U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-04-2012.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 27 oktober 1997, houdende regeling tot toekenning van suppletie bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van gewezen defensiepersoneel (Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Defensie)Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector DefensieWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 24 juli 1997, nr. P/97004787;

Gelet op de artikelen 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet en 12 van de Militaire Ambtenarenwet 1931;

De Raad van State gehoord (advies van 27 augustus 1997, nr. WO7.97.0496);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 20 oktober 1997, nr. P97006643 ;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage27 oktober 1997 Beatrix De Staatssecretaris van Defensie, J. C. Gmelich Meijling de tweede december 1997 De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Het recht op suppletie komt niet tot uitbetaling zolang:

Het recht op suppletie eindigt:

Voor de toepassing van de artikelen 8 en 9 worden uitkeringen steeds geacht onverminderd door de betrokkene te zijn genoten indien, als gevolg van handelingen van of het nalaten van handelingen door de betrokkene, één of meer werkloosheidsuitkeringen, uitkeringen ter zake van arbeidsongeschiktheid, uitkeringen op grond van de Ziektewet dan wel uitkeringen die naar aard en strekking overeenkomen met laatstgenoemde uitkeringen, waarop de betrokkene recht heeft,

Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld met betrekking tot:

Indien het niveau van de uitkering op grond van de WAO een algemene neerwaartse wijziging ondergaat, wordt deze neerwaartse wijziging, tenzij door sociale partners in het sectoroverleg Defensie anders overeengekomen binnen zes maanden na de datum van het Staatsblad waarin de maatregel tot wijziging van de uitkering op grond van de WAO is gepubliceerd, op overeenkomstige wijze ten aanzien van de suppletie doorgevoerd. Dat geschiedt niet eerder dan zes maanden na de datum van het Staatsblad, waarin de betreffende wijzigingsmaatregel wordt gepubliceerd.

De in artikel 6, derde lid, genoemde periode wordt voor de toepassing van de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen inzake voor pensioen geldige tijd, die is doorgebracht als beroepsmilitair, reservist of dienstplichtige, gelijk gesteld met diensttijd die in werkelijke dienst is doorgebracht.

De betrokkene, bedoeld in de artikelen 19 tot en met 22, heeft na afloop van de suppletie recht op uitkering op grond van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel indien de duur van de uitkering langer is dan die van de suppletie. Voor de vaststelling van de duur en de hoogte van de uitkering is het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel van toepassing, met dien verstande dat uitgegaan wordt vanaf het tijdstip waarop het ontslag is ingegaan.

Ingetrokken worden:

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Dit besluit wordt aangehaald als: Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Defensie.