U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2023.
Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 februari 2009, nr. DGM/K&L2009006710, houdende regels inzake aanwijzing van investeringen die in het belang zijn van het Nederlandse milieu (Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen)Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën en na overleg met de Ministers van Economische Zaken en, voor zover het betreft artikel 2, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op de artikelen 3.31, tweede lid, en 3.42a, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag9 februari 2009De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.M.Cramer

In deze regeling wordt verstaan onder:

Als milieubedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden aangewezen de bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, opgenomen in de bijlage bij deze regeling, indien:

Als investeringen, behorend tot categorie I, II respectievelijk III, in het belang van de bescherming van het Nederlandse milieu als bedoeld in artikel 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden aangewezen de investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling en die voldoen aan de in artikel 1a, onderdelen a tot en met e, genoemde voorwaarden.

In afwijking van de artikelen 1a en 2 worden bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, dan wel investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan niet aangewezen indien:

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2009.

Deze regeling wordt aangehaald als: Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009.

Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op de website tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl.

Kringloopsluiting, levensduurverlenging, biobased en circulaire economie, recycling, hergebruik, afval(water)inzameling en -verwerking

F 1100

Productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1101

Productieapparatuur voor (producten van) biobased plastics

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1105

Installatie voor het extraheren van neo-alginaten uit korrelslib

Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen F 1100 en F 1101 voor het produceren van grondstoffen of producten uit neo-alginaten.

F 1106

Productiesysteem met micro-organismen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1115

Productieapparatuur voor lignine-asfalt

Toelichting: Alleen productieapparatuur die technisch noodzakelijk is om lignine als bindmiddel in asfalt te verwerken, zoals silo’s, leidingwerk en meet- en regeltechniek, komt in aanmerking onder bedrijfsmiddel F 1115.

Zie bedrijfsmiddel D 6215 voor de aanschaf van lignine-asfalt.

B 1122

Biologische ontvettingseenheid voor vaar- of voertuigonderdelen (aanpassen bestaande situatie)

F 1180

Gecertificeerde plastics op basis van biomassa in (onderdelen van) een product

Een investering in gecertificeerde plastics op basis van biomassa als onderdeel van een gebouwproject dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 1180 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Dit geldt niet voor gecertificeerde plastics op basis van biomassa die worden toegepast in het interieur.

Toelichting: Als sprake is van gecertificeerde plastics op basis van biomassa in onderdelen van een product, kunnen enkel deze onderdelen gemeld worden onder bedrijfsmiddel F 1180. Dit bedrijfsmiddel betreft producten met kunststoffen op basis van biomassa. Voorbeelden hiervan zijn (onderdelen van) kantoormeubilair, pallets, kratten, boomverankering, regenwaterinfiltratie- of drainagesystemen, geotextiel en bouwmaterialen voor utiliteitsbouw zoals (riool)buizen en kozijnen. Latex is een voorbeeld van een gangbare natuurrubber.

Meer over de Green Deal Groencertificaten en een lijst van erkende certificeringsschema’s vindt u op greendeal-groencertificaten.nl.

Zie bedrijfsmiddel E 1581 voor distributiekabels met een mantel op basis van gercycled materiaal.

F 1200

# Nieuwe en innovatieve grondstofbesparende productieapparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1201

Grondstofbesparende productieapparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

B 1202

Grondstofbesparende industriële apparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1203

Productieapparatuur voor duurzamere producten met terugnamegarantie

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1204

Productieapparatuur voor duurzamere producten

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

B 1205

* Productieapparatuur voor productie met milieuvriendelijkere grondstoffen (aanpassen bestaande situatie)

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1208

Apparatuur voor het aanbrengen van watermerken of gps trackers

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 1661 voor afvalscheidingsinstallaties voor kunststoffen op basis van watermerken of gps trackers.

F 1210

Variabele verpakkingsmachine

F 1211

3D-printer voor duurzamer produceren

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1212

# Reinigingsinstallatie op basis van laser of koolzuur- of ijskorrels

Toelichting: Laserreiniging kan bijvoorbeeld worden toegepast in de voedingsmiddelenindustrie en de grafische industrie voor rasterwalsen in drukpersen.

D 1215

Apparatuur voor rugpapiervrije etiketten

B 1221

Chemicaliënvrije koelwaterbehandelingsinstallatie (aanpassen bestaande situatie)

F 1230

Apparatuur voor beheer van metaalbewerkingsvloeistoffen

B 1246

Milieuvriendelijke wasstraat voor textielreiniging

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel E 4572 voor gesloten textielreinigingsmachines van de 6e generatie met halogeenvrije oplosmiddelen.

F 1260

Productieapparatuur voor goed recyclebare kunststof verpakkingen (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: De KIDV Recyclecheck voor vormvaste of voor flexibele kunststofverpakkingen kunt u vinden op kidv.nl/kidv-recyclecheck-vormvaste-kunststof-verpakkingen en kidv.nl/kidv-recyclecheck-flexibele-kunststof-verpakkingen.

A 1261

Productieapparatuur voor redelijk recyclebare kunststof verpakkingen (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: De KIDV Recyclecheck voor vormvaste of voor flexibele kunststofverpakkingen kunt u vinden op kidv.nl/kidv-recyclecheck-vormvaste-kunststof-verpakkingen en kidv.nl/kidv-recyclecheck-flexibele-kunststof-verpakkingen.

B 1281

Printsysteem voor ontinktbare watergedragen inkt

Toelichting: EPRC staat voor European Paper Recycling Council. INGEDE staat voor de International Association of the Deinking Industry.

Zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS-criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op de websites rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.

A 1282

Inkt- of oliebesparend printsysteem

Toelichting: Onder plaatmaterialen worden diverse stevige materialen verstaan, zoals aluminium, hout of honinggraatkarton.

E 1286

Verfmengmachine met retournering van pigmentspoeling

Het bedrijfsmiddel komt voor 25% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

F 1300

Productieapparatuur voor refurbishen of hergebruik

F 1301

Apparatuur of voorziening voor demontage ten behoeve van hergebruik of recycling

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1305

# Apparatuur of voorziening voor het opnieuw gebruiken van verpakkingen

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld het opnieuw gebruiken van voedselverpakking van afhaalhoreca, of verpakkingen in winkels of van bezorgservices.

F 1306

Afvulmachine voor herbruikbare verpakkingen

F 1310

Herbruikbare uitvaartkist

Toelichting: Van duurzame biomassa is in ieder geval sprake als de biomassa binnen de voorwaarden van NTA 8080 (Better Biomass certificaat) is geproduceerd. Onder duurzame biomassa worden ook biomassarest- en afvalstromen verstaan.

F 1315

Apparatuur voor hergebruik van absorptiekorrels

Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 500 per bedrijfsmiddel worden ten minste 5 bedrijfsmiddelen tegelijk aangeschaft en gemeld.

A 1340

Waterbesparende voorziening of installatie

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1341

Ultrasoon reinigingssysteem

G 1345

Voorziening voor het benutten van afval- of proceswater van naburige ondernemingen

Apparatuur voor het zuiveren van het ontvangen water komt uitsluitend in aanmerking als deze aanvullend is op kosten die het leverende bedrijf had moeten maken voor het voldoen aan lozingsnormen.

F 1400

# Nieuwe en innovatieve recyclingapparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1401

Recyclingapparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

B 1405

Terugwinningsinstallatie voor grondstoffen uit afvalwater of waterzuiveringsslib (aanpassen bestaande situatie)

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1406

Terugwinningsinstallatie voor fosfaten of witte fosfor

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1407

Terugwinningsapparatuur voor grondstoffen uit afgassen

F 1409

# Apparatuur voor de chemische verwerking van afvalstoffen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1411

Opwerkingsinstallatie voor AEC-bodemas

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft verdere opwerking van AEC-bodemas waaruit (ferro)metalen en te storten of verbranden residu al zijn afgescheiden. De AEC-bodemas moet worden opgewerkt tot een niet-vormgegeven bouwstof als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit, waaronder vrij toepasbare bouwstoffen worden verstaan welke zonder aanvullende maatregelen toepasbaar zijn voor bijvoorbeeld beton- of asfaltproducten. Investeringen in het afscheiden van (ferro)metalen en residu of immobilisatie komen niet in aanmerking onder dit bedrijfsmiddel.

F 1418

Recyclingapparatuur voor textiel

Toelichting: Onder textielafval wordt afval verstaan dat bestaat uit textielvezels, waaronder kleding, touw en autogordels.

F 1419

Recyclingapparatuur voor spuitbussen

B 1445

Eutectische vrieskristallisatie-installatie voor proces- of afvalwater

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1461

Depolymerisatie-installatie voor polyesterafval

F 1490

Recyclinginstallatie voor luiers

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1500

Verwerkingsapparatuur voor gerecyclede grondstoffen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1561

Verwerkingsapparatuur voor plastic zwerfafval

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1562

Droger voor kunststofrecyclaat

F 1565

Verwerkingsinstallatie voor rubbergranulaat

Toelichting: Voorbeeld van deze producten zijn waterretentie panelen.

F 1570

Asfaltcentrale voor toepassen van ten minste 80% recyclaat

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

E 1581

* Distributiekabels met een mantel op basis van gerecycled materiaal

Het bedrijfsmiddel komt voor 20% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Een investering in een distributiekabel met een mantel op basis van gerecycled materiaal als onderdeel van een gebouwproject dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel E 1581 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Dit geldt niet voor gecertificeerde plastics op basis van gerecycled materiaal die worden toegepast in het interieur.

Toelichting: Als in het geval van chemisch gerecycled plastic gebruik wordt gemaakt van het massabalans model, dan moet als allocatiemethode worden gewerkt met het model dat brandstof gebruik uitsluit. Dit betekent dat het deel van de ingaande recyclaatstroom dat in het proces wordt verbruikt als energie en het deel dat als grondstof in energetische (bij-)producten terecht komt, niet mag meetellen als gehalte recyclaat in het eindproduct.

Meer informatie over de Green Deal Betrouwbaar bewijs voor toepassen kunststofrecyclaat vindt u op: greendeals.nl/green-deals/green-deal-betrouwbaar-bewijs-voor-toepassen-van-kunststof-recyclaat.

Om aan de onder a gestelde eisen te voldoen, kan gebruik gemaakt worden van een certificeringssysteem voor recyclede plastics. Organisaties die certificeringssystemen voor recycled content hebben ontwikkeld zijn (niet uitputtend) ISCC, RSB, UL, RedCert, PolyCert Europe, RecyClass). Kiest u voor certificering, ga dan bij de desbetreffende certificerende organisatie na of dit certificeringsschema voldoet aan de eisen van dit bedrijfsmiddel.

A 1600

# Scheidingsapparatuur voor afval

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

D 1601

Inzamelapparatuur of -voorziening voor meer of zuiverdere monostromen

F 1611

Nabij infrarood (NIR) afvalscheidingsinstallatie voor zwarte afvalstoffen of biologisch afbreekbare plastics

A 1613

Glasversnipperaar voor horecabedrijven

F 1615

Scheidingsinstallatie voor non-ferrometalen en roestvast staal (rvs) op basis van inductie

F 1621

Apparatuur voor detectie van (potentiële) ZZS

Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS-criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.

F 1661

Afvalscheidingsinstallatie op basis van watermerken of gps trackers

Toelichting: Belangrijkste criterium voor hoogwaardiger recycling is een hogere kwaliteit van het recyclaat, bijvoorbeeld door het dichter benaderen van virgin-kwaliteit. Een hogere marktprijs kan een indicatie zijn voor hogere kwaliteit. Andere criteria zijn een groter aantal cycli waarin de grondstof in de keten kan blijven en minder milieuschade bij het recyclen (inclusief energieverbruik), dit ten opzichte van wat gangbaar is.

Zie bedrijfsmiddel F 1208 voor apparatuur voor het aanbrengen van watermerken of gps trackers.

