U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2002.

Wet · BWBR0002089

Pensioen- en spaarfondsenwet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 15 mei 1952, houdende regelen betreffende pensioen- en spaarvoorzieningen Pensioen- en spaarfondsenwetWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, regelen vast te stellen betreffende pensioen- en spaarvoorzieningen, met name bedrijfs- en ondernemingspensioenfondsen en ondernemingsspaarfondsen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk 15 Mei 1952 JULIANA. De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, A. M. JOEKES. De Minister van Justitie, H. MULDERIJE. de eerste December 1952. De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

Door de overgang van een onderneming, bedoeld in artikel 662 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij ten aanzien van de aan die onderneming verbonden werknemers geen toezegging omtrent pensioen is gedaan en geen spaarregeling geldt, wordt:

Door middel van een besluit van het bestuur van het fonds kunnen aan de deelnemersraad verdere bevoegdheden dan de in deze wet genoemde worden toegekend. Een zodanig besluit wordt schriftelijk vastgelegd en behoeft de instemming van de deelnemersraad.

De opbouw en de financiering van de pensioenaanspraken vinden gedurende het deelnemerschap ten minste evenredig in de tijd plaats.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de artikelen 9a, 9b en 9c. Daarbij kan worden bepaald dat in geval van overdracht of herverzekering als bedoeld in artikel 9, artikel 9c en die regels niet van toepassing zijn dan wel anderszins daarvan mag worden afgeweken.

Indien de Pensioen- & Verzekeringskamer zulks noodzakelijk acht in het belang van de deelnemers, de gewezen deelnemers, of andere belanghebbenden, gaat een pensioenfonds binnen de daarvoor door de Pensioen- & Verzekeringskamer gestelde termijn over tot het overdragen of herverzekeren van het uit de aangegane verplichtingen voortspruitende risico door het sluiten van overeenkomsten van verzekering met een verzekeraar als bedoeld in artikel 9.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Onverminderd het bepaalde in artikel 8, vierde lid, verstrekt het bestuur van een pensioenfonds op verzoek aan de deelnemer en de gewezen deelnemer binnen drie maanden een opgave van de hoogte van de opgebouwde aanspraken.

Het fonds kan een vergoeding vragen van de aan de opgave verbonden kosten.

Ieder der bestuurders van een pensioenfonds of van een spaarfonds is verplicht te zorgen, dat het bepaalde bij of krachtens deze wet alsmede de bepalingen van de statuten en reglementen van het fonds worden nageleefd en dat, voor zover het een pensioenfonds betreft, het beleid van dat fonds gevoerd wordt overeenkomstig de in artikel 9c bedoelde actuariële en bedrijfstechnische nota.

Een pensioenfonds, een spaarfonds, een werkgever en een verzekeraar als bedoeld in artikel 2, vierde lid, verstrekken aan de Pensioen- & Verzekeringskamer binnen de door haar te bepalen termijn kosteloos de inlichtingen die zij voor de vervulling van de haar bij of krachtens deze wet opgelegde taak nodig acht.

Degene jegens wie door de Pensioen- & Verzekeringskamer een handeling is verricht waaraan hij in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat hem wegens een overtreding een boete zal worden opgelegd, is niet verplicht ter zake daarvan enige verklaring af te leggen. Hij wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.

De werkzaamheden in verband met het opleggen van een dwangsom of van een boete worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij het vaststellen van de overtreding en het daaraan voorafgaande onderzoek.

Telkenjare brengt de Pensioen- & Verzekeringskamer aan Ons verslag uit omtrent haar bevindingen betreffende de toepassing van deze wet.

Ieder is verplicht aan Onze Minister of aan een bij ministeriële regeling aangewezen instelling desgevraagd alle inlichtingen te verstrekken die nodig zijn voor onderzoek inzake het ontbreken van aanvullende pensioenvoorzieningen voor werknemers.

De pensioenfondsen en spaarfondsen zijn verplicht tot vergoeding van de kosten, welke aan de uitvoering van deze wet verbonden zijn. Onze Minister stelt hiervoor nadere regelen vast.

