U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-04-2020.

Ministeriële regeling · BWBR0036758

Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 28 juni 2015, nr. WJZ / 15083650, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen op het terrein van Economische Zaken (Regeling Europese EZ-subsidies)Regeling Europese EZK- en LNV-subsidiesDe Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op:

  • verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PbEU 2013, L347);

  • verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PbEU 2013, L354);

  • verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014,L 149);

  • verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L347);

  • verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PbEU 2013, L347);

  • verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden (PbEU 2014, L181);

  • verordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden (PbEU 2014, L227);

  • verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling ‘Investeren in groei en werkgelegenheid’, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006 (PbEU 2013, L347);

  • verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling ‘Europese territoriale samenwerking (PbEU 2013, L347);

  • artikel 4:89, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

  • artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

  • de artikelen 15, 19 en 27 van de Landbouwwet;

  • artikel 6 van de Uitvoeringswet EFRO;

  • Besluit:

    Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

    's-Gravenhage28 juni 2015De Staatssecretaris van Economische Zaken,S.A.M.Dijksma

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    Onverminderd artikel 65, elfde lid, van verordening 1303/2013, wordt, indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat volgens de toepasselijke Europese verordeningen toegestaan is.

    De kosten, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdelen b tot en met d, kunnen worden berekend door de loonkosten, berekend overeenkomstig artikel 1.4, eerste lid, onderdeel a, onder 5°, te vermenigvuldigen met 40%.

    Onverminderd artikel 69, derde lid, van verordening 1303/2013, komen in geval van artikel 1.3, onderdeel d, de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

    Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6 van de Kaderwet EZ-subsidies of in geval van terugvordering op grond van verordening 1303/2013, verordening 1301/2013, verordening 1305/2013, verordening 508/2014 of verordening 809/2014, worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de wettelijke rente, bedoeld in artikel 6:120, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, die wordt berekend over de periode vanaf de datum van het verstrijken van de termijn waarbinnen betaling door de subsidieontvanger moet plaatsvinden en de datum van terugbetaling door de subsidieontvanger.

    In geval een project of investering netto-inkomsten als bedoeld in artikel 61 van verordening 1303/2013 genereert, brengt de bevoegde autoriteit de netto-inkomsten bij de beschikking tot subsidieverlening in mindering op de subsidiabele kosten overeenkomstig de methode, bedoeld in artikel 61, derde lid, onderdeel b, van verordening 1303/2013, tenzij de bevoegde autoriteit voor de desbetreffende sector of subsector heeft gekozen voor een vast netto-inkomstenpercentage als bedoeld in artikel 61, derde lid, onderdeel a, van verordening 1303/2013.

    De bevoegde autoriteit stelt beleidsregels vast voor de toepassing van financiële correcties, als bedoeld in artikel 143, tweede lid, van verordening 1303/2013.

    Als procedure, bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 wordt vastgesteld de procedure van bijlage 1 bij deze regeling.

    Dit hoofdstuk is van toepassing op hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4, titel 4.2 tot en met 4.6.

    De minister kan op aanvraag voor activiteiten op de gebieden, genoemd in artikel 2 van de Kaderwet EZ-subsidies, en voor activiteiten als bedoeld in verordening 508/2014 subsidie verstrekken.

    De minister verdeelt het subsidieplafond:

    Indien per categorie van aanvragers of activiteiten een subsidieplafond is vastgesteld, vindt de verdeling, bedoeld in artikel 2.4, plaats per categorie.

    Onverminderd artikel 1.5, komen in geval van een samenwerkingsverband, kosten die een deelnemer van het samenwerkingsverband in rekening brengt bij een andere deelnemer aan het samenwerkingsverband niet voor subsidie in aanmerking.

    Indien de subsidie wordt verleend aan deelnemers in een samenwerkingsverband, verzendt de minister de beschikkingen tot subsidieverlening aan de penvoerder.

    Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, dient de penvoerder hun aanvraag tot subsidievaststelling in.

    In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    Onverminderd artikel 1.5, komen de kosten van de activiteiten bedoeld in artikel 11 van verordening 508/2014 niet voor subsidie in aanmerking.