F 1700

Productieapparatuur voor het vervangen van (potentiële) ZZS, nanodeeltjes of microplastics (aanpassen bestaande situatie)

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1704

Installatie voor het afbreken van microverontreinigingen in water

Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS-criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op de websites rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.

A 1705

Verwijderingsinstallatie voor microverontreinigingen in water

Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS-criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op de websites rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.

F 1706

Centrifugaal filter voor slijpsel kunststoflenzen

A 1725

Stofemissievrije denatureringsinstallatie voor asbesthoudend afval of asbesthoudende grond

A 1726

Thermische denatureringsinstallatie voor asbestcementproducten

F 1760

Apparatuur of voorzieningen voor het voorkomen van plastics in het milieu

Toelichting: Met niet-reguliere bedrijfsvoering wordt bedoeld: storingen, onderhoud aan de (reinigings-)technieken en opstarten en stoppen van installaties of processen.

Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 500 per voorziening worden ten minste 5 voorzieningen tegelijk aangeschaft en gemeld.

E 1790

Slimme afvalbak met persmechanisme

Een ondernemer die actief is in de primaire landbouwproductie, verwerking van landbouwproducten en afzet van landbouwproducten, bosbouw of de productie, verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten komt alleen voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen in aanmerking indien het een kmo is.

Kassen, stallen, landbouwwerktuigen, aquacultuur, visserij, verwerkingsapparatuur

B 2111

Kas voor biologische teelt

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Investeringen in een kas voor biologische teelt kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2111 worden gemeld.

Toelichting: Informatie over het biocertificaat is beschikbaar op skal.nl.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en op de website rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

F 2112

# Groen Label Kas voor biologische teelt

De investering in de Groen Label Kas voor biologische teelt komt ten hoogste voor het volgende bedrag per vierkante meter gecertificeerd teeltoppervlak in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 3.500.000:

Investeringen in een Groen Label Kas kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen F 2112 en A 2113 worden gemeld.

Toelichting: Informatie over het biocertificaat is beschikbaar op skal.nl.

Als een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en op de website rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 2113

# Groen Label Kas

De investering in de Groen Label Kas komt ten hoogste voor het volgende bedrag per vierkante meter gecertificeerd teeltoppervlak in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000:

Investeringen in een Groen Label Kas kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen F 2112 en A 2113 worden gemeld.

Toelichting: Het Certificatieschema Groen Label Kas 15 (GLK15) is beschikbaar op groenlabelkas.nl.

Als een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en op de website rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

F 2130

# Mechanische of (micro)biologische bestrijdingsapparatuur voor plagen of ziekten in een tuinbouwkas

Een investering in mechanische of biologische bestrijdingsapparatuur voor plagen of ziekten als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel F 2130 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

D 2131

# Luisdicht insectengaas met aan- of afvoer van vocht (aanpassen bestaande situatie)

Een investering in luisdicht insectengaas met vochtafvoer als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel D 2131 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

A 2135

Installatie voor het verhogen van de plantweerbaarheid in de glastuinbouw

Een investering in een installatie voor het verhogen van de plantweerbaarheid als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel A 2135 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2140

Ondergrondse waterberging

Een investering in een ondergrondse waterberging als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel F 2140 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Onder bedekte teelt wordt ook glastuinbouw verstaan.

F 2141

Waterberging onder de kas

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Een investering in een waterberging onder een kas als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel F 2141 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 2142

Apparatuur voor verminderd gebruik van grondwater als gietwater in de glastuinbouw (aanpassing bestaande situatie)

Een investering in apparatuur voor verminderd gebruik van grondwater als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel A 2142 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2143

Systeem voor individuele meting van nutriënten

Een investering in een systeem voor individuele meting van nutriënten als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 of A 2113 komt onder bedrijfsmiddel F 2143 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 2145

Installatie voor het ontzouten van drain(age)water in de glastuinbouw (aanpassing bestaande situatie)

Een investering in een installatie voor het ontzouten van drain(age)water als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel A 2145 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2146

Voorzieningen voor nullozing in de glastuinbouw (aanpassen bestaande situatie)

Een investering in een voorziening voor nullozing als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel F 2146 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Informatie over nullozing is beschikbaar op glastuinbouwwaterproof.nl.

F 2150

Apparatuur voor het opwerken van plantenresten tot grondstof

B 2200

Proefstal

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een proefstal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2200 worden gemeld.

Toelichting: Meer informatie over de proefstalregeling is beschikbaar op rvo.nl (zie https://rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/mest/innovatieve-veehouderij/regeling-ammoniak-veehouderij.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

B 2201

Stal voor biologische melk- of pluimveehouderij met ammoniakemissiereductie

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een stal voor biologische melk- of pluimveehouderij met vermindering van de ammoniakemissie kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2201 worden gemeld.

Toelichting: De gehele stal moet zijn voorzien van één of meerdere ammoniakemissiearme huisvestingsystemen als bedoeld in de Regeling ammoniak en veehouderij. Een stal voorzien van meerdere huisvestingssystemen waarvan een huisvestingssysteem is aangemerkt als een ‘overig huisvestingssysteem’ komt niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Informatie over het Besluit dierlijke producten is beschikbaar op skal.nl. In bijlage 1 van de Regeling ammoniak en veehouderij zijn geen huisvestingsystemen opgenomen voor biologisch gehouden varkens, waardoor een biologische varkensstal niet voldoet aan de eisen gesteld in bedrijfsmiddel B 2201. Onder melkvee wordt verstaan: al het vee dat wordt gehouden voor de productie van melk.

Zie bedrijfsmiddel B 2200 voor een proefstal, bijvoorbeeld een biologische varkensstal waarvoor een bijzondere emissiefactor als bedoeld in artikel 3 van de Regeling ammoniak en veehouderij is vastgesteld.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

B 2202

# Klimaat- en dierenmonitoringssysteem

A 2204

Formalinevrij bad voor de desinfectie van klauwen van vee

A 2205

Omgekeerde osmose-installatie voor het verwerken van spuiwater van een biologische luchtwasser

F 2206

Apparatuur of voorzieningen voor gescheiden opvang van mest en urine in varkens- of rundveestallen (aanpassen bestaande situatie)

Een investering in apparatuur of voorzieningen voor gescheiden opvang van mest en urine in varkens- of rundveestallen als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200, B 2201, A 2210, A 2211, F 2212, A 2220 en A 2221 komt onder bedrijfsmiddel F 2206 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Mestscheidingsapparatuur zoals schroefpersen, zeefbandpersen of decanters komen onder bedrijfsmiddel F 2206 niet in aanmerking.

B 2207

Koelinstallatie voor drijfmest (aanpassen bestaande situatie)

Een investering in een koelinstallatie voor drijfmest als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200, B 2201, A 2210, A 2211, F 2212, A 2220, A 2221, A 2230, A 2231, B 2290 en B 2291 komt onder bedrijfsmiddel B 2207 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

B 2208

Gasdichte voorziening voor een drijfmestopslag

B 2209

Systeem voor mixen van drijfmest met luchtbellen (aanpassen bestaande situatie)

Een investering in een systeem voor het mixen van drijfmest met luchtbellen als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200 en B 2201 komt onder bedrijfsmiddel B 2209 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 2210

# Duurzame melkveestal

De investering in een duurzame melkveestal komt ten hoogste voor € 7.810 per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000. Investeringen in een duurzame melkveestal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen A 2210 of F 2212 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. De investeringen in jongveeruimten kunnen worden gebruikt ter onderbouwing van het maximum bedrag tot een maximum van eenzelfde aantal jongveeplaatsen als het aantal melkveeplaatsen waarvoor is gecertificeerd. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 2211

# Duurzame vleeskalver- of vleesveestal

De investering in een duurzame vleeskalver- of vleesveestal komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een duurzame vleeskalver- of vleesveestal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2211 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

F 2212

# Duurzame melkveestal met weidegang

De investering in een duurzame melkveestal met weidegang komt ten hoogste voor € 7.810 per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000. Investeringen in een duurzame melkveestal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen A 2210 of F 2212 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. De investeringen in jongveeruimten kunnen worden gebruikt ter onderbouwing van het maximum bedrag tot een maximum van eenzelfde aantal jongveeplaatsen als het aantal melkveeplaatsen waarvoor is gecertificeerd. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

B 2213

Autonome mestverzamelrobot

Een investering in een autonome mestverzamelrobot als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200, B 2201, A 2210, A 2211 en F 2212 komt onder bedrijfsmiddel B 2213 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

B 2217

Getrokken elektrische voermengwagen voor herkauwers

A 2218

Automatisch ruwvoermengsysteem of zelfrijdend autonoom ruwvoersysteem voor herkauwers

Een investering in een automatisch ruwvoermengsysteem of zelfrijdend ruwvoersysteem voor herkauwers als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200, B 2201, A 2210, A 2211, F 2212 en B 2291 komt onder bedrijfsmiddel A 2218 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Onder een autonome machine wordt een machine verstaan die werkzaamheden kan verrichten zonder bestuurder. Onder een zelfrijdende machine wordt een niet getrokken machine verstaan die beschikt over een eigen rijaandrijving.

B 2219

Permanente afdekinstallatie voor kuilvoerplaatsen

A 2220

# Duurzame varkensstal met bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie (aanpassen bestaande situatie)

De investering in een duurzame varkensstal komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000:

Investeringen in een duurzame varkensstal waarin een of meerdere bronmaatregelen voor het verminderen van de ammoniakemissie worden toegepast kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2220 worden gemeld.

Toelichting: Investeringen in duurzame varkensstallen waarin geen bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie is toegepast, kunnen in zijn geheel gemeld worden voor bedrijfsmiddel A 2221. Investeringen in een nieuwbouw MDV stal op nieuwe locatie worden niet gestimuleerd, tenzij het een verplaatsing betreft.

Uit de onderbouwing moet blijken dat het aantal dieren niet toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. De grootte eenheid is opgenomen in de MDV maatlat en kan gebruikt worden als de ondernemer overgaat tot het houden van een andere diersoort dan de bestaande situatie.

Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 2221

# Duurzame varkensstal (aanpassen bestaande situatie)

De investering in een duurzame varkensstal komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000:

Investeringen in een duurzame varkensstal waarin geen bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie is toegepast kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2221 worden gemeld.

Toelichting: Investeringen in duurzame varkensstallen waarin een of meerdere bronmaatregelen voor het verminderen van de ammoniakemissie worden toegepast, kunnen in zijn geheel gemeld worden voor bedrijfsmiddel A 2220. Investeringen in een nieuwbouw MDV stal op nieuwe locatie worden niet gestimuleerd, tenzij het een verplaatsing betreft.

Uit de onderbouwing moet blijken dat het aantal dieren niet toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. De grootte eenheid is opgenomen in de MDV maatlat en kan gebruikt worden als de ondernemer overgaat tot het houden van een andere diersoort dan de bestaande situatie.

Luchtwassers zijn jaar uitgesloten van fiscaal voordeel via milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Daarom is het bedrag per dierplaats bij bedrijfsmiddel A 2221 lager dan bij bedrijfsmiddel A 2220.

Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 2230

# Duurzame pluimveestal met bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie (aanpassen bestaande situatie)

De investering in een duurzame pluimveestal komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000:

Investeringen in een duurzame pluimveestal waarin een of meerdere bronmaatregelen voor het verminderen van de ammoniakemissie worden toegepast kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2230 worden gemeld.

Toelichting: Investeringen in duurzame pluimveestallen waarin geen bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie is toegepast, kunnen in zijn geheel gemeld worden voor bedrijfsmiddel A 2231. Investeringen in een nieuwbouw MDV stal op een nieuwe locatie worden niet gestimuleerd, tenzij het een verplaatsing betreft.

Uit de onderbouwing moet blijken dat het aantal dieren niet toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. De grootte eenheid is opgenomen in de MDV maatlat en kan gebruikt worden als de ondernemer overgaat tot het houden van een andere diersoort dan de bestaande situatie.

Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 2231

# Duurzame pluimveestal (aanpassen bestaande situatie)

De investering in een duurzame pluimveestal komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000:

Investeringen in een duurzame pluimveestal waarin geen bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie is toegepast kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2231 worden gemeld.

Toelichting: Investeringen in duurzame pluimveestallen waarin een of meerdere bronmaatregelen voor het verminderen van de ammoniakemissie worden toegepast, kunnen in zijn geheel gemeld worden voor bedrijfsmiddel A 2230. Investeringen in een nieuwbouw MDV stal op een nieuwe locatie worden niet gestimuleerd, tenzij het een verplaatsing betreft.

Uit de onderbouwing moet blijken dat het aantal dieren niet toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. De grootte eenheid is opgenomen in de MDV maatlat en kan gebruikt worden als de ondernemer overgaat tot het houden van een andere diersoort dan de bestaande situatie.

Luchtwassers zijn uitgesloten van fiscaal voordeel via milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Daarom is het bedrag per dierplaats bij bedrijfsmiddel A 2231 lager dan bij bedrijfsmiddel A 2230.

Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

D 2235

Stofemissiereducerende techniek voor een pluimveestal (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: De lijst van emissiefactoren staat in de publicatie 'emissiefactoren fijnstof voor veehouderij'. Deze publicatie is te vinden op rijksoverheid.nl of via internet met zoekterm 'emissiefactoren fijnstof'.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

B 2280

Duurzame paardenstal

De investering in een paardenstal komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een duurzame paardenstal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2280 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: voor investeringen door ondernemers in de agrarische sector geldt naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel dat de totale staatssteun voor de investering in de paardenstal of paardenstallen niet meer mag bedragen dan € 500.000 per investeringsproject. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

B 2290

Duurzame konijnen-, eenden- of kalkoenenstal

De investering in een duurzame konijnen-, eenden- of kalkoenenstal komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een duurzame konijnen-, eenden- of kalkoenenstal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2290 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

B 2291

# Duurzame melkgeiten- of melkschapenstal

De investering in een duurzame melkgeiten- of melkschapenstal komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een duurzame melkgeiten- of melkschapenstal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2291 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

E 2292

Elektrische krachtvoerinstallatie voor melkgeiten

Een investering in een elektrische krachtvoerinstallatie voor melkgeiten als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200 en B 2291 komt onder bedrijfsmiddel E 2992 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

B 2299

Ondergrondse kadaverkoeling met natuurlijk koudemiddel

A 2300

Apparatuur of voorzieningen voor het combineren van akkerbouw of veeteelt met bomen en struiken

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Onder bedrijfsmiddel A 2300 vallen investeringen in voorzieningen voor mengteelten op landbouwgrond, niet zijnde bosbouw en randbeplantingen van bomen. Dit is een onderdeel van agroforestry, waarbij de aanleg van fruitbomen, notenbomen, bessenstruiken of kweekgoed worden gemengd met akkerbouw, groenteteelt of grasland (veeteelt).

Stallen zijn uitgesloten maar mobiele stallen waarin dieren gehuisvest zijn en die bijdragen aan onkruidverwijdering komen wel in aanmerking onder dit bedrijfsmiddel. Bomen voor hakhout met korte omlooptijd, kerstbomen en snelgroeiende bomen voor energieproductie (biomassa) komen niet in aanmerking onder A 2300.

Voor meer achtergrondinformatie voor deze landbouwsystemen zie edepot.wur.nl/454070.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 2310

Teeltsysteem voor vollegrondgewassen in de open lucht

Toelichting: Onder bedrijfsmiddel A 2310 komen alleen teeltsystemen in de open lucht in aanmerking. Teeltsystemen onder glas komen niet in aanmerking.

B 2311

Productieapparatuur voor zilte teelt

A 2312

Productieapparatuur voor paludicultuur (natte teelt)

A 2313

* Productieapparatuur voor strokenteelt

A 2314

Klimaatcel voor gewasteelt

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Een investering in een klimaatcel als onderdeel van de Groen Label Kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen F 2112 of A 2113 komt onder bedrijfsmiddel A 2314 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2317

Meerjarige kweektrays (aanpassen bestaande situatie)

Een investering in meerjarige kweektrays als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel F 2317 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

D 2320

Gps-nauwkeurig meetsysteem voor lokale klimaatgegevens

B 2321

Spuitmachine voor plaatsspecifieke toediening met doponafhankelijke aansturing

B 2322

Plaatsspecifieke bemestingsapparatuur

Bemestingseenheden op zaai-, poot- en plantmachines, granulaatstrooiers en kunstmeststrooiers komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel B 2321 voor spuitmachines voor plaatsspecifiek toedienen van gewasbeschermings- of loofdodingsmiddelen met doponafhankelijke aansturing.

B 2324

Spuitmachine met detectiesensoren of camera’s voor plaatsspecifieke toediening

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

B 2326

Meetsensor voor gewasparameters

A 2330

Stoomunit voor planten, uitgangsmateriaal of bloembollen

Toelichting: Onder bedrijfsmiddel A 2330 komen alleen stoomunits voor het verhitten van planten, uitgangsmateriaal of bloembollen in aanmerking. Stoomunits om grond of substraat te verhitten komen niet in aanmerking.

A 2336

Uv-gewasbeschermingsinstallatie

Een investering in een uv-gewasbeschermingsinstallatie als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel A 2336 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

B 2338

Insectengaas voor de fruitteelt

E 2339

Hagelnetten voor de fruitteelt

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

F 2340

Omgekeerde, onderwater- of peilgestuurde drainage

B 2341

# Voorzieningen ter voorkomen van verontreinigingen door erfafspoeling bij een veehouderij

F 2342

Volautomatische fusten- of kistenreiniger met gesloten wassysteem

F 2343

Fosfaatabsorptie met ijzerzand in de bloembollenteelt

G 2344

Voorziening voor het benutten van effluent in de glastuinbouw of open teelt

Toelichting: Apparatuur voor het zuiveren van het ontvangen water komt uitsluitend in aanmerking als deze aanvullend is op kosten die het ontvangende bedrijf had moeten maken voor het benutten van grondwater of oppervlaktewater.

F 2345

Biologisch verwijderingssysteem voor gewasbeschermingsmiddelen

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 2690 voor ozonoxidatie-installaties voor ontsmetting van (opslag)ruimten, lucht of producten in de land- en tuinbouw.

A 2346

Chloorbleekloogvrije ontsmettingsinstallatie voor bloembollen (aanpassen bestaande situatie)

B 2347

Kuubkisten voor bloembollen die geen vocht en chemische middelen opnemen

Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 350 per kuubkist worden ten minste 8 kuubkisten tegelijk aangeschaft en gemeld.

A 2349

Systeem voor het mengen van gewasbeschermingsmiddelen in de spuitleiding

A 2350

Mechanische onkruidbestrijdingsmachine

A 2351

Intrarijwieder

B 2352

Mechanische onkruidtrekker, -knipper of -snijder

A 2353

Precisiezaaimachine met voorzieningen voor sojateelt

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Om in aanmerking te komen voor bedrijfsmiddel A 2353 moet worden aangetoond dat de precisiezaaimachine ook gebruikt wordt voor het zaaien van soja.

A 2354

Flexibel maaibord voor het oogsten van sojabonen

A 2355

Onkruidbestrijdingsmachine op basis van stroom (hoogspanning)

A 2359

Elektrisch aangedreven wiedbed

A 2360

Doseereenheid voor vloeibare meststoffen met gps-gestuurde afschakeling per rij

F 2361

Druppelbevloeiingssysteem voor open teelten

Toelichting: Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen via het druppelbevloeiingssysteem aan de gewassen toegediend worden.

A 2365

Regen- of spoelwateropslag voor het verdunnen van mest

Toelichting: Er moet aangetoond worden dat er geïnvesteerd in een regen- of spoelwateropslag waarbij het water gebruikt wordt voor het verdunnen van mest.

B 2370

Bodemdrukverlagend bandensysteem in de open teelt

A 2375

Mulch-apparatuur

B 2391

Versnipperaar voor kunststofafval van een landbouwbedrijf

F 2400

Polycultuurkwekerij voor aquatische producten

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2410

Duurzame viskwekerij

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2411

Duurzame pootviskwekerij

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2420

Schaal- en schelpdierbroedinstallatie

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2421

Schaal- of schelpdierkwekerij

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2430

# Productiesysteem voor algen, kroos of (zee)wieren

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Voorbeelden van toepassingen zijn humane voedingsproducten en diervoeders zoals veevoer, petfood en visvoer, biostimulanten en materialen. Biostimulanten helpen de plant om voedingstoffen efficiënt te gebruiken of beter bestand te zijn tegen abiotische stress en zijn gereguleerd in de Verordening (EU) 2019/1009 van het Europees parlement en de Raad van 5 juni 2019 tot vaststelling van voorschriften inzake het op de markt aanbieden van EU-bemestingsproducten en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1069/2009 en (EG) nr. 1107/2009 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2003/2003 (PbEU 2019, L 170/1).

Zie bedrijfsmiddel F 2613 voor verwerkingsapparatuur voor algen, kroos of (zee)wieren in geval van verwerking tot grondstof voor humane voedingsproducten, diervoeders of biostimulanten. Zie bedrijfsmiddel F 1100 voor productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa.

F 2510

Akoestische afschrikkingsapparatuur aan visnetten

F 2511

Boomkor vervangende visinstallatie op een bestaand visserijschip

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel 340000 van de energie-investeringsaftrek voor een hydrowingsysteem voor de garnalenvisserij en energiezuinige visinstallaties.

F 2590

Balenpers voor plastic afval op een zeeschip

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is onderdeel van de Green Deal ‘Visserij voor een Schone Zee’ en de Green Deal ‘Scheepsafvalketen’.

F 2600

Apparatuur voor lokale verwerking van landbouwgewassen (voorwaartse integratie)

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld kleinschalige en lokale fermentatie-apparatuur, als het gangbaar is om dat fabrieksmatig en centraal te doen.

F 2601

Verwerkingsapparatuur voor het beperken van voedselverspilling in de voedingsmiddelenindustrie

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel kan bijvoorbeeld apparatuur zijn voor het verwerken van oud brood of optisch afgekeurde groenten en fruit of een 3D-printer voor foodprinting.

F 2605

Apparatuur voor het opwaarderen van plantaardige (rest)stromen tot voedingsmiddelen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 2612

Verwerkingsapparatuur voor diervriendelijke verwerking van gekweekte vis

F 2613

# Verwerkingsapparatuur voor algen, kroos of (zee)wieren

Toelichting: Voorbeelden van humane voedingsproducten en diervoeders zijn vleesvervangers, veevoer, petfood en visvoer. Biostimulanten helpen de plant om voedingstoffen efficiënt te gebruiken of beter bestand te zijn tegen abiotische stress en zijn gereguleerd in de Europese Meststoffenverordening. Verwerkings- of voorbewerkingsapparatuur voor algen, kroos of (zee)wieren kan betrekking hebben op het malen en drogen en scheiden in verschillende fracties, zoals vetten en eiwitten.

Zie bedrijfsmiddel F 2430 voor een productiesysteem voor algen, kroos of (zee)wieren. Zie bedrijfsmiddel F 1100 voor productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa.

B 2615

Volautomatische optische sorteerinstallatie voor aardappelen, uien of wortelen

B 2620

Hogedruk pasteurisatie-installatie voor conservering van verse levensmiddelen

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Deze conserveringstechniek wordt ook High Pressure Processing (HPP) genoemd. Installaties die levensmiddelen pasteuriseren door middel van verhitting voldoen niet aan bedrijfsmiddel B 2620.

A 2630

Bevochtigingsapparatuur voor verse voedingsmiddelen in de horeca

A 2631

Automatische voedselafvalmonitor

Toelichting: Let op: alleen een investering in de aanschaf van een automatische voedselafvalmonitor kan in aanmerking komen voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. De kosten voor het leasen van een voedselafvalmonitor komen niet in aanmerking.

