U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 04-06-2026.

Wet · BWBR0043660

Invoeringswet Omgevingswet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 12 februari 2020 tot aanvulling en wijziging van de Omgevingswet, intrekking van enkele wetten over de fysieke leefomgeving, wijziging van andere wetten en regeling van overgangsrecht voor de invoering van de Omgevingswet (Invoeringswet Omgevingswet)Invoeringswet OmgevingswetWij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het voor een goede invoering van de Omgevingswet wenselijk is de Omgevingswet aan te vullen en te wijzigen, enkele wetten in te trekken, andere wetten te wijzigen en waar nodig in overgangsrecht te voorzien;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij dezen:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren, die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage12 februari 2020Willem-AlexanderDe Minister voor Milieu en Wonen,S. vanVeldhoven-van der MeerDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,R.W.KnopsDe Minister van Defensie,A.Th.B.Bijleveld-SchoutenDe Minister van Economische Zaken en Klimaat,E.D.WiebesDe Minister van Infrastructuur en Waterstaat,C. vanNieuwenhuizen WijbengaDe Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.GrapperhausDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,C.J.SchoutenDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,I.K. vanEngelshovende zeventiende juni 2020De Minister van Justitie en Veiligheid,F.B.J.Grapperhaus

Wijzigt de Omgevingswet.

Wijzigt de Alcoholwet.

Wijzigt de Algemene Douanewet.

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek.

Wijzigt de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden.

Wijzigt de Deltawet waterveiligheid en zoetwatervoorziening.

Wijzigt de Drinkwaterwet.

Wijzigt de Elektriciteitswet 1998.

Wijzigt de Erfgoedwet.

Wijzigt de Gaswet.

Wijzigt de Gemeentewet.

Wijzigt de Huisvestingswet 2014.

Wijzigt de Kadasterwet.

Wijzigt de Kernenergiewet.

Wijzigt de Leegstandwet.

Wijzigt de Luchtvaartwet.

Wijzigt de Meststoffenwet.

Wijzigt de Mijnbouwwet.

Wijzigt de Organisatiewet Kadaster.

Wijzigt de Spoorwegwet.

Wijzigt de Telecommunicatiewet.

Wijzigt de Uitvoeringswet grondkamers.

Wijzigt de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.

Wijzigt de Uitvoeringswet Nederlands-Duits Grensverdrag.

Wijzigt de Uitvoeringswet verdrag chemische wapens.

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2023/376.

Wijzigt de Warmtewet.

Wijzigt de Waterschapswet.

Wijzigt de Waterstaatswet 1900.

Wijzigt de Waterwet.

Wijzigt de Wegenwet.

Wijzigt de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels.

Wijzigt de Wet algemene regels herindeling.

Wijzigt de Wet basisregistratie grootschalige topografie.

De Wet beheer rijkswaterstaatswerken wordt ingetrokken.

Wijzigt de Wet bescherming Antarctica.

Wijzigt de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Wijzigt de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Wijzigt de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee.

Wijzigt de Wet herverdeling wegenbeheer.

Wijzigt de Wet houdende verklaring van het algemeen nut der onteigening van percelen, erfdienstbaarheden en andere zakelijke rechten tbv inrichting van een buisleidingenstraat vanaf Pernis langs Klundert naar de Schelde nabij de Nederlands-Belgische grens.

Wijzigt de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken.

Wijzigt de Wet infrastructuurfonds.

Wijzigt de Wet justitie-subsidies.

Wijzigt de Wet kabelbaaninstallaties.

Wijzigt de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken.

Wijzigt de Wet lokaal spoor.

Wijzigt de Wet luchtvaart.

Wijzigt de Wet luchtvaart.

Wijzigt de Wet milieubeheer.

Wijzigt de Wet normering topinkomens.

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Wijzigt de Wet op de huurtoeslag.

Wijzigt de Wet veiligheidsregio's.

Wijzigt de Wet verbod pelsdierhouderij.

Wijzigt de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.

Wijzigt de Wet voorkoming verontreiniging door schepen.

Wijzigt de Wet waardering onroerende zaken.

Wijzigt de Wet windenergie op zee.

Wijzigt de Woningwet.