    Onverminderd artikel 2.11, beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening indien:

    Onverminderd artikel 2.9 bevat een aanvraag tot subsidieverlening in ieder geval:

    Voor zover de subsidieontvanger voor de kosten waarvoor hij een voorschot als bedoeld in artikel 2.14 aanvraagt, een opdracht als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, heeft verleend, bevat de aanvraag tot voorschotverlening als bedoeld in artikel 2.14, kopieën van de opgevraagde offertes als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, en de relevante redenen voor een op basis van deze offertes genomen gunningsbeslissing.

    Onverminderd artikel 2.20, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling:

    In deze titel wordt verstaan onder:

    Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4 bevat een aanvraag tot subsidieverlening:

    De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

    Onverminderd de artikelen 1.5 en 3.1.2, komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

    De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening voor zover:

    Deze titel vervalt met ingang van 1 juli 2020.

    In deze titel wordt verstaan onder:

    De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de uitvoering van een aanlandplichtinnovatieproject aan:

    Een aanlandplichtinnovatieproject wordt uitgevoerd met actieve betrokkenheid van een wetenschappelijke of technische organisatie, die de resultaten van het project en het wetenschappelijk of technisch rapport, bedoeld in artikel 3.3.11, derde lid, valideert.

    Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4, bevat een aanvraag tot subsidieverlening in ieder geval:

    De minister verdeelt de subsidieplafonds voor aanlandplichtinnovatieprojecten selectiviteit of aanlandplichtinnovatieprojecten overlevingskans op volgorde van rangschikking van de aanvragen als bedoeld in artikel 2.4, onderdeel b.

    Onverminderd de artikelen 1.5 en 3.1.2, komen operationele kosten als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van verordening 508/2014 niet in aanmerking voor subsidie.

    De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening voor zover de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 1.3, minder dan € 500 000 bedragen.

    Op de resultaten van een aanlandplichtinnovatieproject worden geen intellectuele eigendomsrechten gevestigd.

    Voor de toepassing van de artikelen 2.9, derde lid, onderdeel b, 2.14, vijfde lid, 2.20, vierde lid, onderdeel c, en 3.1.9 wordt voor deze titel onder netto-inkomsten mede verstaan netto-inkomsten als bedoeld in artikel 39, zesde en zevende lid, van verordening 508/2014.

    Onverminderd de artikelen 2.20 en 3.1.5, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval:

    Deze titel vervalt met ingang van 1 september 2020, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze titel wordt verstaan onder een rendementsverbeteringsproject, een project dat:

    De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de uitvoering van een rendementsverbeteringsproject aan:

    Een rendementsverbeteringsproject wordt uitgevoerd met actieve betrokkenheid van een wetenschappelijke of technische organisatie.

    De resultaten van het project worden door een wetenschappelijke organisatie gevalideerd.

    Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4, bevat een aanvraag tot subsidieverlening in ieder geval:

    De minister verdeelt het subsidieplafond voor rendementsverbeteringsprojecten op volgorde van rangschikking van de aanvragen als bedoeld in artikel 2.4, onderdeel b.

    De minister rangschikt een aanvraag voor een rendementsverbeteringsproject, waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate deze:

    Onverminderd de artikelen 1.5 en 3.1.2, komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

    Artikel 3.1.7, eerste lid is van toepassing op eigenaars van vissersvaartuigen die subsidie ontvangen op grond van deze titel.

    De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening voor zover de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 1.3, minder dan € 300.000 bedragen.

    Onverminderd de artikelen 2.20 en 3.1.5, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval:

    Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2021, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze titel wordt verstaan onder:

    De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de uitvoering van een aquacultuurinnovatieproject aan:

    Een aquacultuurinnovatieproject wordt uitgevoerd met actieve betrokkenheid van een wetenschappelijke of technische organisatie.

    De resultaten van het project worden door een wetenschappelijke organisatie gevalideerd.

    Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4, bevat een aanvraag tot subsidieverlening in ieder geval:

    De minister verdeelt het subsidieplafond voor aquacultuurinnovatieprojecten op volgorde van rangschikking van de aanvragen als bedoeld in artikel 2.4, onderdeel b.

    De minister rangschikt een aanvraag voor een aquacultuurinnovatieproject, waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate deze:

    Onverminderd de artikelen 1.5 en 3.1.2, komen kosten voor vervanging of modernisering van hoofd- of hulpmotoren niet in aanmerking voor subsidie.

    De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening, voor zover:

    Onverminderd de artikelen 2.20 en 3.1.5, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval:

    Deze titel vervalt met ingang van 1 april 2021, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze titel wordt verstaan onder:

    De minister verdeelt het subsidieplafond voor afzetbevorderingsprojecten op volgorde van rangschikking van de aanvragen als bedoeld in artikel 2.4, onderdeel b.

    De minister rangschikt een aanvraag voor een afzetbevorderingsproject, waarop niet afwijzend is beslist, hoger, naarmate deze:

    Onverminderd de artikelen 2.11 en 3.1.3, beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening voor zover de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 1.3, minder dan € 400.000 bedragen.

    Deze titel vervalt met ingang van 1 oktober 2021, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze titel wordt verstaan onder:

    De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producentenorganisatie voor de voorbereiding van een productie- en afzetprogramma als bedoeld in artikel 66 van verordening 508/2014.

    Een producentenorganisatie kan voor de voorbereiding van een productie- en afzetprogramma als bedoeld in artikel 3.7.2 slechts één aanvraag tot subsidieverlening indienen.

    De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

    Onverminderd artikel 2.11, beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening als bedoeld in de artikelen 2.9 en 3.1.4, indien:

    Het productie- en afzetprogramma voldoet voor de indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in de artikelen 2.20 en 3.1.5, aan de eisen, genoemd in artikel 28, eerste en tweede lid, van verordening 1379/2013 en artikel 1 van verordening 1418/2013.

    Deze titel vervalt met ingang van 29 augustus 2021, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze titel wordt verstaan onder:

    De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de uitvoering van een innovatieproject duurzame visserij aan:

    Een innovatieproject duurzame visserij wordt uitgevoerd met actieve betrokkenheid van een wetenschappelijke of technische organisatie.

    De resultaten van het project en het wetenschappelijk of technisch rapport, bedoeld in artikel 3.8.12, derde lid, worden door een wetenschappelijke organisatie gevalideerd.

    Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4, bevat een aanvraag tot subsidieverlening in ieder geval:

    De minister verdeelt het subsidieplafond voor innovatieprojecten duurzame visserij op volgorde van rangschikking van de aanvragen als bedoeld in artikel 2.4, onderdeel b.

    De minister rangschikt een aanvraag voor een innovatieproject duurzame visserij, waarop niet afwijzend is beslist, hoger naarmate deze:

    Onverminderd de artikelen 1.5, 2.10 en 3.1.2, komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

    Op de resultaten van een innovatieproject duurzame visserij worden geen intellectuele eigendomsrechten gevestigd.

    Voor de toepassing van de artikelen 2.9, derde lid, onderdeel b, 2.14, vijfde lid, 2.20, vierde lid, onderdeel c, en 3.1.9 wordt voor deze titel onder netto-inkomsten mede verstaan netto-inkomsten als bedoeld in artikel 39, zesde en zevende lid, van verordening 508/2014.

    Onverminderd de artikelen 2.20 en 3.1.5, bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval:

    Deze titel vervalt met ingang van 1 maart 2022, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze titel wordt verstaan onder:

    De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de uitvoering van een samenwerkingsproject wetenschap en visserij aan:

    Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4 bevat een aanvraag tot subsidieverlening:

    De minister verdeelt het subsidieplafond voor samenwerkingsprojecten wetenschap en visserij op volgorde van rangschikking van de aanvragen als bedoeld in artikel 2.4, onderdeel b.

