U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 02-09-2023.

Ministeriële regeling · BWBR0045574

Regeling inburgering 2021

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 augustus 2021, nr. 2021-0000130089, tot uitvoering van de Wet inburgering 2021 (Regeling inburgering 2021)Regeling inburgering 2021De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 1, tweede lid, 4, eerste lid, onderdeel b en d, en derde lid, 5, derde lid, 7, derde lid, 10, 14, vijfde lid, 21, tweede lid, 24, tweede lid, 32, eerste lid, 34, vierde lid, en 39, tweede lid, van de Wet inburgering 2021, de artikelen 2.4, 2.5, 2.7, zesde en zevende lid, 2.8, vijfde lid, 3.2, vierde lid, 3.4, tweede lid, 3.5, vierde lid, 3.6, eerste lid, 3.7, eerste en tweede lid, 3.9, vijfde lid, 3.11, 3.12, 3.13, 3.14, achtste lid, 3.15, vijfde lid, 3.16, vijfde lid, 4.3, tweede lid, 6.2, zevende lid, 6.3, derde lid, 6.6, tweede lid, 6.8, eerste en derde lid, 6.9, tweede lid, 6.11, derde lid, 6.13, 7.2, derde lid, 8.2, achtste lid en 10.3, tweede tot en met vierde lid, van het Besluit inburgering 2021, de artikelen 2.8, vijfde lid, en 3.3 van het Besluit inburgering en artikel 3, derde lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers;

Besluit:

Deze regeling zal met toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag13 augustus 2021De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,W.Koolmees

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De Minister verleent vrijstelling, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de wet, aan de inburgeringsplichtige die beschikt over:

De Minister verleent vrijstelling, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van de wet, aan de inburgeringsplichtige die een opleiding volgt die leidt tot uitreiking van een van de bewijsstukken, genoemd in artikel 2.1, gedurende de periode dat de inburgeringsplichtige is ingeschreven voor de betreffende opleiding.

Als organisaties, bedoeld in artikel 2.4 van het besluit, worden aangewezen de Stichting Nuffic en de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven.

Ten minste 40 uren van de module Arbeidsmarkt en Participatie zijn gericht op de praktische inzet van de inburgeringsplichtige op de arbeidsmarkt.

De te behalen eindtermen van het examenonderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij, bedoeld in artikel 3.4 van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.

De Staat der Nederlanden (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) maakt een voorbehoud als bedoeld in artikel 15b van de Auteurswet met betrekking tot de inhoud van de examens, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van het besluit.

Het examengeld, bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het besluit, bedraagt:

De aangepaste examenomstandigheden, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, van het besluit, betreffen in ieder geval:

In het examenreglement, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, wordt in ieder geval vermeld:

Van de verplichting om voor een of meerdere onderdelen van de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal op ten minste het niveau B1 het examen te behalen, is vrijgesteld de inburgeringsplichtige die beschikt over een van de volgende bewijsstukken, en daaruit blijkt dat een voldoende resultaat is behaald voor het vak Nederlandse taal:

Van de verplichting om voor een of meerdere onderdelen van de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal op het niveau A2 het examen te behalen, is vrijgesteld de inburgeringsplichtige die beschikt over een van de volgende bewijsstukken, en daaruit blijkt dat een voldoende resultaat is behaald voor het vak Nederlandse taal:

Als organisaties, bedoeld in artikel 3.13 van het besluit, worden aangewezen de Stichting Nuffic en de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven.

Het model van het inburgeringsdiploma is opgenomen in bijlage 4 bij deze regeling.

Als instelling, bedoeld in artikel 10 van de wet, wordt aangewezen het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.

Als organisaties, bedoeld in artikel 34, vierde lid, van de wet, worden aangewezen de Stichting Nuffic en de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven.

Als organisatie, bedoeld in artikel 14, vijfde lid, van de wet, wordt aangewezen Dienst Uitvoering Onderwijs.

De debiteur kan in afwijking van artikel 6.8, eerste lid, van het besluit de lening in een keer terugbetalen. De terugbetaling omvat het bedrag van de opgebouwde schuld vermeerderd met de over dat bedrag verschuldigde rente, berekend overeenkomstig artikel 6.3.

Indien de partner van de debiteur ook een debiteur is die een beschikking tot terugbetaling als bedoeld in artikel 6.9, eerste lid, van het besluit heeft ontvangen, wordt:

De debiteur is in verzuim indien binnen twee weken na de vervaldatum van een vordering het bedrag van de verplichte terugbetaling niet is ontvangen.

Bij uitvaardiging van het dwangbevel, bedoeld in artikel 21, vierde lid, van de wet kunnen de achterstallige termijnen worden overgedragen aan een gerechtsdeurwaarder mits:

Het keurmerk, bedoeld in artikel 32 van de wet, is het Keurmerk Inburgeren, dat wordt toegekend en beheerd door Stichting Blik op Werk.

Ten aanzien van de eisen die zien op de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 8.2, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, bevat het keurmerk in ieder geval eisen aan de instelling in het kader van:

Het te verwachten percentage asielstatushouders in de landelijke huisvestingstaakstelling, bedoeld in artikel 10.1, vierde lid, onderdeel b, van het besluit, en het te verwachten percentage asielstatushouders in de gemeentelijke huisvestingstaakstelling, bedoeld in artikel 10.1, vijfde lid, onderdeel b, van het besluit, bedraagt 70% in jaar t en 70% in jaar t-1.

Het bedrag aan uitkering per gezinsmigrant of overige migrant, bedoeld in de artikelen 10.1, tweede lid, onderdeel c, en 10.2, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, wordt voor het budgetjaar 2023 vastgesteld op € 635,32, en voor het budgetjaar 2024 op € 672,66.

De bedragen aan uitkering per asielstatushouder per variabele a tot en met c, bedoeld in de artikelen 10.1, vijfde lid, onderdeel f, en 10.2, tweede lid, onderdeel c, van het besluit, zijn voor het budgetjaar 2023 als volgt: a: 8.378,03, b: 4.242,17 en c: 1.060,54, en voor het budgetjaar 2024: a: 8.870,51, b: 4.491,54 en c: 1.122,89.

De gewichten a tot en met d, bedoeld in de artikelen 10.1, vierde lid, onderdeel g, en 10.2, derde lid, onderdeel d, van het besluit, zijn voor het budgetjaar 2023 als volgt: a: 8.378,03, b: 4.242,17, c: 1.060,54 en d: 0, en voor het budgetjaar 2024: a: 8.870,51, b: 4.491,54, c: 1.122,89 en d: 0.

Wijzigt de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005.

Wijzigt de Regeling inburgering.

