Wijzigingen Officiële bron
Besluit van het Productschap Pluimvee en Eieren van 14 juni 2007Hygiënebesluit kuikenbroederijen legsector (PPE) 2007Het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren;

Gelet op artikel 3, tiende lid, artikel 4, eerste en vierde lid a. en c., en artikel 5 van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007;

Besluit:

Zoetermeer14 juni 2007J.J.RamekersvoorzitterS.B.M.Jongeriussecretaris

Goedgekeurd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit mede namens de Minister van Justitie bij beschikking van 6 augustus 2007, nr. TRCJZ/2007/2046.

Dit besluit verstaat in afwijking van artikel 1 van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007 (hierna: de Verordening) onder ondernemer: een natuurlijk persoon of rechtspersoon, die een kuikenbroederij in de legsector uitoefent.

De ondernemer verstrekt direct bij aflevering aan de afnemer van de eendagskuikens schriftelijk de informatie betreffende de status, zoals omschreven in Bijlage IV, van een partij eendagskuikens die bestemd is voor de productie van consumptie-eieren.

De broederijen worden ingedeeld naar grootte: klein, middelgroot en groot. Afhankelijk van de grootte van de broederijen wordt het aantal te onderzoeken locaties bepaald. Indeling van de broederijen wordt gebaseerd op het aantal ingelegde broedeieren per week.

De broederijen dienen gecontroleerd te worden op een tijdstip dat de ruimten na het ontsmetten zijn opgedroogd, het desinfectans zijn werk heeft gedaan en het oppervlak nog niet bezoedeld is door de uitvoering van de werkzaamheden.

De ruimten waarin niet routinematig gewerkt wordt, worden op onverwachte tijdstippen gecontroleerd. Dit kortere onderzoek vindt tweemaal per jaar plaats en staat beschreven in onderdeel A: ‘Onderzoek routine’.

De gehele broederij wordt twee keer per jaar volledig gecontroleerd. Hiervoor wordt van tevoren een afspraak gemaakt met de betreffende broederij. De controle wordt beschreven in onderdeel B: ”Onderzoek speciaal’.

De beide type onderzoeken worden door of namens de GD uitgevoerd. Onder voorwaarden kan een broederij het onderzoek van onderdeel A: ‘Onderzoek routine’ zelf uitvoeren. Deze voorwaarden staan beschreven in bijlage II van dit besluit.

Alle aangegeven onderdelen moeten voor het broederij-gemiddelde worden meegerekend.

Indien het onderdeel niet bemonsterd kan worden dient dit vermeld te worden op het uitslagformulier. Van elk lokaal wordt een lokaal gemiddelde berekend. Het totaal gemiddelde wordt berekend door de gemiddelden van alle lokalen- en kasten op te tellen en te delen door de som van het aantal lokalen + kasten (gemiddelde van de gemiddelden).

De monstername, afhankelijk van de bedrijfsgrootte van de broederij, wordt uitgevoerd met een veelvoud van 12 rodacplaatjes met een diameter van 5.5 cm.

De verwerking van de monsters voor het hygiëneonderzoek bij broederijen dient plaats te vinden zoals beschreven in bijlage II van het Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties 2007.

In de broederij moet tijdens alle bezoeken voor de hygiënebemonstering een Salmonella onderzoek worden uitgevoerd. Doel van dit onderzoek is het controleren of eventueel, via de eieren, ingesleepte Salmonella in de broederij achterblijven en zich in de broederij verspreiden. Het doel is niet het aantonen van eventueel besmette koppels kuikens.

Het Salmonella onderzoek bestaat uit een monstername van 60 swabs. De swabs worden tijdens de monstername bevochtigd met Pepton/Fysiologisch-zout. Per swab wordt een oppervlakte van 25 cm2 bemonsterd. De swabs worden, per 20 stuks, verzameld in één pot.

De volgende locaties dienen te worden bemonsterd:

Er wordt geen onderverdeling gemaakt op basis van de grootte van de broederij. Op alle broederijen wordt een zelfde onderzoeks(schema) gehanteerd.

Beoordeling

De beoordeling is gebaseerd op het hoogste gemiddelde van de lokalen/kasten en een totaal gemiddelde van de broederij. Op basis van de gemiddelden en de aanwezigheid van Salmonella dient actie te worden ondernomen.

1. Resultaat hygiëneonderzoek lokaal/kast

Het gemiddelde van de resultaten van de hygiëneonderzoeken per lokaal of kast mag niet hoger zijn dan 3, tenzij de monsternemer aangegeven heeft dat tijdens de monstername dusdanige werkzaamheden werden uitgevoerd dat deze de uitslag beïnvloeden. In dit geval wordt het genoemde gemiddelde niet meegenomen in de totaal beoordeling. In geval een lokaal/kast gemiddelde boven de 3 uitkomt dient de uitslag bij het volgende onderzoek minimaal voldoende te zijn. Indien, het betreffende lokaal of kast, wederom een gemiddelde van 3 of hoger scoort dient binnen een tijdsperiode van 2 maanden een extra ‘onderzoek speciaal’ te worden uitgevoerd.

