U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2004.

Wet · BWBR0003793

Landinrichtingswet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 9 mei 1985, houdende regelen met betrekking tot de inrichting van de landelijke gebieden LandinrichtingswetWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regelen te stellen met betrekking tot inrichting van de landelijke gebieden;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 9 mei 1985 Beatrix De Minister van Landbouw en Visserij, G. J. M. Braks De Staatssecretaris van Landbouw en Visserij, A. Ploeg De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, P. Winsemius De Minister van Justitie, F. Korthals Altes De Minister van Financiën, O. Ruding de achttiende juni 1985 De Minister van Justitie, F. Korthals Altes

In deze wet wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

bevoegd bestuursorgaan: bestuursorgaan, dat bevoegd is tot besluitneming inzake de verwezenlijking van infrastructurele voorzieningen van nationaal of regionaal belang;

blok: een geheel van in een herverkaveling begrepen onroerende zaken;

eigenaar: hij, die eigenaar is van een tot het blok behorende onroerende zaak en hij, aan wie een recht van opstal, erfpacht, beklemming, vruchtgebruik, gebruik of bewoning toebehoort, waaraan een in het blok begrepen onroerende zaak is onderworpen, met dien verstande, dat onder het recht van opstal niet wordt begrepen dat recht voor zover het betreft het leggen en houden van leidingen in, op of boven de onroerende zaak van een ander;

rechthebbende: de eigenaar en hij, aan wie een niet onder de omschrijving van eigenaar genoemd beperkt recht toebehoort, waaraan een tot het blok behorende onroerende zaak is onderworpen, hij aan wie met betrekking tot zulk een zaak een recht van huur toebehoort of hij aan wie met betrekking tot zulk een zaak een recht als bedoeld in artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek toebehoort;

structuurschema: het structuurschema, bedoeld in artikel 6;

voorbereidingsschema: het voorbereidingsschema, bedoeld in artikel 18;

herverkaveling: de samenvoeging, verkaveling en verdeling van onroerende zaken met toepassing van Hoofdstuk VII;

openbare registers: de openbare registers, bedoeld in afdeling 1 van titel 2 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Landinrichting strekt tot verbetering van de inrichting van het landelijk gebied overeenkomstig de functies van dat gebied, zoals deze in het kader van de ruimtelijke ordening zijn aangegeven.

Landinrichting kan maatregelen en voorzieningen omvatten ten behoeve van onder meer:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Op de voet van het bij of krachtens deze wet bepaalde kan landinrichting plaatsvinden in de vorm van:

Ruilverkaveling bij overeenkomst is de vorm van landinrichting, waarbij drie of meer eigenaren zich verbinden bepaalde, hun toebehorende onroerende zaken samen te voegen, de verkregen massa op bepaalde wijze te verkavelen en onder elkaar bij notariële akte te verdelen.

Een verzoek om landinrichting in voorbereiding te nemen, kan worden ingediend door:

Onze Minister brengt het verzoek onverwijld ter kennis van:

op welker grondgebied het verzoek betrekking heeft.

De landinrichtingscommissie is bevoegd al dan niet uit haar midden, sub-commissies in te stellen.

Onze Minister stelt regelen betreffende de werkwijze van de landinrichtingscommissie vast.

Voor een gebied, waarvoor herinrichting dan wel ruilverkaveling wordt voorbereid, wordt een landinrichtingsprogramma vastgesteld.

Het landinrichtingsprogramma bevat tevens

de begrenzing in hoofdlijnen van deze beheersgebieden onderscheidenlijk reservaatsgebieden.

Vervallen

Provinciale staten delen aan hen, die bedenkingen naar voren hebben gebracht, de beslissing daaromtrent uiterlijk veertien dagen na het tijdstip van het besluit inzake de vaststelling van het landinrichtingsprogramma schriftelijk en met redenen omkleed mede.

Aan een werknemer wordt door Onze Minister uit ’s Rijks kas een geldelijke bijdrage verleend in door hem te bepalen gevallen en volgens door hem te stellen regelen, indien het bedrijf waarin de werknemer werkzaam is, ten gevolge van de toepassing van artikel 11 of van artikel 146 wordt beëindigd.

De landinrichtingscommissie zendt met betrekking tot het in te richten gebied aan gedeputeerde staten een lijst van hen, die als pachter zijn geregistreerd.

De voorzitter van het hoofdstembureau maakt onverwijld de uitslag van de stemming bekend.

Indien niet tot ruilverkaveling is besloten, stellen gedeputeerde staten alle stukken die op de voorbereiding van de ruilverkaveling betrekking hebben, in handen van Onze Minister.

Artikel 47 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat in de plaats van "besluit tot herinrichting" wordt gelezen: "besluit tot ruilverkaveling".

Aan een werknemer wordt door Onze Minister uit ’s Rijks kas een geldelijke bijdrage verleend in door hem te bepalen gevallen en volgens door hem te stellen regelen, indien het bedrijf waarin de werknemer werkzaam is, ten gevolge van de toepassing van artikel 11 of van artikel 146 wordt beëindigd.

Vervallen

Voor een gebied waarvoor op het voorbereidingsschema in een vereenvoudigde voorbereiding van herinrichting dan wel ruilverkaveling is voorzien, wordt geen landinrichtingsprogramma als bedoeld in Titel 3 vastgesteld, doch wordt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 74-85 een landinrichtingsplan vastgesteld met inachtneming van de artikelen 87-93.

De artikelen 79 en 81 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:

Gedeputeerde staten nemen het besluit tot herinrichting, dan wel het besluit dat een stemming wordt gehouden ter verkrijging van de beslissing of ruilverkaveling zal plaatsvinden met inachtneming van onderscheidenlijk de afdeling II en III.

De artikelen 47-50 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in artikel 48, tweede lid, de woorden "in gedeelten wordt voorbereid of vastgesteld, dan wel" vervallen.

De artikelen 52-72 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:

Het bevoegd bestuursorgaan kan tot Onze Minister een met redenen omkleed verzoek richten aanpassingsinrichting te bevorderen met betrekking tot een gebied waarin een infrastructurele voorziening van nationaal of regionaal belang zal worden verwezenlijkt.

Vervallen

Onze Minister onderzoekt of, en zo ja, in hoeverre aanpassingsinrichting wenselijk is.

Het voorstel tot aanpassingsinrichting bevat:

Onze Minister stelt in overeenstemming met het bevoegd bestuursorgaan regelen betreffende de werkwijze van de landinrichtingscommissie vast.

Voor een gebied met betrekking waartoe een landinrichtingscommissie is ingesteld, wordt op de grondslag van het voorstel tot aanpassingsinrichting een aanpassingsplan vastgesteld.

Vervallen

Aan een werknemer wordt door Onze Minister uit ’s Rijkskas een geldelijke bijdrage verleend in door hem te bepalen gevallen en volgens door hem te stellen regelen, indien het bedrijf waarin de werknemer werkzaam is, ten gevolge van de toepassing van artikel 11 of van artikel 146 wordt beëindigd.

Blijkt na het tot stand komen van de ruilverkavelingsovereenkomst, dat daaraan hebben deelgenomen partijen, die geen eigenaar waren, doch in de kadastrale registratie als zodanig vermeld stonden, dan wordt de overeenkomst niettemin geacht rechtsgeldig te zijn tot stand gekomen en treedt de werkelijke eigenaar in de rechten en verplichtingen, die de in zijn plaats opgetreden partij onbevoegdelijk verworven en op zich genomen heeft.

Men kan mede tot een ruilverkavelingsovereenkomst toetreden, ten einde tegen inbreng van geld kavels of tegen inbreng van onroerende zaken een geldsom te bedingen.

Het in artikel 122 bedoelde, goedgekeurde beding, waarmee Onze Minister heeft ingestemd, heeft overeenkomstige rechtsgevolgen als de daarin van toepassing verklaarde wetsbepalingen. De in die wetsbepalingen aangewezen autoriteiten, colleges en ambtenaren verlenen op overeenkomstige wijze hun medewerking.

Voor zover toepassing is gegeven aan artikel 189, derde lid, kunnen het Rijk en de in dat lid bedoelde openbare lichamen en rechtspersonen op de aan hen in tijdelijk gebruik gegeven gronden alle werkzaamheden verrichten of doen verrichten, welke zij dienstig achten ter verwezenlijking van de in het landinrichtingsplan dan wel aanpassingsplan omschreven doeleinden.

Vervallen

Voor zover het openbaar lichaam voorheen niet was belast met het beheer en het onderhoud van openbare wegen, waterlopen, dijken en kaden met de daartoe behorende kunstwerken gaan in afwijking van het bepaalde in de artikelen 1 en 2 van de Waterstaatswet 1900 (Stb. 176) en de artikelen 18a, 19 en 20 van de Wegenwet het beheer en het onderhoud, door het enkele feit van de aanwijzing in beheer en onderhoud, over op het tijdstip als bedoeld in de artikelen 133, eerste lid, of 134.

Binnen zes maanden na ontvangst van de in artikel 131, tweede en vierde lid, bedoelde voorstellen, wijzen gedeputeerde staten de eigendom van gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud, elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische of natuurwetenschappelijke waarde en de overige gronden bestemd voor doeleinden van openbaar nut, met uitzondering van die, bedoeld in artikel 133, toe aan

Onder waarde wordt in de artikelen 141-145 verstaan de waarde, bedoeld in artikel 162, tweede lid, onder c, zoals deze op grond van de schatting is komen vast te staan.

Het verschil in waarde tengevolge van de toepassing van de artikelen 141, 142 of 143 en van artikel 144, eerste lid, wordt met de eigenaren in geld verrekend.

Voor zover het belang van de landinrichting zich hiertegen niet verzet, wordt aan iedere eigenaar een recht toegedeeld met betrekking tot onroerende zaken van gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming als te zijnen aanzien in het blok is opgenomen.

Elke kavel moet zo worden gevormd, dat hij:

De landinrichtingscommissie deelt zo spoedig mogelijk nadat het plan van toedeling is komen vast te staan, aan de grondkamer mede welke pachtverhoudingen gehandhaafd, welke opgeheven en welke nieuw gevestigd zijn onder vermelding van de namen en woonplaatsen van partijen in de pachtverhoudingen, de onroerende zaken waarop deze betrekking hebben en de bepalingen op grond van artikel 153 inzake de duur en de verlengbaarheid der uit de gevestigde pachtverhoudingen voortvloeiende pachtovereenkomsten.

Indien partijen niet binnen de in artikel 155, derde lid, gestelde termijn tot inzending van de getekende pachtovereenkomst bij de grondkamer zijn overgegaan, maakt de grondkamer een akte in drievoud op, gelijkluidend aan de aan partijen gezonden ontwerp-pachtovereenkomst en bepaalt daarin de pachtprijs. De grondkamer ondertekent de akte en zendt een exemplaar daarvan bij aangetekende brief aan ieder der partijen toe.

De landinrichtingscommissie stelt voor elk blok een zo volledig mogelijke lijst van rechthebbenden samen met vermelding van de aard en omvang van ieders recht.

Bij regeling van Onze Minister wordt het stelsel van classificatie vastgesteld.

De schatters verrichten hun werkzaamheden met inachtneming van het stelsel van classificatie.

Met betrekking tot ieder blok wordt, met inachtneming van het stelsel van classificatie een eerste schatting uitgevoerd, waarbij de gronden in klassen worden ingedeeld, en de gegevens met betrekking tot de inrichting van de gronden worden vastgelegd.

De landinrichtingscommissie legt voor elk blok de uitkomsten van de eerste schatting vast in een register van schattingsuitkomsten en op een kaart waarop de klassegrenzen staan aangegeven.

Na de terinzagelegging bedoeld in artikel 168, eerste lid, kunnen de grenzen van een blok niet meer worden gewijzigd.

Indien daartegen binnen de termijn en op de wijze, in artikel 170, eerste lid, bepaald, geen bezwaren zijn ingediend, staan de rechten, zoals zij op de lijst van rechthebbenden zijn omschreven en toegekend, en de uitkomsten van de eerste schatting vast. Daarvan maakt de landinrichtingscommissie proces-verbaal op.

De landinrichtingscommissie maakt omtrent ieder bezwaarschrift dat niet binnen de termijn of op de wijze in artikel 170, eerste lid, bepaald, is ingediend, afzonderlijk proces-verbaal op waarin zij de redenen vermeldt op grond waarvan naar haar oordeel de indiening in strijd is met artikel 170, eerste lid. Zij zendt daarvan zo spoedig mogelijk afschrift aan degene die het bezwaar heeft ingediend.

De landinrichtingscommissie zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de in artikel 168, eerste lid, bedoelde stukken, van de ingediende bezwaarschriften en van de krachtens de artikelen 171, 172 en 173 opgemaakte processen-verbaal aan Onze Minister en aan de rechter-commissaris.

De rechtbank behandelt zaken betreffende de toekenning en de vaststelling van de rechten en de schattingen vóór elke andere, met uitzondering van die betreffende onteigening. Zaken betreffende de lijst van rechthebbenden worden behandeld voor zaken betreffende het register van schattingsuitkomsten.

Nadat alle rechten betreffende de tot een blok behorende onroerende zaken zijn komen vast te staan, worden zij met wie geen overeenstemming omtrent de uitkomsten der schattingen is verkregen, één of meer vertegenwoordigers van Onze Minister alsmede van de landinrichtingscommissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger door de griffier van de rechtbank bij aangetekende brief opgeroepen om te verschijnen op een door de rechtbank vastgestelde terechtzitting.

Tegen de uitspraak van de rechtbank staat geen rechtsmiddel open, onverminderd de bevoegdheid van de procureur-generaal bij de Hoge Raad om zich in het belang der wet in cassatie te voorzien.

Zodra de lijst van rechthebbenden en het register van schattingsuitkomsten zijn gesloten, geeft de rechter-commissaris hiervan kennis aan Onze Minister en aan de landinrichtingscommissie. Hij zendt een afschrift van de lijst van rechthebbenden aan de landinrichtingscommissie en aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers.

Uiterlijk de veertiende dag na de laatste dag waarop het ontwerp ter inzage heeft gelegen, kan iedere belanghebbende gebruiksgerechtigde schriftelijk zijn bezwaren indienen bij de landinrichtingscommissie.

Indien binnen de termijn en op de wijze in artikel 191 bepaald geen bezwaren zijn ingediend, staat het plan van tijdelijk gebruik vast. Daarvan maakt de landinrichtingscommissie proces-verbaal op.

In het plan van toedeling kunnen met toestemming van hen, die bevoegd zijn te beschikken ten aanzien van niet in het blok gelegen onroerende zaken, regelingen worden opgenomen betreffende grenswijzigingen, burenrechten en erfdienstbaarheden.

De landinrichtingscommissie stelt op één of meer door haar te bepalen plaatsen en tijdstippen de eigenaren en gebruikers in de gelegenheid hun wensen ten aanzien van het plan van toedeling kenbaar te maken.

Uiterlijk veertien dagen na de laatste dag, waarop het plan van toedeling ter inzage heeft gelegen, kan iedere belanghebbende zijn bezwaren tegen het plan van toedeling schriftelijk bij de landinrichtingscommissie indienen.

Indien daartegen binnen de termijn en op de wijze in artikel 200 bepaald geen bezwaren zijn ingediend, staat het plan van toedeling vast. Daarvan maakt de landinrichtingscommissie proces-verbaal op, waarvan zij afschrift zendt aan de rechter-commissaris en Onze Minister.

Op de behandeling van bezwaren zijn de navolgende artikelen van overeenkomstige toepassing:

Indien overeenkomstig de arresten van de Hoge Raad inzake de bezwaren tegen de lijst van rechthebbenden door de rechtbank wijzigingen in die lijst worden aangebracht, alsmede indien ingevolge het bepaalde in artikel 152 wijzigingen worden aangebracht in de registratie, bedoeld in artikel 151, brengt de rechtbank de daardoor noodzakelijk geworden wijzigingen in het plan van toedeling aan.

Op verzoek van de landinrichtingscommissie wordt degene, aan wie krachtens het plan van toedeling een onroerende zaak in eigendom of in gebruik toekomt, op bevelschrift van de rechter-commissaris desnoods door middel van de sterke arm bij voorraad in de macht daarvan gesteld.

Na de inschrijving van de akte van toedeling wordt hij, aan wie daarbij enige onroerende zaak in eigendom of gebruik is toegedeeld, op bevelschrift van de rechter-commissaris desnoods door middel van de sterke arm, in de macht daarvan gesteld.

De landinrichtingscommissie gaat nadat artikel 210 toepassing heeft gevonden zo spoedig mogelijk over tot het opmaken van de lijst der geldelijke regelingen.

Uiterlijk de veertiende dag na de laatste dag, waarop de in artikel 213 bedoelde lijst der geldelijke regelingen ter inzage heeft gelegen, kan iedere belanghebbende schriftelijk zijn bezwaren tegen de lijst der geldelijke regelingen bij de landinrichtingscommissie indienen.

Indien binnen de termijn en op de wijze in het artikel 214 bepaald geen bezwaren zijn ingediend, staat de lijst der geldelijke regelingen vast. Daarvan maakt de landinrichtingscommissie een proces-verbaal op.

Op de behandeling van bezwaren zijn de navolgende artikelen van overeenkomstige toepassing:

De lijst der geldelijke regelingen, zoals zij door de rechtbank is gesloten, geldt als titel voor de daarin omschreven vorderingen.

De hoofdstukken 6 en 7 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing ten aanzien van de bezwaren, bedoeld in de artikelen 152, tweede lid, 170, eerste lid, 191, 200, 205, tweede lid, 214, en 219, eerste lid, en van het beroep, bedoeld in artikel 157, tweede lid.

De kosten van landinrichting worden gedragen door het Rijk, andere openbare lichamen en eigenaren op de voet van de navolgende bepalingen.

De rente bedraagt zes percent van het ingevolge artikel 223, eerste lid, verschuldigde bedrag.

Het op de voet van artikel 225 berekende bedrag van de verschuldigde rente wordt door de zorg van het bestuur van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers in de kadastrale registratie bij de desbetreffende percelen opgenomen.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.