Regeling · BWBR0033530

Kaderbesluit BZK-subsidies

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 30 mei 2013, houdende regels voor het verstrekken van subsidies door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister voor Wonen en Rijksdienst (Kaderbesluit BZK-subsidies)Kaderbesluit BZK-subsidies Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst van 18 januari 2913, nr. 2013-0000031583;

Gelet op de artikelen 3 en 4 van de Kaderwet overige BZK-subsidies;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 13 maart 2013, nr. W04.13.0018/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst van 24 mei 2013, nr. 2013-0000260522;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar30 mei 2013Willem-AlexanderDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,R.H.A.PlasterkDeMinistervoorWonen en Rijksdienst,S.A.Blokde veertiende juni 2013De Minister van Veiligheid en Justitie,I.W.Opstelten

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Geen subsidie wordt verstrekt aan een provincie, gemeente, waterschap of openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, tenzij bij ministeriële regeling is bepaald dat daaraan wel subsidie wordt verstrekt.

Indien het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van rangschikking van de aanvragen worden bij ministeriële regeling rangschikkingscriteria vastgesteld en, indien meerdere rangschikkingscriteria worden vastgesteld, de onderlinge weging daarvan. Indien Onze Minister zich bij de rangschikking van aanvragen laat adviseren door een persoon die of een college dat niet onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam is, wordt bij ministeriële regeling bepaald door wie en op welke wijze het advies wordt uitgebracht.

Onze Minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie indien de aanvraag niet voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gestelde regels.

Onze Minister beslist voorts afwijzend op een aanvraag om subsidie voor zover:

Bij ministeriële regeling kunnen andere afwijzingsgronden dan de afwijzingsgronden, bedoeld in de artikelen 12 en 13, worden vastgesteld.

Tenzij bij ministeriële regeling anders is bepaald, wordt een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie van € 25.000 of meer wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt, is de subsidieontvanger tevens verplicht om één keer per periode van twaalf maanden via een voortgangsverslag inzicht te geven in de voortgang van de activiteiten.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de regels inzake een subsidie lager dan € 25.000 van toepassing zijn op een subsidie van € 25.000 of meer of dat de regels inzake een subsidie van € 25.000 tot € 125.000 van toepassing zijn op subsidies van € 125.000 of meer.

De subsidieontvanger is verplicht:

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Dit besluit wordt aangehaald als: Kaderbesluit BZK-subsidies.