Regeling · BWBR0002564

Mijnreglement continentaal plat

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 13 maart 1967, tot uitvoering van artikel 26 van de Mijnwet continentaal plat Mijnreglement continentaal platWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 18 november 1966, no. 666/833 W.J.A./E.M.C., gedaan in overeenstemming met Onze Ministers van Onderwijs en Wetenschappen, van Defensie, van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw en Visserij en van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk;

Gelet op artikel 26 van de Mijnwet continentaal plat (Stb. 1965, 428);

De Raad van State gehoord (advies van 14 december 1966, no. 38);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 10 maart 1967, no. 667/212 W.J.A./E.M.C., uitgebracht in overeenstemming met Onze andere voornoemde Ministers;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Onze Minister van Economische Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk 13 maart 1967 JULIANA. De Minister van Economische Zaken, J. A. BAKKER. de drieëntwintigste maart 1967. De Minister van Justitie, STRUYCKEN.

Indien een voorschrift in dit besluit een der termen: 'veilig', 'doelmatig' en 'voldoende' inhoudt, kan Onze Minister, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze Minister, wie het mede aangaat, terzake nadere regelen stellen.

Vervallen

Artikel 4, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op andere in dit besluit voorziene beschikkingen.

Beschikkingen, waarbij ter uitvoering van het bij of krachtens dit besluit bepaalde aanwijzingen worden gegeven voor bijzondere gevallen, bepalen, indien nodig, de termijn, waarbinnen de uitvoering moet zijn aangevangen, alsmede de termijn, waarbinnen zij moet worden voltooid.

Ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de arbeiders tijdens alle werkzaamheden dient elke bemande arbeidsplaats te allen tijde onder toezicht te staan van een verantwoordelijke persoon die voldoende hoedanigheden en bekwaamheden bezit om deze functie te vervullen.

De kosten die zijn verbonden aan de naleving van de regels die bij of krachtens de bepalingen van dit besluit inzake de veiligheid, de hygiëne en de gezondheid op het werk zijn gesteld worden niet ten laste gebracht van door de mijnonderneming of de in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere onderneming tewerkgestelde personen.

Vervallen

Werkzaamheden bij mijnbouwkundig werk mogen, in geval zij aan een andere onderneming worden opgedragen, uitsluitend opgedragen worden aan ondernemingen, waarvan redelijkerwijs mag worden verwacht, dat zij de opgedragen arbeid naar behoren zullen verrichten.

De bestuurders van een mijnonderneming of in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere onderneming zijn verplicht te zorgen voor de veiligheid en de gezondheid van de arbeiders inzake alle met het werk verbonden aspecten.

Bij de tenuitvoerlegging van de in artikel 13b, eerste lid, genoemde maatregelen worden de volgende algemene preventieprincipes in acht genomen:

Ter verzekering van de veiligheid en de gezondheid van de arbeiders worden de nodige maatregelen getroffen om ervoor te zorgen dat:

De bestuurders van een mijnonderneming of in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere onderneming moeten:

De bestuurders van een mijnonderneming of in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere onderneming moeten een veiligheids- en gezondheidszorgsysteem opstellen. Dit systeem omvat het geheel van beleid, organisatie, planning, uitvoering, monitoring, evaluatie, doorlichting en verbetering dat wordt gehanteerd voor de beheersing van de veiligheid en de gezondheid.

Onze Minister kan nadere regelen stellen ter zake van het in de artikelen 13a tot en met 13j bepaalde.

De bescheiden, voorzien in het bij of krachtens dit besluit bepaalde, moeten op voldoend duidelijke wijze worden opgesteld, doelmatig worden ingericht en doelmatig worden bijgehouden. Zij moeten, voor zover bij of krachtens dit besluit niet anders is bepaald, gedurende tenminste een jaar ter beschikking blijven.

Bij een mijnonderneming dienen ten aanzien van elk der mijnbouwinstallaties, in gebruik voor het in die onderneming - of voor die onderneming door anderen - instellen van een opsporingsonderzoek, dan wel het winnen van delfstoffen, voldoende maatregelen te worden getroffen om op elk gewenst moment onmiddellijk te kunnen vaststellen welke personen op de betrokken mijnbouwinstallatie aanwezig zijn.

De bestuurders van de betrokken mijnonderneming of in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere onderneming raadplegen over vraagstukken die betrekking hebben op de veiligheid en de gezondheid op het werk de betrokken arbeiders of hun vertegenwoordigers en geven hun het recht tot evenwichtige deelneming aan de behandeling daarvan en tot het doen van voorstellen daaromtrent.