2. Resultaat hygiëneonderzoek Broederij (totaal beoordeling)

Het gemiddelde van de resultaten van de hygiëneonderzoeken van de verschillende lokalen of kast op een broederij mag niet hoger zijn dan 3.0. In geval het gemiddelde van een broederij boven de 3 uitkomst, dient, binnen een periode van 1 maand, een extra ‘onderzoek speciaal’ te worden uitgevoerd. Wanneer het gemiddelde van een broederij groter is dan 2.0 en kleiner is dan 3.0 dan dient, binnen een periode van 2 maanden, een extra ‘onderzoek speciaal’ te worden uitgevoerd. Als het gemiddelde van een broederij groter is dan 1.5 en kleiner dan 2.0 dient het gemiddelde van de broederij bij een volgende bemonstering minimaal voldoende te zijn. Wanneer bij een volgende bemonstering wederom het gemiddelde tussen de 1.5 en 2.0 bedraagt dient, binnen een periode van 2 maanden, een extra ‘onderzoek speciaal’ te worden uitgevoerd.

Het programma voor hygiëneonderzoeken zoals beschreven in Bijlage I bestaat uit een uitgebreid aangekondigd onderzoek dat twee maal per jaar zal plaatsvinden en uit twee kortere onderzoeken. Het routine hygiëneonderzoek (onderdeel A uit Bijlage I) kan door de broederijen zelf worden uitgevoerd, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

De resultaten van het onderzoek worden meegenomen in de controle van het Actieplan Salmonella van de broederijen. Wanneer uit de resultaten van de toetsing blijkt dat de korte hygiëneonderzoeken niet correct worden uitgevoerd of na de beoordeling niet de juiste actie is genomen dan wordt het korte hygiëneonderzoek gedurende één jaar weer uitgevoerd door of namens GD.

Het halfjaarlijkse uitgebreide onderzoek wordt door of namens de GD uitgevoerd. Wanneer de resultaten van het uitgebreide onderzoek onvoldoende of slecht zijn dan wordt door of namens GD de korte onderzoeken opnieuw uitgevoerd, totdat uit twee opeenvolgende uitgebreide onderzoeken blijkt dat de broederij weer tenminste voldoende scoort voor de uitgebreide onderzoeken.

Dit werkvoorschrift beschrijft of monstername van dons, meconium, liggenblijvers, eierschalen en inlegvellen uit uitkomstladen in kuikenbroederijen voor de verplichte monitoring zoals bedoeld in artikel 3 van dit besluit. De monsters worden genomen door een medewerker van de broederij.

Ondernemers die een fokbedrijf of een vermeerderingsbedrijf uitoefenen dienen het op het bedrijf aanwezige fokpluimvee en/of vermeerderingspluimvee te laten onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella. De bemonstering bestaat uit een reguliere monstername en een officiële monstername. Voor de reguliere monstername zijn er twee mogelijkheden, bemonstering van het koppel op het fok- of vermeerderingsbedrijf of bemonstering van het koppel op de broederij. In artikel 4 lid, eerste lid, van de Verordening is bepaald dat de standaard voor de reguliere monstername bemonstering op het fok- of vermeerderingsbedrijf is. In dit geval dient op de broederij dons, meconium of liggenblijvers onderzocht te worden. Deze monstername is in onderdeel A van deze bijlage beschreven. De ondernemer van een fok- of vermeerderingsbedrijf kan echter een verzoek indienen bij de voorzitter voor bemonstering op de broederij. In onderdeel B van deze bijlage is de bemonstering op de broederij opgenomen.

A. Monstername dons, meconium of liggenblijvers

Indien fok- of vermeerderingspluimvee wordt onderzocht op het fok- of vermeerderingsbedrijf dan dient de kuikenbroederijen altijd donsmonsters, meconiummonsters of monsters van liggenblijvers te nemen.

De frequentie van de reguliere monstername wordt weergegeven in de tabel:

Naast de reguliere door de broederijen uit te voeren bemonstering van dons, meconium of liggenblijvers dient, tenminste eens in de acht weken, een officiële monstername op dons, meconium of liggenblijvers door of namens GD uitgevoerd te worden.

De ondernemer is zelf verantwoordelijk voor het tijdig laten nemen van monsters. Het nemen van de monsters wordt verder aangestuurd door GD. Monsters dienen te worden genomen uit alle uitkomstkasten waar op dat moment redelijkerwijs kan worden bemonsterd op dons, meconium dan wel liggenblijvers. De monsters dienen genomen te worden volgens de in deze bijlage opgenomen werkvoorschriften.

B. Monstername inlegvellen en eierschalen

De ondernemer van een fok of vermeerderingsbedrijf kan een schriftelijk verzoek indienen bij de voorzitter voor bemonstering op Salmonella van het koppel op de broederij. Wanneer de voorzitter hier toestemming voor verleent, dient de reguliere monstername van het koppel op de broederij plaats te vinden. Er dienen monsters te worden genomen van eierschalen of inlegvellen van uitkomstladen. Naast de reguliere monstername vindt ook officiële monstername plaats op het fok- of vermeerderingsbedrijf én op de broederij.