Artikel 9a van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van artikel 11.1 van de Regeling inburgering 2021, blijft van toepassing op de personen op wie de Wet inburgering van toepassing was op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet inburgering 2021.

De Regeling inburgering wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op degene op wie de Wet inburgering van toepassing was op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet inburgering 2021.

De Beleidsregel verlenging inburgeringstermijnen bij geen verwijt wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op degene op wie de Wet inburgering van toepassing was op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet inburgering 2021.

De Beleidsregel boetevaststelling inburgering wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op degene op wie de Wet inburgering van toepassing was op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet inburgering 2021.

Indien het bij koninklijke boodschap van 3 juni 2020 ingediende voorstel van wet houdende regels over inburgering in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering 2021) (Kamerstukken 35 483) tot wet is of wordt verheven en die wet in werking treedt, treedt deze regeling op hetzelfde tijdstip in werking.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inburgering 2021.

Op grond van de Wet inburgering 2021 zijn inburgeringsplichtigen verplicht om in te burgeren. In deze wet zijn wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de vorige Wet inburgering. Daartoe is ook het medisch protocol aangepast. De aanvraag voor ontheffing op medische gronden wordt door de inburgeringsplichtige ingediend bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO) waarna een door een door de Minister van SZW aangewezen onafhankelijk arts een deskundigenverklaring afgeeft. De beslissing naar aanleiding van deze verklaring wordt genomen door de Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO). Overal waar in dit protocol wordt gesproken over ‘hij’ of ‘zijn’, kan ook ‘zij’ of ‘haar’ worden gelezen.

Belangrijke wijzigingen in de nieuwe wet hebben betrekking op de introductie van een gedeeltelijke medische ontheffing en op het toekennen van aanpaste examenomstandigheden, daartoe komen onder de nieuwe wet meer mogelijkheden. Ook worden de kosten voor de medische deskundigenverklaring terugbetaald indien aan de inburgeringsplichtige (gedeeltelijke) ontheffing op medische gronden wordt toegekend of wanneer er aangepaste examenomstandigheden worden geadviseerd. Het medisch onderzoek ten behoeve van aangepaste examenomstandigheden (zonder verzoek tot gehele of gedeeltelijke ontheffing) wordt kosteloos. Een aanvraag voor ontheffing op medische gronden of voor aangepaste examenomstandigheden wordt door de inburgeringsplichtige direct bij DUO ingediend. DUO ontvangt na medisch onderzoek van de aangewezen onafhankelijk arts een deskundigenverklaring en neemt daarop een besluit dat wordt gedeeld met de aanvrager en de gemeente zodat de gemeente snel kan handelen ten aanzien van het stoppen (in geval van ontheffing op medische gronden) of voortzetten van de inburgeringsactiviteiten.

Dit protocol geldt voor de medische advisering ten behoeve van inburgeringsplichtigen die na 1 januari 2022 inburgeringsplichtig zijn geworden; het is alleen van toepassing op inburgeringsplichtigen die vallen onder de Wet inburgering 2021. Voor inburgeringsplichtigen die voor de inwerkingtreding van deze wet inburgeringsplichtig zijn geworden, geldt de Wet inburgering en het daarbij behorende protocol medische advisering (zie bijlage 4 bij de Regeling inburgering (oud)). Wel wordt ook voor die doelgroep per januari 2022 een aantal wijzigingen doorgevoerd in het proces en de vergoeding.

In het huidige stelsel wordt er voor iedere inburgeringsplichtige een persoonlijk plan inburgering en participatie (PIP) vastgesteld door de gemeente, waarbij een van de drie leerroutes die in de wet zijn opgenomen, wordt vastgelegd. Iemand voldoet aan de inburgeringsplicht als hij heeft voldaan aan de eisen van de in het PIP vastgestelde leerroute en aan de aanvullende onderdelen: het participatieverklaringstraject (PVT) en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)1.

Indien iemand door een psychische of lichamelijke belemmering dan wel een verstandelijke beperking niet in staat is om aan de inburgeringsplicht te voldoen, kan ontheffing van de inburgeringsplicht worden gevraagd. Dit kan een gehele ontheffing zijn of een gedeeltelijke ontheffing. De voorwaarden hiervoor zijn uitgewerkt in de wet. Over of een belemmering of beperking dusdanig is dat betrokkene niet aan de inburgeringsplicht kan voldoen, kan de inburgeringsplichtige advies vragen bij een door de Minister van SZW aangewezen medisch deskundige. Dit zijn artsen die zijn ingeschreven in het BIG-register van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg met een specialisatie als arts Maatschappij + Gezondheid, arts Indicatie + Advies of verzekeringsarts en artsen die zijn opgenomen in het VIA register die tevens beschikken over kennis van de wet inburgering.

Voor een dergelijke medische deskundigenverklaring zijn er kaders en uitgangspunten geformuleerd die zijn neergelegd in dit protocol. Dit protocol is een bijlage bij een ministeriële regeling; de Regeling inburgering 2021 die een uitwerking is van de Wet inburgering 2021 en het Besluit inburgering 2021. Dit protocol is geënt op het medisch protocol bij van het vorige stelsel (Wet inburgering) en is oorspronkelijk tot stand gekomen in samenwerking met de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) en de VIA (Vereniging Indicerende en Adviserende Artsen).

In dit protocol wordt de procedure rond de medische advisering in het kader van de inburgeringsplicht nader uitgewerkt. Het protocol is van toepassing op inburgeringsplichtigen die bij DUO een verzoek tot ontheffing op medische gronden indienen, ongeacht de leerroute die zij volgen en het niveau waarop de taalvaardigheden worden afgelegd. Het protocol heeft zowel betrekking op een verzoek tot (gehele of gedeeltelijke) ontheffing als op een verzoek tot aangepaste examenomstandigheden.

Het protocol beoogt uniformiteit te bevorderen in de advisering door de medisch deskundige en uniformiteit in de opbouw van de deskundigenverklaring. Uniformiteit draagt bij aan een gelijke behandeling van gelijke gevallen. Het protocol is opgesteld in de wetenschap dat het periodiek zal moeten worden geactualiseerd. Nieuwe inzichten en ontwikkelingen op het gebied van wetgeving, jurisprudentie, medische technologie, hulpmiddelen en de examens kunnen een aanpassing van het protocol tot gevolg hebben.

Het protocol kent een algemeen deel en een medisch deel. De volgende bijlagen maken onderdeel uit van het protocol:

Rol gemeenten

Gemeenten krijgen in het nieuwe stelsel de regierol in de uitvoering van de inburgering. Zij zorgen voor de afname van een brede intake en voor (advies over) passende trajecten in een van de drie leerroutes en het vastleggen van de leerroute in het PIP. Bij asielstatushouders heeft de gemeente de plicht tot het doen van een inburgeringsaanbod op de leerroutes en bekostigen gemeenten de inburgeringstrajecten. Gezinsmigranten bepalen zelf hoe zij aan de eisen van de voor hen vastgestelde leerroute voldoen en bekostigen hun lessen zelf (PVT en MAP worden hen wel aangeboden door de gemeente), eventueel met een lening van DUO.