De arbeiders, of hun vertegenwoordigers, met een specifieke taak op het gebied van de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de arbeiders hebben toegang tot alle nodige informatie betreffende, en worden vooraf tijdig geraadpleegd over:

De in artikel 17c, aanhef, bedoelde arbeidersvertegenwoordigers hebben het recht de in artikel 17b bedoelde bestuurders te verzoeken passende maatregelen te nemen en hun in die zin voorstellen te doen, om alle risico’s voor de arbeiders te ondervangen of de bronnen van gevaar uit te schakelen.

De in artikel 17c, aanhef, bedoelde arbeiders en vertegenwoordigers mogen geen nadeel ondervinden van hun in de artikelen 17c en 17 d bedoelde activiteiten.

De in artikel 17b bedoelde bestuurders dienen de arbeidersvertegenwoordigers met een specifieke taak op het gebied van de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de arbeiders gedurende voldoende tijd met behoud van loon vrij te stellen van werk en de nodige middelen ter beschikking te stellen om het deze vertegenwoordigers mogelijk te maken de uit dit reglement voortvloeiende rechten en taken uit te oefenen respectievelijk te vervullen.

Bij een verkenningsonderzoek door middel van het in, op of boven het continentaal plat tot ontploffing brengen van ontplofbare stoffen betrokken vaartuigen moeten tijdens de werkzaamheden de seinen voeren, zoals vermeld in het algemeen bericht aan zeevarenden omtrent seismisch onderzoek, opgenomen in het Bericht aan Zeevarenden van de Afdeling Hydrografie van het Ministerie van Defensie.

Van de aan de oppervlakte waarneembare uitwerking van het in, op of boven het continentaal plat bij een verkenningsonderzoek tot ontploffing brengen van ontplofbare stoffen op de levende rijkdommen van de zee moet aantekening worden gehouden in een register, dat desgevraagd aan de Directeur-Generaal voor de Landinrichting, Grond- en Bosbeheer ter inzage moet worden verstrekt.

Wanneer de uitvoering van een werkplan gevaar voor de veiligheid van de bij het opsporingsonderzoek of het winnen van delfstoffen werkzame personen kan opleveren, moet dit op verlangen en ten genoegen van Onze Minister worden gewijzigd.

Een mijnbouwinstallatie moet zodanig zijn geconstrueerd, ingericht en worden onderhouden, dat wordt voldaan aan de eis van goed en veilig werk.

De dekken van een mijnbouwinstallatie moeten zodanig zijn ingericht, dat overkomend water voldoende kan afvloeien.

Ramen en andere voorzieningen voor licht en voor luchtverversing die geopend, geregeld of beveiligd kunnen worden, moeten op zodanige wijze geconstrueerd zijn dat deze handelingen op veilige wijze kunnen worden uitgevoerd. In geopende stand mogen zij geen gevaar opleveren voor de arbeiders. Ramen en andere voorzieningen voor licht en voor luchtverversing moeten zonder gevaar kunnen worden schoongemaakt.

Op het boven het wateroppervlak uitstekende deel van een mijnbouwinstallatie moeten op doelmatige plaatsen door Onze Minister vastgestelde doelmatige herkenningstekens op voldoend duidelijke wijze zijn aangebracht. Tenminste een van deze herkenningstekens moet, ongeacht vanuit welke richting de installatie wordt genaderd, zichtbaar zijn, zowel bij dag als bij nacht.

Het plaatsen van materieel of materialen op een mijnbouwinstallatie moet zodanig geschieden, dat de tengevolge daarvan optredende krachten en spanningen zonder bezwaar in de constructie van de installatie kunnen worden opgenomen.

De afvoer van gassen, vloeistoffen en vaste stoffen vanaf een mijnbouwinstallatie moet op doelmatige wijze geschieden.

Voor de toepassing van het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde wordt verstaan onder: olie: minerale olie in elke vorm; oliehoudend mengsel: een mengsel, dat olie in welk gehalte dan ook bevat; sanitair afval:

In geval olie dan wel een oliehoudend mengsel, sanitair afval, vuilnis of een stof als in artikel 49b, eerste lid, of artikel 49ba, eerste lid, bedoeld in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 49a, 49b of 49ba in zee is terechtgekomen, moet van het voorval onverwijld op doelmatige wijze en met vermelding van voldoende gegevens mededeling worden gedaan aan Onze Minister, de Directeur-Generaal van de Rijkswaterstaat, de Directeur-Generaal voor de Milieuhygiëne en de Inspecteur-Generaal der Mijnen.

Bij een mijnonderneming, waarin - of waarvoor door anderen - een opsporingsonderzoek wordt ingesteld, dan wel delfstoffen worden gewonnen, moeten op doelmatige plaatsen aanwezig zijn doelmatige kaarten, al dan niet op doorzichtig materiaal getekend, waarop ten genoegen van het Hoofd van de Afdeling Hydrografie van het Ministerie van Defensie de ligging van het deel van het continentaal plat is aangegeven, waar bedoelde handelingen worden verricht, zomede de binnen dat deel voor kortere of langere duur aanwezige mijnbouwinstallaties met krachtens artikel 27 van de Mijnwet continentaal plat ingestelde veiligheidszones, onder aanduiding van de mijnbouwinstallaties of andere objecten, die als vaste punten voor het verrichten van metingen of andere waarnemingen dienst doen of waarop waarnemingstekens zijn aangebracht.

Wanneer blijkt, dat in de in artikel 50 bedoelde kaarten onnauwkeurigheden, fouten of nalatigheden voorkomen, moeten de door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, aangegeven veranderingen en aanvullingen binnen een door hem vastgestelde termijn worden aangebracht.

In geval een meting of andere waarneming vanwege het Hoofd van de Afdeling Hydrografie van het Ministerie van Defensie wordt verricht, zijn de bestuurders van de betrokken mijnonderneming verplicht de nodige hulp te verschaffen en desverlangd de bij hun onderneming voor het verrichten van waarnemingen voorhanden zijnde apparatuur beschikbaar te stellen.

Een boorinstallatie, met alles wat daartoe behoort, moet in veilige en deugdelijke staat verkeren en geschikt zijn voor het doel, waarvoor zij wordt aangewend.

Bij een boring moeten doelmatige maatregelen worden genomen:

Indien bij een boring een andere delfstof wordt aangetroffen dan die welke doel van de boring is, moeten de boorwerkzaamheden op zodanige wijze worden verricht, dat in het belang van de bescherming van delfstoffen voldoende gegevens omtrent het betrokken delfstofvoorkomen worden verkregen.

Doelmatige maatregelen moeten worden genomen om te voorkomen, dat de winning van delfstoffen, waarvan de aanwezigheid is aangetoond of wordt vermoed, wordt belemmerd of geschaad.

Wanneer het in of op het continentaal plat ten behoeve van een opsporingsonderzoek of het winnen van delfstoffen leggen van een pijpleiding gevaar kan opleveren voor de veiligheid van de daarbij werkzame personen, van de scheepvaart of van de visserij, dan wel voor beschadiging van reeds aanwezige onderzeese kabels of pijpleidingen, zomede wanneer het gebruik van de te leggen leiding gevaar kan opleveren voor verontreiniging van de zee, kan Onze Minister, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze Minister, wie het mede aangaat, bij een ten hoogste acht weken na de ontvangst door hem van de in artikel 71, eerste lid, bedoelde mededeling aan de bestuurders van de betrokken onderneming toe te zenden beschikking bepalen, dat het leggen van die pijpleiding niet mag plaatsvinden dan langs een traject en op een minimale diepte in het continentaal plat, zomede op een wijze, welke bij die beschikking zijn aangegeven.

Met het ten behoeve van een opsporingsonderzoek of het winnen van delfstoffen in of op het continentaal plat leggen van een pijpleiding mag niet worden aangevangen dan nadat de aan de Hoofdingenieur-Directeur van de Dienst voor het Stoomwezen verstrekte gegevens door die dienst zijn beoordeeld en de leiding blijkens een door die Hoofdingenieur-Directeur aan de bestuurders van de betrokken mijnonderneming afgegeven schriftelijke verklaring, met name wat betreft materiaalkeuze en wijze van vervaardigen, aan artikel 74, eerste, tweede en derde lid, voldoet.

Voldoende maatregelen moeten worden genomen en doelmatige instructies moeten worden uitgevaardigd ter verzekering van een veilig voetgangersverkeer op een mijnbouwinstallatie, alsmede van het op een zodanige installatie veilig vervoeren, het op en van de installatie brengen daaronder begrepen, van materieel, van materialen en van personen.

De bediening van op een mijnbouwinstallatie aanwezige transportinrichtingen moet door voldoend deskundig personeel geschieden.

Vervallen

Van elke bij het verkeer of vervoer als in artikel 78 bedoeld voorgekomen bijzondere gebeurtenis, die van invloed kan zijn of zijn geweest op de veiligheid van de op een mijnbouwinstallatie werkzame personen, dan wel die gevaar oplevert of opgeleverd heeft van verontreiniging van de zee of voor de instandhouding van de daarin levende rijkdommen, moet onverwijld mededeling worden gedaan aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen.