    De minister rangschikt een aanvraag voor een samenwerkingsproject wetenschap en visserij, waarop niet afwijzend is beslist, hoger, naarmate deze:

    Onverminderd de artikelen 1.5, 2.10 en 3.1.2 komen operationele kosten als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van verordening 508/2014 niet in aanmerking voor subsidie.

    De subsidieontvanger of het samenwerkingsverband draagt er zorg voor dat de resultaten van kennisvragen en onderzoeken waarvoor op grond van deze titel subsidie is verstrekt, vanaf het moment dat de desbetreffende kennisvragen en onderzoeken zijn afgerond en tot drie jaar na het tijdstip waarop de aanvraag tot subsidievaststelling is ingediend, beschikbaar worden gesteld op een website die voor een ieder gratis toegankelijk is.

    De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening voor een samenwerkingsproject wetenschap en visserij voor zover de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, minder dan € 150.000 bedragen.

    Indien de subsidieaanvrager een visserijorganisatie of een algemeen nut beogende instelling is en deze bij de aanvraag aangeeft het subsidiepercentage, bedoeld in artikel 3.9.7, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, te willen ontvangen, adviseert de adviescommissie EFMZV, in aanvulling op artikel 3.1.8, de minister over de innovatieve kenmerken van het door die subsidieaanvrager ingediende samenwerkingsproject wetenschap en visserij.

    Deze titel vervalt met ingang van 1 april 2022, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    Per visserijonderneming kan slechts één aanvraag worden ingediend.

    De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

    In afwijking van artikel 1.3, bedraagt de subsidie voor visserijondernemingen die mkb zijn respectievelijk visserijondernemingen die geen mkb zijn:

    Onverminderd de artikelen 2.11 en 3.1.3 beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening indien:

    Deze titel vervalt met ingang van 1 april 2023, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze titel wordt verstaan onder:

    Indien het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het percentage, bedoeld in artikel 4.1.4, eerste lid, evenredig verlaagd.

    Vervallen

    De minister beslist op een aanvraag om subsidieverlening uiterlijk 15 mei van het jaar volgend op het jaar van de aanvraag.

    De aanvrager verstrekt de volgende gegevens aan de minister:

    De minister geeft in voorkomende gevallen uitvoering aan artikel 54, eerste en derde lid, en artikel 56 van verordening 1306/2013.

    De minister verricht de controles, bedoeld in artikel 59 van verordening 1306/2013.

    Deze titel vervalt met ingang van 21 januari 2025.

    In deze titel wordt verstaan onder ‘betaalorgaan’, ‘landbouwer’ en ‘verordening 1306/2013’ hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 4.1.1 en wordt verder verstaan onder:

    Een aanvragende organisatie meldt wijzigingen in de gegevens, bedoeld in artikel 4.2.3, tweede lid, binnen 30 dagen aan de minister.

    De subsidie voor activiteiten bedoeld in artikel 4.2.9, eerste lid, bedraagt ten hoogste € 3.000 per landbouwer per jaar.

    De aanvrager moet voldoen aan de kwaliteitsregeling als bedoeld in artikel 4.2.6.

    De aanvraag tot betaling vindt jaarlijks plaats en bevat in ieder geval:

    De artikelen 4.1.16 tot en met 4.1.18 zijn van overeenkomstige toepassing.

    Deze titel vervalt met ingang van 1 maart 2022, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze titel wordt verstaan onder:

    Onverminderd artikel 1.2, wordt geen subsidie verstrekt voor zover de vleeskalverenhouder van overheidswege een andere bijdrage ontvangt voor de aanschaf- en installatiekosten, bedoeld in artikel 4.3.2, eerste lid.

    De minister verdeelt per openstelling het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen als bedoeld in de artikelen 2.4, onderdeel b, en 2.6.

    Onverminderd artikel 1.5 en in afwijking van artikel 1.3, komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

    Onverminderd artikel 2.20 bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval:

    De artikelen 4.1.16 tot en met 4.1.18 zijn van overeenkomstige toepassing.

    Deze titel vervalt met ingang van 1 oktober 2022, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze titel wordt verstaan onder:

    Onverminderd artikel 1.2, wordt geen subsidie verstrekt voor zover de vleeskalverenhouder van overheidswege een andere bijdrage ontvangt voor de aanschaf- en installatiekosten, bedoeld in artikel 4.4.2, eerste lid.