Deze afdeling is, tenzij bij of krachtens dit hoofdstuk anders is bepaald, van toepassing op besluiten op grond van:

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, van toepassing:

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor een ambtshalve te nemen besluit een ontwerp ter inzage is gelegd van een besluit op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, blijft het oude recht van toepassing:

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor een ambtshalve te nemen besluit toepassing is gegeven aan artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht of het besluit is bekendgemaakt, blijft het oude recht van toepassing:

Als deel van een waterschapsverordening als bedoeld in artikel 2.5 van de Omgevingswet, gelden:

Artikel 4.7 is niet van toepassing als een waterschapsverordening als bedoeld in artikel 2.5 van de Omgevingswet gelijktijdig met of onmiddellijk na de inwerkingtreding van dat artikel van kracht wordt.

Een programma dat:

geldt als een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet.

Een nationaal programma ter beheersing van de luchtverontreiniging dat strekt ter uitvoering van artikel 6, eerste lid, van de nec-richtlijn, en van kracht is, geldt als een nationaal nec-programma als bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet.

Als een activiteit voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zonder ontheffing of vergunning onafgebroken rechtmatig is verricht en bij de inwerkingtreding van die wet voor die activiteit een verbod als bedoeld in artikel 5.1, 5.3 of 5.4 van de Omgevingswet van toepassing wordt, geldt voor die activiteit bij de inwerkingtreding van die wet een omgevingsvergunning van rechtswege voor een termijn van twee jaar, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van die wet. Bij algemene maatregel van bestuur kan voor daarbij aangegeven activiteiten worden bepaald dat:

Als bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet de bevoegdheid te beslissen op een aanvraag overgaat naar een ander bestuursorgaan en de ontheffing of vergunning nog niet is verleend, kan het bestuursorgaan dat op grond van afdeling 4.1 bevoegd blijft om op die aanvraag te beslissen, die bevoegdheid overdragen aan het bestuursorgaan dat bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet bevoegd wordt te beslissen op die aanvraag, mits dat bestuursorgaan daarmee instemt.

Deze paragraaf is van toepassing op de handhaving van:

Op een provinciaal inpassingsplan als bedoeld in artikel 2.3a van de Crisis- en herstelwet zijn de artikelen 4.28, 4.104 en 4.105 van overeenkomstige toepassing.

Experimenten die op grond van artikel 2.4 van de Crisis- en herstelwet zijn aangewezen en waarvan de tijdsduur niet is verstreken, berusten na de inwerkingtreding van de Omgevingswet op artikel 23.3 van de Omgevingswet.

Een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, of 2.10a van de Crisis- en herstelwet dat onherroepelijk is, geldt als een omgevingsvergunning voor een tot het project behorende activiteit als bedoeld in afdeling 5.1 van de Omgevingswet.

Tot het moment van inschrijving in het rijksmonumentenregister, bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet, of tot het moment dat vaststaat dat het monument of archeologisch monument niet in dit register wordt ingeschreven, wordt voor de toepassing van de Omgevingswet onder voorbeschermd rijksmonument ook verstaan een monument of archeologisch monument waarop artikel 9.3, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet van toepassing is.

Als het besluit op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet, niet onherroepelijk is, blijft het oude recht met uitzondering van artikel 17, tweede lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet, van toepassing tot het besluit onherroepelijk wordt, als de aanvraag is ingediend voor de inwerkingtreding van afdeling 5.1 van de Omgevingswet.

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor de aanleg of uitbreiding van een net of installatie als bedoeld in artikel 39b, eerste lid, van de Gaswet ter voorbereiding van een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening een voorbereidingsbesluit is bekendgemaakt, kan voor die aanleg of uitbreiding binnen een periode van een jaar en zes maanden na die inwerkingtreding een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44, eerste lid, van de Omgevingswet worden bekendgemaakt.

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een ontwerpbesluit als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Interimwet stad-en-milieubenadering ter inzage is gelegd en een ontwerp van een bestemmingsplan ter inzage is gelegd, blijft het oude recht van toepassing tot het besluit, bedoeld in artikel 2 of 3 van die wet, onherroepelijk wordt.

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor de aanleg of uitbreiding van een mijnbouwwerk of pijpleiding als bedoeld in artikel 141a, eerste of vierde lid, van de Mijnbouwwet ter voorbereiding van een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening een voorbereidingsbesluit is bekendgemaakt, kan voor die aanleg of uitbreiding binnen een periode van een jaar en zes maanden na die inwerkingtreding een projectbesluit als bedoeld in artikel 5.44, eerste lid, van de Omgevingswet worden bekendgemaakt.

Het bepaalde bij of krachtens artikel 21f van de Ontgrondingenwet over de heffing blijft van toepassing op belastbare feiten als bedoeld in dat artikel die zich voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben voorgedaan.

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet kosten zijn gemaakt als bedoeld in artikel 27 van de Ontgrondingenwet, blijft het oude recht van toepassing tot het tijdstip waarop:

Een startbeslissing als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Tracéwet waarvan kennis is gegeven, geldt als een voornemen als bedoeld in artikel 5.47, eerste lid, van de Omgevingswet. De artikelen 5.47, derde en vierde lid, en 5.48, tweede en derde lid, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing.

Op de tracébesluiten voor de Blankenburgverbinding en de ViA15, bedoeld in artikel 3 van de Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15, die onherroepelijk zijn, blijft die wet van toepassing voor zover de besluiten betrekking hebben op tolheffing.

Op de coördinatie van besluiten ter uitvoering van een tracébesluit is artikel 16.7 van de Omgevingswet van toepassing, tenzij het gaat om besluiten waarvoor al toepassing is gegeven aan artikel 20 van de Tracéwet. Artikel 16.87, derde lid, van de Omgevingswet is van overeenkomstige toepassing.

Een leidraad als bedoeld in artikel 2.6 van de Waterwet die van kracht is, geldt als een leidraad als bedoeld in artikel 2.19, tweede lid, onder d, van de Omgevingswet.

Een kaart als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Waterwet die van kracht is, geldt als een kaart als bedoeld in artikel 20.17, eerste lid, onder b, van de Omgevingswet.

Een legger als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, eerste zin, van de Waterwet die van kracht is, geldt, voor zover daarin niet de ligging van een beschermingszone is aangegeven, als een legger als bedoeld in artikel 2.39, eerste lid, van de Omgevingswet.

Een bij provinciale verordening gegeven vrijstelling van de verplichting tot vaststelling van een legger als bedoeld in artikel 5.1, derde lid, tweede zin, van de Waterwet die van kracht is, geldt tot de inwerkingtreding van een vrijstelling van de verplichting tot vaststelling van een legger voor deze waterstaatswerken als bedoeld in artikel 2.39, vierde lid, van de Omgevingswet of tot het tijdstip waarop blijkt dat daarvoor geen vrijstelling wordt verleend.

Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 7.7 en 7.8, tweede lid en derde lid, tweede zin, van de Waterwet, blijft van toepassing op de belastingtijdvakken die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn aangevangen.

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet kosten zijn gemaakt als bedoeld in artikel 7.17, tweede lid, van de Waterwet, blijft het oude recht van toepassing tot het tijdstip waarop:

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet schade aan waterstaatswerken als bedoeld in artikel 7.21, eerste lid, van de Waterwet is ontstaan, blijft het oude recht van toepassing op het verhalen van de kosten voor die schade.

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet verontreiniging of aantasting van de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 7.22 van de Waterwet is ontstaan en een vordering daarvoor is ingesteld, blijft het oude recht van toepassing op het verhalen van de kosten van die verontreiniging of aantasting.

Een melding dat een omgevingsvergunning gaat gelden voor een ander dan de aanvrager of vergunninghouder als bedoeld in artikel 2.25, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, geldt als een verstrekking van informatie als bedoeld in artikel 5.37, tweede lid, van de Omgevingswet.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet schade aan waterstaatswerken als bedoeld in artikel 9 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken is ontstaan, blijft het oude recht van toepassing op het verhalen van de kosten voor die schade.

Artikel 1, aanhef, onder b, onder 4° en 5°, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, zoals die onderdelen luidden voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijft tot het in artikel 22.4 van de Omgevingswet bedoelde tijdstip van toepassing op beperkingenbesluiten als bedoeld in die onderdelen voor zover het gaat om een schriftelijke handeling op grond van een gemeentelijke verordening respectievelijk een afschrift van een inschrijving op of in een gemeentelijke monumentenlijst of gemeentelijk monumentenregister.

Een ruimtelijk profiel voor een lokale spoorweg als bedoeld in artikel 12, zesde lid, van de Wet lokaal spoor, dat is vastgesteld door het dagelijks bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 en van kracht is, geldt als een aanwijzing van het beperkingengebied voor die lokale spoorweg als bedoeld in artikel 12 van de Wet lokaal spoor.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Een luchthavengebied en een beperkingengebied dat is vastgesteld op grond van artikel 8.5 van de Wet luchtvaart geldt als een gebied als bedoeld in artikel 8.15 van de Wet luchtvaart.

De voorbereidingsprocedures, bedoeld in de artikelen 8.13, 8.24, 8.47, vierde lid, 8.48, 8.71 en 10.18 van de Wet luchtvaart, zijn niet van toepassing op de wijziging van een luchthavenverkeerbesluit of op de wijziging van een luchthavenbesluit die alleen strekt tot aanpassing van dat besluit aan het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Een verklaring van geen bezwaar die is verleend op grond van artikel 8.9, 8.47, 8.49 of 10.17 van de Wet luchtvaart, en van kracht is, geldt als een ontheffing als bedoeld in artikel 2.32 van de Omgevingswet.

Een gemeentelijk rioleringsplan als bedoeld in artikel 4.22, eerste lid, van de Wet milieubeheer blijft van kracht tot het tijdstip waarop de periode verstrijkt waarvoor het plan is vastgesteld, of tot het tijdstip waarop het gemeentebestuur besluit dat het plan vervalt.

Een mededeling als bedoeld in artikel 7.16, eerste lid, van de Wet milieubeheer geldt als een mededeling als bedoeld in artikel 16.45, eerste lid, van de Omgevingswet.

Een geluidsbelastingkaart als bedoeld in artikel 11.6 van de Wet milieubeheer geldt als een geluidbelastingkaart als bedoeld in artikel 20.17, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet.

Een besluit als bedoeld in artikel 17.3, eerste lid, van de Wet milieubeheer dat onherroepelijk is, geldt als een beschikking als bedoeld in artikel 19.5, tweede lid, van de Omgevingswet.

Een gemeentelijk plan met maatregelen:

Het bepaalde bij of krachtens artikel 15.34 van de Wet milieubeheer over de heffing blijft van toepassing op de belastingtijdvakken die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn aangevangen.

Nadere eisen als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder d, van de Wet ruimtelijke ordening die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet van kracht zijn, gelden als maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, van de Omgevingswet.

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet toepassing is gegeven aan een procedure als bedoeld in artikel 3.33, eerste lid, of 3.35, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening en die procedure bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog niet is afgerond, geldt voor de te nemen besluiten anders dan een inpassingsplan dat:

Een ontheffing als bedoeld in artikel 4.1a van de Wet ruimtelijke ordening van bij de verordening, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, van die wet gestelde regels die door gedeputeerde staten is verleend, geldt als een ontheffing als bedoeld in artikel 2.32, eerste lid, van de Omgevingswet, voor zover de inhoud van die regels is overgenomen in de omgevingsverordening, bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet, en van die regels in de omgevingsverordening met toepassing van artikel 2.32, vierde lid, van de Omgevingswet ontheffing kan worden verleend.

Een aanwijzing als bedoeld in artikel 4.2 van de Wet ruimtelijke ordening die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet van kracht is en ter uitvoering waarvan op de dag van inwerkingtreding van die wet nog geen ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd, geldt als een instructie als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, en tweede lid, onder a, van de Omgevingswet.

Een ontheffing als bedoeld in artikel 4.3a, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening van de bij algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van die wet, gestelde regels die door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat of door Onze Minister die het aangaat, in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, is verleend, geldt als een ontheffing als bedoeld in artikel 2.32, tweede lid, van de Omgevingswet, voor zover de inhoud van die regels is overgenomen in de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 2.24 van de Omgevingswet en van die regels in het omgevingsplan, bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet, of in de omgevingsverordening, bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet, ontheffing kan worden verleend.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Het oude recht blijft van toepassing op een overeenkomst als bedoeld in artikel 6.24 van de Wet ruimtelijke ordening als die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is gesloten.

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet kosten zijn gemaakt als bedoeld in artikel 6.8 of 6.9 van de Wet ruimtelijke ordening, blijft het oude recht van toepassing tot het tijdstip waarop:

Een besluit tot het opleggen van een verplichting om aan een bouwwerk voorzieningen te treffen als bedoeld in artikel 13, aanhef en onder b, of 13a van de Woningwet dat onherroepelijk is, geldt als een besluit tot het stellen van maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet, voor zover dat besluit gaat over een onderwerp waarvoor het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften kan stellen als bedoeld in dat artikel.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende hoofdstukken, artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Invoeringswet Omgevingswet.