Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de directeur-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie en Veiligheid van 21 augustus 2018 nr. 2306493, houdende verlening van ondermandaat en het doorgeven van volmacht en machtiging aan onder de directeur-generaal ressorterende ambtenaren (Mandaatbesluit DGRR Ministerie van Justitie en Veiligheid 2018)Mandaatbesluit DGRR Ministerie van Justitie en Veiligheid 2018De directeur-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 3, tweede lid van de Mandaatregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie 2011, artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en artikel 3.3, van de Comptabiliteitswet 2016;

Besluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. Bijlage 1 en 2 bij dit besluit liggen ter inzage bij het ministerie.

’s-Gravenhage21 augustus 2018De directeur-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie en Veiligheid,J.G.Vegter

Als bevoegd gezag als bedoeld in het Algemeen Rijksambtenarenreglement, worden aangewezen de ambtenaren, genoemd in kolom 1 van bijlage 1 bij dit besluit, voor zover het betreft de uitoefening van de bevoegdheden, vermeld in kolom 2 van die bijlage.

Als bevoegd om te beschikken over bedragen voor het aangaan van verplichtingen en voor het verrichten van uitgaven, worden aangewezen de ambtenaren, genoemd in kolom 1 van bijlage 2 bij dit besluit voor zover het betreft de bedragen, genoemd in kolom 2 van die bijlage.

Aan de directeur-generaal blijft voorbehouden:

De in artikel 1, eerste lid, onder h en i, genoemde ambtenaren kunnen geen ondermandaat verlenen van de in artikel 4 onder b, genoemde bevoegdheid.

De in artikel 1, eerste lid, onder h en i, genoemde ambtenaren wordt toegestaan de bevoegdheid tot het nemen van besluiten inzake financieel beheer en het nemen van rechtspositionele besluiten verder dan één hiërarchisch niveau door te geven.

De in artikel 1, eerste lid, onder a tot en met g, genoemde functionarissen wordt toegestaan elkaar volledig te vervangen. Zij treden daarbij in elkaars, in artikel 1, eerste lid, genoemde bevoegdheden.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit DGRR Ministerie van Justitie en Veiligheid 2018.

De ambtenaren bij wie in kolom 2 de letter A is geplaatst, zijn, onverminderd artikel 4 van dit besluitbevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) aan het bevoegd gezag zijn toegekend.

De ambtenaren bij wie in kolom 2 de letter B is geplaatst zijn, onverminderd artikel 4 van dit besluit, bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens het ARAR aan het bevoegd gezag zijn toegekend, met uitzondering van de bevoegdheden tot aanstelling (hoofdstuk II, paragraaf 2, ARAR), bevorderen naar een hogere salarisschaal (artikel 8, BBRA), het opleggen van disciplinaire straffen (artikel 80, derde lid ARAR) en ontslag (artikel 93, ARAR), alsmede het nemen van besluiten over de toekenning van een persoonsgebonden dienstauto.

’s-Gravenhage21 augustus 2018De directeur-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie en Veiligheid,J.G.Vegter

De ambtenaren genoemd in kolom 1 zijn bevoegd in overeenstemming met artikel 3.3. van de Comptabiliteitswet 2016 tot het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven.

Indien in kolom 2 een bedrag is opgenomen betreft dit het maximumbedrag waarvoor de ambtenaar telkens een verplichting of uitgave mag doen.

Indien in kolom 2 geen bedrag is opgenomen, geldt geen maximumbedrag.

’s-Gravenhage21 augustus 2018De directeur-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie en Veiligheid,J.G.Vegter