U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 21-11-2024.
Wijzigingen Officiële bron
Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalReglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

In dit Reglement en de daarop berustende regelingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:

De Voorzitter is belast met:

Indien leden anders dan als gevolg van een splitsing als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder b, afgescheiden zijn van een fractie, worden zij ieder afzonderlijk, of twee of meer leden gezamenlijk als zij dit meedelen aan de Voorzitter, beschouwd als een groep.

Elke fractie of groep maakt het bij haar gevoerde beleid, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, steeds openbaar op een openbare website, en deelt de vindplaats daarvan mee aan de Griffier.

De Griffier is belast met het aangaan en beëindigen van het dienstverband van de overige ambtenaren, en met het uitoefenen van de overige rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van hen.

De Kamer kan een enquêtecommissie instellen voor het uitvoeren van een parlementaire enquête.

Het Presidium kan ten behoeve van zijn werkzaamheden commissies van advies instellen.

Bij afzonderlijke regeling, vast te stellen door de Kamer, wordt een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht ingesteld ten behoeve van de beslissingen op bezwaar, bedoeld in de artikelen 3.2, onder e, en 6.2, tweede lid, onder d. In de regeling worden nadere regels gegeven over de adviescommissie, waaronder over de organisatie, werkwijze en het lidmaatschap van de adviescommissie.

Voor een goede vervulling van haar taken is een commissie in ieder geval bevoegd:

Het mondeling overleg van een commissie met een minister kan plaatshebben in de vorm van:

In een commissiedebat, wetgevingsoverleg en notaoverleg kunnen met instemming van de verantwoordelijke minister inlichtingen worden verschaft door daartoe door de minister aangewezen rijksambtenaren.

Indien een commissie besluit een rondetafelgesprek te houden, wisselt zij daarin met genodigden van gedachten over een vooraf door haar vast te stellen onderwerp.

Voor het tijdstip van bijeenroeping meldt ieder aanwezig lid zijn aanwezigheid, zodat een presentielijst kan worden opgesteld. Leden die later aankomen melden hun aanwezigheid bij aankomst.

De Voorzitter schorst of sluit de vergadering, indien hij dit met het oog op het verloop van de werkzaamheden of voor het handhaven van de orde wenselijk acht.

Ieder lid spreekt staande van de spreekplaats in de vergaderzaal, tenzij de Voorzitter anders toestaat.

De Voorzitter kan interrupties toelaten. Deze moeten bestaan uit korte opmerkingen of vragen, zonder inleiding.

Ieder lid gedraagt zich in de vergadering op een wijze die getuigt van onderling respect, en die geen afbreuk doet aan de waardigheid van de Kamer.

De Voorzitter kan een spreker op wie artikel 8.17 is toegepast en ieder ander lid dat zich gedraagt als bedoeld in dat artikel, uitsluiten van het verdere bijwonen van de vergadering op de dag waarop de uitsluiting plaats heeft.

Er kan geen beroep op de Kamer worden gedaan ten aanzien van de beslissingen van de Voorzitter op grond van de artikelen 8.15 tot en met 8.18.

Stemmingen vinden in het algemeen plaats op vaste tijdstippen.

De stemming over een zaak vindt plaats door handopsteken, tenzij op grond van artikel 8.26, eerste lid, een hoofdelijke stemming is vereist.

Een stemming over een persoon kan achterwege blijven, indien geen van de leden daarom vraagt en het gaat over:

De Voorzitter stelt voor het besluit zonder stemming te nemen.

Bij benoemingen, voordrachten of keuzen, die niet in de Grondwet zijn vermeld, kan de Kamer in een bijzonder geval andere regels doen gelden.

De Voorzitter draagt zorg dat de voordrachten van personen van wie de benoeming geschiedt bij koninklijk besluit aan de Koning worden aangeboden.

De Voorzitter zendt een door de Kamer aangenomen wetsvoorstel aan de Voorzitter van de Eerste Kamer met het volgende formulier: «De Tweede Kamer der Staten-Generaal zendt bijgaand door haar aangenomen wetsvoorstel aan de Eerste Kamer».

De Voorzitter zendt een door de Kamer verworpen wetsvoorstel, door of vanwege de Koning ingediend, terug naar de Koning met het volgende formulier: «De Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft het hierbij wederom gaande wetsvoorstel verworpen».

Bij de behandeling van rijkswetsvoorstellen gelden de volgende bijzondere regels.

Het voorbereidend onderzoek van een rijkswetsvoorstel geschiedt langs schriftelijke weg.

De Voorzitter of een lid kan de Kamer voorstellen een termijn vast te stellen waarbinnen de Staten van Aruba, Curaçao of Sint Maarten bevoegd zijn schriftelijk verslag uit te brengen over een rijkswetsvoorstel.

Een schriftelijk verslag van de Staten van Aruba, Curaçao of Sint Maarten over een rijkswetsvoorstel wordt na ontvangst zo spoedig mogelijk openbaar gemaakt, en toegezonden aan de leden en de regering.

De Voorzitter zendt een door de Kamer aangenomen initiatiefwetsvoorstel aan de Voorzitter van de Eerste Kamer met het volgende formulier: «De Tweede Kamer der Staten-Generaal zendt bijgaand door haar aangenomen wetsvoorstel aan de Eerste Kamer. Zij heeft ..... opgedragen het voorstel in die Kamer te verdedigen».

De stemmingen over begrotingswetsvoorstellen en bij die wetsvoorstellen ingediende amendementen vinden steeds in samenhang plaats, bij voorkeur in één week.

De artikelen 9.29 en 9.30 zijn van overeenkomstige toepassing op rijkswetsvoorstellen tot wijziging van het Statuut voor het Koninkrijk die afwijken van de Grondwet.

De artikelen 10.1 tot en met 10.5 zijn van overeenkomstige toepassing, indien de regering aan de Kamer mededeling doet van het voornemen tot:

Voor zover de wet hierin voorziet, kan de wens aan de betrokken minister te kennen worden gegeven:

De Kamer kan de informateurs en formateurs tijdens de uitvoering van en na afronding van hun opdracht uitnodigen om inlichtingen te verschaffen over het verloop van de kabinetsformatie.

Tijdens het mondelinge vragenuur:

Een parlementaire enquête wordt uitgevoerd door een daarvoor in te stellen enquêtecommissie.

Ander parlementair onderzoek wordt uitgevoerd door een daarvoor in te stellen tijdelijke commissie.

Bij afzonderlijke regeling, vast te stellen door de Kamer, worden nadere regels gesteld voor:

De artikelen 2.1, eerste tot en met derde lid, en 2.2 zijn van overeenkomstige toepassing op de op grond van de wet door de Kamer te nemen beslissingen over de toelating tot het lidmaatschap van in Nederland gekozen leden van het Europees Parlement, en het verlies van dat lidmaatschap.

De Kamer kan besluiten dat in Nederland gekozen leden van het Europees Parlement worden uitgenodigd om inlichtingen te verstrekken en daartoe deel te nemen aan de beraadslaging van de Kamer over een aan de orde gesteld onderwerp.

Bij afzonderlijke regeling, vast te stellen door de Kamer, worden regels gesteld over de betrokkenheid van de Kamer bij de totstandkoming van besluitvorming van de Europese Unie.

De Kamer kan besluiten dat het staatshoofd of de regeringsleider van een ander land wordt uitgenodigd een vergadering bij te wonen om de Kamer toe te spreken.

Bij afzonderlijke regeling, vast te stellen door de Kamer, worden regels gesteld over de procedure bij ontvangst van inlichtingen van de regering over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde.

Bij afzonderlijke regeling, vast te stellen door de beide Kamers der Staten-Generaal, wordt de instelling en aansturing van een griffie voor de interparlementaire betrekkingen geregeld.

De voorzitters van delegaties die hebben deelgenomen aan internationale interparlementaire vergaderingen rapporteren schriftelijk aan de Kamer over hun bevindingen.

Indien het Interparlementair Koninkrijksoverleg van delegaties van de beide Kamers der Staten-Generaal en van de Staten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten plaatsvindt in Den Haag onder het voorzitterschap van een lid van de Tweede Kamer of van diens plaatsvervanger, dan is dit Reglement op dat overleg van overeenkomstige toepassing.

In de regeling, bedoeld in artikel 7.7, achtste lid, worden voorwaarden gesteld waaraan een verzoekschrift dient te voldoen om in behandeling te kunnen worden genomen.

Het Presidium kan bij afzonderlijke regeling nadere regels vaststellen over de toegang van de toehoorders van vergaderingen en van overige aanwezigen tot de gebouwen van de Kamer en tot de vergaderingen van de Kamer en de commissies.

De griffie houdt een register bij van de door de Kamer en de commissies ontvangen vertrouwelijke stukken.

De griffie houdt een register bij van de door de ministers tijdens openbare vergaderingen van de Kamer en de commissies gedane mondelinge toezeggingen.

De Kamer stelt een afzonderlijke gedragscode voor de leden vast, alsmede een afzonderlijke regeling voor het toezicht op, en de handhaving van, die gedragscode.

Artikel 16.1 is van overeenkomstige toepassing op voorstellen tot vaststelling of wijziging van de overige op grond van dit Reglement door de Kamer vast te stellen regelingen.

De Kamer kan besluiten van dit Reglement af te wijken, tenzij:

Dit Reglement treedt in werking met ingang van een door de Kamer te bepalen tijdstip.