Wijzigingen Officiële bron
Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-GeneraalReglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Overal in dit Reglement betekent:

Over de toelating van leden die na een verkiezing benoemd zijn verklaard beslist, voor zover mogelijk, de Kamer in oude samenstelling.

Nadat de Kamer een Voorzitter heeft benoemd, gaat zij over tot de benoeming van een eerste en een tweede Ondervoorzitter. Artikel 7 is op de Ondervoorzitters van overeenkomstige toepassing.

Is noch de Voorzitter, noch een van de Ondervoorzitters beschikbaar, dan wordt de Voorzitter vervangen overeenkomstig de regeling in artikel 6, eerste lid.

De Voorzitter is belast met:

Indien de Kamer beraadslaagt over de benoeming of het ontslag van de Griffier, dan vindt deze beraadslaging achter gesloten deuren plaats.

Het College van Voorzitter en Ondervoorzitters bepaalt de taken en bevoegdheden van de Griffier en verleent de Griffier de benodigde mandaten en machtigingen. Het kan bepalen dat de Griffier zijn taken en bevoegdheden aan andere medewerkers bij de griffie kan opdragen.

De Griffier heeft, onder toezicht van het College van Voorzitter en Ondervoorzitters, de leiding van de ambtelijke organisatie.

Bij afzonderlijke regeling, vast te stellen door de beide Kamers der Staten-Generaal, wordt de instelling en aansturing van een griffie voor de interparlementaire betrekkingen geregeld.

De Kamer besluit over opheffing van een vaste of tijdelijke commissie. Een tijdelijke commissie die haar opdracht heeft uitgevoerd, houdt ook zonder daartoe strekkend besluit op te bestaan, tenzij de Kamer anders heeft besloten.

De commissievoorzitter is belast met de volgende taken:

Indien in de commissies tot stemming wordt overgegaan, worden besluiten genomen bij meerderheid van stemmen, waarbij het stemgewicht van de aanwezige leden wordt bepaald door de omvang van de fractie waartoe zij behoren.

Een commissie wordt samengeroepen door de commissievoorzitter. Op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van een of meer leden van de commissie belegt deze eveneens een vergadering. De commissievoorzitter stelt de agenda vast.

Commissies zijn in ieder geval bevoegd:

Een rapport wordt na gereedkomen aan de Voorzitter aangeboden, die het naar de betrokken commissie of commissies doorgeleidt.

De vergaderingen van de Kamer zijn openbaar, met uitzondering van de in artikel 66 van de Grondwet bedoelde gevallen.

Als dit naar zijn oordeel noodzakelijk is, is de Voorzitter ten aanzien van alle aanwezigen in het Kamergebouw bevoegd maatregelen te nemen teneinde hen het gebouw te doen verlaten. Hierbij kan hij gebruikmaken van de ambtenaren van de Kamer, de politie en andere toezichthoudende functionarissen.

De Griffier en de plaatsvervangend griffiers dragen zorg voor het publiceren van de daarvoor in aanmerking komende stukken die de Kamer van de regering ontvangt, alsmede van de van de Kamer uitgaande stukken, tenzij openbaarmaking niet mogelijk is of een stuk vertrouwelijk is.

Wanneer ministers, personen die zij hebben aangewezen om hen bij te staan, de gevolmachtigde ministers en de bijzondere gedelegeerden het woord verlangen, dan verleent de Voorzitter dit pas wanneer de spreker die aan het woord is zijn rede heeft beëindigd.

De leden voeren in ten hoogste twee termijnen het woord over hetzelfde onderwerp, tenzij de Kamer verlof geeft voor een volgende termijn.

Ieder lid gedraagt zich in de vergadering op een wijze die:

Indien een spreker van het onderwerp in beraadslaging afwijkt, wijst de Voorzitter hem hier op en roept hij hem tot de behandeling van het onderwerp terug.

De Voorzitter kan, indien hij dit met het oog op de vergaderorde noodzakelijk acht, een spreker op wie het vorige artikel is toegepast en ieder ander lid dat zich schuldig maakt aan gedragingen als bedoeld in dat artikel uitsluiten van de verdere bijwoning van de vergadering op de dag waarop de uitsluiting plaatsvindt.