Er zijn drie leerroutes is het stelsel:

Deskundigenverklaring

Op verzoek van een inburgeringsplichtige kan door DUO op aanvraag van betrokkene namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ontheffing worden verleend als betrokkene aantoont binnen een periode van 5 jaar na aanvraag niet in staat is te voldoen aan de inburgeringsplicht door een:

Betrokkene dient hiertoe een aanvraag in bij DUO en wordt opgeroepen door de onafhankelijk medisch deskundige (niet de eigen arts). De onafhankelijk medisch deskundige geeft advies aan DUO. De medisch deskundige kan advies geven in twee situaties:

Uitkomst op basis van medisch onderzoek bij een aanvraag onder 1 (ontheffing) kan ook zijn dat geen ontheffing wordt verleend, omdat dat examens wel kunnen worden afgelegd met aangepaste examenomstandigheden.

Gehele ontheffing

De regels rond medische ontheffing zijn nader uitgewerkt in het Besluit inburgering 2021 (Artikel 2.7) en de Regeling inburgering (Artikel 2.5 en 2.7). De artikelen uit Besluit en Regeling zijn in dit protocol opgenomen onder paragraaf 1.4 en 1.5. Indien iemand door medische omstandigheden in het geheel niet kan voldoen aan het leren van de taal en aan de MAP of het PVT, zal een gehele ontheffing van de inburgeringsplicht volgen.

Gedeeltelijke ontheffing

Gedeeltelijke ontheffing kan worden verleend indien een inburgeringsplichtig door zijn beperking of belemmering niet in staat is om aan bepaalde onderdelen van de leerroute te voldoen. Het kan gaan om twee varianten:

In onderstaande tabel staat vermeld hoe de eisen zich verhouden tot de mogelijkheid tot gedeeltelijke ontheffing op medische gronden.

Voor inburgeringsplichtigen met een auditieve of visuele beperking die tevens een revalidatietraject volgen in verband met hun beperking, is het mogelijk het aantal uren voor de Z-route in het PIP naar beneden bij te stellen, dit geldt alleen voor deelnemers aan de Z-route en valt niet onder ontheffing maar wordt door de gemeente in het PIP vastgelegd. Dit is uitgewerkt in de Regeling inburgering.

De geraadpleegde medisch deskundige zal omtrent de toestand van betrokkene een advies opmaken, waarbij de medisch deskundige een relatie legt tussen enerzijds de belemmeringen en beperkingen voortvloeiend uit de medische toestand van betrokkene en anderzijds de mogelijkheden tot het voldoen aan de inburgerinsplicht. Is het voor betrokkene mogelijk om het examen wel aangepast af te leggen, dan zal de medisch deskundige in zijn advies aangeven onder welke aangepaste examenomstandigheden het examen door betrokkene gemaakt kan worden. In geval betrokkene naar verwachting niet alle onderdelen van het examen kan afleggen of slechts deels of niet kan voldoen aan het participatiedeel in de Z-route, dan zal de medisch deskundige aangeven welke onderdelen wel en welke onderdelen niet afgelegd kunnen worden.

Een overzicht van mogelijke aangepaste examenomstandigheden is hiertoe in de Regeling inburgering 2021 opgenomen. Dit overzicht is, in tegenstelling tot de lijst in artikel 3.2 van de Regeling inburgering (oud), niet limitatief. Doordat er onder de vorige Wet inburgering geen gedeeltelijke ontheffing mogelijk was, zijn veel mensen met bijvoorbeeld een auditieve of visuele beperking (geheel) ontheven van de inburgeringsplicht en waren er geen aangepaste examens nodig voor mensen die volledig doof of blind zijn. Onder de huidige wet zal gekeken moeten worden aan welke aangepaste examens behoefte is in aanvulling op de al beschikbare aanpassingen. De mogelijkheden tot aangepaste examenomstandigheden verschillen bovendien voor de taalexamens op niveau A2 en voor de Staatsexamens Nt2 (niveau B1 en B2). Niet alle aanpassingen zijn op elk niveau beschikbaar. Mocht iemand op advies van de medisch deskundige met een aanpassing die niet is opgenomen in de lijst met aangepaste examenomstandigheden (artikel 3.6 van deze regeling) toch examens kunnen afleggen, dan wordt in overleg met DUO en indien nodig met het Ministerie van SZW gekeken of de aanpassing kan worden gerealiseerd. DUO overlegt periodiek met de aangewezen arts. Signalen hierover kunnen in dat kader worden besproken.

Bij de advisering over het wel of niet kunnen voldoen aan de inburgeringsplicht neemt de medisch deskundige in zijn overweging ook (in algemene termen) mee of iemand in staat is om lessen te volgen en deel te nemen aan de andere verplichte onderdelen van de inburgeringsplicht. In het protocol wordt steeds waar er wordt gesproken over ‘de inburgeringsplicht’ ook het deelnemen aan deze lessen en activiteiten bedoeld.

Voor inburgeringsplichtigen met een psychische of lichamelijke belemmering dan wel een verstandelijke beperking is het mogelijk om te worden ontheven van de inburgeringsplicht door aan te tonen dat hij door deze belemmering dan wel beperking blijvend niet in staat is om te voldoen aan de inburgeringsplicht. In het geval van een gedeeltelijke ontheffing op medische gronden geldt dat moet worden aangetoond dat de inburgeringsplichtige door de belemmering dan wel beperking niet in staat is te voldoen aan alle vastgestelde onderdelen van het inburgeringsexamen of de leerroute die wordt gevolgd. Hieronder volgt hoe dat in het wettelijk kader is beschreven.

Ad A. Wet inburgering 2021

Artikel 5, eerste lid, van de Wet inburgering 2021 luidt:

Ad B. Besluit inburgering 2021

In artikel 2.7 van het Besluit inburgering 2021 is artikel 5, eerste lid, van de Wet inburgering uitgewerkt:

Ad C. Regeling inburgering 2021

In artikel 2.5 (Medische deskundigenverklaring) en artikel 2.7 (Tarieven ontheffing) van de Regeling inburgering 2021 staat:

Regeling inburgering 2021

In artikel 3.6 van de Regeling inburgering 2021 staat:

Artikel 3.6. Aangepaste examenomstandigheden

De aangepaste examenomstandigheden, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, van het besluit, betreffen in ieder geval:

In het kader van de Wet inburgering 2021 is de inburgeringsplichtige zelf verantwoordelijk voor het op tijd voldoen aan de inburgeringsplicht. Hij wordt daarin begeleid door de gemeente. De gemeenten stelt een PIP op met een van de drie leerroutes. De inburgeringsplichtige kan op eigen verzoek (conform artikel 5 van de Wet inburgering 2021) door DUO geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de inburgeringsplicht op medische gronden vanwege een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke beperking die zodanig is dat de inburgeringsplichtige binnen een termijn van vijf jaar na de aanvraag van de ontheffing niet in staat geacht wordt te kunnen voldoen aan de inburgeringsplicht.