Vervallen

Wij behouden Ons voor, bij algemene maatregel van bestuur nadere regelen tot uitvoering van deze wet te geven.

Vervallen

Onverminderd de artikelen 32b en 32ba is een pensioenfonds uitsluitend bevoegd pensioen of aanspraken op pensioen af te kopen voor zover zijn statuten en reglementen dat mogelijk maken, indien de rechthebbende daarmee instemt en indien:

Ingeval het bepaalde in artikel 5 van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding toepassing vindt is het bepaalde bij of krachtens deze wet van overeenkomstige toepassing op het eigen recht op pensioen van de tot verevening gerechtigde echtgenoot.

In de artikelen 32e tot en met 32h wordt verstaan onder:

Deelnemers en andere rechthebbenden die zich na beëindiging van de deelneming aan een pensioenregeling naar een andere lidstaat begeven behouden hun aanspraak op pensioen in dezelfde mate als deelnemers en andere rechthebbenden die na beëindiging van de deelneming in Nederland blijven.

Het orgaan dat de pensioenregeling uitvoert, betaalt het pensioen op verzoek van de rechthebbende in een andere lidstaat dan de lidstaat waar dat orgaan is gevestigd, waarbij transactiekosten op het pensioen in mindering gebracht kunnen worden.

Van burgerlijke rechtsvorderingen ter zake van deelneming in en uitkering uit een fonds, waarop deze wet van toepassing is, neemt de kantonrechter kennis.

In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank te Rotterdam bevoegd.

Inlichtingen uit de basisadministratie persoonsgegevens en inlichtingen en uittreksels uit de registers van de burgerlijke stand, welke met het oog op deelneming in of uitkering uit een fonds, waarop deze wet van toepassing is, ten behoeve van deelnemers en gewezen deelnemers van een zodanig fonds worden gevraagd, zijn vrij van leges.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Deze wet kan worden aangehaald onder de titel Pensioen- en spaarfondsenwet.

Vervallen

Voor de overtredingen genoemd in tabel 1 en tabel 2, begaan na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 23b van deze wet, zijn de boetebedragen vastgesteld als volgt:

1. Indien een boete wordt opgelegd voor het overtreden van een bepaling als genoemd in tabel 11, is bij de vaststelling van de hoogte van deze boete de volgende categorie-indeling naar balanstotaal van toepassing met de daarbij behorende factor:

Categorie I: pensioenfondsen, spaarfondsen en verzekeraars als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van deze wet, met een balanstotaal minder dan € 9 075 604: factor 1;

Categorie II: pensioenfondsen, spaarfondsen en verzekeraars als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van deze wet, met een balanstotaal van ten minste € 9 075 604 maar minder dan € 45 378 022: factor 2;

Categorie III: pensioenfondsen, spaarfondsen en verzekeraars als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van deze wet, met een balanstotaal van ten minste € 45 378 022 maar minder dan €226 890 108: factor 3;

Categorie IV: pensioenfondsen, spaarfondsen en verzekeraars als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van deze wet, met een balanstotaal van ten minste € 226 890 108 maar minder dan € 453 780 216 : factor 4;

Categorie V: pensioenfondsen, spaarfondsen en verzekeraars als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van deze wet, met een balanstotaal van € 453 780 216 of meer: factor 5.

2. De boete wordt vastgesteld door het bedrag, bedoeld in artikel 1, te vermenigvuldigen met de factor behorende bij de categorie naar balanstotaal, bedoeld in het eerste lid.

3. Indien de gegevens omtrent het balanstotaal niet aan de Pensioen- & Verzekeringskamer beschikbaar zijn gesteld, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer aan degene aan wie de boete wordt opgelegd, verzoeken deze gegevens binnen een door haar te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.

Op grond van artikel 23e, tweede lid, van deze wet behoeft de betrokkene niet in de gelegenheid te worden gesteld om zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd, indien het een overtreding betreft waarvoor tariefnummer 1 is vastgesteld.

Tabel 1

Tabel 2