A 2635

Laserapparaat voor natural branding van groente, fruit en aardappelen

A 2650

# Terugwinningsinstallatie voor fosfaat of stikstof uit dierlijke mest

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Mogelijkheden voor behandelen van stikstofhoudend concentraat zijn bijvoorbeeld stikstof strippen, kraken en verdampen in een gesloten installatie.

A 2651

* Plasma-installatie voor behandelen van dierlijke mest

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 2690

Ozonoxidatie-installatie voor ontsmetting van (opslag)ruimten, lucht of producten in de land- en tuinbouw

F 2700

# Productieapparatuur voor vlees-, vis- en zuivelvervangers

F 2714

Apparatuur voor de winning van blad-eiwit

Toelichting: Voorbeelden van humane voedingsproducten en diervoeders zijn vleesvervangers, veevoer, petfood en visvoer.

F 2715

# Apparatuur voor de winning van eiwit

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 2720

Insectenkweeksysteem

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Zowel de kweek van de insectensoort als het voedsel waarop de insecten worden gekweekt moeten wettelijk zijn toegestaan. Kweek van insecten op voedsel dat (deels) bestaat uit vis komt niet in aanmerking vanwege het niet-duurzame karakter van dit voedsel.

Dit bedrijfsmiddel kan bijvoorbeeld een insectenkwekerij voor humane voedingsproducten, diervoer of farmaceutica betreffen. Onder het kweken van insecten wordt ook de opfok van insecten verstaan. Zowel 'breeding' als 'rearing' van insecten komt in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel F 2721 voor apparatuur voor de verwerking van insecten tot producten. Zie bedrijfsmiddel F 2722 voor verwerkingsapparatuur van laagwaardige plantaardige reststromen tot voedsel voor insectenkweek.

F 2721

Verwerkingsapparatuur voor insecten

Toelichting: Verwerkingsapparatuur voor insecten kan betrekking hebben op het scheiden van insecten in verschillende fracties, zoals vetten en eiwitten. Ook apparatuur voor het verwerken van insecten tot voer- of voedingsproducten kan in aanmerking komen.

Zie bedrijfsmiddel A 2720 voor een insectenkweeksysteem.

F 2722

Verwerkingsapparatuur van laagwaardige plantaardige reststromen tot voedsel voor insectenkweek

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 2720 voor een insectenkweeksysteem.

Stille, schone en zuinige transportmiddelen, mobiele werktuigen, distributie van alternatieve brandstoffen, transportpreventie

G 3101

Elektrisch aangedreven bestelauto

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste het investeringsbedrag minus € 11.000 in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Over de eerste € 11.000 ontvangt u geen milieu-investeringsaftrek. Stel, u investeert in een elektrisch aangedreven bestelauto ter waarde van € 50.000, dan komt de investering voor ten hoogste € 50.000 – € 11.000 = € 39.000 in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Op rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/miavamil/ onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze kunnen voldoenaan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.

G 3104

Waterstof aangedreven bestelauto

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 125.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

E 3105

Elektrisch aangedreven taxi

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 40.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel D 3106 voor een elektrisch aangedreven taxi met 9 zitplaatsen of voor rolstoelvervoer.

D 3106

Elektrisch aangedreven taxi met 9 zitplaatsen of voor rolstoelvervoer

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 75.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Op rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/miavamil/ onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze kunnen voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.

F 3108

# Elektrisch aangedreven bus

F 3109

Waterstof aangedreven personenauto

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 75.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Op rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.

D 3111

Elektrisch aangedreven voertuig met zonnepanelen

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 100.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Op rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.

F 3112

Waterstof aangedreven taxi met 9 zitplaatsen of voor rolstoelvervoer

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 125.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 3113

Plug-in-hybridebakwagenchassis, trekker of bus

E 3114

# Elektrisch aangedreven L7e-voertuig, motorfiets of niet gekentekend voertuig

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 40.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Op rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.

F 3115

Waterstof aangedreven bus

G 3116

Elektrisch of waterstof aangedreven vrachtwagen

G 3117

* Elektrisch of waterstof aangedreven truckmixer

Toelichting: Elektrisch aangedreven betonmolens komen onder deze code niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

B 3118

Speed-pedelec

F 3119

# Elektrisch aangedreven bakfiets

B 3121

Dual-fuel waterstof aangedreven vrachtwagen

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 120.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

D 3130

Elektrisch aangedreven AGV

A 3160

NOx-reductiesysteem voor een voertuig (aanpassen bestaande situatie)

E 3170

Bakwagenchassis of trekker met gereduceerd aandrijfgeluid (Quiet Truck)

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 7.500 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Met bovengenoemde geluidseis komt niet iedere Quiet Truck in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Het advies is om voorafgaand aan de melding te controleren of het aandrijfgeluid voldoende laag is.

Zie bedrijfsmiddel G 3116 voor elektrisch of waterstof aangedreven vrachtwagens.

A 3191

Voertuig met halogeenvrije transportkoeling

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 20.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

E 3194

Transporttrailer met halogeenvrije koelinstallatie

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 20.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

A 3210

Toegangssysteem voor een waterstof of elektrisch aangedreven deelauto

G 3260

Gesloten roetfilter voor een koelmotor, dieselmotor of mobiel werktuig (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Het gaat hier om een nageschakelde techniek. De aanschaf van een motor komt niet in aanmerking.

F 3261

NOx-reductiesysteem voor een mobiel werktuig (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Het gaat hier om een nageschakelde techniek. De aanschaf van een motor komt niet in aanmerking.

A 3310

Loodvrij accupakket voor vaartuigen

A 3311

Waterstof brandstofvoorziening voor schepen

B 3320

# Duurzame aandrijving voor een vaartuig

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie greenaward.org voor de vereisten.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Daarnaast moet bij investeringen aan boord van een visserijschip aan de artikelen 25 en 38 van verordening (EU) nr. 508/2014 worden voldaan. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en op de website rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

F 3321

# Zeer duurzame motor voor een vaartuig

Toelichting: Onder aardgas wordt ook biogas dat tot aardgaskwaliteit of beter is opgewerkt verstaan. Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie greenaward.org voor de vereisten. Zie bedrijfsmiddel A 3310 voor een loodvrij accupakket voor een vaartuig.

Let op: bij investeringen aan boord van een visserijschip moet aan de artikelen 25 en 38 van verordening (EU) nr. 508/2014 worden voldaan. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en op de website rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 3322

Elektrische scheepsaandrijving

E 3330

# Duurzame romp van een binnenvaartschip

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 400.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

B 3332

Antifoulingsysteem voor een scheepshuid

Toelichting: Op rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.

F 3333

* Systeem voor het voorkomen of verwijderen van aangroei

B 3340

Biologische waterzuiveringsinstallatie voor een vaartuig

Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen B 3342 en B 3343 voor waterzuiveringsinstallaties voor pleziervaartuigen en vuilwatertanks voor vaartuigen.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

B 3341

Oxidatiereactor voor waterreiniging aan boord van een vaartuig (aanpassen bestaande situatie)

B 3342

Waterzuiveringsinstallatie voor een pleziervaartuig (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Chemische toiletten met uitneembare cassettes zijn geen zuiveringsvoorzieningen en komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Voorzieningen voor het zuiveren van toiletwater van pleziervaart moeten voldoen aan de eisen van artikel 2.28 van de Regeling lozen buiten inrichtingen.

Zie de bedrijfsmiddelen B 3340 en B 3343 voor biologische waterzuiveringsinstallaties voor vaartuigen en vuilwatertanks voor vaartuigen.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

B 3343

* Vuilwatertank voor een vaartuig (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen B 3340 en B 3342 voor biologische waterzuiveringsinstallaties voor vaartuigen en waterzuiveringsinstallaties voor pleziervaartuigen.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 3360

NOx-reductiesysteem voor een schip

Toelichting: Dieselmotoren op een binnenvaartschip die onder bedrijfsmiddel F 3360 in aanmerking kunnen komen zijn voortstuwingsmotoren, boegschroeven, aggregaten en (beladings)pompen.

Roetfilters kunnen geplaatst worden in combinatie met SCR-katalysatoren (retrofitinstallaties) als genoemd in bedrijfsmiddel F 3360. Roetfilters voor een binnenvaartschip kunnen worden gemeld onder bedrijfsmiddel A 3361.

Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie greenaward.org voor de vereisten.

A 3361

# Gesloten roetfilter voor een binnenvaartschip (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Het gaat hier om een nageschakelde techniek. De aanschaf van een motor komt niet in aanmerking.

F 3365

Ontgassingsinstallatie voor transportcontainers

F 3366

Ontgassingsinstallatie voor scheepstanks

Toelichting: Onder dit bedrijfsmiddel valt ook een ontgassingsinstallatie aan boord van een schip of op een ponton.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

G 3390

# Walstroomaansluiting aan boord van een binnenschip

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 7.500 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie greenaward.org voor de vereisten.

Zie bedrijfsmiddel G 3391 voor een walstroomaansluiting aan boord van een zeeschip.

G 3391

* Walstroomaansluiting aan boord van een zeeschip

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie greenaward.org voor de vereisten.

Zie bedrijfsmiddel G 3390 voor een walstroomaansluiting aan boord van een binnenschip

G 3395

# Walstroominstallatie op de kade

G 3413

# Elektrisch aangedreven mobiel werktuig

Toelichting: Een elektrisch aangedreven mobiel werktuig met een vaste, niet afneembare bestuurders(zit)plaats is bijvoorbeeld een elektrisch aangedreven dozer, graafmachine, laadschop, landbouwmachine, landbouwtrekker of bosbouwtrekker. Onder een autonoom mobiel werktuig wordt een mobiel werktuig verstaan dat werkzaamheden kan verrichten zonder bestuurder. Onder een heftruck wordt geen meeneemheftruck verstaan. Werktuigen die alleen kunnen worden verplaats met een ander werktuig of vervoermiddel zijn geen mobiele werktuigen. Het mobiele werktuig moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een elektrisch aangedreven mobiel werktuig dat bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel G 3417 voor elektrisch aangedreven verreikers. Zie bedrijfsmiddel A 2359 voor elektrisch aangedreven wiedbedden. Zie bedrijfsmiddel 270106 van de energie-investeringsaftrek voor mobiele elektrisch aangedreven wektuigen zonder bestuurdersplaats met een vermogen van ten minste 5 kVA en een capaciteit van ten minste 15 kWh.

D 3414

# Elektrisch aangedreven mobiel werktuig op netspanning

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 250.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Een elektrisch aangedreven mobiel werktuig met een vaste, niet afneembare bestuurders(zit)plaats is bijvoorbeeld een elektrisch aangedreven dozer, graafmachine, laadschop, landbouwmachine, landbouwtrekker of bosbouwtrekker. Onder een elektrisch aangedreven autonoom mobiel werktuig wordt een mobiel werktuig verstaan dat werkzaamheden kan verrichten zonder bestuurder. Werktuigen die alleen kunnen worden verplaatst met een ander werktuig of vervoermiddel zijn geen mobiele werktuigen. Het elektrisch aangedreven mobiele werktuig moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een elektrisch aangedreven mobiel werktuig dat bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel 270106 van de energie-investeringsaftrek voor elektrisch aangedreven mobiele elektrische werktuigen zonder bestuurdersplaats met een vermogen van ten minste 5 kVA en een capaciteit van ten minste 15 kWh.

E 3415

# Plug-in hybride aangedreven mobiel werktuig

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 50.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Een mobiel werktuig met een vaste bestuurders(zit)plaats is bijvoorbeeld een dozer, graafmachine, laadschop, landbouwmachine, landbouwtrekker of bosbouwtrekker. Onder een autonoom mobiel werktuig wordt een mobiel werktuig verstaan dat werkzaamheden kan verrichten zonder bestuurder. Werktuigen die alleen kunnen worden verplaatst met een ander werktuig of vervoermiddel zijn geen mobiele werktuigen. Het mobiele werktuig moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een plug-in hybride aangedreven mobiel werktuig dat bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel 270106 van de energie-investeringsaftrek voor mobiele elektrische werktuigen zonder bestuurdersplaats met een vermogen van ten minste 5 kVA en een capaciteit van ten minste 15 kWh.

G 3416

# Elektrisch aangedreven vorkheftruck voor gebruik in de open lucht

Toelichting: De vorkheftruck moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een elektrisch aangedreven vorkheftruck die bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking.

G 3417

# Elektrisch aangedreven verreiker

Toelichting: De verreiker moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een elektrisch aangedreven verreiker die bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking.

Zie de bedrijfsmiddelen G 3416 en E 3420 voor elektrische vorkheftrucks en mobiele elektrische hijswerktuigen.

A 3418

Hybride aangedreven land- of bosbouwtrekker met range-extender

A 3419

# Elektrisch aangedreven werktuig op een truckchassis

E 3420

Elektrisch aangedreven mobiel hijswerktuig

B 3421

Hybride aangedreven mobiele toren- of telescoopkraan

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 550.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

B 3422

* Dual-fuel waterstof aangedreven landbouwtractor

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel G 3413 voor elektrisch aangedreven landbouwtractors.

D 3423

Elektrisch aangedreven hoogwerker

Toelichting: De hoogwerker moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een elektrisch aangedreven hoogwerker die bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking.

G 3424

* Waterstof aangedreven mobiel werktuig

G 3425

* Elektrisch aangedreven werktuigendrager

Toelichting: Alleen de kosten voor de werktuigendrager zelf komen in aanmerking. De kosten voor de hulpstukken, werktuigen en gereedschappen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

F 3510

Hybride, elektrisch of waterstof aangedreven locomotief (aanpassen bestaande situatie)

B 3610

Elektrisch aangedreven vliegtuig of helikopter

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 3710

# Waterstofafleverstation voor voer- of vaartuigen

G 3720

# Slim oplaadpunt voor elektrisch aangedreven voertuigen

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.500 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

F 3721

# Oplaadpunt voor elektrisch aangedreven zware voertuigen en mobiele werktuigen

F 3722

Oplaadpunt voor vliegtuigen

G 3723

Oplaadpunt voor elektrisch aangedreven vaartuigen

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.500 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

B 3730

Afleverstation voor hoge blend biobrandstof

G 3741

Aardgasvulpunt voor vaartuigen

Toelichting: PGS staat voor Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. Informatie over PGS is beschikbaar op publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl. CNG en LNG worden ook gezien als aardgas.

CO2-uitstoot, overige broeikasgassen, zure depositie, fijnstof, smog, vluchtige organische stoffen (VOS), overige luchtverontreiniging, geur

A 4000

# Nieuwe en innovatieve emissiereducerende technologie

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4002

* Apparatuur voor procesgeïntegreerde emissiereductie (aanpassen bestaande situatie)

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4100

# Productieapparatuur voor het voorkomen van CO2-vorming

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4101

# Apparatuur voor het afscheiden van CO2 voor nuttige toepassing

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4102

# Apparatuur voor het transport van CO2 voor nuttige toepassing

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4103

Apparatuur voor het binden van CO2

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4109

Reformer voor waterstofproductie uit een hernieuwbare bron

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 5.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Voorbeelden van reforming zijn stoomreforming, autothermal reforming (ATR) of partial oxidation (POX) reforming.

Zie bedrijfsmiddel 270301 van de energie-investeringsaftrek voor het afscheiden, terugwinnen en transporteren van CO2 uit de afgassen voor permanente opslag.

F 4111

# Apparatuur voor elektrificatie van processen in de chemische industrie

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 4140

CO2-emissiearme waterzuiveringsinstallatie voor stikstofverwijdering (aanpassen bestaande situatie)

F 4200

# Apparatuur voor emissiereductie van lachgas en methaan

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4201

# Apparatuur voor vervanging van gefluoreerde broeikasgassen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

D 4208

Vacuüm middenspanningsschakelsysteem

Toelichting: Middenspanning is lager dan 50 kV. Een voorbeeld van een middenspanningsschakelsysteem is een ringschakelstation of een hoofdverdeelstation. Zie bedrijfsmiddel F 4209 voor het voortijdig vervangen van een SF6-houdend schakelsysteem.

F 4209

Vacuüm hoog- of middenspanningsschakelsysteem (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Van voortijdige vervanging is sprake als het bestaande schakelsysteem wordt vervangen voordat het einde van de technische levensduur van dat systeem is bereikt.

A 4210

Hoogspanningsschakelsysteem of gasgeïsoleerde leiding met een laag GWP-isolatiegas

Toelichting: Hoogspanning is ten minste 50 kV.

A 4240

# Koelsysteem met water als koudemiddel

Toelichting: Een chiller gebruikt de techniek van een warmtepomp en bestaat uit een verdamper, een compressor, een condensor en een expansiedeel. Waterkoelers waarbij warmteoverdracht plaatsvindt met water als koelmedium, komen niet in aanmerking onder bedrijfsmiddel A 4240.

B 4301

Automatisch brandstofinvoersysteem of buffervat voor bestaande ketels of kachels

F 4305

# NOx-emissie reducerende techniek

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4306

Apparatuur voor natte NOx-verwijdering

B 4311

Verwarmingsketel met low-NOx-voorzetbrander ≤ 40 mg NOx/Nm3

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Een emissiemeting volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen volgens EU normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O2) of gecertificeerd (metingen volgens Scope 6 van de SCIOS) is.

Wanneer de omgevingswet van kracht is zal het Activiteitenbesluit milieubeheer vervangen worden door het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

B 4312

# Verwarmingsketel met low-NOx-brander voor stoom of thermische olie ≤ 50 mg NOx/Nm3

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Een emissiemeting volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen volgens EU normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O2) of gecertificeerd (metingen volgens Scope 6 van de SCIOS) is.

Wanneer de omgevingswet van kracht is zal het Activiteitenbesluit milieubeheer vervangen worden door het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

A 4315

Selectieve (katalytische) reductie-installatie (SCR of SNCR) (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Een emissiemeting volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen volgens EU-normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O2) of gecertificeerd (metingen volgens Scope 6 van de SCIOS) is. Voor de berekening van de uitstoot van rookgas door een stookinstallatie wordt de massaconcentratie van stikstofoxiden (NOx) in het rookgas herleid op rookgas met een volumegehalte aan zuurstof van:

Wanneer de omgevingswet van kracht is zal het Activiteitenbesluit milieubeheer vervangen worden door het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

Zie bedrijfsmiddel F 3360 voor een NOx-reductiesysteem op een schip.

A 4316

* Accu of biogasaggregaat voor stroomvoorziening van lokale activiteiten

Toelichting: Accu’s voor werktuigen met een vaste bestuurdersplaats komen niet in aanmerking onder deze code. EGR staat voor ‘Exhaust Gas Recirculation’ en kan onderdeel zijn van het biogasaggregaat.

Zie bedrijfsmiddel 260102 en 270106 van de energie-investeringsaftrek voor accu’s vanaf 30 kVA en mobiele elektrische werktuigen zonder bestuurdersplaats.

F 4325

(Biologische) ontzwavelingsinstallatie

E 4417

Rookgenerator voor voedselbewerking

F 4420

Apparatuur voor vermindering van stofemissie tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4421

Apparatuur voor optische stofdetectie en -registratie

Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

D 4422

Gesloten beladingssysteem

A 4485

# Stofafscheider

Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Bedrijfsmiddelen waarvoor arboverplichtingen gelden komen niet in aanmerking. Arboverplichtingen kunnen bijvoorbeeld gelden als gefilterde lucht gedeeltelijk of geheel wordt gerecirculeerd in de bedrijfsruimte waar personeel werkt.

A 4486

Filterinstallatie voor hout- en pelletstook

Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

B 4487

Filtrerende stofafscheider voor stofbron met een wettelijke emissiegrenswaarde ≥ 10 mg/Nm3

Toelichting: Wanneer de omgevingswet van kracht is zal het Activiteitenbesluit milieubeheer vervangen worden door het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

F 4520

Hermetisch gesloten magnetische koppeling

Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

A 4551

Drukvormwasinstallatie voor zeefdrukvormen

E 4572

Gesloten textielreinigingsmachine van de 6e generatie met halogeenvrije oplosmiddelen

F 4580

Thermische oxidator voor laag calorische afgassen

Toelichting: Een emissiemeting wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd is (periodieke metingen) volgens EU normen NEN-EN 14792 en NEN-EN 15259.

E 4581

Vlamloze Thermische oxidator voor afgassen

Toelichting: Een emissiemeting wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd is (periodieke metingen) volgens EU normen NEN-EN 14792 en NEN-EN 15259.

F 4585

* Biotricklingsysteem voor het verwijderen van VOS

B 4680

Koude oxidatie-installatie voor luchtreiniging

E 4681

Ozon- en uv-oxidatie-installatie voor luchtreiniging

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 2690 voor ozonoxidatie-installatie voor ontsmetting van (opslag)ruimten, lucht of producten in de land- en tuinbouw.

A 4682

# Apparatuur voor het verwijderen van zwavelhoudende geuremissies

E 4685

Biologische afgaswasser

Toelichting: Bedrijfsmiddel E 4685 is enkel bestemd voor de behandeling van afgassen en niet voor de productie van gassen. Onder opwaarderen tot een brandstof wordt verstaan zowel het verhogen van de energie-inhoud als het reinigen van de (af)gassen.

Ecologische systemen, biodiversiteit, oppervlaktewater, grondwater, bodem, gevaarlijke stoffen, externe veiligheid

F 5100

Voorzieningen voor het versterken van biodiversiteit

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Landschapselementen kunnen bijvoorbeeld veedrinkpoelen, houtwallen, hagen en bomen of natuurzuilen zijn. Informatie over gebiedseigen elementen is onder andere beschikbaar op landschapsbeheer.nl en nederlandscultuurlandschap.nl. Informatie over BREEAM-NL Gebied, NL Gebiedslabel of NL Terreinlabel is te vinden op breeam.nl/keurmerken/gebied, nlgebiedslabel.nl en nlterreinlabel.nl.

F 5101

Voorzieningen voor het verbeteren van de leefomstandigheden van insecten

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Landschapselementen of voorzieningen voor insecten zijn bijvoorbeeld bijenhotels, houtwallen, windhagen, natuurzuilen, bloeiende bomen en op insecten afgestemde erf- of terreinbeplanting. Informatie over insectvriendelijke landschapselementen en voorzieningen is beschikbaar op vlinderstichting.nl, nederlandzoemt.nl, 2B-connect.eu en food4bees.nl.

Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Investeringen in het kader van de Nationale Bijenstrategie kunnen op grond van dit bedrijfsmiddel gemeld worden.

F 5105

Natuurvriendelijke voorzieningen in de bebouwde kom

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Voor maatregelen in de bebouwde kom kan men gebruik maken van de informatie van de vogelbescherming (vogelbescherming.nl/vogels_beschermen/stad_en_dorp/stadsvogels) en van het biodiversiteitsportaal (biodiversiteit.nl). Informatie over BREEAM-NL Gebied, NL Gebiedslabel of NL Terreinlabel is te vinden op breeam.nl/keurmerken/gebied, nlgebiedslabel.nl en nlterreinlabel.nl.

F 5121

Zwerfafvalvangsysteem op het water

Toelichting: Dit is een onderdeel van het Kunststof Ketenakkoord.

F 5122

Systeem voor het verbeteren van kwaliteit van maaisel

Toelichting: Onder openbaar groen worden onder meer bermen, parken, natuurgebieden en oevers verstaan. Onder een hoogwaardigere toepassing wordt bijvoorbeeld het als grondstof gebruiken van (een groter deel van) het maaisel of zwerfafval verstaan. Met dit bedrijfsmiddel is het mogelijk om maaisel te oogsten, zwerfafval te scheiden en deze nuttige toepassing te geven.

