Wijzigingen Officiële bron
Besluit van het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren van 13 september 2007 tot vaststelling van erkenningsvoorwaarden en werkwijzen voor HOSOWO-instanties (Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties (PPE) 2007) Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen HOSOWO-instanties (PPE) 2007 Het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren;

Gelet op de artikelen 2, artikel 3, artikel 6, artikel 7, en artikel 8, van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007;

Besluit:

Zoetermeer13 september 2007R.J.Gijsenplv. voorzitterB.M.Dellaertsecretaris

Dit besluit neemt de terminologie, als omschreven in artikel 1 van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007 (hierna: de Verordening), over. In aanvulling daarop wordt voor de toepassing van dit besluit verstaan onder:

De procedure voor de erkenning, als bedoeld in artikel 2 en de procedure voor de controle, als bedoeld in artikel 3, worden overeenkomstig de 'Erkenningsprocedure HOSOWO-instanties', opgenomen in Bijlage IV uitgevoerd.

In deze bijlage zijn alle voorwaarden opgenomen waaraan HOSOWO-instanties (hierna instantie) dienen te voldoen indien zij erkend willen worden door het Productschap. De Algemene Voorwaarden gelden voor alle typen HOSOWO-instanties, daarnaast zijn er aparte voorwaarden voor het uitvoeren van een Hygiënogram, Swabonderzoek, Wateronderzoek en Mestonderzoek. Deze worden achtereenvolgens in deze bijlage behandeld.

Verklaring gebruikte termen:

Tabel 1: Controle typen binnen erkenningsprocedure HOSOWO-instanties

Tabel 3: Overzicht beoordeling controlebevindingen

¹ Verlenging wordt alleen afgegeven indien instantie hercontrole en / of herstelcontrole op tijd heeft aangevraagd.

De werkwijze die in dit voorschrift is vastgelegd, heeft enkel betrekking op het gebruik van Rodac-plaatjes met een doorsnede van circa 5,5 cm. Wanneer andere methoden met agar gebruikt worden, dient hiervoor een afgeleid voorschrift vooraf ter goedkeuring aan het Productschap worden voorgelegd.

Plate count agar (PL-agar) voor totaal koloniegetal telling. Aangezien er restanten ontsmettingsmiddel op de te bemonsteren oppervlakken aanwezig kunnen zijn, dienen ter inactivering hiervan aan deze agar de volgende stoffen in de aangegeven hoeveelheden per liter te worden toegevoegd:

Deze agar dient in steriele Rodac-plaatjes te worden gegoten en wel zodanig dat de agar het volledige plaatje vult met een bolle spiegel. De datum waarop de plaatjes zijn aangemaakt dient op elke verpakking aangegeven te worden, tenzij door de fabrikant op elke verpakking een "THT-datum" vermeld wordt die aangeeft tot wanneer de Rodacplaatjes uiterlijk te gebruiken zijn.

De in voorraad klaargemaakte Rodac-plaatjes moeten worden opgeslagen bij een temperatuur tussen 0°C en 20°C. Tocht en temperatuurschommelingen moeten voorkomen worden. De plaatjes dienen altijd met de agar aan de bovenzijde te worden geplaatst. De op voorraad klaargemaakte Rodac-plaatjes kunnen niet meer gebruikt worden wanneer:

Elk individueel plaatje is vooraf voorzien van het nummer of wordt voorafgaand aan het afdrukken voorzien van het nummer dat correspondeert met de bemonsteringsplaats, zoals aangegeven in onderdeel A2, B2 of C2 'Bemonsteringsschema Hygiënogram'. Kies het schema voor het betreffende staltype.

De Rodac-plaatjes worden gedurende 18-24 uur bij 37°C (± 1 °C) bebroed.

Berichtgeving aan de pluimveehouder vindt uiterlijk 4 dagen na aflezing plaats. Hiertoe wordt het volledig ingevulde Hygiënogramformulier of een ander, analoog aan dit formulier, aan de pluimveehouder geretourneerd. Het formulier dient voorzien te zijn van een adresstempel van het laboratorium. Wanneer de uitslag op briefpapier van het laboratorium wordt afgedrukt, kan de adresstempel van het laboratorium achterwege blijven. Verder dient de uitslag voorzien te zijn van naam en handtekening van een medewerker van het laboratorium.

De delen van de stal die bemonsterd moeten worden, worden hierin beschreven, ledere afzonderlijke bemonsteringsplaats dient zo goed mogelijk de gemiddelde situatie van het betreffende staldeel te weerspiegelen. Het is niet toegestaan hiervan afwijkende plaatsen te bemonsteren. Natte plekken worden niet bemonsterd.

De stal wordt in de lange zijde in zes gelijke delen verdeeld (A t/m F) en overlangs in drie gelijke delen (1 t/m 3). Zie hiervoor het schema. Na bebroeding van de monsters worden de resultaten per bemonsteringsplaats op het formulier van blad 1 van dit onderdeel vermeld. De bij punt 1 t/m 8 genoemde monsternummers corresponderen met de nummers vermeld op het formulier.

De delen van de stal die bemonsterd moeten worden, worden hierin beschreven, ledere afzonderlijke bemonsteringsplaats dient zo goed mogelijk de gemiddelde situatie van het betreffende staldeel te weerspiegelen. Het is niet toegestaan hiervan afwijkende plaatsen te bemonsteren. Natte plekken worden niet bemonsterd.

De stal wordt in de lange zijde in zes gelijke delen verdeeld (A t/m F) en overlangs in drie gelijke delen (1 t/m 3). Zie hiervoor het schema. Na bebroeding worden de resultaten per bemonsteringsplaats op het formulier van blad 1 van dit onderdeel vermeld. De bij punt 1 t/m 11 genoemde monsternummers corresponderen met de nummers vermeld op het formulier.

Wanneer in de kooien leggende hennen gehouden gaan worden, worden ook de volgende plaatsen bemonsterd:

De delen van de stal die bemonsterd moeten worden, worden hierin beschreven, ledere afzonderlijke bemonsteringsplaats dient zo goed mogelijk de gemiddelde situatie van het betreffende staldeel te weerspiegelen. Het is niet toegestaan hiervan afwijkende plaatsen te bemonsteren. Natte plekken worden niet bemonsterd.

De stal wordt in de lange zijde in zes gelijke delen verdeeld (A t/m F) en overlangs in twee gelijke segmenten (1 en 2). Zie hiervoor het schema. Na bebroeding worden de resultaten per bemonsteringsplaats op het formulier van blad 1 van dit onderdeel vermeld. De bij punt 1 t/m 11 genoemde monsternummers corresponderen met de nummers vermeld op het formulier.

Wanneer in de volièrestal leggende hennen gehouden gaan worden, worden ook de volgende plaatsen bemonsterd:

Het onderzoek is bedoeld voor de controle van pluimveestallen op de aanwezigheid van Salmonella en Campylobacter na reiniging en ontsmetting.

Monstername voor Campylobacter dient te geschieden met behulp van swabs die ofwel:

Vervoer van de swabs naar het laboratorium moet plaatsvinden zoals beschreven in Bijlage III: 'Werkvoorschrift voor het uitvoeren van een hygiënogram', paragraaf 1.3 'Vervoer van de afdrukken naar het laboratorium'. In plaats van de aangegeven 12 uur dienen de swabs binnen 48 uur op het laboratorium te zijn. Analyse van de monsters moet plaatsvinden op door een de voorzitter van het productschap erkend laboratorium.

Voor de analyse op het laboratorium wordt voor Salmonella verwezen naar de 'PVE Branchemethode voor het aantonen van Salmonella met behulp van MSRV in dons, mest en vlees, afkomstig van pluimvee' (PVE-SALMONELLA-MSRV-140607) en voor Campylobacter 'PVE Branchemethode voor het aantonen van thermotolerante Campylobacter met behulp van Preston en CCDA in mest en vlees, afkomstig van pluimvee' (PVE-CAMPYLOBACTER- 140607) die in Bijlage II van het Besluit erkenningsvoorwaarden en werkwijzen laboratoria (PPE) 2007 of diens opvolgers zijn opgenomen.