De bediening van een hijs- of hefwerktuig moet door voldoende deskundig personeel geschieden.

Een op een mijnbouwinstallatie aanwezige lift, met alles wat daartoe behoort, moet op doelmatige wijze zijn beschut en zodanig zijn ingericht en beveiligd, dat het gevaar, dat personen vallen of bekneld geraken of geraakt worden door vallende voorwerpen, zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Bij de installatie van een lift op een mijnbouwinstallatie stellen de bestuurders van de betrokken mijnbouwonderneming of de in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere onderneming en degene die de lift installeert elkaar in kennis van de nodige gegevens en nemen zij passende maatregelen om de goede werking en het veilige gebruik van de lift te waarborgen. Dit voorschrift geldt niet voor gevaarlijke werktuigen als bedoeld in artikel 4 van het Besluit liften.

Het bij de arbeid op een mijnbouwinstallatie tijdelijk buiten werking stellen of terzijde leggen van werktuigen, gereedschappen of andere voorwerpen moet zodanig geschieden, dat gevaar zoveel mogelijk wordt voorkomen. In het bijzonder moeten zo nodig maatregelen worden genomen tegen een onverwacht weer op gang komen van door een krachtwerktuig aangedreven werktuigen.

Naar gelang van de aard en de mate van het ontploffingsgevaar kan Onze Minister mijnbouwinstallaties of delen daarvan indelen in gevarenklassen.

Op verlangen van de Inspecteur-Generaal der Mijnen moet een certificaat van goedkeuring voor elektrisch materieel aan deze worden overgelegd.

Het verrichten van werkzaamheden ter bestrijding van een voorval als in artikel 96a, derde lid, bedoeld of ter beperking van de gevolgen van zodanig voorval moet onder toezicht van een daartoe aangewezen deskundig persoon geschieden door vakkundig personeel, dat voldoende geoefend en geïnstrueerd is om de desbetreffende werkzaamheden doeltreffend te kunnen verrichten.

Op alle normaliter bemande arbeidsplaatsen moeten op gezette tijden veiligheidsoefeningen worden gehouden die erop gericht zijn:

Wanneer bij mijnbouwkundig werk op enige wijze:

moet hiervan op doelmatige wijze en met vermelding van voldoende gegevens onverwijld mededeling worden gedaan aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen; indien de mededeling betrekking of mede betrekking heeft op een situatie als onder b dan wel c bedoeld moet zij tevens worden gedaan aan de Directeur-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken onderscheidenlijk aan de Directeur-Generaal van de Rijkswaterstaat en de Directeur-Generaal voor de Milieuhygiëne.

Wanneer bij mijnbouwkundig werk twee of meer arbeiders tot een groep verenigd arbeid verrichten, moet een van hen zijn aangewezen om toe te zien op al hetgeen nodig is teneinde gevaar voor ongevallen te keren en de vereiste maatregelen te nemen.

Doelmatige maatregelen moeten worden genomen ter verzekering van de veiligheid van de bij een boring aanwezige personen.

Indien opsporing of winning van aardolie of aardgas doel van een boring is of indien zich enige aanwijzing voordoet, dat aardolie of aardgas bij een boring kan worden aangetroffen, moeten doelmatige maatregelen worden genomen teneinde de bij de boring betrokken personen op de hoogte te brengen van de gevaren, aan de aanwezigheid van aardolie en aardgas verbonden.

Door Onze Minister aangewezen mijnbouwinstallaties moeten op doelmatige wijze worden bewaakt.

De bij het winnen van aardolie of aardgas gebruikte inrichtingen moeten doelmatig en veilig zijn samengesteld.

Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk, zomede van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 149 en 149a wordt onder het verrichten van werkzaamheden onder water of onder druk verstaan het verrichten van werkzaamheden, daaronder begrepen het in verband met het verrichten van werkzaamheden verblijven:

Het verrichten van werkzaamheden onder water of onder druk bij of ten behoeve van mijnbouwkundig werk moet onder toezicht van een daartoe aangewezen deskundig persoon geschieden door personen, die voldoende ervaring en deskundigheid bezitten om zodanige werkzaamheden te verrichten.

Het is aan een persoon van 16 of 17 jaar verboden werkzaamheden onder water of onder druk te verrichten.

Het is verboden bij het verrichten van werkzaamheden onder water of onder druk bij of ten behoeve van mijnbouwkundig werk zonder vergunning van Onze Minister elektrisch te lassen of te snijden.

Een ieder, die met het verrichten van werkzaamheden onder water of onder druk bij of ten behoeve van mijnbouwkundig werk is belast, dan wel direct bij het verrichten van die werkzaamheden is betrokken, moet in het bezit zijn van een door Onze Minister goedgekeurde schriftelijke instructie, vermeldende hetgeen bij die werkzaamheden behoort te worden nagekomen of nagelaten in het belang van de veiligheid en ter voorkoming van lichamelijke schade.

Bij mijnbouwkundig werk moeten het medenemen van ontplofbare stoffen en ontstekers uit een magazijn en het overbrengen naar de werkpunten en omgekeerd, zomede het bewaren bij de werkpunten op veilige en doelmatige wijze geschieden.

Voor en na het bij mijnbouwkundig werk afvuren van ladingen moeten doelmatige veiligheidsmaatregelen worden genomen.

Bij een brandbestrijdingsdienst moet een doelmatig register aanwezig zijn, waarin aantekening wordt gehouden van personen als in artikel 133, eerste lid, bedoeld en van de door hen gehouden oefeningen.

Vervallen

De door Onze Minister daartoe aangewezen onderdelen van een mijnbouwinstallatie dienen doelmatig te zijn geaard of anderszins tegen blikseminslag te zijn beveiligd.

De bedrijfsgeneeskundige dienst bevordert, in verband met de arbeid en het arbeidsmilieu in de onderneming of ondernemingen, waaraan hij is verbonden, de maatregelen, welke een doeltreffende preventieve gezondheidszorg in die onderneming of ondernemingen verzekeren. Dienovereenkomstig omvat zijn taak:

Vervallen

Op een mijnbouwinstallatie aanwezige vaste, vloeibare en gasvormige stoffen, die giftig of bijtend zijn of anderszins gevaar kunnen opleveren, moeten op veilige wijze worden bewaard, vervoerd, verwerkt en gebruikt.

In gevallen waarin personen die bijzondere taken uitvoeren in verband met het uitvoeren van deze taken moeten verblijven op plaatsen waar het niveau van het geluid van dag tot dag sterk varieert en het redelijkerwijze niet kan worden gevergd dat de in artikel 154b, derde en vierde lid, bedoelde voorzieningen en maatregelen aangebracht, onderscheidenlijk genomen worden, gelden de volgende voorschriften:

Een persoon, wiens werkzaamheden op een mijnbouwinstallatie hem blootstellen aan aanraking met koude of natte oppervlakken, aan bespatting door water of aan regen, moet, wanneer daarvan nadelige invloeden kunnen worden verwacht, tegen deze invloeden voldoende worden beschut.

Schafttijden moeten zo mogelijk worden doorgebracht in het in artikel 160, eerste lid, bedoelde eet- en recreatieverblijf.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De in artikel 189, derde lid, bedoelde bijstandsboten moeten doelmatig zijn ontworpen en uitgerust en moeten voldoen aan de eisen in verband met evacuatie en redding.

Vervallen

Op een mijnbouwinstallatie mag geen arbeid worden verricht door een persoon van 16 of 17 jaar.

Voor de toepassing van de artikelen 193b tot en met 193e wordt verstaan onder:

zwangere vrouw: de vrouwelijke arbeider die zwanger is en de desbetreffende mijnonderneming of in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere onderneming hiervan in kennis heeft gesteld;

vrouw tijdens de lactatie: de vrouwelijke arbeider die haar kind borstvoeding geeft en de desbetreffende mijnonderneming of in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere onderneming hiervan in kennis heeft gesteld.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het is verboden bij het verrichten van mijnbouwkundig werk een zuiver wetenschappelijk onderzoek, waarvoor goedkeuring van Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, dan wel een ontheffing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Mijnwet continentaal plat is verleend, te belemmeren.

Indien bij mijnbouwkundig werk voorwerpen, sporen of overblijfselen worden gevonden, welke naar redelijkerwijs kan worden vermoed van historisch, oudheidkundig of ander wetenschappelijk belang zijn, dient hiervan zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een week mededeling te worden gedaan aan de directeur van de Rijksdienst voor het oudheidkundig bodemonderzoek, alsmede aan het Hoofd van de Afdeling Hydrografie van het Ministerie van Defensie, onder vermelding van de aard van de vondst, alsmede van een zo nauwkeurig mogelijke plaatsaanduiding in geografische coördinaten, berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening.

Een voorwerp of overblijfsel als bedoeld in artikel 215, dat zich in de feitelijke macht van de mijnonderneming of in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere onderneming bevindt, dient zo mogelijk zes maanden ter beschikking te worden gehouden, tenzij de directeur van de Rijksdienst voor het oudheidkundig bodemonderzoek een kortere termijn toestaat.

Dit besluit kan worden aangehaald als: Mijnreglement continentaal plat.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het wordt geplaatst.