Wijzigingen Officiële bron
Regeling van 25 juni 1999 houdende aanpassing van een aantal waarden van bijlage 1 en 2 van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming, naar aanleiding van het project Evaluatie Hantering Streefwaarden en enkele aanpassingen als gevolg van de voortgang van een aantal technische ontwikkelingenVrijstellingsregeling samenstellings- en immissiewaarden BouwstoffenbesluitDe Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Gelet op artikel 64 van de Wet bodembescherming;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag25 juni 1999 De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.P.Pronk

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. bijlage A en B:

de bij deze regeling behorende bijlage A en B;

b. MVR-grond:

grond waarvan de samenstellingswaarde van één of meer stoffen uit bijlage A, de samenstellingswaarde, zoals aangegeven in bijlage 1 overschrijdt, tot ten hoogste de in bijlage A aangegeven samenstellingswaarde;

c. tussenwaarde:

de helft van de som van de samenstellingswaarden voor grond van een stof als aangegeven in bijlage A, dan wel bijlage 1 voor zover die stof niet in bijlage A is genoemd, en van die stof als aangegeven in bijlage 2.

Voor het gebruik van grond op of in de bodem wordt vrijstelling van de artikelen 6, tweede lid, tot en met 15 van het Besluit verleend voor zover het betreft de stoffen die zijn opgenomen in bijlage B.

Voor het gebruik van bouwstoffen niet zijnde schone grond wordt vrijstelling verleend van de samenstellingswaarde voor tetrahydrofuran, bedoeld in bijlage 2, voor zover de samenstellingswaarde niet meer bedraagt dan 2 mg/kg droge stof. 2

Voor grond met gemeten organisch stofgehalte van minder dan 10% geldt, in afwijking van bijlage 1 en 2 van het Besluit, voor de omrekening van de samenstellingswaarden van de standaardgrond naar de samenstellingswaarden voor de te beoordelen grond, voor PAK’s dat de samenstellingswaarde van de te beoordelen grond gelijk is aan die van de standaardgrond.

Voor het gebruik van bouwstoffen niet zijnde schone grond wordt vrijstelling verleend van de in bijlage 2 opgenomen immissiewaarden voor:

Voor het gebruik van bitumen dakbedekkingsmaterialen, zoals die regulier in de burger- en utiliteitsbouw worden gebruikt, wordt vrijstelling verleend van de samenstellingswaarde voor minerale olie, zoals aangegeven in bijlage 2.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 1999.