U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 17-10-2007.

Regeling · BWBR0007823

Besluit inbeslaggenomen voorwerpen

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 27 december 1995, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur tot uitvoering van de artikelen 117, eerste tot en met derde lid, en 118 van het Wetboek van Strafvordering betreffende de bewaring van inbeslaggenomen voorwerpenBesluit inbeslaggenomen voorwerpenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 28 november 1995, directie wetgeving nr. 527684/95/6.

Gelet op artikelen 118, eerste lid en 119a van het Wetboek van Strafvordering;

De Raad van State gehoord (advies van 20 december 1995, no. WO3.95.0660.

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 21 december 1995, directie wetgeving nr. 531971/95/6.

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage27 december 1995BeatrixDe Minister van Justitie,W. Sorgdragerde achtentwintigste december 1995De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

Als bewaarders, bedoeld in artikel 118, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, worden aangewezen:

Zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming wordt het voorwerp zorgvuldig beschreven en, zo mogelijk na verpakking, deugdelijk gewaarmerkt, zodat te allen tijde de aard van het voorwerp, de herkomst en de reden der inbeslagneming kan worden vastgesteld.

De bewaarder geeft een voorwerp niet af dan tegen een bewijs, waarin de datum der afgifte, de aard van het voorwerp en de naam en de hoedanigheid van de ontvanger zijn vermeld.

Indien de door Onze Minister van Financiën ingevolge artikel 8, tweede lid van de Muntwet 2002 aangewezen instantie de voorwerpen die bij hem in bewaring zijn gegeven, nog niet heeft beoordeeld wanneer afgifte der voorwerpen wordt gevraagd, vormt hij zijn oordeel, alvorens tot afgifte over te gaan, zo spoedig mogelijk.

De bewaarder draagt zorg dat een voorwerp zodanig wordt opgeslagen, dat het steeds met het minst mogelijk oponthoud voor het onderzoek beschikbaar kan worden gesteld.

Voorwerpen die om bijzondere redenen niet kunnen worden opgeslagen in een onder beheer van de bewaarder staande opslagplaats, mogen door hem op een andere geschikte plaats in bewaring worden gegeven.

Indien en voor zolang de opslag ingevolge het vorige artikel geschiedt in een ruimte in beheer bij een andere in artikel 1 genoemde bewaarder, wordt deze als de bewaarder der voorwerpen aangemerkt.

Het besluit van 6 augustus 1993, Stb. 440 wordt ingetrokken.

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1996.

Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit inbeslaggenomen voorwerpen.