Betrokkene dient hiertoe een verzoek in bij DUO. DUO zal over deze aanvraag een besluit nemen op basis van een medische deskundigenverklaring over betrokkene. Deze medische deskundigenverklaring wordt op verzoek van de inburgeringsplichtige opgesteld door de medisch deskundige die daartoe door DUO is gecontracteerd. De medisch deskundige dient een onafhankelijk arts te zijn – niet zijnde een behandelend arts van betrokkene – die is ingeschreven in het BIG-register van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg. De medisch deskundige dient op de hoogte te zijn van de relevante wet- en regelgeving ten aanzien van de inburgeringsplicht en het inburgeringsexamen en van de mogelijke aangepaste examenomstandigheden. Daarnaast kan DUO extra eisen stellen aan de medisch deskundige, zoals bijvoorbeeld ten aanzien van scholing.

De inburgeringsplichtige dient zich bij DUO te melden met een verzoek voor ontheffing op medische gronden of met een verzoek voor aangepaste examenomstandigheden op grond van een belemmering of beperking. DUO zal de aanvraag in behandeling nemen, de kosten innen en de aanvraag doorzetten naar deze medisch deskundige, een partij die hiertoe door DUO gecontracteerd is. De medisch deskundige stelt vervolgens vast of er een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke beperking is waardoor de betrokkene binnen een termijn van vijf jaar al dan niet kan voldoen aan de inburgeringsplicht. Tevens kan de medisch deskundige adviseren of aangepaste examenomstandigheden noodzakelijk zijn bij het afleggen van de onderdelen van het inburgeringsexamen of de mondelinge en schriftelijke vaardigheden of KNM in de onderwijsroute.

De aangewezen onafhankelijk arts deelt (conform artikel 2.7, eerste lid van het Besluit inburgering 2021) de deskundigenverklaring met DUO waarna DUO conform artikel 2.7, vijfde lid, van het Besluit inburgering 2021 binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een beschikking geeft die wordt gedeeld met de aanvrager en (conform artikel 9.1, derde lid en onder c, van het Besluit inburgering 2021) de gemeente. Er is geen geldigheidstermijn gekoppeld aan de medische deskundigenverklaring. Betrokkene dient bij het indienen van een aanvraag bij DUO en de vervolgstappen zelf rekening te houden met de inburgeringstermijn en dit proces tijdig in gang te zetten. DUO heeft een vergewisplicht (conform art. 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht), maar treedt niet in de inhoudelijke beoordeling van de (medische) deskundigenverklaring. De vergewisplicht houdt in dat DUO naast het controleren van de formulieren op het juist en volledig invullen hiervan, zich ervan moet vergewissen dat het onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden.

Verkorte procedure

Een verkorte procedure kan volstaan indien aan de hand van bij de aanvraag tot de medische deskundigenverklaring aangeleverde medische stukken, reeds een deskundigenverklaring kan worden opgesteld. Dit betekent dat naar het oordeel van de medisch deskundige evident vaststaat dat betrokkene niet in staat zal zijn om te voldoen aan de inburgeringsplicht of bepaalde onderdelen daarvan of dat de inburgeringsplichtige aangepaste examens nodig heeft. Betrokkene hoeft dan niet (apart hiervoor) in persoon te worden gezien door de medisch deskundige. Voor de niet-evidente situaties is het gebruikelijk dat betrokkene tijdens een spreekuur in persoon door de medisch deskundige wordt opgeroepen. De te volgen procedure (verkort of regulier) is ter beoordeling aan de medisch deskundige die de deskundigenverklaring opstelt.

Aangezien ontheffing op grond van een wezenlijke belemmering of beperking gedurende de gehele periode waarin de inburgeringsplicht op grond van de Wet inburgering 2021 bestaat, relevant is en ook op ieder moment tijdens de periode kan ontstaan, worden geen regels gesteld over de termijn waarbinnen een ontheffingsverzoek op medische gronden moet worden ingediend. De aanvraag kan dus aan het begin, tijdens of aan het einde van de termijn waarbinnen aan de inburgeringsplicht moet zijn voldaan worden ingediend.

De medisch deskundige adviseert over de vraag of betrokkene binnen een periode van vijf jaar na aanvraag van ontheffing in staat is aan de inburgeringsplicht te voldoen. Op grond van artikel 2.7, tweede lid, van het Besluit inburgering is sprake van het niet in staat zijn om geheel of gedeeltelijk aan de inburgeringplicht te voldoen indien in redelijkheid verwacht mag worden dat de aard en de ernst van de belemmering of beperking zodanig is dat het voldoen aan de inburgeringsplicht binnen vijf jaar niet mogelijk is. Deze termijn van vijf jaar wordt gerekend vanaf het moment van de aanvraag van het advies.

Indien te verwachten is dat de betrokkene wegens een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke beperking niet binnen vijf jaar kan voldoen aan de inburgeringsplicht en een gedeeltelijke ontheffing op medische gronden en aangepaste examenomstandigheden geen perspectief bieden, dan wordt ervan uit gegaan dat er reden tot ontheffing bestaat.

Beschikking ontheffing in het kader van de Wet inburgering 2021

Tegen een beschikking van DUO kan de inburgeringsplichtige binnen zes weken in bezwaar gaan. Betrokkene wordt door DUO over deze mogelijkheid in de beschikking geïnformeerd.

De afdeling Bezwaar en Beroep van DUO draagt zorg voor de afhandeling van het bezwaar conform voorgeschreven regels in de Algemene wet bestuursrecht. Bij een negatieve beslissing op bezwaar kan de inburgeringsplichtige in beroep bij de sector Bestuursrecht van de rechtbank. Betrokkene wordt over deze mogelijkheid in de negatieve beschikking op bezwaar geïnformeerd.

De vereiste mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid is in de Wet inburgering 2021 gesteld op het niveau B1. Niet iedereen zal in staat zijn om dit niveau te behalen binnen de gestelde termijn. Onder voorwaarden is het daarom in de B1-route mogelijk om de examens op niveau A2 af te leggen. Daarnaast kunnen mensen met een lage leerbaarheid de Z-route volgen en daarmee voldoen aan de inburgeringsplicht. Met de Z-route wordt beoogd de doelgroep die in het oude stelsel werd ontheven na aantoonbaar geleverde inspanning (zonder A2 niveau te hebben behaald), beter te ondersteunen op een manier die aansluit bij een lagere leerbaarheid. In de Z-route hoeven deelnemers geen examens af te leggen. Overigens kan het ook voorkomen dat inburgeringsplichtigen juist een hoger niveau aan zouden kunnen dan B1, daarom kunnen gemeenten de afspraak maken met een inburgeringsplichtige dat de examens op niveau B2 worden afgelegd.

Het taalniveau B1 is in het CEF als volgt geformuleerd2:

Kan de belangrijkste punten begrijpen uit duidelijke standaardteksten over vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk, op school en in de vrije tijd. Kan zich redden in de meeste situaties die kunnen optreden tijdens reizen in gebieden waar de taal wordt gesproken. Kan een eenvoudige lopende tekst produceren over onderwerpen die vertrouwd of die van persoonlijk belang zijn. Kan een beschrijving geven van ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities en kan kort redenen en verklaringen geven voor meningen en plannen.

Het taalniveau A2 is in het CEF als volgt geformuleerd3

Kan zinnen en regelmatig voorkomende uitdrukkingen begrijpen die verband hebben met zaken van direct belang (bijvoorbeeld persoonsgegevens, familie, winkelen, plaatselijke geografie, werk). Kan communiceren in simpele en alledaagse taken die een eenvoudige en directe uitwisseling over vertrouwde en alledaagse kwesties vereisen. Kan in eenvoudige bewoordingen aspecten van de eigen achtergrond, de onmiddellijke omgeving en kwesties op het gebied van directe behoeften beschrijven.

Het Ministerie van SZW is verantwoordelijk voor de taalexamens op niveau A2 en KNM. Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) is verantwoordelijk voor de Staatsexamens Nt2 (taalniveau B1 en B2). Alle examens worden afgenomen door DUO.

De totale afnametijd van het examen, inclusief 15 minuten instructietijd per examen, bedraagt 320 minuten. De kandidaat kan in een aantal gevallen (niveau A2 en KNM) naar wens meerdere onderdelen op één dag afleggen.

Niveau B1 en B2: de verschillende examenonderdelen worden als volgt afgenomen:

Niveau A2 en KNM: de verschillende examenonderdelen worden als volgt afgenomen:

Afname van de examens

De examens worden afgelegd bij DUO op één van de examenlocaties in Amsterdam, Rotterdam, Rijswijk, Eindhoven, Utrecht en Zwolle.

Aangepaste examenomstandigheden

Een kandidaat die door een belemmering of beperking niet in staat is om de inburgeringsexamens op de gebruikelijke wijze af te leggen, kan door DUO in de gelegenheid worden gesteld om examens op een aan zijn belemmering of beperking aangepaste wijze af te leggen. De aangepaste examenomstandigheden waarin DUO in elk geval kan voorzien, worden toegelicht onder 2.6. van dit protocol. Indien uit de medische deskundigenverklaring een andere wenselijke aanpassing komt, zal in overleg met DUO worden gekeken of daaraan kan worden voldaan. Soms worden aangepaste examens ook afgenomen op een andere locatie dan de reguliere examens omdat er bepaalde apparatuur en/of expertise nodig is. Ook is het op basis van een medische deskundigenverklaring mogelijk op de reguliere examenlocaties in een aangepaste ruimte examen te doen.

Dit medisch protocol bevat ten behoeve van de medisch deskundige aanwijzingen, richtlijnen en feiten om door middel van anamnese en lichamelijk onderzoek tot een goed oordeel en een onderbouwd advies te komen in het kader van een aanvraag voor (gehele of gedeeltelijke) ontheffing van de inburgeringsplicht of om te komen tot advies voor aangepaste examenomstandigheden.

De medisch deskundige kan tot de overtuiging komen dat betrokkene op grond van medische stoornissen en daaruit voortvloeiende beperkingen niet in staat is binnen vijf jaar te voldoen aan de inburgeringsplicht ondanks de mogelijkheid voor een gedeeltelijke ontheffing of aangepaste examenomstandigheden. Bij de beoordeling wordt ook het voorbereidingstraject tot het afleggen van het inburgeringsexamen betrokken. Wanneer betrokkene niet zonder lichte aanpassingen in dit voorbereidingstraject het inburgeringsexamen kan behalen, zal hij moeten worden ontheven. Zijn de aanpassingen in het voorbereidingstraject gering, dan is dat geen reden voor een ontheffing.

Er wordt vanuit gegaan dat voor het kunnen afleggen van het voorbereidingstraject dezelfde vaardigheden van belang zijn als bij het kunnen behalen van het inburgeringsexamen. Mochten lichte aanpassingen nodig zijn voor het afleggen van het voorbereidingstraject dan zal de medisch deskundige dit in het advies aangeven.

Naast het protocol gelden uiteraard de gedragsregels van artsen zoals die door de KNMG zijn vastgesteld en tevens de in de medische adviespraktijk gangbare inzichten (artsen Maatschappij + Gezondheid, artsen Indictie + Advies, artsen uit het VIA register en verzekeringsartsen). Zo zal het onderzoek door de medisch deskundige op een voor betrokkene zo min mogelijk belastende wijze plaatsvinden. Lichamelijk onderzoek zal achterwege kunnen blijven indien de medisch deskundige op grond van de anamnese voldoende overtuiging voor zijn oordeel heeft verkregen. Bovendien zal reeds beschikbare informatie van de behandelsector in de overwegingen worden betrokken en kan indien nodig en met gerichte toestemming van betrokkene nadere informatie bij de behandelaar worden ingewonnen. De medisch deskundige zal (verdere) medicalisering zoveel mogelijk vermijden.

Er zijn vele verschillende stoornissen waaruit beperkingen en belemmeringen kunnen voortkomen die invloed kunnen hebben op de stem en/of de spraak, de visus, het gehoor, de motoriek en/of het cognitief functioneren. De aard en de ernst van de stoornissen en beperkingen dienen altijd geobjectiveerd te worden door de medisch deskundige. In het advies zal worden gemotiveerd in hoeverre deze stoornissen en beperkingen leiden tot belemmeringen en kan een advies worden gegeven voor gehele ontheffing van de inburgeringsplicht of gedeeltelijke ontheffing indien niet kan worden voldaan aan maximaal drie van de vier taalonderdelen of KNM van het inburgeringsexamen, maximaal drie van de vier examens van de mondelinge en schriftelijke vaardigheden of KNM in de onderwijsroute, of het participatiedeel van de Z-route. Ook een advies voor aangepaste examenomstandigheden zal worden gemotiveerd.

De medisch deskundige zal tot de overtuiging moeten komen dat betrokkene wel, gedeeltelijk of niet en/of met aanpassingen in staat is te voldoen aan de inburgeringplicht via een van de drie leerroutes in het stelsel. Hieronder zijn vragen opgenomen die gebruikt kunnen worden bij de gerichte anamnese. Deze vragen zijn niet uitputtend. Per betrokkene zullen de specifieke vragen verschillen.

Waarom een aanvraag voor ontheffing/aangepaste examenomstandigheden op dit moment?

Ter bepaling van de subjectieve belemmering:

Ter objectivering van de beperkingen:

Welke beperkingen ondervindt betrokkene ten aanzien van:

Beoordelingsnormen en prognose van de beperkingen

Naast aandoeningen en belemmeringen die blijvend van aard zijn, zijn er aandoeningen en belemmeringen die tijdelijk zijn. Het is hierbij van belang om vast te stellen op welke termijn een dermate verbetering zal optreden waarna iemand wel in staat is aan de inburgeringsplicht te voldoen. Ook wordt meegewogen in hoeverre er voorzieningen of anderszins oplossingen te treffen zijn om de beperking te compenseren. In sommige gevallen zullen behandeling en/of hulpmiddelen nodig zijn om een verbetering te bewerkstelligen. Hierbij wordt alleen uitgegaan van algemeen gebruikelijke behandelingen en/of hulpmiddelen. Er mag niet van betrokkene verwacht worden dat hij buitensporige inspanningen zal verrichten ten aanzien van de (medische) behandeling.

Er komen situaties voor waarbij het zeer onduidelijk is hoe de prognose zal zijn, bijvoorbeeld als een ziekte binnen korte termijn aanzienlijk kan verbeteren of verslechteren. De medisch deskundige kan in zo’n geval met toestemming van betrokkene besluiten de medisch deskundigenverklaring eenmalig voor maximaal drie maanden aan te houden. Het aanhouden van de deskundigenverklaring – in feite het opschorten van de conclusie van het advies – is alleen mogelijk indien de medisch deskundige dit redelijkerwijs noodzakelijk acht en kan motiveren.

Het gaat bij de medische deskundigenverklaring niet primair om het stellen van een diagnose met de daarbij behorende prognose. Aan de hand van aandoeningen, stoornissen en beperkingen stelt de medisch deskundige een advies op ten aanzien van het wel of niet kunnen voldoen aan de inburgeringsplicht via een van de drie leerroutes in het stelsel. Het gaat hierbij, zoals eerder gesteld, om de overtuiging van de medisch deskundige.

In bepaalde gevallen kunnen betrokkenen met een beperking of belemmering reguliere examens afleggen onder aangepaste examenomstandigheden of kunnen er aangepaste examenversies worden gemaakt. Het uitgangspunt is dat het examen zoveel mogelijk onder dezelfde omstandigheden en met gelijke normering wordt afgenomen. De volgende aangepaste examenomstandigheden zijn beschikbaar zij het niet voor alle taalniveaus (lijst is niet limitatief):

Genoemde mogelijkheden voor aangepaste examenafnames op niveau A2 zijn vervat in het volgende overzicht:

De verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling en uitvoering van de Staatsexamens Nt2 op niveau B1 en B2 ligt bij het CvTE. DUO voert ook deze examens uit. Aanpassingen zijn mogelijk voor:

Wet Inburgering ontheffingsverzoek

NAW gegevens

Onderzoeksactiviteiten

Voorlichting

Cliënt werd uitleg gegeven over de aard van de beoordeling en de status van de deskundigenverklaring.

Client werd uitleg gegeven over inzage-, correctie- en blokkeringsrecht.

Bijlagen:

Aanleiding

Cliënte heeft bij DUO een verzoek ingediend tot ontheffing voor het voldoen aan de inburgeringsplicht aan vanwege ..... (DIT IS TE HALEN UIT DE AANVRAAG)

Vraagstelling

Kan betrokkene op medische gronden in staat worden geacht binnen een termijn van 5 jaar te voldoen aan de inburgeringsplicht binnen een van de drie leerroutes?

Conclusie

Betrokkene wordt op medische gronden wel/niet in staat geacht binnen een termijn van 5 jaar te voldoen aan de inburgeringsplicht via een van de drie leerroutes.

Er is sprake van een VERSTANDELIJKE, PSYCHIATRISCHE, LICHAMELIJKE aandoening als gevolg van welke

Beschouwing (uitwerking van de hoofdargumenten)

WEL/NIET gesteld kan worden dat er geen benutbare mogelijkheden bestaan

Uit onderzoek is (NIET) gebleken dat

WEL/Niet gesteld kan worden dat deze beperkingen binnen 5 jaar niet voldoende te beïnvloeden zijn door behandeling of het treffen van oplossingen/voorzieningen.

Reactie cliënt

De cliënt is tijdens het spreekuur op de hoogte gebracht van de strekking van de deskundigenverklaringen kan zich hiermee verenigen en geeft aan geen gebruik te maken van het inzage-, correctierecht en blokkeringrecht voordat het advies aan DUO wordt verzonden.

De cliënt is tijdens het spreekuur op de hoogte gebracht van de strekking van de deskundigenverklaring en kan zich hiermee wel/niet verenigen. (bij negatief advies)

De cliënt werd schriftelijk op de hoogte gebracht van de deskundigenverklaring. (na ontvangst informatie en bij negatief advies)

Naam arts, datum

Handtekening

I.v.m. het verstrekken van medische informatie

Persoonsgegevens:

Voor de beoordeling van:

Wil beoordelend arts:

bij de behandelaar verzoeken medische informatie via cliënt te verstrekken.

Gegevens behandelaar:

De beoordelend arts heeft de gegevens nodig voor een advies in het kader van de Wet inburgering 2021. Dit advies wordt aan cliënt verstrekt en cliënt zal zorgdragen voor het doorsturen van het advies aan besluitnemer (DUO).

Vraagstelling:

Handtekening

Ik ga ermee akkoord dat er gegevensverstrekking is tussen de beide bovengenoemde artsen, mits niet anders gebruikt dan is vermeld.

¹ Of handtekening wettelijk vertegenwoordiger (indien van toepassing)

In dit document zijn de herziene eindtermen opgenomen voor het onderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij (KNM) van het inburgeringsexamen Nederland.

Ten opzichte van de laatste versie, uit begin 2015, zijn enkele eindtermen aangepast aan de actualiteit. Zo is ‘eerste hulp’ bijvoorbeeld vervangen door ‘spoedeisende hulp’. Inhoudelijk is er niets veranderd, ook de opzet en structuur is gelijk gebleven.

