U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2025.

Regeling · BWBR0048148

Rijkswet nationaliteit zeeschepen

Wijzigingen Officiële bron
Rijkswet van 8 juni 2022, houdende regels omtrent de verkrijging en het verlies van de nationaliteit van zeeschepen (Rijkswet nationaliteit zeeschepen)Rijkswet nationaliteit zeeschepenWij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is met inachtneming van de artikelen 91, 92, eerste lid, en 94 van het op 10 december 1982 te Montego-Bay tot stand gekomen Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (Trb. 1983, 83) nieuwe regels te stellen omtrent verlening van de nationaliteit van het Koninkrijk aan een zeeschip en het recht de nationaliteitsvlag te voeren;

Zo is het, dat Wij, de afdeling Advisering van de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage8 juni 2022Willem-AlexanderDe Minister van Infrastructuur en Waterstaat,M.G.J.Harbersde tiende mei 2023De Minister van Justitie en Veiligheid,D.Yeşilgöz-Zegerius

In deze rijkswet wordt verstaan onder:

Deze rijkswet is niet van toepassing op:

Onverminderd artikel 8 zijn de eisen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, de volgende:

De eisen, bedoeld in artikel 6, derde lid, zijn de volgende:

In afwijking van artikel 13, derde en vierde lid, vindt doorhaling in het vlagregister niet plaats indien naar het oordeel van Onze Minister wie het aangaat, na overleg met de betrokken Minister van Justitie, sprake is van belemmering van opsporingsonderzoek naar of vervolging van een of meer van de in artikel 13, derde of vierde lid, onderdeel d, genoemde strafbare feiten.

De vervallen zeebrief wordt door de reder, rompbevrachter of eigenaar met de eerste gelegenheid ingezonden aan Onze Minister wie het aangaat.

Bij het aandoen van een haven, ongeacht waar ter wereld, toont de kapitein van een in het vlagregister ingeschreven zeeschip op verzoek van de bevoegde autoriteit een geldige zeebrief.

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze rijkswet zijn belast:

Een ambtenaar als bedoeld in artikel 22 is bevoegd afgifte te vorderen van bij of krachtens deze rijkswet vereiste documenten die zijn vervallen of ingetrokken.

In Aruba, Curaçao of Sint Maarten, alsmede in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba verschaft de reder, rompbevrachter, diens vertegenwoordiger, of eigenaar ten aanzien van een zeeschip dat in het vlagregister is opgenomen desgevraagd onverwijld aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 22, alle gegevens die zij redelijkerwijs behoeven voor de uitoefening van de taken die hen zijn opgedragen bij of krachtens deze rijkswet.

In Aruba, Curaçao of Sint Maarten, alsmede in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is eenieder die betrokken is bij de uitvoering van deze rijkswet en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van dit besluit de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

De landen nemen bij hun wetgeving en bestuur de bepalingen van deze rijkswet in acht.

Een op grond van artikel 4 of 4a van de Zeebrievenwet, artikel 6, eerste lid, van het Curaçaosch Zeebrievenbesluit 1933, onderscheidenlijk artikel 15, eerste lid, van het Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten afgegeven zeebrief, die gold onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze rijkswet, geldt als een zeebrief afgegeven op grond van deze rijkswet.

Een aanvraag als bedoeld in artikelen 311a, eerste lid, van het Wetboek van Koophandel, artikel 4 van de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting, artikel 9 van het Curaçaosch Zeebrievenbesluit 1933, onderscheidenlijk de artikelen 2 of 8 van het Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten, waarover op het tijdstip van inwerkingtreding van deze rijkswet nog geen besluit is genomen, wordt vanaf dat tijdstip aangemerkt als een aanvraag als bedoeld in artikel 6 van deze rijkswet.

Wijzigt de Rijkswet Noodvoorzieningen Scheepvaart.

Wijzigt de Rijkswet Vaarplicht.

Wijzigt de Zee- en luchtvaartverzekeringswet 1939.

Het Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten alsmede het Curaçaosch Zeebrievenbesluit 1933 worden ingetrokken.

Deze rijkswet treedt in werking op een bij koninklijk rijksbesluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan, alsmede voor de verschillende landen van het Koninkrijk verschillend kan worden gesteld.

Deze rijkswet wordt aangehaald als: Rijkswet nationaliteit zeeschepen.