Ministeriële regeling · BWBR0010160

Algemeen luchthavenreglement

Wijzigingen Officiële bron
Algemeen luchthavenreglementAlgemeen luchthavenreglementDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 132, eerste lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, T.Netelenbos

Deze regeling is van toepassing op de volgende luchthavens: Ameland, Budel, Drachten, Eelde, Hilversum, Hoogeveen, Lelystad, Maastricht, Midden-Zeeland, Rotterdam, Schiphol, Seppe, Teuge en Texel.

a. afhandelingszone:

gebied dat begrensd wordt door de omtrek van het vliegtuig vermeerderd met 2 meter;

b.airside:

dat gedeelte van het luchtvaartterrein dat gebruikt wordt voor het landen, starten, taxiën, slepen, parkeren en afhandelen van luchtvaartuigen;

c. dodelijk letsel:

letsel door een persoon bij een ongeval op een luchtvaartterrein opgelopen, dat binnen 30 dagen na het tijdstip van het ongeval de dood tot gevolg heeft;

d.ernstig gebrek of defect:

niet voldoen aan een eis ten aanzien van de inrichting of uitrusting van een luchtvaartterrein, waardoor de veiligheid van personen op het luchtvaartterrein of inzittenden van een luchtvaartuig in gevaar is of kan worden gebracht;

e. ernstig incident:

incident dat zich voordoet onder omstandigheden die erop wijzen dat bijna een luchtvaartongeval heeft plaatsgevonden;

f. ernstig letsel:

letsel door een persoon bij een ongeval op een luchtvaartterrein opgelopen, dat binnen 7 dagen na het tijdstip van het ongeval een ziekenhuisopname voor meer dan 48 uur tot gevolg heeft, dan wel heeft geresulteerd in:

g. gebrek of defect:

niet voldoen aan een eis ten aanzien van de inrichting of uitrusting van een luchtvaartterrein;

h. grondafhandelingsdiensten:

de in de bijlage bij Richtlijn nr. 96/67/EG van de Raad van de Europese Unie van 15 oktober 1996 betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthavens van de Gemeenschap (PbEG L 272/36) genoemde diensten die op een luchtvaartterrein aan een gebruiker worden verleend;

i. incident:

elk voorval, dat geen ongeval is en dat zich heeft afgespeeld op een luchtvaartterrein en afbreuk doet of zou kunnen doen aan de orde of veiligheid op, of het veilige gebruik van het luchtvaartterrein, of waarbij de veiligheid van personen in gevaar is gebracht;

j. luchtvaartongeval:

elk voorval dat samenhangt met het gebruik van het luchtvaartuig tijdens de periode ingaande op het moment waarop enig persoon zich in het luchtvaartuig begeeft met het oogmerk om te vliegen tot het moment waarop deze personen allen het luchtvaartuig hebben verlaten en waarbij, behoudens in de bij ministeriële regeling bepaalde gevallen:

k. ongeval:

elk voorval op een luchtvaartterrein, waarbij dodelijk of ernstig letsel of schade van betekenis is veroorzaakt.

l. organisatie:

bedrijf, vennootschap, firma, onderneming of instelling, of een deel daarvan, publiek- of privaatrechtelijk, met of zonder rechtspersoonlijkheid, met eigen functies en een eigen administratie;

m.platformverkeersdienst:

een dienst die specifiek is belast met de regeling van het platformverkeer en alle hiermee verband houdende activiteiten op een platform;

n. schade van betekenis:o. tanken:

het overpompen, aftappen of uitpompen van vliegtuigbrandstof;

p. tankzone:

een gebied met een straal van 6 meter, gerekend vanaf de vul- en ventilatie-opening van vliegtuig en tankmaterieel;

q. toeleverancier:

organisatie die produkten of diensten levert aan de exploitant;

r. veilige zone:

het gebied beginnende op een afstand van tenminste 15 meter, gerekend vanaf de vul- en ventilatieopening van vliegtuig en tankmaterieel;

t.vliegtuigmotor:

iedere voortstuwingsinrichting van een vliegtuig.

Gebruikers van het luchtvaartterrein, toeleveranciers, organisaties die op het luchtvaartterrein voor de exploitant werkzaamheden verrichten, alsmede organisaties die op het luchtvaartterrein zelfstandig grondafhandelingsdiensten verrichten, zijn verplicht te voldoen aan de eisen die door de exploitant zijn gesteld ten aanzien van orde en veiligheid op, alsmede het veilig gebruik van het luchtvaartterrein.

Bij het ontdekken van een brand, een ongeval of een onveilige situatie stelt een ieder zo spoedig mogelijk de functionaris, die namens de exploitant is belast met het dagelijks toezicht op de goede orde en veiligheid of de brandweer hiervan in kennis.

Op airside is het verboden om zonder schriftelijke toestemming van de exploitant dieren te hebben of te houden.

In het landingsterrein en op het platform hebben de hieronder genoemde categorieën gebruikers ten opzichte van elkaar voorrang in de daarbij vermelde volgorde:

Het is verboden in hangars vliegtuigmotoren of auxiliary power units, verder te noemen APU’s, in bedrijf te stellen of te houden.

Het is verboden een vliegtuig met een of meer in werking zijnde motoren in beweging te zetten, indien daardoor letsel of schade kan worden berokkend aan personen of zaken of de veiligheid van personen daardoor in gevaar kan worden gebracht.

Het is verboden om gedurende de tijd dat een vliegtuig zich op een platform bevindt de in dat vliegtuig aanwezige boordradarinstallatie in werking te hebben of te stellen.

Het is verboden:

Het is verboden:

Het bepaalde in artikel 18 en artikel 19, onderdelen a en e tot en met m, is van overeenkomstige toepassing op hydrantdispensers.

Met inachtneming van artikel 16,17 en 19 kan de Minister per luchtvaartterrein, al dan niet op voordracht van de exploitant voorschriften vaststellen met betrekking tot vervoer en opslag van gevaarlijke stoffen, het tanken en aanverwante handelingen. Indien voorschriften worden vastgesteld kunnen deze betrekking hebben op:

De Minister kan per luchtvaartterrein, al dan niet op voordracht van de exploitant, voorschriften vaststellen met betrekking tot het vooraf verstrekken van schema’s van aankomst- en vertrektijden van luchtvaartuigen.

Indien op het luchtvaartterrein geen permanente grensbewaking aanwezig is, draagt de exploitant ervoor zorg dat de ambtenaren belast met grensbewaking en de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen tijdig worden ingelicht omtrent de aankomst en het vertrek van luchtvaartuigen afkomstig uit dan wel vertrekkend naar een land dat niet is toegetreden tot het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen (Trb. 1985, 102).

De Minister kan, al dan niet op voordracht van de exploitant, voorschriften vaststellen die een beperking van de hoeveelheid luchtvaartterreinverkeer en gedragsregels voor het gebruik van het luchtvaartterrein kunnen inhouden, indien er sprake is van een te groot verkeersaanbod of van enige andere oorzaak waardoor de goede orde of de veiligheid op het luchtvaartterrein in gevaar kan worden gebracht.

De Minister kan per luchtvaartterrein, al dan niet op voordracht van de exploitant, voorschriften vaststellen met betrekking tot:

Vervallen

Waar orde en veiligheid dit vereisen kan de Minister per luchtvaartterrein, al dan niet op voordracht van de exploitant, nadere voorschriften vaststellen.

Het Algemeen luchthavenreglement (Stcrt.1994, 214) wordt ingetrokken.

De Aanvullende luchthavenreglementen van de luchtvaartterreinen Schiphol, Eelde en Lelystad worden aangemerkt mede gebaseerd te zijn op dit reglement.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst

Deze regeling wordt aangehaald als: Algemeen luchthavenreglement.