Deze nieuwe versie van de eindtermen wordt van kracht per 1 januari 2022, met ingang van het nieuwe inburgeringsstelsel. Ook de examens zijn dan aangepast aan de nieuwe eindtermen.

Voor de eindtermen van KNM uit is gegaan van cruciale praktijksituaties (CP’s). Dat zijn situaties, gekoppeld aan de onderscheiden thema’s, waarin inburgeraars adequaat moeten kunnen functioneren. Binnen de thema’s zijn vervolgens handelingen beschreven die essentieel zijn voor adequaat functioneren: de Cruciale Handelingen (CH’s). Bij elke handeling hoort kennis (Cruciale Kennis, CK). Tot slot zijn, gegeven de onderscheiden thema’s, handelingen en kennis, indicatoren geformuleerd. Dat zijn de normen die aangeven wanneer een handeling als succesvol kan worden beschouwd. De indicatoren voor succesvol gedrag zijn leidend voor de inhoud van het examen KNM.

Het eindtermendocument is als volgt opgebouwd. In dit hoofdstuk gaan we nader in op het niveau dat hoort bij het examen KNM. We geven hierbij zowel een toelichting op het niveau van taalvaardigheid als op een toelichting op het verwachte cognitieve niveau. In hoofdstuk 2 beschrijven we de onderscheiden situaties en leggen we de relatie met de onderscheiden thema’s. In hoofdstuk 3 beschrijven we per thema de cruciale handelingen. In hoofdstuk 4 beschrijven we per cruciale handeling de bijbehorende cruciale kennis en de indicatoren voor succesvol handelen. In de bijlage is het geheel van eindtermen nogmaals schematisch opgenomen.

De beschrijving van de cruciale handelingen, de bijbehorende cruciale kennis, evenals de indicatoren voor succesvol handelen kunnen in eerste instantie de indruk wekken te refereren aan complexe situaties. Bij het ontwikkelen van de eindtermen en het examen KNM hebben we dit ondervangen door het niveau van het examen te koppelen aan bestaande beschrijvingen van cognitief niveau en taalniveau.

Om de kandidaten en onderwijsaanbieders meer houvast te bieden bij de voorbereiding op het examenonderdeel KNM, geven we hieronder een toelichting op het niveau van de eindtermen en de daaraan gekoppelde toetsopgaven.

Cognitief niveau

Voor een indicatie van het cognitieve niveau dat aan de eindtermen is gekoppeld, hebben we ons gebaseerd op de Doelen Sleutelvaardigheden 4. In dit beschrijvingskader wordt gewerkt met vier niveaus. De eindtermen KNM en de toetsopgaven in het examen KNM zijn gekoppeld aan de beschrijving van Niveau 1.

Overzicht niveaus Doelen Sleutelvaardigheden:

Uitgaande van niveau 1 als uitgangspunt voor het cognitieve niveau van de eindtermen KNM en de daaraan gerelateerde toetsopgaven hebben we de kenmerken van niveau 1 voor de eindtermen en examenopgaven KNM op de volgende manier nader uitgewerkt:

Taalniveau

De opgaven in het examen KNM zijn geconstrueerd op niveau A2 van het Raamwerk NT5. Dit niveau is als uitgangspunt gekozen zodat ook degenen voor wie niveau B1 niet haalbaar is, en diehet inburgeringsexamen op niveau A2 afleggen, in staat gesteld worden het(zelfde) examen KNM af te leggen. De opgaven in het examen KNM worden allemaal mondeling aangeboden zodat beheersing van A2 voor luistervaardigheid uitgangspunt is voor het examen KNM. In het onderstaande overzicht staat aangegeven wat er talig verwacht kan worden van een taalgebruiker op niveau A2.

Om de toegankelijkheid van de examenopgaven te vergroten, worden de opdrachten ondersteund door beeldmateriaal. Veelal worden opgaven geïntroduceerd met een kort filmpje waarin de context van de opgave snel en efficiënt kan worden geschetst. De vragen en antwoorden worden ook voor het overgrote deel voorzien van film- of fotomateriaal.

We onderscheiden vier essentiële situaties waarin het voor inburgeraars van belang is in Nederland te kunnen functioneren. Deze zogenoemde ‘Cruciale Praktijksituaties (CP’s)’ zijn:

In het onderzoek uitgevoerd door Euro RSCG Bikker zijn daarbij 8 thema’s onderscheiden met de bijbehorende uitwerking:

De onderscheiden thema’s kunnen in meerdere cruciale praktijksituaties een rol spelen. Zo is een thema als ‘Normen en waarden’ zelfs in alle vier de cruciale praktijksituaties van belang. Immers, in elke situatie wordt van een inburgeraar verwacht dat hij zich aan de bij de situaties behorende normen en waarden houdt. Een thema als ‘Werk en Inkomen’ is weer alleen relevant voor de cruciale situatie ‘Functioneren op de arbeidsmarkt’. Dit impliceert dat in het examen sommige thema’s in meerdere situaties voor kunnen komen en andere thema’s gekoppeld zijn aan een enkele situatie.

In dit hoofdstuk beschrijven we per thema de bijbehorende cruciale handelingen.

De inburgeraar is in staat stappen te zetten om werk te zoeken, te behouden en in eigen onderhoud te voorzien.

Cruciale handelingen

De inburgeraar is in staat om om te gaan met de Nederlandse omgangsvormen, waarden en normen

Cruciale handelingen

De inburgeraar is in staat passende huisvesting te vinden en nutsvoorzieningen te regelen. Hij draagt zorg voor de veiligheid in de woning. En draagt zorg voor milieu en schone leefomgeving.

Cruciale handelingen

Inburgeraars zijn in staat om volgens de regels van het Nederlandse zorgstelsel gebruik te maken van de gezondheidszorg.

Cruciale handelingen

De inburgeraar is in staat om, door de geschiedenis en geografie van Nederland te kennen, betrokken te zijn bij Nederland en de Nederlandse samenleving.

Cruciale handelingen

De inburgeraar is op de hoogte van de dienstverlening van de lokale overheid, de belastingdienst, de politie en instanties voor sociale en juridische dienstverlening. Hij is in staat in voorkomende gevallen informatie of hulp te vragen bij Bureau voor Juridische Hulpverlening en/of maatschappelijk werk.

Cruciale handelingen

De inburgeraar is in staat om, door de staatsinrichting van Nederland te kennen, betrokken te zijn bij Nederland en de Nederlandse samenleving.

Cruciale handelingen

De inburgeraar kent het Nederlandse onderwijssysteem en onderkent het belang van onderwijs in de Nederlandse kenniseconomie. Inburgeraars laten hun kinderen aan onderwijs deelnemen en kennen de rol die van ouders wordt verwacht.

Cruciale handelingen

Voorwaardelijke eindtermen Algemene Redzaamheid

Er is een aantal eindtermen dat van toepassing is op alle situaties en thema’s. Daarbinnen verwachten we dat inburgeraars kennis hebben van en zich bepaalde handelingen eigen hebben gemaakt, ongeacht de situatie waarin ze verkeren. Dit zijn de eindtermen Algemene Redzaamheid. De volgende eindtermen Algemene Redzaamheid zijn van toepassing:

Deze normen worden niet apart getoetst, maar geïntegreerd in andere normen aangeboden.

Op de volgende bladzijden werken we de cruciale handelingen verder uit in bijbehorende cruciale kennis en indicatoren voor succesvol handelen. Hieronder leggen we uit op welke wijze deze gelezen moeten worden.

De eindtermen zijn opgebouwd rond thema’s, waaraan Cruciale praktijksituaties zijn gekoppeld. Elke CP kent vervolgens een of meer cruciale handelingen, die uitgewerkt zijn in indicatoren voor succesvol handelen, waarvoor cruciale kennis nodig is. Hieronder verduidelijken we deze opbouw van de eindtermen met een voorbeeld uit het eindtermendocument.

De inburgeraar is in staat stappen te zetten om werk te zoeken, te behouden en in eigen onderhoud te voorzien.

Cruciale handelingen

De inburgeraar is in staat om om te gaan met de Nederlandse omgangsvormen, waarden en normen

Cruciale handelingen

De inburgeraar is in staat passende huisvesting te vinden en nutsvoorzieningen te regelen. Hij draagt zorg voor de veiligheid in de woning. En draagt zorg voor milieu en schone leefomgeving.

Cruciale handelingen

Inburgeraars zijn in staat om volgens de regels van het Nederlandse zorgstelsel gebruik te maken van de gezondheidszorg.

Cruciale handelingen

De inburgeraar is in staat om, door de geschiedenis en geografie van Nederland te kennen, betrokken te zijn bij Nederland en de Nederlandse samenleving.

Cruciale handelingen

De inburgeraar is op de hoogte van de dienstverlening van de lokale overheid, de belastingdienst, de politie en instanties voor sociale en juridische dienstverlening. Hij is in staat in voorkomende gevallen informatie of hulp te vragen bij Bureau voor Juridische Hulpverlening en/of maatschappelijk werk.

Cruciale handelingen

De inburgeraar is in staat om, door de staatsinrichting van Nederland te kennen, betrokken te zijn bij Nederland en de Nederlandse samenleving.

Cruciale handelingen

De inburgeraar kent het Nederlandse onderwijssysteem en onderkent het belang van onderwijs in de Nederlandse kenniseconomie. Inburgeraars laten hun kinderen aan onderwijs deelnemen en kennen de rol die van ouders wordt verwacht.

Cruciale handelingen

Ondergetekende,

Bij overtreding van deze geheimhoudingsverklaring houdt de Minister van SZW zich het recht voor om over te gaan tot het treffen van maatregelen.

Plaats:

Datum:

Handtekening:

Inburgeringsdiploma

(voor- en achternaam)

geboren (geboortedatum) te (geboorteplaats, geboorteland),

heeft met goed gevolg het inburgeringsexamen afgelegd.

Het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering 2021 is behaald op het vereiste niveau van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen.

Het inburgeringsexamen van de Wet inburgering 2021 bestaat uit de volgende examenonderdelen:

Leesvaardigheid niveau.

Luistervaardigheid niveau.

Schrijfvaardigheid niveau.

Spreekvaardigheid niveau.

Kennis van de Nederlandse Maatschappij

Daarnaast heeft betrokkene afgerond:

Participatieverklaringstraject

Module Arbeidsmarkt en Participatie

[voor- en achternaam]

Geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats, geboorteland],

Heeft voldaan aan de inburgeringsplicht.

Heeft aan de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering 2021 voldaan.

Hiertoe is het volgende afgerond:

OF

Hiertoe is het volgende afgerond:

INDIEN VAN TOEPASSING

Daarnaast heeft betrokkene de volgende examens afgerond:

Leesvaardigheid niveau A2

Luistervaardigheid niveau A2

Schrijfvaardigheid niveau A2

Spreekvaardigheid niveau A2

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid matigt zowel voor asielstatushouders als voor gezins- en overige migranten de op grond van de tabel 1 of 2 vastgestelde boete als één of meerdere onderdelen van het inburgeringsexamen zijn behaald, op de volgende manier:

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid matigt zowel voor asielstatushouders als voor gezins- en overige migranten de op grond van de tabel 3 vastgestelde boete als één of meerdere examenonderdelen mondelinge en schriftelijke vaardigheden op ten minste niveau B1 of KNM zijn behaald, op de volgende manier:

¹ Dit is inclusief de in het kader van de brede intake gevolgde cursusuren Nederlands als tweede taal en KNM. Deze uren tellen ingevolge artikel 3.14, zesde lid, van het besluit namelijk mee voor het voldoen aan de urennorm van het taalgedeelte (artikel 3.14, tweede lid, onderdeel a, van het besluit).

² Dit is inclusief de uren gemoeid met activiteiten die – voorafgaand aan de vaststelling van het PIP – zijn verricht: (i) in het kader van de brede intake, (ii) in het kader van de Participatiewet tijdens de brede intake, en (iii) in het kader van de maatschappelijke begeleiding. Deze uren tellen ingevolge de artikelen 3.1, vijfde lid, 3.2, derde lid, en 3.14, zesde lid, van het besluit namelijk mee voor het voldoen aan de urennorm van het participatiegedeelte (artikel 3.14, tweede lid, onderdeel b, van het besluit).

¹ Dit is inclusief de in het kader van de brede intake gevolgde cursusuren Nederlands als tweede taal en KNM. Deze uren tellen ingevolge artikel 3.14, zesde lid, van het besluit namelijk mee voor het voldoen aan de urennorm van het taalgedeelte (artikel 3.14, tweede lid, onderdeel a, van het besluit).

De Minister van Justitie en Veiligheid levert het Centraal Bureau voor de Statistiek over de inburgeringsplichtige, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, het vreemdelingenummer, bedoeld in artikel 107, derde lid, van de Vreemdelingenwet, het burgerservicenummer en de ingangsdatum van het verblijfsrecht.

Het College levert het Centraal Bureau voor de Statistiek gegevens over:

Het COA levert het Centraal Bureau voor de Statistiek gegevens over:

Minister van SZW levert gegevens aan het Centraal Bureau voor de Statistiek over:

De Stichting Nuffic en de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven leveren gegevens aan het Centraal Bureau voor de Statistiek over: