U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2010.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 29 januari 2004, houdende nieuwe regelen inzake tuchtrechtspraak in de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2002)Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de verbreding van de toepassing van het tuchtrecht in de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie wenselijk is het tuchtprocesrecht te herzien;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 29 januari 2004BeatrixDe Minister van Justitie,J. P. H.DonnerDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,A. J. deGeusDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,C. P.VeermanDe Minister van Economische Zaken,L. J.Brinkhorstde vijfde februari 2004De Minister van Justitie,J. P. H.Donner

In deze wet wordt verstaan onder:

De tuchtrechtelijke maatregel van berisping bestaat uit een schriftelijke of mondelinge vermaning tot de betrokkene in verband met het begane feit.

Een tuchtgerecht heeft een voorzitter, leden en een secretaris.

De voorzitter, de leden en de secretaris zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover zij bij de uitoefening van hun taak de beschikking krijgen en waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

Op verzoek van de betrokkene kan de voorzitter of elk van de leden die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van het tuchtgerecht schade zou kunnen lijden. De artikelen 513 tot en met 515 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

Op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 23 kan de voorzitter of een lid die een zaak behandelt, verzoeken zich te mogen verschonen. De artikelen 517, tweede en derde lid, tot en met 518 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

Het tuchtgerecht doet binnen drie weken na ontvangst van het afschrift van het beroepschrift, bedoeld in het derde lid van het voorgaande artikel, de stukken toekomen aan de griffier van het College.

Op het rechtsgeding zijn de artikelen 18 tot en met 26 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de «de betrokkene» telkens wordt gelezen: de betrokkene of de voorzitter van het bedrijfslichaam.

Aan de betrokkene of de voorzitter van het bedrijfslichaam dan wel aan hun gemachtigden en aan de raadsman wordt de gelegenheid gegeven het woord te voeren en de gronden van het beroep toe te lichten.

Na de behandeling van de zaak ter terechtzitting bepaalt de voorzitter de dag voor de uitspraak, tenzij het College onmiddellijk mondeling uitspraak doet.

De tenuitvoerlegging van uitspraken van een tuchtgerecht en van het College geschiedt op last van de voorzitter van het bedrijfslichaam. De voorzitter van het bedrijfslichaam kan niet van tenuitvoerlegging afzien, tenzij met goedkeuring van de voorzitter van het College.

Een uitspraak wordt niet ten uitvoer gelegd voordat zij onherroepelijk is.

Indien in strijd met artikel 42 van tenuitvoerlegging wordt afgezien of indien de in artikel 44 gestelde termijnen niet in acht worden genomen, is artikel 99, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid, van Wet op de bedrijfsorganisatie van overeenkomstige toepassing.

Voorzover in enig jaar de ontvangsten uit geldboeten de kosten van de tuchtrechtspraak overtreffen, geeft het bestuur van het betrokken bedrijfslichaam aan het saldo een bijzondere bestemming, welke de instemming behoeft van de Sociaal-Economische Raad.

Wijzigt de Landbouwkwaliteitswet.

Wijzigt de Loodsenwet.

Wijzigt de Wet op de bedrijfsorganisatie.

Wijzigt de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.