F 5140

Biodiversiteitversterkende voorzieningen voor het aquatisch milieu

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Voor een waterlichaam wordt de definitie uit de Kaderrichtlijn water gehanteerd: een ‘onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een overgangswater of een strook kustwater’. Relevante beheerplannen zijn beschikbaar op rwsnatura2000.nl. Informatie over het versterken van aquatische biodiversiteit, eventueel in combinatie met kust- of oeverbescherming, is onder andere beschikbaar op buildingwithnatureindestad.nl, natuurvriendelijkeoevers.stowa.nl of in het rapport ‘Bouwen met Noordzee-natuur. Uitwerking Gebiedsagenda Noordzee 2050’ van Wageningen Marine Research (edepot.wur.nl/411288).

E 5211

# Transformator met giethars of biobased olie

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Met hoogspanning wordt wisselspanning van 1 kV en hoger bedoeld. Met laagspanning wisselspanning lager dan 1 kV. Onder duurzame biomassa worden onder andere biomassarest- en afvalstromen verstaan, maar bijvoorbeeld geen voedselconcurrerende biomassa. Van duurzame biomassa is in ieder geval sprake als de biomassa binnen de voorwaarden van NTA 8080 (Better Biomass certificaat) is geproduceerd.

A 5241

Vuilwaterinnamestation voor pleziervaartuigen

Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 5300

Groendak

Een investering in een vegetatiedak als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 5300 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 5301

Groene gevel of muur

Een investering in een gevel- of muurbegroeiingssysteem als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 5301 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

D 5340

Klimaatadaptief bedrijfsterrein (aanpassen bestaande situatie)

Een investering in klimaatadaptief aanpassen van een bedrijfsterrein als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel D 5340 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Voor bedrijventerrein en economische zone wordt de definitie aangehouden zoals deze in het IBIS (Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem) wordt gehanteerd (zie ibis-bedrijventerreinen.nl/).

E 5341

Vergroening van een bedrijfsterrein, parkeerterrein of tuin (aanpassen bestaande situatie)

G 5342

Infiltratiesysteem of wadi (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Onder gebouwriolering worden onder andere dakgoten en regenpijpen verstaan (zie Bouwbesluit, NEN 3215). Onder aanpassen van de bestaande situatie wordt eveneens verstaan: sloop en nieuwbouw op dezelfde locatie of het wijzigen van de bestemming van een gebouw.

Zie bedrijfsmiddel F 5344 voor het bufferen van regenwater zonder infiltratie.

F 5343

Paardrijbak of sportveld met regenwateropvang en -infiltratie

F 5344

Retentiedak met dynamische afvoer in de bebouwde kom

Een investering in een retentiedak als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 5344 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Onder een weer- en sensorgestuurde dynamische afvoer wordt verstaan een afvoer die zo is ingesteld dat regenwater automatisch wordt vastgehouden bij regenval en afgevoerd in drogere periodes. Wanneer voor de investering naast voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen ook andere staatssteun is aangevraagd, dient de totale staatssteun inclusief voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen binnen de daartoe vastgestelde steunkaders van de Europese Unie te blijven.

Zie bedrijfsmiddel G 5342 voor een infiltratiesysteem en bedrijfsmiddel D 5346 voor het benutten van regenwater in industriële processen.

F 5345

Regenwaterbuffer met dynamische afvoer in de bebouwde kom

Toelichting: Onder gebouwriolering worden onder andere dakgoten en regenpijpen verstaan (zie Bouwbesluit, NEN 3215). Onder een retentievijver wordt een vijver verstaan waarin tijdens en na hevige regenval regenwater wordt opgevangen en vertraagd wordt afgevoerd.

Onder een weer- en sensorgestuurde dynamische afvoer wordt een afvoer verstaan die zo is ingesteld dat automatisch regenwater wordt vastgehouden bij regenval en wordt afgevoerd in drogere periodes.

D 5346

# Regenwaterinstallatie

Toelichting: Onder gebouwriolering worden onder andere dakgoten en regenpijpen verstaan (zie Bouwbesluit, NEN 3215). Zie de bedrijfsmiddelen F 5344 en F 5345 voor voorzieningen voor het bufferen van regenwater.

A 5405

Apparatuur voor lokale productie van gevaarlijke stoffen (aanpassen bestaande situatie)

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 10.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 5406

Apparatuur voor continue productie van gevaarlijke stoffen (aanpassen bestaande situatie)

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 10.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 5410

# Gasdetectieapparatuur voor gefluoreerde broeikasgassen (F-gassen) of toxische gassen

Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 1.250 per bedrijfsmiddel worden ten minste 2 bedrijfsmiddelen tegelijk aangeschaft en gemeld.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage. Voorbeelden van toxische gassen zijn ammoniak en chloor.

F 5411

Branddetectiesysteem in chemicaliënopslagen tot 10 ton

Toelichting: Branddetectiesystemen bij vuurwerkopslagen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en de willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Vuurwerkopslagen worden niet aangemerkt als chemicaliënopslagen.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 5412

Lichtschuimblusinstallatie voor chemicaliënopslagen

Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage. Van wettelijke verplichtingen is bijvoorbeeld sprake wanneer voldoen aan beschermingsniveau 1 op grond van PGS 15:2005 verplicht is. PGS staat voor Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. Informatie over PGS is beschikbaar op publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl.

A 5415

Laad- en losapparatuur voor modaliteitsverschuiving vervoer gevaarlijke stoffen

A 5416

Tweede omhulling voor een proces- of verladingsinstallatie

Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 5417

Apparatuur voor veilig waterstoftransport

Duurzame gebouwen, bouwmaterialen, interieur inrichting, installaties, civiele voorzieningen

G 6100

# Circulair utiliteitsgebouw

Investeringen in een circulair utiliteitsgebouw(deel) zoals hierboven genoemd, kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel G 6100 gemeld worden. Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: De kosten voor het geheel slopen van een bestaand gebouw(deel) komen niet in aanmerking, de bijkomende kosten voor het tijdens de sloop winnen van de in het circulaire gebouw(deel) toe te passen elementen en componenten (circulair slopen) komen wel in aanmerking. Door publicatie van de projectgegevens op het Podium Duurzame Gebouwen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl/podium) wordt de kennis gedeeld met de Nederlandse samenleving en kan de circulaire bepalingsmethodiek worden verbeterd. De eerste publicatie van het circulaire gebouw(deel) vindt plaats op basis van het ontwerpassessmentrapport, waarna deze publicatie aangevuld wordt met de gegevens van het opleverrapport.

Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of Energie-investeringsaftrek.

De door de regeling erkende duurzame bouw maatlatmethodieken zijn in 2023 BREEAM-NL en GPR Gebouw.

Informatie over de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken kunt u vinden op milieudatabase.nl. Op rvo.nl/miavamil is de ‘Handreiking circulaire gebouwen op de Milieulijst’ te downloaden. Meer informatie over circulair bouwen kunt u vinden op rvo.nl/onderwerpencirculair-bouwen.

G 6102

# Circulaire woning

Investeringen in een circulair gebouw(deel), zoals hierboven genoemd, kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel G 6102 gemeld worden. Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: De kosten voor het geheel slopen van een bestaand gebouw(deel) komen niet in aanmerking, de bijkomende kosten voor het tijdens de sloop winnen van de in het circulaire gebouw(deel) toe te passen elementen en componenten (circulair slopen) komen wel in aanmerking. Door publicatie van de projectgegevens op het Podium Duurzame Gebouwen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl/podium) wordt de kennis gedeeld met de Nederlandse samenleving en kan de circulaire bepalingsmethodiek worden verbeterd. De eerste publicatie van het circulaire gebouw(deel) vindt plaats op basis van het ontwerpassessmentrapport, waarna deze publicatie aangevuld wordt met de gegevens van het opleverrapport.Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of Energie-investeringsaftrek.

De door de regeling erkende duurzame bouw maatlatmethodieken zijn in 2023 BREEAM-NL en GPR Gebouw.

Informatie over de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken kunt u vinden op milieudatabase.nl. Op rvo.nl/miavamil is de ‘Handreiking circulaire gebouwen op de Milieulijst’ te downloaden. Meer informatie over circulair bouwen kunt u vinden op rvo.nl/onderwerpen/circulair-bouwen.

G 6105

# Circulaire woon- of utiliteitsgebouwgevel

Investeringen in een woon- of utiliteitsgebouw(deel) die meer omvatten dan de gevel kunnen uitsluitend voor een van de bedrijfsmiddelen G 6100, G 6102 of G 6115 tot en met D 6130 gemeld worden.

Toelichting: De belangrijkste voorwaarde is dat met het te realiseren gebouw(deel) een bijdrage wordt geleverd aan het creëren van circulaire materiaalketens, met als doel het verlagen van de milieudruk. Bijdragen aan het creëren van circulaire materiaalketens kan bijvoorbeeld door het toepassen van onderdelen van gesloopte of gerenoveerde gebouwen, demontabele en herbruikbare onderdelen of hernieuwbare of hoogwaardig recyclebare bouwmaterialen, voor zover het geen gangbare toepassingen betreft. Gangbare toepassingen zijn bijvoorbeeld het gebruik van menggranulaat, beton of staal dat gedeeltelijk uit gerecycled materiaal bestaat. De kosten voor het slopen van een bestaand gebouw(deel) komen niet in aanmerking, de bijkomende kosten voor het tijdens de sloop winnen van de in het circulaire gebouw(deel) toe te passen elementen en componenten (circulair slopen) komen wel in aanmerking.

Door publicatie van de projectgegevens op het Podium Duurzame Gebouwen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl/podium) wordt de kennis gedeeld met de Nederlandse samenleving en kan de circulaire bepalingsmethodiek worden verbeterd. De eerste publicatie vindt plaats op basis van het ontwerpassessmentrapport, waarna deze publicatie verrijkt wordt met de gegevens van het opleverrapport of publicatie vindt plaats op basis van een gevelcertificaat zoals het SlimBouwen Keurmerk. Informatie hierover kunt u vinden op slimbouwen.nl. De door de regeling erkende duurzame bouw maatlatmethodieken zijn in 2023 BREEAM-NL en GPR Gebouw.

Informatie over de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken kunt u vinden op milieudatabase.nl. Op rvo.nl/miavamil is de ‘Handreiking circulaire gebouwen op de Milieulijst’ te downloaden. Meer informatie over circulair bouwen kunt u vinden op rvo.nl/onderwerpen/circulair-bouwen.

G 6115

# Zeer duurzaam gerenoveerd of verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens BREEAM-NL

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel

voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel. Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de Gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over BREEAM-NL is beschikbaar op BREEAM.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatie-systemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

D 6116

# Duurzaam gerenoveerd of zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens BREEAM-NL

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de Gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over BREEAM-NL is beschikbaar op BREEAM.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of

inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

G 6120

# Zeer duurzaam gerenoveerd of verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens GPR Gebouw

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie. Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld.

Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over GPR Gebouw is beschikbaar op gprgebouw.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

D 6121

# Duurzaam gerenoveerd of zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens GPR Gebouw

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over GPR Gebouw is beschikbaar op gprgebouw.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

G 6125

# Zeer duurzaam gerenoveerd of nieuw utiliteitsgebouw volgens LEED

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie. Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld.

Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over LEED is beschikbaar op usgbc.org en bouwcertificering.org. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op

tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

D 6126

# Duurzaam gerenoveerd of nieuw utiliteitsgebouw volgens LEED

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem.

Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over LEED is beschikbaar op usgbc.org en bouwcertificering.org. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

G 6127

* Verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens DGNB International

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem.

Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel. Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over DGNB is beschikbaar op dgnb-system.de. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

D 6128

* Zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens DGNB International

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem.

Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over DGNB is beschikbaar op dgnb-system.de. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

D 6130

# (Zeer) duurzaam utiliteitsgebouw conform Milieulijst 2020, 2021 of 2022

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) zoals vermeld in bedrijfsmiddel 6115, 6120 of 6125, zoals deze luidde in het jaar waarin de eerste melding voor de investering in het gebouw(deel) is gedaan, in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Vervolginvesteringen in een duurzaam gebouw(deel), niet zijnde vervolginvesteringen in het jaar van de eerst gemelde investering, kunnen uitsluitend in zijn geheel voor dit bedrijfsmiddel worden gemeld. Uitsluitend vervolginvesteringen voor investeringen gemeld onder bedrijfsmiddel 6115, 6120 of 6125 van de Milieulijst 2020, 2021 of 2022 komen in aanmerking onder bedrijfsmiddel D 6130.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

E 6211

Duurzaam beton(product) van ten minste 30% gerecycled materiaal

De investering in het duurzame beton(product) komt voor ten hoogste de volgende bedragen in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

€ 50 per kubieke meter beton bij uitsluitend vervanging van de zand- en grindfractie,

€ 75 per kubieke meter beton als ook 20% van het cement is vervangen door gerecycled cement.

Een investering in beton(producten) met gerecycled materiaal als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel E 6211 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

A 6212

Duurzame recyclebare POCB- of EPDM-dakbedekking

Een investering in duurzame recyclebare dakbedekking als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel A 6212 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 6214

Betontegel van ten minste 75% gerecycled materiaal

D 6215

Lignine-asfalt

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 1115 voor productieapparatuur voor lignine-asfalt.

F 6216

Geopolymeer betontegel met ten minste 70% gerecycled materiaal

Een investering in geopolymeer betontegels op basis van gerecycled materiaal als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 6216 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

E 6217

Circulaire staalconstructie met terugnamegarantie

Een investering in een circulaire staalconstructie met terugkoopgarantie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel E 6217 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

B 6218

Isolatiemateriaal van 100% gerecycled polystyreen

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Een investering in isolatiemateriaal van gerecycled polystyreen als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel B 6218 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 6219

Kalkhennep op basis van hydraatkalk

Een investering in kalkhennep op basis van hydraatkalk als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel A 6219 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

D 6220

CO2 gebonden bouwmaterialen met ten minste 40% gerecycled materiaal

Een investering in CO2 gebonden bouwmaterialen als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel D 6220 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

A 6221

Gerefurbishte plafondplaten

Een investering in gerefurbishte plafondplaten als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel A 6221 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 6222

* Circulaire wand- of vloerpanelen met terugnamegarantie

Een investering in circulaire wand- of vloerpanelen met terugnamegarantie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 6222 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

B 6223

* Geëxpandeerd cellulose ester spouwmuurisolatie

Een investering in isolatiemateriaal van geëxpandeerd cellulose-ester als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel E 6223 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

E 6224

* Houtvezelisolatieplaten op basis van reststromen

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 30 per vierkante meter in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Een investering in houtvezelisolatieplaten op basis van reststromen als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel E 6224 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

F 6226

* Circulaire binnendeur met terugnamegarantie

Een investering in een circulaire binnendeur met terugnamegarantie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 6226 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 450 per bedrijfsmiddel worden ten minste 6 bedrijfsmiddelen tegelijk aangeschaft en gemeld.

A 6310

Akoestische panelen van schapenwol

E 6318

# Circulaire keuken met terugnamegarantie

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.500 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

A 6319

Modulair herbruikbaar wandsysteem

Toelichting: Het wandsysteem mag niet verbonden zijn aan het plafond, vloer of muur. Hieronder wordt verstaan dat het wandsysteem of onderdelen daarvan niet zijn geschroefd, gekit, gelijmd of anderszins verbonden aan het plafond, vloer of muur. Een wandsysteem dat tussen het plafond, vloer of muur geklemd wordt kan wel onder A 6319 gemeld worden.

E 6320

* Demontabel herbruikbaar wandsysteem met vlaskern

Toelichting: Het wandsysteem of onderdelen daarvan mogen met schroeven verbonden zijn aan plafond, vloer of muur, maar mogen niet gekit, gelijmd of op een andere manier verbonden zijn aan plafond, vloer of muur.

A 6321

* Cleanroom met herbruikbare wandpanelen en terugnamegarantie

Het bedrijfsmiddel komt voor 30% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Een investering in een cleanroom met herbruikbare wandpanelen en terugnamegarantie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel A 6321 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 6325

# Circulair matras met terugnamegarantie

Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.

F 6330

Inpandig muurbegroeiingsysteem

F 6340

Composteerbaar vloerkleed met terugnamegarantie

F 6341

Lichtgewicht naaldvilt tapijttegels op basis van gerecycled textiel en biomassa

Toelichting: Onder los gelegde tapijttegels worden tapijttegels verstaan die niet zijn verlijmd aan de ondergrond.

B 6342

Circulair tapijt met terugnamegarantie

Toelichting: Onder los gelegde tapijttegels worden tapijttegels verstaan die niet zijn verlijmd aan de ondergrond.

De kosten voor het verwijderen van bestaande vloerbedekking, het voorbereiden van de ondergrond en het leggen van het tapijt of de tapijttegels komen niet in aanmerking.

B 6343

# Tapijttegels van ten minste 80% gerecycled materiaal

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Onder los gelegde tapijttegels worden tapijttegels verstaan die niet zijn verlijmd aan de ondergrond.

De kosten voor het verwijderen van bestaande vloerbedekking, het voorbereiden van de ondergrond en het leggen van de tapijttegels komen niet in aanmerking.

A 6344

Tapijttegels of vloerkleed op basis van productie-uitval, restpartijen of gebruikte tapijttegels

Toelichting: Onder los gelegde tapijttegels worden tapijttegels verstaan die niet zijn verlijmd aan de ondergrond. Onder productie-uitval wordt een eindproduct verstaan dat niet aan de kwaliteitseisen van de producent voldoet en daarom als niet verkoopbaar wordt gezien.

F 6405

Draaibare multifunctionele oppervlaktebedekking

C 6410

# Cadmium- en fluorvrije zonnepanelen met terugnamegarantie en losmaakbare zonnecellen

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Uitsluitend de aanschaf van de zonnepanelen kan worden gemeld voor willekeurige afschrijving milieu-investeringen, overige onderdelen van de duurzame energieopwekkingsinstallatie zoals de omvormer, optimizers, montagerails en andere bevestigingsmaterialen komen niet in aanmerking.

Zonnepanelen op landbouwgrond of in natuurgebieden komen niet in aanmerking. Onder landbouwgrond wordt verstaan: landbouwareaal dat valt onder artikel 4, lid 1, onder e, van Verordening 1307/2013.

Onder natuurgebied wordt in deze regeling verstaan: gebied dat is aangewezen op grond van de Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 1979, L 103), Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEU, L 206), artikel 1.1. van de natuurbeschermingswet; gebieden vallend onder de Regeling aanwijzing nationale parken en gebieden aangewezen in het Natuurnetwerk Nederland.

Zie bedrijfsmiddel 251102 van de energie-investeringsaftrek voor PV-installaties met een piekvermogen van ten minste 15 kW en een doorlaatwaarde van ten hoogste 3x80 A.

F 6446

Decentrale sanitatie-installatie

Een investering in een decentrale sanitatie-installatie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 6446 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Voor een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift geldt:

Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘aanvullende voorwaarden’ (onder het kopje Algemene voorwaarden) voor meer informatie over bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1100

Productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld raffinage van biomassastromen (zoals gras), biochemie of toepassing van natuurlijke vezels, mits het geen gangbare toepassing is. De teelt van biomassa komt onder F 1100 niet in aanmerking. Onder voedingsmiddelen worden zowel humane als dierlijke voeding verstaan. Van duurzame biomassa is in ieder geval sprake als de biomassa binnen de voorwaarden van NTA 8080 (Better Biomass certificaat) is geproduceerd. Onder duurzame biomassa worden ook biomassarest- en afvalstromen verstaan.

Zie de bedrijfsmiddelen F 2600, F 2601, F 2612, F 2613, F 2700, F 2721 en F 2722 voor verwerking van biomassa in de landbouw, visserij of aquacultuur.

F 1101

Productieapparatuur voor (producten van) biobased plastics

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld raffinage van biomassastromen. Ook het opwaarderen (stabiliseren) van pyrolyse-olie op basis van biomassa, om deze geschikt te maken voor het bijmengen in een petrochemische kraakinstallatie als vervanger van fossiele nafta, komt in aanmerking onder dit bedrijfsmiddel. De teelt van biomassa komt onder bedrijfsmiddel F 1101 niet in aanmerking. Van duurzame biomassa is in ieder geval sprake als de biomassa binnen de voorwaarden van NTA 8080 (Better Biomass certificaat) is geproduceerd. Onder duurzame biomassa worden ook biomassarest- en afvalstromen verstaan. Van het verstoren van de recycling van reguliere plastics kan bijvoorbeeld sprake zijn als biobased plastics in samenstelling niet gelijk zijn aan plastics van fossiele grondstoffen en daardoor de kwaliteit van recyclaat negatief beïnvloeden.

Zie de bedrijfsmiddelen F 2600, F 2601, F 2612, F 2613, F 2700, F 2721 en F 2722 voor verwerking van biomassa in de landbouw, visserij of aquacultuur.

F 1106

Productiesysteem met micro-organismen

Toelichting: Voorbeelden van hoogwaardige grondstoffen zijn grondstoffen voor de productie van: basischemie, oliën, bestrijdingsmiddelen, bindmiddelen, kleur-, geur- of smaakstoffen en antioxidanten.

F 1200

# Nieuwe en innovatieve grondstofbesparende productieapparatuur

Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve technologie te kwalificeren zal aangetoond moeten kunnen worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D); alleen engineering volstaat niet. Voorbeelden van apparatuur voor vermindering van het verbruik van grondstoffen zijn investeringen in kringloopsluiting, afvalpreventie, het verwaarden van reststromen en procesintensificatie (zoals micro- en spinning disc reactoren).

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende voorzieningen of installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1400 en verder voor investeringen in recycling van grondstoffen en water.

A 1201

Grondstofbesparende productieapparatuur

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende voorzieningen of installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1400 en verder voor investeringen in recycling van grondstoffen en water.

B 1202

Grondstofbesparende industriële apparatuur

F 1203

Productieapparatuur voor duurzamere producten met terugnamegarantie

Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen F 1260 en A 1261 voor investeringen in productieapparatuur voor goed of redelijk recyclebare kunststof verpakkingen.

A 1204

Productieapparatuur voor duurzamere producten

Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen F 1260 en A 1261 voor investeringen in productieapparatuur voor goed of redelijk recyclebare kunststof verpakkingen.

B 1205

* Productieapparatuur voor productie met milieuvriendelijkere grondstoffen (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld het in een productieproces vervangen van een grondstof met een hoge milieu-impact, zoals een toxische grondstof, door een grondstof met een lagere milieu-impact. De aanpassingen aan productieapparatuur en overige voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de vervanging van de grondstof komt onder dit bedrijfsmiddel in aanmerking. Het aantonen dat een grondstof milieuvriendelijker is kan bijvoorbeeld met de MKI of LCA van de vervangen en vervangende grondstof.

Zie de bedrijfsmiddelen F 1100 en F 1101 voor het toepassen van biomassagrondstoffen. Zie bedrijfsmiddel A 1500 voor het toepassen van gerecyclede grondstoffen. Zie bedrijfsmiddel F 1700 voor het vervangen van ZZS, nanodeeltjes of microplastics. Zie de bedrijfsmiddelen F 4100, F 4200 en F 4201 voor het voorkomen van emissies tijdens productieprocessen.

F 1211

3D-printer voor duurzamer produceren

Toelichting: Voor een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift geldt dat om vast te stellen of een investering in aanmerking komt voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, wordt verzocht een referentie-investering op te geven. De referentie-investering betreft de investering in een bedrijfsmiddel dat in een gangbare praktijk wordt gebruikt voor de betreffende toepassing, in dit geval de productie van vergelijkbare producten of onderdelen. Wanneer het bijvoorbeeld gangbaar is om vergelijkbare producten te produceren met een frees- of spuitgietmachine, dan is dit de referentie-investering de aanschaf van een dergelijke machine. De steun die kan worden verleend is gebaseerd op de bijkomende investeringskosten ten opzichte van het minder milieuvriendelijke alternatief. Wanneer het produceren van dezelfde producten met een andere techniek dan een 3D-printer geen reëel alternatief is, komt de investering in een 3D-printer niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 1301

Apparatuur of voorziening voor demontage ten behoeve van hergebruik of recycling

Toelichting: Onder bedrijfsmiddel F 1301 kan bijvoorbeeld apparatuur worden gemeld die gebruikt wordt om geautomatiseerd onderdelen van elektronische apparatuur (mobiele telefoons), vangrails of zonnepanelen te demonteren en voor te bereiden voor recycling of hergebruik in nieuwe producten.

A 1340

Waterbesparende voorziening of installatie

F 1400

# Nieuwe en innovatieve recyclingapparatuur

Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve techniek te kwalificeren zal aangetoond moet kunnen worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D); alleen engineering volstaat niet.

Belangrijkste criterium voor hoogwaardiger recycling is een hogere kwaliteit van het recyclaat, bijvoorbeeld door het dichter benaderen van virgin-kwaliteit. Een hogere marktprijs kan een indicatie zijn voor hogere kwaliteit. Andere criteria zijn een groter aantal cycli waarin de grondstof in de keten kan blijven en minder milieuschade bij het recyclen (inclusief energieverbruik), dit ten opzichte wat gangbaar is.

Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld onderdelen van recyclinginstallaties voor kunststoffen, bouwstoffen en dergelijke, scheidingsinstallaties (zoals inductiescheiding, toepassen visiontechnologie, magnetische dichtheidsscheiding, dubbele vacuümfiltratie voor extrusie van kunststofgranulaat en XRF-technologie) of recyclinginstallaties voor lithiumaccu’s.

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1200 en verder voor investeringen in preventie van gebruik van grondstoffen en water. Zie bedrijfsmiddel F 1409 voor investeringen in chemische verwerking van afvalstoffen, waaronder solvolyse-installaties.

A 1401

Recyclingapparatuur

Toelichting: Belangrijkste criterium voor hoogwaardiger recycling is een hogere kwaliteit van het recyclaat, bijvoorbeeld door het dichter benaderen van virgin-kwaliteit. Een hogere marktprijs kan een indicatie zijn voor hogere kwaliteit. Andere criteria zijn een groter aantal cycli waarin de grondstof in de keten kan blijven en minder milieuschade bij het recyclen (inclusief energieverbruik), dit ten opzichte van wat gangbaar is.

Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld onderdelen van recyclinginstallaties voor kunststoffen, bouwstoffen en dergelijke. Ook recyclinginstallaties die recyclen volgens de criteria voor voorkeursrecycling, zoals gedefinieerd in het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) komen in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1200 en verder voor investeringen in preventie van gebruik van grondstoffen en water. Zie bedrijfsmiddel F 1409 voor investeringen in chemische verwerking van afvalstoffen, waaronder solvolyse-installaties.

B 1405

Terugwinningsinstallatie voor grondstoffen uit afvalwater of waterzuiveringsslib (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Bedrijfsmiddel B 1405 betreft de terugwinning van grondstoffen ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘Voorwaarden Bedrijfsmiddelen doelvoorschrift’ voor meer informatie hierover.

F 1406

Terugwinningsinstallatie voor fosfaten of witte fosfor

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld de terugwinning van fosfaat of witte fosfor (P₄) uit afvalwater, urine, plantaardige reststromen, afvalwaterslib en assen van afvalwaterslibverbranding afkomstig van communale of industriële biologische waterzuiveringsinstallaties.

Zie bedrijfsmiddel A 2650 voor het terugwinnen van fosfaten of witte fosfor uit mest.

F 1409

# Apparatuur voor de chemische verwerking van afvalstoffen

Toelichting: Voorbeelden van chemische verwerking zijn onder andere pyrolyse, vergassen, solvolyse, Solvent-based Purification (SBP), en superkritische (water)vergassing. Ook het opwaarderen (stabiliseren) van pyrolyse-olie tot grondstof afkomstig uit de chemische verwerking, om deze geschikt te maken voor het bijmengen in een petrochemische kraakinstallatie als vervanger van fossiele nafta, komt onder dit bedrijfsmiddel in aanmerking.

Onder mechanische recycling wordt een proces verstaan waarbij afvalstoffen tot grondstof worden verwerkt door bijvoorbeeld sorteren, verkleinen (malen of versnipperen), wassen, agglomereren en extruderen, waarbij het afval dat redelijkerwijs geschikt gemaakt kan worden voor recycling daadwerkelijk wordt afgescheiden en gerecycled en een zo klein mogelijk residu wordt verbrand.

Onder afvalstoffen waarvoor mechanische recycling niet mogelijk is en welke redelijkerwijs ook niet geschikt te maken zijn voor mechanische recycling worden afvalstoffen verstaan waarvoor recycling, gezien de aard of samenstelling, technisch niet mogelijk is of waarvoor de recycling zo duur is dat de kosten voor afgifte van deze partijen aan de poort van de verwerker door de ontdoener meer zouden bedragen dan € 205 per ton. Hiermee is mechanische recycling, uit zakelijk oogpunt, geen geloofwaardig alternatief.

Zie bedrijfsmiddel F 1461 voor een depolymerisatie-installatie voor polyesterafval.

B 1445

Eutectische vrieskristallisatie-installatie voor proces- of afvalwater

F 1490

Recyclinginstallatie voor luiers

A 1500

Verwerkingsapparatuur voor gerecyclede grondstoffen

F 1561

Verwerkingsapparatuur voor plastic zwerfafval

A 1600

# Scheidingsapparatuur voor afval

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld inductiescheiding, visiontechnologie, magnetische dichtheidsscheiding, XRF-technologie of apparatuur voor het detecteren van batterijen in afvalstromen.

Zie bedrijfsmiddelen F 1400 en A 1401 voor scheidingsapparatuur die onderdeel uitmaakt van een recyclinginstallatie.

F 1700

Productieapparatuur voor het vervangen van (potentiële) ZZS, nanodeeltjes of microplastics (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend.

Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.

Zodra het toepassen van microplastics in cosmetica of andere producten voor persoonlijke verzorging bij wet verboden is, komen investeringen in aanpassing van productieapparatuur voor het vervangen van microplastics niet meer in aanmerking.

Bovenstaande criteria gelden ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘Voorwaarden Bedrijfsmiddelen doelvoorschrift’ voor meer informatie hierover.

F 2605

Apparatuur voor het opwaarderen van plantaardige (rest)stromen tot voedingsmiddelen

F 2715

# Apparatuur voor de winning van eiwit

A 4000

# Nieuwe en innovatieve emissiereducerende technologie

Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve techniek te kwalificeren zal aangetoond moet kunnen worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D). Alleen engineering volstaat niet.

F 4002

* Apparatuur voor procesgeïntegreerde emissiereductie (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Onder een nageschakelde emissiereducerende techniek wordt een techniek verstaan waarbij sprake is van het filteren, scheiden, afvangen, binden of opnemen van reeds gevormde milieugevaarlijke stoffen. Bestaande nageschakelde technieken zouden ten gevolge van het aanpassen of vervangen van het productieproces, deels of volledig kunnen komen te vervallen.

Bovenstaande criteria gelden ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de bepaling van de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Voorbeelden van technieken zijn het gebruik van andere grondstoffen of een gewijzigde routing, productie- of bewerkingsmethode

waardoor schadelijke emissies worden voorkomen. Naast het beperken van luchtemissies kan de beperking van emissie naar bodem of water worden gestimuleerd als deze onderdeel zijn van deze investering.

Zie bedrijfsmiddelen F 4100, F 4200, F 4201 voor het reduceren van broeikasgassen.

Met milieugevaarlijke stoffen worden stoffen zoals bedoeld in milieuwet en -regelgeving. Hiermee wordt ook fijnstof bedoeld. Zie bijvoorbeeld stoffen genoemd in de bijlagen 12-14 van het Activiteiten Regeling of zie lijsten op echa.Europa.eu/nl/information-on-chemicals.

Let op: Investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage. Voor maatregelen die primair zijn getroffen voor een beter binnenmilieu (in de bedrijfsruimte waar personeel werkt) kunnen arboverplichtingen gelden.

F 4100

# Productieapparatuur voor het voorkomen van CO2-vorming

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1 per gereduceerde kilogram CO2-emissiereductie per jaar in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 4101

# Apparatuur voor het afscheiden van CO2 voor nuttige toepassing

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen of brandstoffen verstaan. Gangbare toepassingen, met uitzondering van toepassingen in de tuinbouw, zoals het carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.

F 4102

# Apparatuur voor het transport van CO2 voor nuttige toepassing

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen of brandstoffen verstaan. Gangbare toepassingen in de tuinbouw en bij het carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.

Zie bedrijfsmiddel 221005 van de energie-investeringsaftrek voor een transportleiding voor het leveren van gasvormig CO2 aan glastuinbouwbedrijven.

F 4103

Apparatuur voor het binden van CO2

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen of brandstoffen verstaan. Een voorbeeld van dit bedrijfsmiddel is apparatuur voor de toepassing van CO2 als grondstof in basischemie of in bouwmaterialen (zoals in beton). Het over land uitstrooien van CO2 bindende mineralen en gangbare toepassingen zoals carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.

F 4111

# Apparatuur voor elektrificatie van processen in de chemische industrie

Toelichting: Een voorbeeld van dit bedrijfsmiddel is elektrolyse van water voor de productie van waterstof en zuurstof. Ook de binding van waterstof met koolstofcomponenten (zoals CO2) tot een basischemicalie kan gemeld worden onder dit bedrijfsmiddel. CO2 wordt niet beschouwd als een fossiele grondstof.

Zie bedrijfsmiddelcode 270403 van de energie-investeringsaftrek voor productie van waterstof als brandstof.

F 4200

# Apparatuur voor emissiereductie van lachgas en methaan

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1 per gereduceerde kilogram CO2-equivalent broeikasemissiereductie per jaar in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 4201

# Apparatuur voor vervanging van gefluoreerde broeikasgassen

Toelichting: Voorbeelden van apparatuur voor vervanging van gefluoreerde broeikasgassen zijn gesloten plasmareinigingssysteem op basis van fluorgas in plaats van bijvoorbeeld NF₃, voor extractietechnieken of als isolatiegas in productieprocessen. Voorbeelden van broeikasgassen zijn HFK’s en PFK’s, SF6 en NF₃.

Zie de bedrijfsmiddelen D 4208, F 4209 en A 4210 voor het vervangen van SF6 in schakelsystemen en bedrijfsmiddel F 5410 voor detectieapparatuur voor gefluoreerde broeikasgassen.

Zie voor halogeenvrije koudemiddelen in stationaire koelinstallaties of warmtepompen de energie-investeringsaftrek (EIA).

F 4305

# NOx-emissie reducerende techniek

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 4315 voor selectieve (katalytische) reductie-installaties (SCR of SNCR).

F 4420

Apparatuur voor vermindering van stofemissie tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering

Toelichting: Met niet-reguliere bedrijfsvoering wordt bedoeld: storingen, onderhoud aan de (reinigings-)technieken en opstarten en stoppen van installaties of processen. Bedrijfsmiddelen die de stofemissie tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering kunnen beperken zijn bijvoorbeeld twee parallel geschakelde stoffilters waarbij in geval van uitval van één van de twee filters toch sprake is van ontstoffing.