Ministeriële regeling · BWBR0039544

Gemeenschappelijke regeling Nieuw Land Erfgoedcentrum

Wijzigingen Officiële bron
Gemeenschappelijke regeling Nieuw Land ErfgoedcentrumGemeenschappelijke regeling Nieuw Land ErfgoedcentrumDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,Gedeputeerde staten van de provincie Flevoland,De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Dronten, Lelystad, Urk en Zeewolde,Het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap Zuiderzeeland,Het bestuur van de stichting Nieuw Land,Het bestuur van de stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders,

Gelet op hoofdstuk VI en VIII van de Wet gemeenschappelijke regelingen,

Overwegende dat:

  • zij op 1 februari 2004 de gemeenschappelijke regeling tot de instelling van een openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid dat de collecties en archiefbescheiden die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Flevoland, de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten Lelystad, Dronten, Urk en Zeewolde, het waterschap Zuiderzeeland, het Nieuw Land Poldermuseum en het Sociaal Historisch Centrum voor Flevoland beheert alsmede taken van het archeologisch depot van de provincie Flevoland uitoefent, hebben getroffen;

  • per 1 januari 2015 de Wet gemeenschappelijke regelingen is gewijzigd;

  • dit ertoe leidt dat de Regeling Erfgoedcentrum Nieuw Land in technische zin dient te worden aangepast aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • Besluiten:

    Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Land Erfgoedcentrum

    De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland, de commissaris, de secretaris, Het algemeen bestuur van het waterschap Zuiderzeeland, de voorzitter, de secretaris, Het dagelijks bestuur van het waterschap Zuiderzeeland, de dijkgraaf, de secretaris, Burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten, de burgemeester, de secretaris, Burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad, de burgemeester, de secretaris, Burgemeester en wethouders van de gemeente Urk, de burgemeester, de secretaris, Burgemeester en wethouders van de gemeente Zeewolde, de burgemeester, de secretaris, Het bestuur van de stichting Nieuw Land, de voorzitter, de secretaris,Het bestuur van de stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders, de voorzitterde secretaris

    In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

    Aan Nieuw Land Erfgoedcentrum zijn de volgende werkzaamheden, taken en bevoegdheden van de deelnemers overgedragen:

    Het algemeen bestuur stelt de regels omtrent de kosten, bedoeld in artikel 19 Archiefwet 1995, vast bij unanimiteit en volgt daarbij zoveel mogelijk de regels die de Minister op grond van artikel 19 Archiefwet 1995 heeft vastgesteld voor het Nationaal Archief.

    Het algemeen bestuur verstrekt zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de Minister, provinciale en gedeputeerde staten van de provincie, de raden en colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap en de stichtingen de door hen gevraagde inlichtingen.

    De deelnemers kunnen een door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur, dat hun vertrouwen niet meer geniet, ontslag verlenen.

    Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als één of meer leden van het dagelijks bestuur dit nodig oordelen.

    Het dagelijks bestuur stelt regels voor zijn vergaderingen vast.

    Het dagelijks bestuur is in ieder geval belast met:

    De deelnemers voldoen de verschuldigde bijdrage bij wijze van voorschot in door hen nader te bepalen termijnen.

    Bij de jaarrekening stelt het algemeen bestuur de definitieve bijdragen van de deelnemers vast.

    De deelnemers kunnen gezamenlijk nadere regels stellen over het financieel en materieel beheer, over de inrichting van de begroting en het jaarverslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole geven.

    Het dagelijks bestuur beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de directeur van Nieuw Land Erfgoedcentrum.

    Het overige personeel wordt in dienst genomen, geschorst of ontslagen door het dagelijks bestuur.

    Toetreding tot de regeling kan geschieden bij een daartoe strekkend gezamenlijk besluit van de deelnemers, na verkregen toestemming van provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten, het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap en de stichtingen, alsmede de toe te treden bestuursorganen of rechtspersonen.

    Deze regeling kan worden opgeheven bij unaniem besluit van de deelnemers. Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan op dat voorziet in de verplichting van de deelnemers om alle rechten en plichten van het openbaar lichaam over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de kalendermaand, volgend op de bekendmaking in de Staatscourant door de Minister.

    Deze regeling kan worden aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Nieuw Land Erfgoedcentrum.

    In deze bijlage zijn de afspraken rond de structurele en incidentele bijdragen van deelnemers aan Erfgoedcentrum Nieuw Land nader gespecificeerd (art. 15, lid 1):

    Er is afgesproken dat de beschikbare exploitatiebudgetten van de afzonderlijke instellingen waaruit de Erfgoedcentrum Nieuw Land ontstaat, zullen worden samengevoegd. Uit deze exploitatiebudgetten zullen de exploitatiekosten worden gefinancierd van het Erfgoedcentrum Nieuw Land, waarbij de behaalde efficiencyvoordelen zullen worden aangewend voor nieuw beleid ten behoeve van de publieksfunctie.

    * Prijspeil 1 januari 2003. Afgesproken is dat de bijdragen jaarlijks worden aangepast aan de correctie voor loon- en prijsstijgingen (een uitzondering hierop is de subsidie voor Stichting Nieuw Land m.b.t. de kapitaallasten van de lening). Dit kan vanwege de formele bevoegdheden van de wetgever niet bindend aan het Rijk worden opgelegd. Daarom staat in de regeling dat de bijdrage van de Minister jaarlijks ‘kan’ worden aangepast. De afspraak is dat deze aanpassing als regel (voor zover de wetgever daarvoor de nodige middelen ter beschikking stelt) jaarlijks plaatsvindt.

    Voor de bijdrage van provinciale staten geldt dat deze jaarlijks wordt aangepast met het door provinciale staten voor dit doel jaarlijks vastgestelde percentage voor loon- en prijsstijgingen.

    In de bovengenoemde bijdragen is nog geen rekening gehouden met eventuele BTW-aspecten van het ENL.

    ** De bijdrage van het Rijk (DCE / RAD) kan in 2003 nog verhoogd, conform de methodiek beschreven in art. 15, lid 2.

    *** De gemeentelijke bijdrage is het product van het aantal inwoners (per 1 januari van het voorafgaande jaar; bron centraal bureau voor de statistiek) x 1,80 (prijspeil 2002). Deze bedragen worden jaarlijks gecorrigeerd voor inwonertal en loon- en prijscorrectie (het percentage zoals dat wordt vastgesteld door de provincie Flevoland voor de eigen begroting). Over 2003 bedraagt de inflatiecorrectie 3%.

    De bijdrage vangt aan op 1 januari 2004. Over de periode tussen het moment dat de Regeling Erfgoedcentrum Nieuw Land in werking treedt en 1 januari 2004, gelden voor Het Rijk (DCE/RAD), het archeologisch depot en de beide stichtingen de eigen begroting en eigen de exploitatie. De provincie, de gemeenten en het waterschap dragen over 2003 alleen bij voor de Digitale Catalogus Flevoland en de provincie ook voor de voorbereidingskosten van het Erfgoedcentrum Nieuw Land. De Digitale Catalogus Flevoland heeft en houdt eveneens een eigen exploitatie over 2003. Mocht onverhoopt de Regeling niet vóór of per 1 januari 2004 van start kunnen gaan, dan zullen de bijdragen van het Rijk, provincie (voor wat betreft het archeologisch depot) en de beide stichtingen naar evenredigheid worden toegerekend met ingang van de eerste dag van de maand, nadat de regeling in werking treedt. De gemeenten, het Waterschap en de provincie (voor wat betreft Digitale Catalogus Flevoland en Erfgoedcentrum Nieuw Land) worden in dit geval wel over het gehele boekjaar aangeslagen. Het Rijk, provincie de gemeenten en het waterschap zullen er voor zorgdragen dat de bovengenoemde bijdragen in hun respectievelijke eigen begrotingen worden opgenomen.

    Het Rijk bepaalt met betrekking tot de bovengenoemde bijdrage het volgende:

    De provincie bepaalt met betrekking tot de bovengenoemde bijdrage het volgende:

    De stichting Nieuw Land bepaalt met betrekking tot het bovengenoemde bijdrage het volgende:

    De stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders bepaalt met betrekking tot de bovengenoemde bijdrage het volgende:

    De stichting heeft een meerjaren contract met de gemeente Almere voor onderzoeksactiviteiten gericht op Almere ten bedrage van € 34.033,–per jaar. Dit gegeven is niet in de begroting verwerkt.

    De investeringen in de uitbreiding van de huisvesting en de inrichting (in totaal € 9.707.560,–) worden gefinancierd door een aan te trekken lening door het ENL en door Rijkswaterstaat, te weten:

    De provincie Flevoland staat garant voor een lening van € 4.400.000,– en subsidieert de rente en aflossing van deze lening.

    De genoemde investeringen zijn exclusief BTW en berekend op prijspeil 2003.

    De financiering vanuit de provincie en Rijkswaterstaat betreffen nominale bedragen die niet worden geïndexeerd, waarbij geen sprake is van BTW-financiering.

    De deelnemende partijen in Erfgoedcentrum Nieuw land hebben uitgesproken dat als volgt met de financiële risico's voortvloeiende uit de nieuwbouw wordt omgegaan:

    Voorop staat dat te allen tijde voorkomen moet worden dat meerkosten gaan ontstaan: meer – en minderkosten moeten binnen hetzelfde bouwbudget worden opgevangen.

    Om nauwkeurig te monitoren hoe de kosten zich ontwikkelen in relatie tot het beschikbare budget zal door het bouwmanagement maandelijks een voortschrijdend kostenoverzicht aan het bestuur worden gezonden, waarin de tot die periode bestede kosten, de in die maand bestede kosten en de prognose van de verwachte kosten wordt beschreven. Voorts wordt totdat de bouw is gerealiseerd in de begroting van Erfgoedcentrum Nieuw Land een zekere ruimte aangehouden om onvoorziene tegenvallers binnen het eigen budget op te vangen. Indien er desalniettemin toch signalen uit de voortschrijdende kostenoverzichten zijn dat het onontkoombaar is dat er kostenoverschrijdingen in verband met de bouw gaan optreden die niet binnen de eigen begroting zijn op te vangen, zal een besluit van het dagelijks bestuur terzake noodzakelijk zijn. Het ligt dan ook voor de hand dat de leden van het bestuur op dit punt voorafgaand contact opnemen met de deelnemers. In dat geval is de verdeling van de kosten in beginsel de volgende:

    De Provincie Flevoland 74%

    Het Rijk (DCE/RAD) 16%

    Gemeente Lelystad 4,5%

    Gemeente Dronten 2,5%

    Gemeente Urk 1%

    Gemeente Zeewolde 1,5%

    Waterschap Zuiderzeeland 0,5%

    Dezelfde procedure en verdeling geldt in beginsel ook bij kosten van eventuele andere calamiteiten, die niet binnen de eigen begroting van Erfgoedcentrum Nieuw Land opgevangen kunnen worden.

    Het Rijk (DCE/RAD) stelt voor de uitvoer van een behoudsplan behoudsgelden beschikbaar aan het ENL. Deze middelen ad € 4.000,–,zijn beschikbaar tot en met 2004. Voor de periode daarna worden in 2004 nieuwe afspraken gemaakt.

    De instellingen waaruit het Erfgoedcentrum Nieuw Land is ontstaan kenden elk hun eigen BTW regime. Het ENL is in overleg met de belastinginspecteur ter verkrijging van een nieuwe BTW beschikking voor het hele instituut. Over de inhoud van die beschikking is op het moment van de totstandkoming van ENL nog geen 100% zekerheid.

    De intentie is dat het eigendom van het nieuwe pand in handen komt van ENL. Uit onderzoek komt naar voren dat ENL voor een aanvraag om vrijstelling van overdrachtsbelasting in aanmerking komt. De definitieve beslissing van de belastinginspecteur is op het moment van realisatie van ENL nog niet bekend. Mocht blijken dat de aanvraag om vrijstelling onverhoopt niet gehonoreerd wordt, dan zal de optie van overdracht van eigendom aan ENL heroverwogen worden in relatie tot andere opties.