U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-10-2009.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 16 mei 1986, houdende regelen inzake de toekenning van een buitengewoon pensioen aan de deelnemers aan het verzet in het voormalige Nederlands-Indië en aan hun nagelaten betrekkingen Wet buitengewoon pensioen Indisch verzetWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen te stellen betreffende het toekennen van buitengewoon pensioen aan hen, die tijdens de vijandelijke bezetting van het voormalige Nederlands-Indië hebben deelgenomen aan het verzet, alsmede aan hun nagelaten betrekkingen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 16 mei 1986 Beatrix De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, J. P. van der Reijden de tiende juli 1986 De Minister van Justitie, F. Korthals Altes

In deze wet wordt verstaan onder:

Voor de toepassing van deze wet wordt gelijkgesteld met:

Vervallen

Het buitengewoon pensioen kan als blijvend of voorlopig pensioen worden toegekend.

Het blijvend buitengewoon pensioen wordt toegekend, indien, hetzij bij eerste toekenning, hetzij bij vernieuwing van pensioen, verandering van het invaliditeitspercentage voor de toekomst niet aannemelijk wordt geacht.

Tenzij de belanghebbende reeds op grond van het bepaalde in artikel 12 recht heeft op een vermeerdering, wordt het buitengewoon pensioen éénmaal met 20% van de pensioengrondslag vermeerderd, wanneer ten gevolge van de verwonding, verminking, ziekten of gebreken die ontstaan zijn als gevolg van het verzet:

òf

Tenzij de belanghebbende reeds op grond van het bepaalde in artikel 12 recht heeft op een vermeerdering, wordt het buitengewoon pensioen éénmaal met 40% van de pensioengrondslag vermeerderd, wanneer ten gevolge van de verwonding, verminking, ziekten of gebreken, die ontstaan zijn als gevolg van het verzet:

òf

Het bedrag, genoemd in artikel 16, tweede lid, onder b, ten derde, wordt door Onze Minister telkens herzien met ingang van 1 januari, indien en voor zover de ontwikkeling van de consumentenprijsindex in de periode 1 november tot en met 31 oktober daaraan voorafgaand, daartoe aanleiding geeft.

Voor de vaststelling van het recht op buitengewoon pensioen, waarop krachtens de bepalingen van dit hoofdstuk recht kan bestaan, is het bepaalde in artikel 18, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

Het buitengewoon pensioen, bedoeld in artikel 19, bedraagt:

, in welke formule:

p voorstelt: het aantal volle jaren, gedurende hetwelk de man in zijn leeftijdsperiode van 25 tot 65 jaar met de vrouw gehuwd is geweest, vermeerderd met het aantal volle jaren, gedurende hetwelk de man in dezelfde leeftijdsperiode vóór het sluiten van dat huwelijk zonder onderbreking ongehuwd is geweest, en

q voorstelt: de pensioengrondslag, welke voor de man op het tijdstip van zijn overlijden gold of zou hebben gegolden;

Het buitengewoon pensioen van de weduwe, wier echtgenoot over een periode van ten minste drie maanden, voorafgaande aan zijn overlijden in het genot was gesteld van een blijvend buitengewoon pensioen uit hoofde van een invaliditeit van ten minste negentig procent wordt gedurende het eerste jaar na het overlijden van de echtgenoot verhoogd met twintig procent van de pensioengrondslag en gedurende het tweede jaar na het overlijden met tien procent van die grondslag, voor zover het verhoogde buitengewoon weduwen-pensioen daardoor gedurende het eerste jaar niet meer dan vijfentachtig procent van de minimum-pensioengrondslag bedraagt en gedurende het tweede jaar niet meer dan vijfenzeventig procent van die grondslag.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het buitengewoon pensioen van de weduwe en dat van een gewezen echtgenote eindigen voorts met het einde van het kwartaal, waarin een volgend door haar gesloten huwelijk heeft plaatsgehad. Indien dat huwelijk wordt ontbonden, wordt op haar aanvraag bij de Raad haar vroeger buitengewoon pensioen weder toegekend. Zouden haar echter ter zake van het latere huwelijk pensioen of andere inkomsten toekomen, als bedoeld in artikel 16, derde lid, dan vindt deze wetsbepaling overeenkomstige toepassing. Het buitengewoon pensioen gaat opnieuw in op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de ontbinding van het huwelijk heeft plaatsgevonden, mits de aanvraag binnen dertien weken na de datum van de ontbinding van het vorige huwelijk is ingediend. Wordt de aanvraag later ingediend, dan gaat het buitengewoon pensioen in op de eerste dag van de maand volgende op die waarop de aanvraag bij de Raad is binnengekomen.

