Ministeriële regeling · BWBR0032802
Mandaatregeling gerechtsauditeurs en senior-gerechtsauditeurs in tijdelijke dienst
Gelet op artikel 10:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage18 januari 2013De Minister van Veiligheid en Justitie,I.W.OpsteltenDe Raad voor de rechtspraak is bevoegd om namens de Minister van Veiligheid en Justitie de volgende hem toekomende bevoegdheden uit te oefenen:
- a.
de benoeming in tijdelijke dienst in het ambt van senior-gerechtsauditeur en gerechtsauditeur bij een rechtbank of gerechtshof, de Centrale Raad van Beroep of College van Beroep voor bedrijfsleven op grond van artikel 2, zesde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, artikel 4, tweede lid, Beroepswet onderscheidenlijk artikel 5, tweede lid, Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie;
- b.
het stellen van voorwaarden aan de benoeming, bedoeld onder a, op grond van artikel 2c, tweede tot en met vijfde lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatregeling gerechtsauditeurs en senior-gerechtsauditeurs in tijdelijke dienst.