Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 8 september 2016, directie Wetgeving en Juridische zaken, nr. 798946, gedaan mede namens Onze Minister van Defensie;
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 5 oktober 2016, nr. W03.16.0273/II/K);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 27 oktober 2016, directie Wetgeving en Juridische zaken, nr. 2007628, uitgebracht mede namens Onze Minister van Defensie;
De bepalingen van het Statuut van het Koninkrijk in acht genomen zijnde;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten zal worden geplaatst.
Wassenaar15 november 2016Willem-AlexanderDe Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van derSteurDe Minister van Defensie, J.A.Hennis-Plasschaertde zevende december 2016De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van derSteurWijzigt het Rijksbesluit uitvoeringsbepalingen militair straf- en tuchtrecht.
De Gratieregeling 1976 wordt ingetrokken.
In strafzaken waarin voor het in werking treden van artikel II, onderdeel O, eerste lid, van de Rijkswet van 13 december 2012 tot aanpassing van de Wet militaire strafrechtspraak, het Wetboek van Militair Strafrecht en de Wet Militair tuchtrecht in verband met gewijzigde regelgeving en herstel van technische onvolkomenheden (Stb. 2013, 25), voorwaarden ter voorkoming van strafvervolging zijn gesteld overeenkomstig artikel 59 van het Wetboek van Militair Strafrecht, blijven de artikelen van het Rijksbesluit uitvoeringsbepalingen militair straf- en tuchtrecht gelden zoals zij golden voor de inwerkingtreding van dit besluit.
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.