Het buitengewoon pensioen van de weduwe en dat van een gewezen echtgenote worden niet uitbetaald over de tijd, gedurende welke de vrouw in concubinaat leeft.

Het van toepassing zijnde normbedrag bedraagt:

De garantietoeslag gaat in op de eerste dag van de maand, waarin het recht op de garantietoeslag is ontstaan.

Het buitengewoon pensioen, bedoeld in de artikelen 11, 22 en 22a, de garantietoeslag genoemd in artikel 35a, alsmede de vermeerdering, genoemd in de artikelen 12, 13 en 14, worden naar boven afgerond tot hele euro’s.

Indien een gepensioneerde in een inrichting ter verpleging van geesteszieken of zwakzinnigen is opgenomen, of, niet opgenomen zijnde in een zodanige inrichting, op grond van geestelijke gestoordheid niet in staat is kwijting te verlenen voor de uitbetaling van zijn buitengewoon pensioen en zijn garantietoeslag, is de Raad bevoegd het buitengewoon pensioen en de garantietoeslag uit te betalen aan een door hem aan te wijzen persoon of instelling. In andere bijzondere gevallen is de Raad eveneens bevoegd het buitengewoon pensioen en de garantietoeslag in plaats van aan de gepensioneerde zonder diens machtiging uit te betalen aan een door hem aan te wijzen persoon of instelling.

De Raad is bevoegd geheel of gedeeltelijk van invordering af te zien van uit de toepassing van deze wet voortvloeiende aan het Rijk toekomende vorderingen, dan wel deze vorderingen geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden. Een dergelijk besluit wordt niet genomen dan nadat Onze Minister daarin heeft toegestemd. Toestemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift dertien weken, indien de belanghebbende in het buitenland gevestigd is.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien de verwonding, verminking, ziekten of gebreken, als bedoeld in artikel 6, de deelnemer aan het verzet in een toestand brengen die hem recht geven op een hoger buitengewoon pensioen dan verleend werd, wordt het invaliditeitspercentage opnieuw vastgesteld en wordt hij met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin door of namens hem een aanvraag daartoe is ingediend, alsnog in het genot gesteld van een hoger buitengewoon pensioen.

De Raad is bevoegd, op daartoe door of vanwege de belanghebbende gedane aanvraag, een door de Raad of de Centrale Raad van Beroep gegeven beschikking dan wel uitspraak in het voordeel van de bij die beschikking dan wel uitspraak betrokkene te herzien.

Op een beschikking, voortvloeiende uit de toepassing van de artikelen 47 en 49 is het vijfde hoofdstuk van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 28, tweede lid en artikel 28a.

De belanghebbende is verplicht desgevraagd die inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet of krachtens deze wet vastgestelde algemene maatregelen van bestuur.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Voor degene die een aanvraag om een buitengewoon pensioen indient binnen drie maanden na de datum van het in werking treden van deze wet, gaat het buitengewoon pensioen zonodig in op de datum tot welke deze wet terugwerkt.

In afwijking van hetgeen is bepaald in artikel 35 omtrent de herziening van de pensioengrondslagen en de bedragen bedoeld in artikel 10, worden deze pensioengrondslagen en bedragen over de periode 1 januari 1983 tot de datum van de eerstvolgende herziening na de datum van inwerkingtreding van deze wet herzien overeenkomstig de ontwikkelingen welke de pensioenbedragen ingevolge de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 over genoemde periode hebben gevolgd.

Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet".

Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgende op de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt met uitzondering van de artikelen 55, onder D, 56, onder D, 57, onder A en 58, onder A, terug tot 1 januari 1983. De artikelen 55, onder C en 56, onder C treden op 1 januari 1986 in werking.