U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2023.

Ministeriële regeling · BWBR0036758

Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 28 juni 2015, nr. WJZ / 15083650, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen op het terrein van Economische Zaken (Regeling Europese EZ-subsidies)Regeling Europese EZK- en LNV-subsidiesDe Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op:

  • verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PbEU 2013, L347);

  • verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PbEU 2013, L354);

  • verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014,L 149);

  • verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L347);

  • verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PbEU 2013, L347);

  • verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden (PbEU 2014, L181);

  • verordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden (PbEU 2014, L227);

  • verordening (EU) nr. 1301/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling ‘Investeren in groei en werkgelegenheid’, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1080/2006 (PbEU 2013, L347);

  • verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling ‘Europese territoriale samenwerking (PbEU 2013, L347);

  • artikel 4:89, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

  • artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

  • de artikelen 15, 19 en 27 van de Landbouwwet;

  • artikel 6 van de Uitvoeringswet EFRO;

  • Besluit:

    Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

    's-Gravenhage28 juni 2015De Staatssecretaris van Economische Zaken,S.A.M.Dijksma

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    Onverminderd artikel 65, elfde lid, van verordening 1303/2013, wordt, indien reeds door een bestuursorgaan of de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan, slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat volgens de toepasselijke Europese verordeningen toegestaan is.

    De kosten, bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdelen b tot en met d, kunnen worden berekend door de loonkosten, berekend overeenkomstig artikel 1.4, eerste lid, onderdeel a, onder 5°, te vermenigvuldigen met 40%.

    Onverminderd artikel 69, derde lid, van verordening 1303/2013, komen in geval van artikel 1.3, onderdeel d, de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

    Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6 van de Kaderwet EZ-subsidies of in geval van terugvordering op grond van verordening 1303/2013, verordening 1301/2013, verordening 1305/2013, verordening 508/2014 of verordening 809/2014, worden terug te vorderen bedragen vermeerderd met de wettelijke rente, bedoeld in artikel 6:120, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, die wordt berekend over de periode vanaf de datum van het verstrijken van de termijn waarbinnen betaling door de subsidieontvanger moet plaatsvinden en de datum van terugbetaling door de subsidieontvanger.

    In geval een project of investering netto-inkomsten als bedoeld in artikel 61 van verordening 1303/2013 genereert, brengt de bevoegde autoriteit de netto-inkomsten bij de beschikking tot subsidieverlening in mindering op de subsidiabele kosten overeenkomstig de methode, bedoeld in artikel 61, derde lid, onderdeel b, van verordening 1303/2013, tenzij de bevoegde autoriteit voor de desbetreffende sector of subsector heeft gekozen voor een vast netto-inkomstenpercentage als bedoeld in artikel 61, derde lid, onderdeel a, van verordening 1303/2013.

    De bevoegde autoriteit stelt beleidsregels vast voor de toepassing van financiële correcties, als bedoeld in artikel 143, tweede lid, van verordening 1303/2013.

    Als procedure, bedoeld in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 wordt vastgesteld de procedure van bijlage 1 bij deze regeling.

    Dit hoofdstuk is van toepassing op hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4, met uitzondering van titel 4.1.

    De minister kan op aanvraag voor activiteiten op de gebieden, genoemd in artikel 2 van de Kaderwet EZ-subsidies, en voor activiteiten als bedoeld in verordening 508/2014 subsidie verstrekken.

    De minister verdeelt het subsidieplafond:

    Indien per categorie van aanvragers of activiteiten een subsidieplafond is vastgesteld, vindt de verdeling, bedoeld in artikel 2.4, plaats per categorie.

    Onverminderd artikel 1.5, komen in geval van een samenwerkingsverband, kosten die een deelnemer van het samenwerkingsverband in rekening brengt bij een andere deelnemer aan het samenwerkingsverband niet voor subsidie in aanmerking.

    Indien de subsidie wordt verleend aan deelnemers in een samenwerkingsverband, verzendt de minister de beschikkingen tot subsidieverlening aan de penvoerder.

    Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, dient de penvoerder hun aanvraag tot subsidievaststelling in.

    In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    Onverminderd artikel 1.5, komen de kosten van de activiteiten bedoeld in artikel 11 van verordening 508/2014 niet voor subsidie in aanmerking.

    Onverminderd artikel 2.11, beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening indien:

    Onverminderd artikel 2.9 bevat een aanvraag tot subsidieverlening in ieder geval:

    Voor zover de subsidieontvanger voor de kosten waarvoor hij een voorschot als bedoeld in artikel 2.14 aanvraagt, een opdracht als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, heeft verleend, bevat de aanvraag tot voorschotverlening als bedoeld in artikel 2.14, kopieën van de opgevraagde offertes als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, en de relevante redenen voor een op basis van deze offertes genomen gunningsbeslissing.

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Per visserijonderneming kan slechts één aanvraag worden ingediend.

    De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

    In afwijking van artikel 1.3, bedraagt de subsidie voor visserijondernemingen die mkb zijn respectievelijk visserijondernemingen die geen mkb zijn:

    Onverminderd de artikelen 2.11 en 3.1.3 beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening indien:

    Deze titel vervalt met ingang van 1 april 2023, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    Vervallen

    In deze titel wordt verstaan onder:

    Onverminderd artikel 1.2, wordt geen subsidie verstrekt voor zover de vleeskalverenhouder van overheidswege een andere bijdrage ontvangt voor de aanschaf- en installatiekosten, bedoeld in artikel 4.4.2, eerste lid.