    Onverminderd artikel 1.5 en in afwijking van artikel 1.3 komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

    Onverminderd artikel 2.20 bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval een gespecificeerde factuur en een afschrift van het betalingsbewijs van de ammoniak reducerende eenheid.

    De artikelen 4.1.16 tot en met 4.1.18 zijn van overeenkomstige toepassing.

    Deze titel vervalt met ingang van 1 oktober 2023, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    In deze titel wordt verstaan onder:

    De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, doch ten hoogste € 1.000.000.

    De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

    De investering is afgerond op 31 december 2022.

    Onverminderd artikel 2.11 beslist de minister afwijzend op een aanvraag voor subsidieverlening indien:

    Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2021, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    Dit hoofdstuk vervalt met ingang van 1 januari 2024.

    Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de managementautoriteit beschikbaar wordt gesteld.

    Behoudens de bijdrage aan een financieringsinstrument, bedoeld in artikel 5.2.2, tweede lid, verdeelt de managementautoriteit een beschikbaar subsidiebedrag

    Een wijziging van een project waarvoor subsidie wordt verstrekt, betreffende

    behoeft de goedkeuring van de managementautoriteit.

    De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk melding aan de managementautoriteit zodra aannemelijk is dat

    Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de managementautoriteit beschikbaar wordt gesteld.

    De managementautoriteit geeft binnen 26 weken een beschikking op een aanvraag tot subsidievaststelling.

    De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan degene die een project tot stand brengt dat past in een programma en dat bijdraagt aan de realisatie van het Rijksbeleid op het gebied van innovatie of koolstofarme economie.

    De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie indien het project onvoldoende bijdraagt aan de realisatie van het in artikel 5.3.1 bedoelde Rijksbeleid of de subsidieaanvrager niet in aanmerking komt voor subsidie op grond van paragraaf 5.2.

    In afwijking van hoofdstuk 2, zijn de artikelen 5.2.3 tot en met 5.2.15 van overeenkomstige toepassing.

    Voor het programma, bedoeld in artikel 5.4.1, tweede lid, is paragraaf 5.2, met uitzondering van de artikelen 5.2.2, 5.2.6, onderdeel b, en 5.2.8, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor ‘de managementautoriteit’ telkens wordt gelezen: ‘de Minister’.

    De subsidie, bedoeld in artikel 5.4.1, tweede lid, bedraagt ten hoogste 15 procent van de subsidiabele kosten van het project.

    Wijzigt de Regeling openstelling EZ-subsidies 2015.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2015, met uitzondering van artikel 6.3, eerste lid, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2016.

    Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies.

    Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

    De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

    De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

    Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

    Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

    Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

    Bestaande voorschriften kwaliteitssysteem kalfsvleessector

    Voorwaarden voor een welzijnsvriendelijke stalvloer

    a. Algemeen

    Een welzijnsvriendelijke stalvloer bestaat uit een roostervloer met een indrukbare toplaag die meer ligcomfort biedt dan de gangbare vloeren voor vleeskalveren.

    Hierbij bedekt de indrukbare toplaag de (harde) roosterbalken volledig. Voor de stevigheid wordt de toplaag fabrieksmatig verankerd aan de ondervloer of, via knelling of anderszins doelmatig gefixeerd aan de ondervloer, zodanig dat deze niet kan verschuiven of bij gebruik door de kalveren van de ondervloer los kan raken. Bij gebruik van harde bevestigings- materialen zijn deze ten minste 5 mm onder het loopoppervlak verzonken zodat de dieren zich hier niet aan kunnen verwonden. Voor een goede reiniging zijn de mest- en urine afvoerende spleten van de steunvloer en indrukbare toplaag volledig op elkaar afgestemd.

    De fabrikant geeft op deze vloer ten minste 5 jaar garantie op slijtage, productiefouten en beschadiging bij normaal gebruik.

    b. Eisen aan de welzijnsvriendelijke vloer:

    Vervallen