De artikelen 69 tot en met 72 en 75, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op vergaderingen van commissies, waarbij voor ‘de Voorzitter’ kan worden gelezen: ‘de commissievoorzitter’, en voor ‘de Kamer’: ‘de commissie’.

Indien tijdens de beraadslaging over een wetsvoorstel moties zijn ingediend, wordt hierover gestemd na de stemming over het wetsvoorstel, tenzij de Kamer anders besluit.

Voor de stemming stelt de Voorzitter de leden in de gelegenheid korte verklaringen af te leggen om hun uit te brengen stem toe te lichten.

Indien tijdens de stemming wordt geconstateerd dat het quorum, als bedoeld in de artikelen 52 en 53, niet meer aanwezig is, kan geen uitslag van de stemming worden vastgesteld. Zij wordt beschouwd als niet te zijn gehouden. De Voorzitter sluit, na te hebben geconstateerd dat het quorum niet aanwezig is, de vergadering.

Indien een voorstel zonder stemming is aanvaard, kunnen in de vergaderzaal aanwezige leden in het officiële verslag laten aantekenen dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd. Een dergelijke aantekening wordt niet van een toelichting voorzien.

Voor het tot stand komen van een keuze als bedoeld in artikel 89 is de volstrekte meerderheid van de geldige stemmen vereist.

Indien bij de stemming over de vraag wie in herstemming komt of komen, de stemmen staken, of wanneer de stemmen bij een eindstemming staken, beslist het lot.

Indien het voorstel door de Tweede Kamer ingediend werd, richt de Kamer zich tot die Kamer met de volgende woorden:

"Aan de Tweede Kamer, De Eerste Kamer der Staten-Generaal geeft aan de Tweede Kamer kennis van het feit dat zij het voorstel van wet betreffende ..., op de ... aan haar toegezonden, heeft verworpen."

Van elke vergadering als bedoeld in artikel 49 en elke bijeenkomst als genoemd in artikel 53, derde tot en met zevende lid, wordt een officieel verslag gemaakt.

Het officiële verslag bevat:

Bij afzonderlijke regeling, vast te stellen door de Kamer, worden voorschriften gegeven over de besluitvorming en over andere onderwerpen met betrekking tot een parlementaire enquête en ander parlementair onderzoek.

Een parlementaire enquête wordt uitgevoerd door een hiervoor in te stellen commissie uit de Kamer, de parlementaire enquêtecommissie.

Ander parlementair onderzoek dan bedoeld in het vorige artikel wordt uitgevoerd door een hiervoor in te stellen commissie uit de Kamer, de parlementaire onderzoekscommissie.

Er is een commissie voor de verzoekschriften. Haar samenstelling, taak en werkwijze worden bij afzonderlijk reglement geregeld.

De Kamer besluit op voorstel van de meest betrokken commissie of commissies over het verlenen van instemming met ontwerpen van besluiten die beogen het Koninkrijk te binden als bedoeld in artikel 3 van de Rijkswet houdende goedkeuring van het Verdrag van Lissabon.

Onder de benaming Algemene Europese Beschouwingen beraadslaagt de Kamer jaarlijks over Europese samenwerking en integratie, de betrokkenheid van Nederland daarbij en de rol van de Europese Unie en de Raad van Europa daarin. De Kamer kan besluiten in een bepaald jaar van het houden van Algemene Europese Beschouwingen af te zien.

De Voorzitter kan namens de Kamer de wens tot uitdrukkelijke goedkeuring van een verdrag te kennen geven. Alvorens hiertoe te besluiten raadpleegt hij de meest betrokken commissie of commissies. Hij geeft van zijn besluit zo spoedig mogelijk kennis aan de minister van Buitenlandse Zaken, aan de leden en aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Indien vijftien of meer leden de wens tot uitdrukkelijke goedkeuring van een verdrag te kennen willen geven, doen zij dit door mededeling daarvan aan de Voorzitter, die hiervan zo spoedig mogelijk kennis geeft aan de minister van Buitenlandse Zaken, aan de leden en aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Het bepaalde in de vorige artikelen van dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op voornemens tot:

De Voorzitter geeft aan de gevolmachtigde ministers van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en de bijzondere gedelegeerden van de vertegenwoordigende lichamen van die landen de gelegenheid de hun in het bijzonder bij de artikelen 17 en 18 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden toegekende bevoegdheden uit te oefenen.

