Wijzigingen Officiële bron
Wet van 9 februari 2006, houdende regels inzake de openbaarmaking van beloningen bij rechtspersonen of organisaties die deel uit maken van rechtspersonen die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen worden gefinancierd of die zijn aangewezen, voorzover deze beloningen het gemiddelde belastbare loon per jaar van ministers te boven gaan (Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens)Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomensWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is dat rekenschap wordt gegeven over de besteding van publieke middelen en in dat kader organisaties en rechtspersonen die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen gefinancierd worden of die zijn aangewezen, waaronder woningcorporaties, te verplichten tot openbaarmaking van de beloningen die het gemiddelde belastbare loon per jaar van Onze Ministers te boven gaan;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage9 februari 2006BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ,J. W.Remkesde achtentwintigste februari 2006De Minister van Justitie ,J. P. H.Donner

In deze wet wordt verstaan onder:

Artikel 6 is van toepassing op:

Artikel 6 is tevens van toepassing op de verenigingen en stichtingen die krachtens artikel 70, eerste lid, van de Woningwet zijn toegelaten.

Op voordracht van Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers die het mede aangaat kunnen bij algemene maatregel van bestuur rechtspersonen of organisaties worden aangewezen waarop artikel 6 van toepassing is, indien de financiering van deze rechtspersonen of organisaties middellijk of rechtstreeks geheel of gedeeltelijk uit publieke middelen plaatsvindt of heeft plaatsgevonden.

Onze Minister zendt jaarlijks voor 31 december aan de Staten-Generaal een overzicht van de gegevens die op grond van artikel 6, eerste tot en met vierde lid, zijn of hadden moeten worden opgenomen in het financieel verantwoordingsdocument over het voorafgaande jaar.

Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

In geval van uitkeringen in verband met beëindiging van het dienstverband als bedoeld in artikel 6, tweede lid, waarbij het betreffende dienstverband is geëindigd voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, vermeldt de verantwoordelijke de in artikel 6, tweede lid, genoemde gegevens indien het totaal van de uitkeringen in verband met beëindiging van het dienstverband meer bedraagt of zal bedragen dan het gemiddelde belastbare loon van Onze Ministers in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin deze wet in werking treedt.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens.