 2000/40/EG5;
- h.
indien het geen bedrijfsauto als bedoeld in artikel 5.3.45, twaalfde lid, van de Regeling voertuigen is:
- 1.
onverminderd artikel 5.3.45, vijftiende lid, van de Regeling voertuigen, aan de rechterzijde zijn voorzien van een gezichtsveld verbeterende voorziening als bedoeld in artikel 5.3.45, elfde lid, van de Regeling voertuigen;
- 2.
aan de voorzijde zijn voorzien van:
- a.
een vooruitkijkspiegel, bedoeld in artikel 5.3.43, zevende lid, onder a, van de Regeling voertuigen, of,
- b.
een andere spiegel waarmee het weggedeelte kan worden overzien dat wordt begrensd door:
- 1°
het verticale dwarsvlak door het voorste punt van de cabine van het voertuig;
- 2°
het verticale dwarsvlak gelegen 2,00 m voor het voertuig;
- 3°
het verticale vlak in de lengterichting dat door het buitenste punt van het voertuig aan de bestuurderszijde loopt en evenwijdig is aan het verticale vlak door de lengteas van het voertuig;
- 4°
het verticale vlak in de lengterichting dat door het punt 2,00 m buiten het buitenste punt van het voertuig aan de passagierszijde loopt en evenwijdig is aan het verticale vlak door de lengteas van het voertuig.
- 1°
- a.
De voorzijde van het binnen deze begrenzing gelegen gebied wordt aan de passagierszijde afgerond met een straal van 2,00 m.
- 1.
- i.
zijn uitgerust met een afleeseenheid waarop de druk van de achteras(sen) of het achterasstel van dit voertuig alsmede de via de datakabel van het remsysteem (CANbus) aangeboden informatie met betrekking tot asdrukken wordt weergegeven, met een afleesnauwkeurigheid van ten minste 0,1 ton of 100 kg;
- j.
ten minste een vermogen van de motor in Kw hebben, vastgesteld volgens richtlijn 80/1269/EEG, berekend uit de som van: 5 x toegestane maximum massa samenstel in ton.
- k.
niet zijn uitgerust met een tank of vloeistofcontainer voor vloeibare lading met een volume van meer dan 1000 L;
- l.
niet zijn ingericht voor vervoer van vee als bedoeld in artikel 1 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren6;
- m.
indien het is uitgerust met een voertuigstabiliteitsfunctie als bedoeld in artikel 12 van de verordening 661/2009 bij inwerkingtreding van dit systeem automatisch het remsysteem van de aangekoppelde aanhangwagen(s) activeren.
- a.
- 1.
Het getrokken voertuig moet:
- a.
behoren tot categorie O3 of O4 als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, niet zijnde dieplader, en waarvoor een kenteken zonder gebruiksbeperking is opgegeven;
- b.
uitgerust zijn met een EBS drukluchtremsysteem als bedoeld in ECE Reglement 13, par. 5.1.3.1.2.;
- c.
onverminderd artikel 5.12.48 van de Regeling voertuigen, voorzien zijn van een zijdelingse afscherming, die voldoet aan het bepaalde in artikel 1.1 van de bijlage bij richtlijn 89/297/EEG, en bestaat uit een doorlopend vlak oppervlak, afgezien van de in artikel 1.1 van de bijlage bij richtlijn 89/297/EEG bedoelde uitzondering;
- d.
voorzien zijn van opspatafschermingen, die voldoen aan richtlijn 91/226/EEG;
- e.
voorzien zijn van opvallende markering als bedoeld in en geïnstalleerd volgens richtlijn 76/756/EEG of ECE Reglement 104 en waarvan het toegepaste materiaal voldoet aan ECE-Reglement nr. 104 klasse C7,
- f.
niet zijn uitgerust met een tank of vloeistofcontainer voor vloeibare lading met een volume van meer dan 1000 L;
- g.
niet zijn ingericht voor vervoer van vee als bedoeld in artikel 1 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
- h.
zodanig zijn ingericht dat de druk per as of per asstel van dit voertuig via de datakabel van het remsysteem (CANbus) voor verdere verwerking wordt aangeboden, of een afleeseenheid hebben waarop de druk per as of asstel wordt weergegeven, met een afleesnauwkeurigheid van ten minste 0,1 ton of 100 kg.
- a.
- 2.
Indien het getrokken voertuig is ingericht om een ander voertuig voort te bewegen moet naast de in het eerste lid gestelde eisen:
- a.
de EBS data-uitwisseling tussen het trekkend motorrijtuig en dit andere voertuig worden doorgegeven; het eigen remsysteem van het getrokken voertuig mag hiervan tijdelijk kunnen worden afgekoppeld;
- b.
het remsysteem zijn beveiligd als bedoeld in richtlijn 71/320/EG8, bijlage I, onder 2.2.1.18.;
- c.
de koppeling voor het aankoppelen van een aanhangwagen of oplegger voldoen aan het bepaalde in richtlijn 94/20/EG en tevens geschikt zijn voor de grotere krachten (hogere D- en V-waarden) van de LZV;
- d.
indien het is uitgerust met een voertuigstabiliteitsfunctie als bedoeld in artikel 12 van de verordening 661/2009, bij inwerking treden van dit systeem automatisch het remsysteem van de erachter gekoppelde aanhangwagen activeren.
- a.
- 3.
Uitschuifbare aanhangwagens en een samenstel van aanhangwagens, die zijn gekoppeld op een manier waardoor horizontale verdraaiing ten opzichte van elkaar onmogelijk is, moeten voldoen aan de toelatingseisen uit hoofdstuk 3 van de Regeling voertuigen.
Voor een LZV geldt dat:
- 1.
in aanvulling op het bepaalde in de Regeling voertuigen, de maximale toegestane som van de aslasten van een door een andere aanhangwagen voort te bewegen middenasaanhangwagen wordt vastgesteld op ten hoogste de som van de aslasten van de trekkende aanhangwagen.
- 2.
In aanvulling op artikel 5.18.31, onder a, van de Regeling voertuigen mag de gezamenlijke som van de aslasten van twee door een bedrijfsauto voort te bewegen middenasaanhangwagens niet meer bedragen dan 1,5 maal de som van de aslasten van het trekkend motorvoertuig dan wel de in het kentekenregister of op het kentekenbewijs van het trekkende motorrijtuig vermelde toegestane maximum te trekken massa.
LZV attest
DIENST WEGVERKEER
Postbus 777 - 2700 AT Zoetermeer
Algemeen nummer + website
Afgegeven met inachtneming van het gestelde in de Beleidsregel keuring en ontheffingverlening LZV Staatscourant ....., publicatiedatum .....
Dit document betreft een attest als bedoeld in artikel 13, eerste lid van de Beleidsregel keuring en ontheffingverlening LZV
Afgegeven voor: | bedrijfsauto / aanhangwagen / oplegger |
Kenteken: | |
Merk: | |
VIN code: |
Dit voertuig kan worden gebruikt in een LZV als bedoeld in de Beleidsregel keuring en ontheffingverlening LZV
Bij gebruik in een LZV gelden naast de in het voertuigdocument vermelde gegevens en voorwaarden tevens de volgende bijzonderheden:
Afhankelijk van de aard van het voertuig worden de volgende teksten vermeld. Deze teksten zijn dezelfde als op het kentekenbewijs van een overeenkomend Nederlands voertuig in de rubriek ’ bijzonderheden’ voor deze toepassing zouden worden vermeld. Voor zover noodzakelijk worden ook aanvullende voorwaarden vermeld.
1. | In lange en zware vrachtautocombinaties | ||
2. | – max massa autonoom geremd | : ..... | kg |
3. | – max massa middenas geremd | : ..... | kg |
4. | – max massa oplegger geremd | : ..... | kg |
5. | Afstand hart koppeling tot hart koppeling | : ..... | cm |
6. | Afstanden hart koppeling tot hart koppeling | : ..... | cm en ..... cm |
7. | Voortbewegen oplegger met gestuurde as(sen) niet toegestaan. | ||
8. | – max massa samenstel | : ..... | kg |
De Directie van de Dienst Wegverkeer
namens deze,
Divisie Voertuigtechniek,
Plaats, datum
(droog)stempel
Een LZV:
- 1.
heeft ten hoogste 2 draaipunten;
- 2.
heeft een totale lengte van ten hoogste 25.25 m. met inbegrip van de lading en met inachtneming van de in artikel 5.1a.1, tweede lid, onder a, onderdeel 1° tot en met 14° van de Regeling voertuigen bepaalde meetmethode.
Een ontheffing LZV mag niet worden gebruikt in combinatie met een ontheffing voor exceptioneel transport.
Bij gebruik van een ontheffing LZV is het vervoer van ondeelbare lading op de wijze als bedoeld in de artikelen 5.18.13 en 5.18.14 van de Regeling voertuigen niet toegestaan.
Een LZV mag niet zijn uitgerust of beladen met een tank voor vloeibare lading met een volume van meer dan 1000 L.
Een LZV mag geen gevaarlijke stoffen vervoeren in hoeveelheden groter dan bedoeld in Randnummer series 1.1.3 van het ADR.
Een LZV mag geen vee vervoeren als bedoeld in artikel 1 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.
- 1.
De voor het voertuig of de voertuigen ten behoeve van LZV afgegeven en voor de ontheffing LZV vereiste voertuigdocumenten moeten bij gebruik van de ontheffing LZV aanwezig zijn.
Van deze documenten moet een origineel, geldig en door de Dienst Wegverkeer gewaarmerkt exemplaar bij de ontheffing LZV getoond kunnen worden.
- 2.
In afwijking van het eerste lid mag de actuele geldende digitale wegenkaart LZV aanwezig zijn op een elektronische gegevensdrager.
- 3.
Voor gebruik van de ontheffing dient de actuele digitale wegenkaart LZV aanwezig te zijn.
De bestuurder van de LZV moet in het bezit zijn van:
- 1.
een door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen afgegeven en geldig CCV-certificaat ‘Rijvaardigheidstoets langere en/of zwaardere voertuigen’ Met deze beroepseis worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgen dat naar het oordeel van het CBR ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale beroepseisen wordt nagestreefd.
- 2.
Het certificaat, bedoeld in het eerste lid, moet bij het gebruik van de ontheffing aanwezig zijn op het voertuig.
- 3.
Het eerste lid geldt niet bij gebruik van een opleidingsontheffing LZV, mits:
- a.
de LZV chauffeur in opleiding ten minste 5 jaar in het bezit is van een geldig rijbewijs voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorieën C en E;
- b.
aan de LZV chauffeur in opleiding de afgelopen 3 jaar geen ontzegging van de rijbevoegdheid is opgelegd en het aan hem afgegeven rijbewijs niet ongeldig is verklaard of ingevorderd, en
- c.
er door middel van een op het voertuig aanwezige schriftelijke en gepersonifieerde oproep kan worden aangetoond dat de LZV chauffeur in opleiding onder toezicht van een bevoegde opleider op de datum van controle en in het bezit van een geldige opleidingsontheffing, een opleiding onder toezicht van een bevoegde opleider uitvoert ter voorbereiding op het certificaat of een examen voor het certificaat genoemd in het eerste lid.
- a.
- 1.
Van de ontheffing LZV mag geen gebruik worden gemaakt bij gladheid van het wegdek en bij weersomstandigheden die het zicht beperken tot minder dan 200 m.
- 2.
Indien zich dergelijke omstandigheden voordoen moet zo spoedig mogelijk het gebruik van de ontheffing LZV worden beëindigd.
Voor een LZV geldt een inhaalverbod van alle motorvoertuigen die sneller mogen rijden dan 45 km per uur.
- 1.
Elk uit een LZV te vormen samenstel van voertuigen moet voldoen aan de gebruikseisen van hoofdstuk 5 afdeling 18 van de Regeling voertuigen.
- 2.
Elk afzonderlijk voertuig moet voldoen aan hoofdstuk 5 afdeling 3 voor bedrijfswagens respectievelijk afdeling 12 voor getrokken voertuigen.
- 3.
Het trekkende motorvoertuig dient zodanig te zijn belast, dat tenminste 1/5 deel van de totale massa van de LZV onder de aangedreven as(sen) rust met als maximum, de maximale toegestane aslast(en), zoals vermeld op het kentekenbewijs.
- 4.
Een samenstel van twee aanhangwagens die is gekoppeld op een manier waardoor horizontale verdraaiing ten opzichte van elkaar onmogelijk is, vormt voor het gebruik één aanhangwagen zoals bedoeld in artikel 5.18.1 , zesde lid van de Regeling voertuigen.
- 5.
indien een LZV is uitgerust met een elektronische stabiliteitsfunctie als bedoeld in artikel 12 van de verordening 661/2009 moet bij inwerkingtreding van dit systeem automatisch het remsysteem van de aangekoppelde aanhangwagen(s) activeren.
Het trekkend motorrijtuig van een LZV moet zijn voorzien van;
- 1.
zijdelingse afscherming als bedoeld in artikel 5.3.48, vijfde lid, van de Regeling voertuigen en bestaat uit een doorlopend vlak oppervlak;
- 2.
opvallende markering als bedoeld in en geïnstalleerd volgens richtlijn 76/756/EEG en waarvan het toegepaste materiaal voldoet aan ECE-Reglement nr. 104 klasse C 1).
Het getrokken voertuig van een LZV moet zijn voorzien van:
- 1.
zijdelingse afscherming als bedoeld in artikel 5.12.48, vijfde lid, van de Regeling voertuigen en bestaat uit een doorlopend vlak oppervlak;
- 2.
opvallende markering als bedoeld in en geïnstalleerd volgens richtlijn 76/756/EEG en waarvan het toegepaste materiaal voldoet aan ECE-Reglement nr. 104 klasse C 2).
Een LZV moet naar beide zijden een volledige cirkel kunnen beschrijven binnen een ruimte die wordt begrensd door twee concentrische cirkels, waarvan de buitenste een straal van 14,50 m en de binnenste een straal van 6,50 m heeft, zonder dat één van de buitenpunten van de voertuigen buiten de omtrek van de cirkels komt.
De lengte van de laadruimte, zijnde de afstand tussen het voorste punt aan de buitenzijde van de laadruimte achter de stuurcabine en het achterste punt aan de buitenzijde van de achterste aanhangwagen, verminderd met de afstanden tussen de achterzijde van de laadruimte van de voertuigen en de voorzijden van de laadruimte van de daaropvolgende voertuigen, dient ten minste 18,00 m en ten hoogste 21,82 m te bedragen.
- 1.
Het achterste voertuig van een LZV moet zijn voorzien van een deugdelijk bevestigde horizontaal geplaatste markering met een afmeting van 1130 mm x 200 mm (+/-5 mm). Aanhangwagens waarvan de bouw, de inrichting of het gebruik zich verzet tegen het aanbrengen van de markering van 1130 mm x 200 mm mogen zijn voorzien van 2 borden van afmeting 565 mm x 200 mm (+/-5 mm)
- 2.
De markering bedoeld in het eerste lid moet uitgevoerd met een geel retroreflecterend vlak van minimaal klasse 2 als bedoeld in VN ECE-reglement nr. 104 met een rode fluorescerende rand van 40 mm(+/- 1 mm)
- 3.
Op de markering bedoeld het eerste lid moet in zwarte letters de volgende tekst zijn vermeld:
‘ LET OP! EXTRA LANG’.
- 4.
Wanneer de markering is verdeeld over twee borden, moet de tekst ‘ LET OP!’ op de linker helft respectievelijk de tekst ’ EXTRA LANG ’ op de rechterhelft van de op het voertuig bevestigde bord zijn aangebracht.
- 5.
De in het derde lid bedoelde tekst moet goed leesbaar te zijn en de uitgevoerd zijn volgens onderstaand model, waarbij:
- a.
het lettertype Helvetica neue - black condensed is;
- b.
de hoogte van de letters 80 mm is;
- c.
de tekstbreedte bij gebruik van het bord 1130 mm x 200 mm: 925 mm, of
- d.
indien de tekst op twee borden staat, een tekstbreedte op het linkerbord 320 mm en op het rechterbord 450 mm.
- a.
De optredende statische aslasten van een LZV moeten met uitzondering van de vooras van het trekkend motorrijtuig met een afleesnauwkeurigheid van 100 kg kunnen worden weergegeven. Daarbij dient gebruik te worden gemaakt van de optredende druk in de veerbalgen van elke as.
In een LZV mag de gezamenlijke som van de aslasten van twee achter elkaar gekoppelde middenasaanhangwagens niet meer bedragen dan 1,5 maal de som van de aslasten van het trekkend motorrijtuig.
In een LZV mag de som van de aslasten van een middenasaanhangwagen voortbewogen door een andere aanhangwagen niet meer bedragen dan de som van de aslasten van de trekkende aanhangwagen.
De totale massa van een LZV mag niet meer bedragen dan bedoeld in artikel 5.18.17b, tweede lid, onderdeel c, van de Regeling voertuigen, tenzij het trekkende motorvoertuig is voorzien van een hulpwegrij-inrichting als bedoeld in bijlage I, punt 2.14, van richtlijn nr. 97/27/EG