De Voorzitter verleent het woord aan de gevolmachtigde ministers en de bijzondere gedelegeerden wanneer zij dit verlangen, echter pas nadat de spreker die aan het woord is zijn rede heeft beëindigd.

De commissie waaraan een voorstel van Rijkswet is toevertrouwd, is bevoegd de gevolmachtigde ministers en de bijzondere gedelegeerden om inlichtingen te verzoeken, alsmede de inlichtingen te aanvaarden die zij uit eigen beweging aan de commissie wensen te verstrekken.

Wanneer de gevolmachtigde ministers of de daartoe aangewezen bijzondere gedelegeerden gebruikmaken van de hun bij artikel 18 van het Statuut toegekende bevoegdheid om te verzoeken de stemming tot de volgende vergadering aan te houden, wordt aan dat verzoek voldaan.

De artikelen 66 en 68 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in deze artikelen in plaats van “een lid dat” moet worden gelezen “een bijzondere gedelegeerde die”, in plaats van “een lid” telkens moet worden gelezen “een bijzondere gedelegeerde” en in plaats van “leden” telkens moet worden gelezen “leden of bijzondere gedelegeerden”.

Wanneer de Kamer op grond van artikel 104 aan een lid gelegenheid heeft gegeven om over een aangelegenheid van het Koninkrijk aan een minister inlichtingen te vragen, stelt de Voorzitter de gevolmachtigde ministers in de gelegenheid de behandeling van die interpellatie bij te wonen en daarbij zodanige voorlichting aan de Kamer te verstrekken als zij gewenst oordelen.

Bij afzonderlijke regeling van de Kamer wordt een Gedragscode integriteit Eerste Kamer vastgesteld waarin voorschriften worden gegeven ter bevordering van integer handelen door leden van de Kamer. In deze afzonderlijke regeling wordt tevens een instrumentarium vastgelegd ten behoeve van de naleving en interpretatie van deze Gedragscode.

Bij afzonderlijke regeling van de Kamer wordt een Gedragscode ongewenste omgangsvormen vastgesteld waarin voorschriften worden gegeven ter voorkoming van ongewenst gedrag door leden van de Kamer. In deze afzonderlijke regeling wordt tevens een instrumentarium vastgelegd ten behoeve van de naleving en interpretatie van deze Gedragscode.

De voorsteller is gerechtigd om tot aan de eindstemming wijzigingen in het voorstel aan te brengen.

De artikelen van Hoofdstuk XV van dit Reglement zijn van overeenkomstige toepassing op voorstellen tot vaststelling of wijziging van de overige op grond van dit Reglement door de Kamer vast te stellen regelingen.

De Kamer kan te allen tijde besluiten van de bepalingen van dit Reglement af te wijken, indien geen van de leden zich daartegen verzet en indien de afwijking niet in strijd is met het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Grondwet of een andere wet.

[Wijzigt het Reglement voor de Commissie voor de Verzoekschriften van de Eerste Kamer der Staten-Generaal]

[Wijzigt de Regeling parlementair en extern onderzoek Eerste Kamer]

Zolang de Kamer de in artikel 21 van het Reglement van Orde bedoelde regeling niet heeft vastgesteld, blijft de Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer van de Huishoudelijke Commissie van 10 december 2020 van kracht.

Alle op grond van artikel 93, derde lid, van het huidige Reglement van Orde aangehouden moties komen bij inwerkingtreding van het nieuwe Reglement van Orde te vervallen, tenzij de Kamer uiterlijk in de eerste vergadering vier weken na deze inwerkingtreding anders besluit.

Bij inwerkingtreding van het nieuwe Reglement van Orde blijft Hoofdstuk IV van het huidige Reglement van Orde van toepassing op voorstellen van wet ten aanzien waarvan reeds voorafgaand aan genoemde inwerkingtreding een voorlopig verslag of nader voorlopig verslag is uitgebracht of inbreng daarvoor is geleverd.

De in de vorige artikelen genoemde wijzigingen treden in werking op 13 juni 2023.