    Onverminderd artikel 1.5 en in afwijking van artikel 1.3 komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

    Onverminderd artikel 2.20 bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval een gespecificeerde factuur en een afschrift van het betalingsbewijs van de ammoniak reducerende eenheid.

    De artikelen 4.1.16 tot en met 4.1.18 zijn van overeenkomstige toepassing.

    Deze titel vervalt met ingang van 1 oktober 2023, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze titel wordt verstaan onder:

    De hoogte van de subsidie bedraagt de optelsom van de per product of activiteit, bedoeld in artikel 4.5.2, derde lid, onderdeel a, overeenkomstig bijlage 4, onderdeel A, kolom 3, bepaalde respectievelijk berekende bedragen, vermeerderd met additionele kosten als bedoeld in bijlage 4, onderdeel A, kolom 4.

    De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

    Het project is uiterlijk afgerond op 31 december 2024.

    Onverminderd artikel 2.11 beslist de minister afwijzend op een aanvraag voor subsidieverlening indien:

    Deze titel en bijlage 4 vervallen met ingang van 31 december 2024, met dien verstande dat deze van toepassing blijven op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze titel wordt verstaan onder:

    Onverminderd artikel 1.5 en in afwijking van artikel 1.3 komen de volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

    De betaling, levering en installatie van de investering vinden plaats binnen anderhalf jaar na de datum van subsidieverlening en voor het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in artikel 4.7.10, tweede lid.

    Onverminderd artikel 2.11 beslist de minister afwijzend op een aanvraag voor subsidieverlening indien:

    Deze titel en bijlage 5 vervallen met ingang van 31 december 2025, met dien verstande dat deze van toepassing blijven op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze titel wordt verstaan onder:

    Onverminderd artikel 2.11 beslist de minister afwijzend op een aanvraag voor subsidieverlening indien:

    Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2024, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze titel wordt verstaan onder:

    De subsidie wordt verleend aan een samenwerkingsverband dat bestaat uit tenminste één melkveehouder, slachter en afzetkanaal, waar nodig aangevuld met andere partijen uit de kalverketen.

    De subsidie bedraagt ten minste € 75.000 en ten hoogste € 1.000.000 per proefproject.

    Onverminderd artikel 2.11 beslist de Minister afwijzend op een aanvraag voor subsidieverlening indien:

    Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2025, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

    De netto inkomsten die tijdens de uitvoering van de activiteit gegenereerd worden, als bedoeld in artikel 65, achtste lid, van verordening 1303/2013, worden overeenkomstig genoemd artikel in mindering gebracht op de subsidiabele kosten.

    De minister verricht de controles, bedoeld in artikel 59 van verordening 1306/2013.

    Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2025, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In deze titel wordt verstaan onder:

    Voor subsidie komen uitsluitend in aanmerking de kosten als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, onderdeel d, voor zover deze betrekking hebben op de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 4.11.2, tweede, derde of vierde lid.

    De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

    Onverminderd artikel 2.11 beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening:

    Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2025, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

    In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    Dit hoofdstuk vervalt met ingang van 1 januari 2024.

    Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de managementautoriteit beschikbaar wordt gesteld.

    Behoudens de bijdrage aan een financieringsinstrument, bedoeld in artikel 5.2.2, tweede lid, verdeelt de managementautoriteit een beschikbaar subsidiebedrag

    Een wijziging van een project waarvoor subsidie wordt verstrekt, betreffende

    behoeft de goedkeuring van de managementautoriteit.

    De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk melding aan de managementautoriteit zodra aannemelijk is dat

    Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de managementautoriteit beschikbaar wordt gesteld.

    De managementautoriteit geeft binnen 26 weken een beschikking op een aanvraag tot subsidievaststelling.

    De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie, indien:

    In afwijking van hoofdstuk 2, zijn de artikelen 5.2.3 tot en met 5.2.15 van overeenkomstige toepassing.

    Voor het programma, bedoeld in artikel 5.4.1, tweede lid, is paragraaf 5.2, met uitzondering van de artikelen 5.2.2, 5.2.6, onderdeel b, en 5.2.8, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor ‘de managementautoriteit’ telkens wordt gelezen: ‘de Minister’.

    De subsidie, bedoeld in artikel 5.4.1, tweede lid, bedraagt ten hoogste 15 procent van de subsidiabele kosten van het project.

    Wijzigt de Regeling openstelling EZ-subsidies 2015.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2015, met uitzondering van artikel 6.3, eerste lid, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2016.

    Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies.

    Verordening 1303/2013 maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. In deze bijlage worden de in artikel 140, vijfde lid, van verordening 1303/2013 bedoelde procedures vastgesteld voor documenten die in het kader van de uitvoering van deze regeling en verantwoording op grond van verordening 1303/2013 kan worden gebruikt.

    De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

    De in 1 onder a, b en c bedoelde bewijsstukken zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

    Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

    Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

    Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt:

    Vervallen

    Vervallen

    A

    B

    ¹ https://www.dlvadvies.nl/innovaties/precisiebemesting?dossier_id=26

    Vervallen