De frequentie van de reguliere monstername (eierschalen of inlegvellen van uitkomstladen) wordt weergegeven in de tabel:

Voor de monstername onder A en B geldt het volgende:

Laboratorium

Naast de tweewekelijkse door de broederijen uit te voeren bemonstering van eierschalen of inlegvellen uit uitkomstladen dient, tenminste eens in de zestien weken, de monstername van eierschalen of inlegvellen uit uitkomstladen door of namens GD genomen te worden (officiële monstername).

De ondernemer is zelf verantwoordelijk voor het tijdig laten nemen van monsters. Het nemen van de monsters wordt aangestuurd door GD. Monsters dienen te worden genomen uit alle uitkomstkasten waar op het moment redelijkerwijs kan worden bemonsterd op eierschalen of inlegvellen. Voor uitkomstkasten, waarin slechts broedeieren aanwezig zijn van fokpluimvee of vermeerderingspluimvee waar mestonderzoek wordt uitgevoerd, is dit niet noodzakelijk.

De uitslagen van het onderzoek dat is uitgevoerd in de broederij dient door het laboratorium rechtstreeks aan de leverancier van de broedeieren te worden gemeld en te worden opgenomen in zijn administratie.

In de broederij worden monsters van eierschalen of inlegvellen genomen door de broederij. De monsters worden genomen door verantwoordelijkheid van de ondernemer die de broederij uitoefent, volgens het werkvoorschrift voor het nemen van monsters op de kuikenbroederij, zoals opgenomen in deze bijlage. Wanneer Salmonella aanwezig is, moet door een door de voorzitter erkend laboratorium worden geanalyseerd om welk serotype het gaat.

Indien uit het onderzoek zoals genoemd onder A of B blijkt dat een monster met Salmonella besmet is, dient dit onverwijld door of namens de ondernemer aan de leverancier van de broedeieren te worden gemeld welke vervolgens onverwijld een melding doet bij GD.

Wanneer het een besmetting met S.e, S.t of Salmonella hadar, infantis of virchow betreft, voert GD op last van de voorzitter een verificatieonderzoek uit.

Het verificatieonderzoek is beschreven in het Hygiënebesluit opfok bedrijven, fokbedrijven en vermeerderingsbedrijven (PPE) 2007.

Eisen aan de monstername door de broederij

Indien Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium wordt aangetroffen wordt onmiddellijk logistiek gebroed.

– De broederij beschikt over een bijgehouden administratie, die twee jaar wordt bewaard. De administratie dient inzichtelijk te zijn. Per herkomstadres dienen alle resultaten van Salmonella onderzoek te worden bewaard. Wanneer Salmonella bij een stal wordt aangetoond dienen alle relevante gegevens van deze stal aan de administratie te worden toegevoegd, te weten:

maandelijks wordt aan GD een rapportage gezonden met daarin o.a.:

Algemeen:

Benodigdheden voor het nemen van monsters:

A. Werkwijze monstername eierschalen

B. Werkwijze monstername inlegvellen van uitkomstladen

C. Uitvoering monstername dons

D. Uitvoering monstername meconium

E. Uitvoering monstername liggenblijvers

Voor de monsters genomen onder A, B, C, D en E geldt vervolgens:

Inzendformulier

Verzenden monsters

Resultaten onderzoek

De kuikenbroederij moet bij aflevering van eendagskuikens aan de afnemer de status van de eendagskuikens meegeven volgens onderstaande tabel:

Bij Salmonella enteritidis/Salmonella typhimirium positieve inlegvellen uit uitkomstkasten dan wel eierschalen.

Wanneer in de uitkomstkast eieren van meerdere fokbedrijven of vermeerderingsbedrijven werden uitgebroed hoeven de andere kuikens van de betrokken pluimveebedrijven uit andere kasten (met een negatieve uitslag) niet als mogelijk verdacht te worden afgeleverd totdat bevestigd is van welk fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf de besmetting afkomstig is.

Wanneer na maximaal drie uitkomsten na de eerste verdenking nog niet bekend is van welk fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf de besmetting afkomst is, moet wel aan de afnemers van eendagskuikens afkomstig uit broedeieren van alle fokbedrijven of vermeerderingsbedrijven die in de positieve uitkomstkast(en) aanwezig waren worden gemeld dat de kuikens mogelijk besmet zijn.

De kuikenbroederijen dienen de maximale inspanning te verrichten om de besmetting zo spoedig mogelijk op te sporen.

Een isolatie van Salmonella enteritidis of Salmonella typhimirium zal daarnaast ook leiden tot traceringsonderzoek in het kader van de Salmonella enteritidis/Salmonella typhimirium bestrijding.

In de kuikenbroederij dienen broedeieren gescheiden te worden gehouden volgens onderstaande categorie-indeling: