U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2024.
Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 februari 2009, nr. DGM/K&L2009006710, houdende regels inzake aanwijzing van investeringen die in het belang zijn van het Nederlandse milieu (Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen)Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën en na overleg met de Ministers van Economische Zaken en, voor zover het betreft artikel 2, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op de artikelen 3.31, tweede lid, en 3.42a, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag9 februari 2009De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.M.Cramer

In deze regeling wordt verstaan onder:

Als milieubedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden aangewezen de bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, opgenomen in de bijlage bij deze regeling, indien:

Als investeringen, behorend tot categorie I, II respectievelijk III, in het belang van de bescherming van het Nederlandse milieu als bedoeld in artikel 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden aangewezen de investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling en die voldoen aan de in artikel 1a, onderdelen a tot en met e, genoemde voorwaarden.

In afwijking van de artikelen 1a en 2 worden bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, dan wel investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan niet aangewezen indien:

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2009.

Deze regeling wordt aangehaald als: Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009.

Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op de website tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl.

Kringloopsluiting, levensduurverlenging, biobased en circulaire economie, recycling, hergebruik, afval(water)inzameling en -verwerking

F 1100

Productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1101

Productieapparatuur voor (producten van) biobased plastics

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1106

Productiesysteem met micro-organismen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1115

Productieapparatuur voor lignine-asfalt

Toelichting: Alleen productieapparatuur die technisch noodzakelijk is om lignine als bindmiddel in asfalt te verwerken, zoals silo’s, leidingwerk en meet- en regeltechniek, komt in aanmerking onder bedrijfsmiddel F 1115.

F 1200

Nieuwe en innovatieve grondstofbesparende productieapparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1201

Grondstofbesparende productieapparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

B 1202

Grondstofbesparende industriële apparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1210

Variabele verpakkingsmachine

F 1211

3D-printer voor duurzamer produceren

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1212

Reinigingsinstallatie op basis van laser of koolzuur- of ijskorrels

Toelichting: Laserreiniging kan bijvoorbeeld worden toegepast in de voedingsmiddelenindustrie en de grafische industrie voor rasterwalsen in drukpersen.

D 1215

Apparatuur voor rugpapiervrije etiketten

B 1221

Chemicaliënvrije koelwaterbehandelingsinstallatie (aanpassen bestaande situatie)

F 1230

Apparatuur voor beheer van metaalbewerkingsvloeistoffen

A 1281

Grondstofbesparend printsysteem voor ontinktbare inkt

Toelichting: EPRC staat voor European Paper Recycling Council. INGEDE staat voor de International Association of the Deinking Industry. Testmethodes en certificeringen die gelijkwaardig zijn aan INGEDE (testmethode 11), kunnen ook voldoen, zoals opgenomen onder punt 6 van paragraaf 1 van deze bijlage. Mogelijke andere partijen die de in deze code gevraagde testmethodes en certificering zouden kunnen (gaan) aanbieden zijn 4Evergreen, Blauer Engel en Nordic Swan. Onder industrieel wordt verstaan grootschalig en met een hoge mate van mechanisering en automatisering.

Onder zeer zorgwekkende stof wordt verstaan een stof die voldoet aan één of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen (REACH).1 Dit zijn stoffen die ernstige en vaak onomkeerbare effecten kunnen hebben op de menselijke gezondheid en het milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Onder potentiële zeer zorgwekkende stof wordt verstaan stof die mogelijk voldoet aan de criteria voor een zeer zorgwekkende stof, maar nog niet als een zeer zorgwekkende stof is geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Op de website van het RIVM worden lijsten bijgehouden van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen of potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn.

A 1282

Inkt- of oliebesparend printsysteem

Toelichting: Onder plaatmaterialen worden diverse stevige materialen verstaan, zoals aluminium, hout of honingraatkarton. Onder industrieel wordt verstaan grootschalig en met een hoge mate van mechanisering en automatisering. Onder zeer zorgwekkende stof wordt verstaan een stof die voldoet aan één of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen (REACH). Dit zijn stoffen die ernstige en vaak onomkeerbare effecten kunnen hebben op de menselijke gezondheid en het milieu. onomkeerbare effecten kunnen hebben op de menselijke gezondheid en het milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Onder potentiële zeer zorgwekkende stof wordt verstaan een stof die mogelijk voldoet aan de criteria voor een zeer zorgwekkende stof, maar nog niet als een zeer zorgwekkende stof is geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden. Op de website van het RIVM worden lijsten bijgehouden van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen of potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn.

F 1300

Productieapparatuur voor refurbishen of hergebruik

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor het produceren van producten uit onderdelen van andere producten, of het refurbishen van producten die gelijkwaardig zijn aan nieuwe producten. Denk bijvoorbeeld aan productieapparatuur voor het vervaardigen van onderdelen, zoals beeldschermen, die specifiek benodigd zijn om telefoons of laptops te refurbishen.

Onder hergebruik wordt verstaan elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld. Onder refurbishen wordt verstaan een proces waarbij een product wordt opgeknapt of verbeterd tot nieuwstaat, door gebruik te maken van onderdelen van bestaande producten, componenten en materialen met een vergelijkbare functie, waarbij garantie gegeven wordt op het opgeknapte of verbeterde product.

F 1301

Apparatuur of voorziening voor demontage ten behoeve van hergebruik of recycling

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1306

Afvulmachine voor herbruikbare verpakkingen

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld het afvullen van herbruikbare verpakkingen met houdbare voedingsmiddelen, bulkproducten voor huishoudelijk of persoonlijk gebruik en consumentengoederen van online winkels en bezorgdiensten.

Onder hergebruik wordt verstaan elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld.

F 1307

Tapsysteem voor water en frisdranken

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel heeft als doel het verminderen van voorverpakte dranken in blikjes, flessen en drankkartons, welke al dan niet gekoeld worden bewaard. Dit geldt zowel voor de consumptie van dranken ter plekke in cafés en restaurants of voor de losse verkoop van dranken bij een kiosk, kantoorgebouw of sportkantine. Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 500 per bedrijfsmiddel worden ten minste 5 bedrijfsmiddelen tegelijk aangeschaft en gemeld.

F 1310

Herbruikbare uitvaartkist

Toelichting: Onder biomassa wordt verstaan de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong.

Van duurzame biomassa is in ieder geval sprake als de biomassa binnen de voorwaarden van NTA 8080 (Better Biomass certificaat) is geproduceerd. Onder duurzame biomassa worden ook biomassareststromen en afvalstoffen verstaan.

F 1315

Apparatuur voor hergebruik van absorptiekorrels

Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 500 per bedrijfsmiddel worden ten minste 5 bedrijfsmiddelen tegelijk aangeschaft en gemeld.

Onder hergebruik wordt verstaan elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld.

A 1340

Waterbesparende voorziening of installatie

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1400

Nieuwe en innovatieve recyclingapparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1401

Recyclingapparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

B 1405

Terugwinningsinstallatie voor grondstoffen uit afvalwater of waterzuiveringsslib (aanpassen bestaande situatie)

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1407

Terugwinningsapparatuur voor grondstoffen uit afgassen

F 1409

Apparatuur voor de chemische recycling van afvalstoffen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1411

Opwerkingsinstallatie voor AEC-bodemas

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft verdere opwerking van AEC-bodemas waaruit (ferro)metalen en te storten of verbranden residu al zijn afgescheiden. De AEC-bodemas moet worden opgewerkt tot een niet-vormgegeven bouwstof als bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit 2022. Dit zijn vrij toepasbare bouwstoffen die zonder aanvullende maatregelen toepasbaar zijn als grondstof voor bijvoorbeeld beton- of asfaltproducten. Investeringen in het afscheiden van (ferro)metalen en residu of immobilisatie komen niet in aanmerking onder dit bedrijfsmiddel.

F 1418

Recyclingapparatuur voor textiel

Toelichting: Onder textielafval wordt een afvalstof verstaan die bestaat uit textielvezels, waaronder kleding, touw en autogordels. Onder chemische recycling wordt verstaan een proces waarbij de afvalstof op moleculair niveau wordt afgebroken in kleinere eenheden of wordt opgelost, met als oogmerk de verkregen kleinere of opgeloste eenheden in te zetten bij de productie van nieuwe materialen of grondstoffen al dan niet vergelijkbaar met de materialen waaruit de afvalstof bestaat, maar niet zijnde brandstoffen.

F 1419

Recyclingapparatuur voor spuitbussen

B 1445

Eutectische vrieskristallisatie-installatie voor proces- of afvalwater

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1461

Depolymerisatie-installatie voor polyesterafval

F 1490

Recyclinginstallatie voor luiers

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1500

Verwerkingsapparatuur voor gerecyclede grondstoffen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1561

Verwerkingsapparatuur voor plastic zwerfafval

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1565

Verwerkingsinstallatie voor rubbergranulaat

Toelichting: Voorbeeld van deze producten zijn waterretentiepanelen.

F 1570

Asfaltcentrale voor toepassen van ten minste 80% recyclaat

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Onder recyclaat wordt verstaan een stof of materiaal ontstaan uit afvalstoffen waarvoor geldt dat deze zonder verdere verwerking toegepast kan worden als grondstof. Dit kan nog een afvalstof zijn of al einde-afval als aan de voorwaarden hiervan wordt voldaan.

A 1600

Scheidingsapparatuur voor afvalstoffen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

D 1601

Inzamelapparatuur of -voorziening voor meer of zuiverdere monostromen

Toelichting: Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

A 1613

Glasversnipperaar voor horecabedrijven

F 1661

Afvalscheidingsinstallatie op basis van watermerken of gps trackers

Toelichting: Belangrijkste criterium voor hoogwaardiger recycling is een hogere kwaliteit van het recyclaat, bijvoorbeeld door het dichter benaderen van virgin-kwaliteit. Een hogere marktprijs kan een indicatie zijn voor hogere kwaliteit. Andere criteria zijn een groter aantal cycli waarin de grondstof in de keten kan blijven en minder milieuschade bij het recyclen (inclusief energieverbruik), ten opzichte van wat gangbaar is.

Onder hoogwaardigere recycling wordt verstaan een recycling waarbij de afvalstof wordt bewerkt tot recyclaat dat de kwaliteit van primaire grondstoffen dichter benadert dan recyclaat dat is geproduceerd met voor de afvalstof gangbare recyclingprocessen. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal. Onder hergebruik wordt verstaan elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld. Onder refurbishen wordt verstaan een proces waarbij een product wordt opgeknapt of verbeterd tot nieuwstaat, door gebruik te maken van onderdelen van bestaande producten, componenten en materialen met een vergelijkbare functie, waarbij garantie gegeven wordt op het opgeknapte of verbeterde product.

F 1700

Productieapparatuur voor het vervangen van (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen, nanodeeltjes of microplastics (aanpassen bestaande situatie)

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1704

Installatie voor het afbreken van microverontreinigingen in water

Toelichting:

Onder zeer zorgwekkende stof wordt verstaan een stof die voldoet aan één of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen (REACH). Dit zijn stoffen die ernstige en vaak onomkeerbare effecten kunnen hebben op de menselijke gezondheid en het milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Onder potentiële zeer zorgwekkende stof wordt verstaan een stof die mogelijk voldoet aan de criteria voor een zeer zorgwekkende stof, maar nog niet als een zeer zorgwekkende stof is geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Op de website van het RIVM worden lijsten bijgehouden van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen of potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn.

A 1705

Verwijderingsinstallatie voor microverontreinigingen in water

Toelichting:

Onder zeer zorgwekkende stof wordt verstaan een stof die voldoet aan één of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen (REACH). Dit zijn stoffen die ernstige en vaak onomkeerbare effecten kunnen hebben op de menselijke gezondheid en het milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Onder potentiële zeer zorgwekkende stof wordt verstaan een stof die mogelijk voldoet aan de criteria voor een zeer zorgwekkende stof, maar nog niet als een zeer zorgwekkende stof is geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden. Op de website van het RIVM worden lijsten bijgehouden van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen of potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn.

F 1706

Centrifugaal filter voor slijpsel van kunststoflenzen

A 1725

Stofemissievrije denatureringsinstallatie voor asbesthoudende afvalstoffen of asbesthoudende grond

A 1726

Thermische denatureringsinstallatie voor asbestcementproducten

F 1760

Apparatuur of voorzieningen voor het voorkomen van plastics in het milieu

Toelichting: Met niet-reguliere bedrijfsvoering wordt bedoeld: storingen, onderhoud aan de (reinigings-)technieken en opstarten en stoppen van installaties of processen. Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 500 per voorziening worden ten minste 5 voorzieningen tegelijk aangeschaft en gemeld.

E 1790

Slimme afvalbak met persmechanisme

Een ondernemer die actief is in de primaire landbouwproductie, verwerking van landbouwproducten en afzet van landbouwproducten, bosbouw of de productie, verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten komt alleen voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen in aanmerking indien het een kmo is.

Kassen, stallen, landbouwwerktuigen, aquacultuur, visserij, verwerkingsapparatuur

F 2112

Groen Label Kas voor biologische teelt

De investering in de Groen Label Kas voor biologische teelt komt ten hoogste voor het volgende bedrag per vierkante meter gecertificeerd teeltoppervlak in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000:

Investeringen in een Groen Label Kas kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen F 2112 en A 2113 worden gemeld.

Toelichting: Informatie over het bio-certificaat is beschikbaar op skal.nl.

Als een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 600.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en op de website rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 2113

Groen Label Kas

De investering in de Groen Label Kas komt ten hoogste voor het volgende bedrag per vierkante meter gecertificeerd teeltoppervlak in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 5.000.000:

Investeringen in een Groen Label Kas kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen F 2112 en A 2113 worden gemeld.

Toelichting: Het Certificatieschema Groen Label Kas 15 (GLK15) is beschikbaar op groenlabelkas.nl.

Als een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 600.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en op de website rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

F 2130

Mechanische of (micro)biologische bestrijdingsapparatuur voor plagen of ziekten in een tuinbouwkas

Een investering in mechanische of biologische bestrijdingsapparatuur voor plagen of ziekten als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel F 2130 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

D 2131

Luisdicht insectengaas met aan- of afvoer van vocht (aanpassen bestaande situatie)

Een investering in luisdicht insectengaas met vochtafvoer als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel D 2131 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

A 2135

Installatie voor het verhogen van de plantweerbaarheid in de glastuinbouw

Een investering in een installatie voor het verhogen van de plantweerbaarheid als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel A 2135 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2140

Ondergrondse waterberging

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 2142

Apparatuur voor verminderd gebruik van grondwater als gietwater in de glastuinbouw (aanpassing bestaande situatie)

Een investering in apparatuur voor verminderd gebruik van grondwater als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel A 2142 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2143

Systeem voor individuele meting van nutriënten

Een investering in een systeem voor individuele meting van nutriënten als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen F 2112 of A 2113 komt onder bedrijfsmiddel F 2143 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 2145

Installatie voor het ontzouten van drain(age)water in de glastuinbouw (aanpassing bestaande situatie)

Een investering in een installatie voor het ontzouten van drain(age)water als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel A 2145 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2146

Voorzieningen voor nullozing in de glastuinbouw (aanpassen bestaande situatie)

Een investering in een voorziening voor nullozing als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel F 2146 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Informatie over nullozing is beschikbaar op glastuinbouwwaterproof.nl.

F 2150

Apparatuur voor het opwerken van plantenresten tot grondstof

B 2200

Innovatieve stal

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 5.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een innovatieve stal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2200 worden gemeld.

Toelichting: Meer informatie over innovatieve stallen is beschikbaar op rvo.nl en iplo.nl

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 600.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

B 2201

Stal voor biologische melk- of pluimveehouderij met ammoniakemissiereductie

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 5.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een stal voor biologische melk- of pluimveehouderij met vermindering van de ammoniakemissie kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2201 worden gemeld.

Toelichting: De gehele stal moet zijn voorzien van één of meerdere ammoniakemissiearme huisvestingsystemen als bedoeld in de Omgevingsregeling. Een stal voorzien van meerdere huisvestingssystemen waarvan een huisvestingssysteem is aangemerkt als een ‘overig huisvestingssysteem’ komt niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Informatie over het Besluit dierlijke producten is beschikbaar op skal.nl. In bijlage V van de Omgevingsregeling zijn geen huisvestingsystemen opgenomen voor biologisch gehouden varkens, waardoor een biologische varkensstal niet voldoet aan de eisen gesteld in bedrijfsmiddel B 2201. Onder melkvee wordt verstaan: al het vee dat wordt gehouden voor de productie van melk.

Zie bedrijfsmiddel B 2200 voor een innovatieve stal, bijvoorbeeld een biologische varkensstal waaraan het bevoegd gezag een afwijkende emissiefactor heeft toegekend of waarvoor een bijzondere emissiefactor als bedoeld in artikel 4.6 van de Omgevingsregeling is vastgesteld.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 600.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

B 2202

Klimaat- en dierenmonitoringssysteem

A 2204

Formalinevrij bad voor de desinfectie van klauwen van vee

A 2205

Omgekeerde osmose-installatie voor het verwerken van spuiwater van een biologische luchtwasser

F 2206

Apparatuur of voorzieningen voor gescheiden opvang van mest en urine in varkens- of rundveestallen (aanpassen bestaande situatie)

Een investering in apparatuur of voorzieningen voor gescheiden opvang van mest en urine in varkens- of rundveestallen als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200, B 2201, A 2210, A 2211, F 2212, A 2220 en A 2221 komt onder bedrijfsmiddel F 2206 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Mestscheidingsapparatuur zoals schroefpersen, zeefbandpersen of decanters komen onder bedrijfsmiddel F 2206 niet in aanmerking.

B 2207

Koelinstallatie voor drijfmest (aanpassen bestaande situatie)

Een investering in een koelinstallatie voor drijfmest als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200, B 2201, A 2210, A 2211, F 2212, A 2220, A 2221, A 2230, A 2231, B 2290 en B 2291 komt onder bedrijfsmiddel B 2207 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

B 2208

Gasdichte voorziening voor een drijfmestopslag

B 2209

Systeem voor mixen van drijfmest met luchtbellen (aanpassen bestaande situatie)

Een investering in een systeem voor het mixen van drijfmest met luchtbellen als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200 en B 2201 komt onder bedrijfsmiddel B 2209 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 2210

Duurzame melkveestal

De investering in een duurzame melkveestal komt ten hoogste voor € 7.810 per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 5.000.000. Investeringen in een duurzame melkveestal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen A 2210 of F 2212 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. De investeringen in jongveeruimten kunnen worden gebruikt ter onderbouwing van het maximum bedrag tot een maximum van eenzelfde aantal jongveeplaatsen als het aantal melkveeplaatsen waarvoor is gecertificeerd. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 600.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 2211

Duurzame vleeskalver- of vleesveestal

De investering in een duurzame vleeskalver- of vleesveestal komt voor ten hoogste € 5.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een duurzame vleeskalver- of vleesveestal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2211 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 600.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

F 2212

Duurzame melkveestal met weidegang

De investering in een duurzame melkveestal met weidegang komt ten hoogste voor € 7.810 per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000. Investeringen in een duurzame melkveestal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen A 2210 of F 2212 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. De investeringen in jongveeruimten kunnen worden gebruikt ter onderbouwing van het maximum bedrag tot een maximum van eenzelfde aantal jongveeplaatsen als het aantal melkveeplaatsen waarvoor is gecertificeerd. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 600.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

B 2213

Autonome mestverzamelrobot

Een investering in een autonome mestverzamelrobot als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200, B 2201, A 2210, A 2211 en F 2212 komt onder bedrijfsmiddel B 2213 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

B 2217

Getrokken elektrische voermengwagen voor herkauwers

A 2218

Automatisch ruwvoermengsysteem of zelfrijdend autonoom ruwvoersysteem voor herkauwers

Een investering in een automatisch ruwvoermengsysteem of zelfrijdend ruwvoersysteem voor herkauwers als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200, B 2201, A 2210, A 2211, F 2212 en B 2291 komt onder bedrijfsmiddel A 2218 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Onder een autonome machine wordt een machine verstaan die werkzaamheden kan verrichten zonder bestuurder. Onder een zelfrijdende machine wordt een niet getrokken machine verstaan die beschikt over een eigen rijaandrijving.

B 2219

Permanente afdekinstallatie voor kuilvoerplaatsen

A 2220

Duurzame varkensstal met bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie (aanpassen bestaande situatie)

De investering in een duurzame varkensstal komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 5.000.000:

Investeringen in een duurzame varkensstal waarin een of meerdere bronmaatregelen voor het verminderen van de ammoniakemissie worden toegepast kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2220 worden gemeld.

Toelichting: Investeringen in duurzame varkensstallen waarin geen bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie is toegepast, kunnen in zijn geheel gemeld worden voor bedrijfsmiddel A 2221.

Investeringen in een nieuwbouw MDV stal op nieuwe locatie worden niet gestimuleerd, tenzij het een verplaatsing betreft.

Uit de onderbouwing moet blijken dat het aantal dieren niet toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. De grootte eenheid is opgenomen in de MDV maatlat en kan gebruikt worden als de ondernemer overgaat tot het houden van een andere diersoort dan de bestaande situatie.

Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 600.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 2221

Duurzame varkensstal (aanpassen bestaande situatie)

De investering in een duurzame varkensstal komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 5.000.000:

Investeringen in een duurzame varkensstal waarin geen bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie is toegepast kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2221 worden gemeld.

Toelichting: Investeringen in duurzame varkensstallen waarin een of meerdere bronmaatregelen voor het verminderen van de ammoniakemissie worden toegepast, kunnen in zijn geheel gemeld worden voor bedrijfsmiddel A 2220.

Investeringen in een nieuwbouw MDV stal op nieuwe locatie worden niet gestimuleerd, tenzij het een verplaatsing betreft.

Uit de onderbouwing moet blijken dat het aantal dieren niet toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. De grootte eenheid is opgenomen in de MDV maatlat en kan gebruikt worden als de ondernemer overgaat tot het houden van een andere diersoort dan de bestaande situatie.

Luchtwassers zijn uitgesloten van fiscaal voordeel via milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Daarom is het bedrag per dierplaats bij bedrijfsmiddel A 2221 lager dan bij bedrijfsmiddel A 2220. Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 600.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 2230

Duurzame pluimveestal met bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie (aanpassen bestaande situatie)

De investering in een duurzame pluimveestal komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 5.000.000:

Investeringen in een duurzame pluimveestal waarin een of meerdere bronmaatregelen voor het verminderen van de ammoniakemissie worden toegepast kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2230 worden gemeld.

Toelichting: Investeringen in duurzame pluimveestallen waarin geen bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie is toegepast, kunnen in zijn geheel gemeld worden voor bedrijfsmiddel A 2231. Investeringen in een nieuwbouw MDV stal op een nieuwe locatie worden niet gestimuleerd, tenzij het een verplaatsing betreft.

Uit de onderbouwing moet blijken dat het aantal dieren niet toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. De grootte eenheid is opgenomen in de MDV maatlat en kan gebruikt worden als de ondernemer overgaat tot het houden van een andere diersoort dan de bestaande situatie.

Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 600.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 2231

Duurzame pluimveestal (aanpassen bestaande situatie)

De investering in een duurzame pluimveestal komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 5.000.000:

Investeringen in een duurzame pluimveestal waarin geen bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie is toegepast kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel A 2231 worden gemeld.

Toelichting: Investeringen in duurzame pluimveestallen waarin een of meerdere bronmaatregelen voor het verminderen van de ammoniakemissie worden toegepast, kunnen in zijn geheel gemeld worden voor bedrijfsmiddel A 2230.

Investeringen in een nieuwbouw MDV stal op een nieuwe locatie worden niet gestimuleerd, tenzij het een verplaatsing betreft.

Uit de onderbouwing moet blijken dat het aantal dieren niet toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. De grootte eenheid is opgenomen in de MDV maatlat en kan gebruikt worden als de ondernemer overgaat tot het houden van een andere diersoort dan de bestaande situatie.

Luchtwassers zijn uitgesloten van fiscaal voordeel via milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Daarom is het bedrag per dierplaats bij bedrijfsmiddel A 2231 lager dan bij bedrijfsmiddel A 2230. Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de

macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 600.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

D 2235

Stofemissiereducerende techniek voor een pluimveestal (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: De lijst van emissiefactoren stond in de publicatie 'emissiefactoren fijnstof voor veehouderij'. Vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de voorheen op deze lijst vermelde technieken opgenomen in bijlage V en VI bij de Omgevingsregeling.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voormilieu-investeringsaftrek, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

B 2280

Duurzame paardenstal

De investering in een paardenstal komt voor ten hoogste € 5.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een duurzame paardenstal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2280 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: voor investeringen door ondernemers in de agrarische sector geldt naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel dat de totale staatssteun voor de investering in de paardenstal of paardenstallen niet meer mag bedragen dan € 600.000 per investeringsproject. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

B 2290

Duurzame konijnen-, eenden- of kalkoenenstal

De investering in een duurzame konijnen-, eenden- of kalkoenenstal komt voor ten hoogste € 5.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een duurzame konijnen-, eenden- of kalkoenenstal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2290 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 600.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

B 2291

Duurzame melkgeiten- of melkschapenstal

De investering in een duurzame melkgeiten- of melkschapenstal komt voor ten hoogste € 5.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een duurzame melkgeiten- of melkschapenstal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2291 worden gemeld.

Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 600.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

E 2292

Elektrische krachtvoerinstallatie voor melkgeiten

Een investering in een elektrische krachtvoerinstallatie voor melkgeiten als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200 en B 2291 komt onder bedrijfsmiddel E 2992 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

B 2299

Ondergrondse kadaverkoeling met natuurlijk koudemiddel

A 2300

Apparatuur of voorzieningen voor het combineren van akkerbouw of veeteelt met bomen en struiken

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 5.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Onder bedrijfsmiddel A 2300 vallen investeringen in voorzieningen voor mengteelten op landbouwgrond, niet zijnde bosbouw en randbeplantingen van bomen. Dit is een onderdeel van agroforestry, waarbij de aanleg van fruitbomen, notenbomen, bessenstruiken of kweekgoed worden gemengd met akkerbouw, groenteteelt of grasland (veeteelt). Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld oogstapparatuur voor noten of fruit. Stallen zijn uitgesloten maar mobiele stallen waarin dieren gehuisvest zijn en die bijdragen aan onkruidverwijdering komen wel in aanmerking onder dit bedrijfsmiddel. Bomen voor hakhout met korte omlooptijd, kerstbomen en snelgroeiende bomen voor energieproductie (biomassa) komen niet in aanmerking onder A 2300. Voor meer achtergrondinformatie voor deze landbouwsystemen zie edepot.wur.nl/454070.

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 600.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

A 2310

Teeltsysteem voor vollegrondgewassen in de open lucht

Toelichting: Onder bedrijfsmiddel A 2310 komen alleen teeltsystemen in de open lucht in aanmerking. Teeltsystemen onder glas komen niet in aanmerking.

A 2312

Productieapparatuur voor paludicultuur (natte teelt)

A 2313

Productieapparatuur voor stroken- of pixelteelt

A 2314

Klimaatcel voor gewasteelt

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 5.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Een investering in een klimaatcel als onderdeel van de Groen Label Kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen F 2112 of A 2113 komt onder bedrijfsmiddel A 2314 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 600.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun.

F 2317

Meerjarige kweektrays voor teelt in de open lucht (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Onder bedrijfsmiddel F 2317 komen alleen kweektrays voor teelten in de open lucht in aanmerking.

B 2322

Plaatsspecifieke bemestingsapparatuur

B 2324

Spuitmachine met detectiesensoren of camera’s voor plaatsspecifieke toediening

A 2330

Stoomunit voor planten, uitgangsmateriaal of bloembollen

Toelichting: Onder bedrijfsmiddel A 2330 komen alleen stoomunits voor het verhitten van planten, uitgangsmateriaal of bloembollen in aanmerking. Stoomunits om grond of substraat te verhitten komen niet in aanmerking.

B 2338

Insectengaas voor de fruitteelt

E 2339

Hagelnetten voor de fruitteelt

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

B 2341

Voorzieningen ter voorkomen van verontreinigingen door erfafspoeling bij een veehouderij

F 2342

Volautomatische fusten- of kistenreiniger met gesloten wassysteem

F 2343

Fosfaatabsorptie met ijzerzand in de bloembollenteelt

G 2344

Voorziening voor het benutten van effluent in de glastuinbouw of open teelt

Toelichting: Apparatuur voor het zuiveren van het ontvangen water komt uitsluitend in aanmerking als deze aanvullend is op kosten die het ontvangende bedrijf had moeten maken voor het benutten van grondwater of oppervlaktewater.

A 2346

Chloorbleekloogvrije ontsmettingsinstallatie voor bloembollen (aanpassen bestaande situatie)

B 2347

Kuubkisten voor bloembollen die geen vocht en chemische middelen opnemen

Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 350 per kuubkist worden ten minste 8 kuubkisten tegelijk aangeschaft en gemeld.

A 2350

Mechanische onkruidbestrijdingsmachine

D 2351

Intrarijwieder

B 2352

Mechanische onkruidtrekker, -knipper of -snijder

A 2353

Precisiezaaimachine met voorzieningen voor sojateelt

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Om in aanmerking te komen voor bedrijfsmiddel A 2353 moet worden aangetoond dat de precisiezaaimachine ook gebruikt wordt voor het zaaien van soja.

A 2354

Flexibel maaibord voor het oogsten van sojabonen

A 2355

Onkruidbestrijdingsmachine op basis van stroom (hoogspanning)

A 2356

Mechanische bestrijdingsapparatuur voor plagen in land- en tuinbouwgewassen in de open teelt

A 2359

Elektrisch aangedreven wiedbed

A 2360

Doseereenheid voor vloeibare meststoffen met gps-gestuurde afschakeling per rij

F 2361

Druppelbevloeiingssysteem voor open teelten (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen via het druppelbevloeiingssysteem aan de gewassen toegediend worden.

A 2365

Regen- of spoelwateropslag voor het verdunnen van mest

Toelichting: Er moet aangetoond worden dat er geïnvesteerd in een regen- of spoelwateropslag waarbij het water gebruikt wordt voor het verdunnen van mest.

B 2370

Bodemdrukverlagend bandensysteem in de open teelt

A 2375

Mulch-apparatuur

B 2391

Versnipperaar voor kunststofafval van een landbouwbedrijf

F 2410

Duurzame viskwekerij

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.500.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2411

Duurzame pootviskwekerij

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.500.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2420

Schaal- en schelpdierbroedinstallatie

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.500.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2421

Schaal- of schelpdierkwekerij

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.500.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 2430

Productiesysteem voor algen, kroos of (zee)wieren

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.500.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Voorbeelden van toepassingen zijn grondstoffen voor producten, humane voedingsproducten en diervoeders zoals veevoer, petfood en visvoer en biostimulanten. Biostimulanten helpen de plant om voedingstoffen efficiënt te gebruiken of beter bestand te zijn tegen abiotische stress en zijn gereguleerd in de Verordening (EU) 2019/1009 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 tot vaststelling van voorschriften inzake het op de markt aanbieden van EU-bemestingsproducten en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1069/2009 en (EG) nr. 1107/2009 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2003/2003 (PbEU 2019, L 170/1).

Zie bedrijfsmiddel F 2613 voor verwerkingsapparatuur voor algen, kroos of (zee)wieren in geval van verwerking tot grondstof voor humane voedingsproducten, diervoeders of biostimulanten. Zie bedrijfsmiddel F 1100 voor productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa.

F 2510

Akoestische afschrikkingsapparatuur aan visnetten

F 2511

Boomkor vervangende visinstallatie op een bestaand visserijschip

F 2600

Apparatuur voor lokale verwerking van landbouwgewassen (voorwaartse integratie)

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld kleinschalige en lokale fermentatie-apparatuur, als het gangbaar is om dat fabrieksmatig en centraal te doen.

F 2601

Verwerkingsapparatuur voor het beperken van voedselverspilling in de voedingsmiddelenindustrie

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel kan bijvoorbeeld apparatuur zijn voor het verwerken van oud brood of optisch afgekeurde groenten en fruit of een 3D-printer voor foodprinting.

F 2605

Apparatuur voor het opwaarderen van plantaardige (rest)stromen tot voedingsmiddelen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 2612

Verwerkingsapparatuur voor diervriendelijke verwerking van gekweekte vis

F 2613

Verwerkingsapparatuur voor algen, kroos of (zee)wieren

Toelichting: Voorbeelden van humane voedingsproducten en diervoeders zijn vleesvervangers, veevoer, petfood en visvoer. Biostimulanten helpen de plant om voedingstoffen efficiënt te gebruiken of beter bestand te zijn tegen abiotische stress en zijn gereguleerd in de Verordening (EU) 2019/1009 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 tot vaststelling van voorschriften inzake het op de markt aanbieden van EU-bemestingsproducten en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1069/2009 en (EG) nr. 1107/2009 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2003/2003 (PbEU 2019, L 170/1). Biostimulanten helpen de plant om voedingstoffen efficiënt te gebruiken of beter bestand te zijn tegen abiotische stress en zijn gereguleerd in de Europese Meststoffenverordening. Verwerkings- of voorbewerkingsapparatuur voor algen, kroos of (zee)wieren kan betrekking hebben op het malen en drogen en scheiden in verschillende fracties, zoals vetten en eiwitten.

Zie bedrijfsmiddel F 2430 voor een productiesysteem voor algen, kroos of (zee)wieren. Zie bedrijfsmiddel F 1100 voor productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa.

B 2615

Volautomatische optische sorteerinstallatie voor aardappelen, uien of wortelen

B 2620

Hogedruk pasteurisatie-installatie voor conservering van verse levensmiddelen

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Deze conserveringstechniek wordt ook High Pressure Processing (HPP) genoemd. Installaties die levensmiddelen pasteuriseren door middel van verhitting voldoen niet aan bedrijfsmiddel B 2620.

A 2630

Bevochtigingsapparatuur voor verse voedingsmiddelen in de horeca

A 2631

Automatische voedselafvalmonitor

Toelichting: Let op: alleen een investering in de aanschaf van een automatische voedselafvalmonitor kan in aanmerking komen voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. De kosten voor het leasen van een voedselafvalmonitor komen niet in aanmerking.

A 2635

Laserapparaat voor natural branding van groente, fruit en aardappelen

A 2650

Terugwinningsinstallatie voor fosfaat of stikstof uit dierlijke mest

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 5.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Mogelijkheden voor behandelen van stikstofhoudend concentraat zijn bijvoorbeeld stikstof strippen, kraken en verdampen in een gesloten installatie.

A 2651

Plasma-installatie voor behandelen van dierlijke mest

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 5.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

B 2652

Apparatuur voor het verminderen van ammoniak- en methaanemissies tijdens uitrijden van dierlijke mest

A 2690

Ozonoxidatie-installatie voor ontsmetting van (opslag)ruimten, lucht of producten in de land- en tuinbouw

F 2700

Productieapparatuur voor vlees-, vis- en zuivelvervangers

F 2714

Apparatuur voor de winning van blad-eiwit

Toelichting: Voorbeelden van humane voedingsproducten en diervoeders zijn vleesvervangers, veevoer, petfood en visvoer.

F 2715

Apparatuur voor de winning van eiwit

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 2720

Insectenkweeksysteem

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Zowel de kweek van de insectensoort als het voedsel waarop de insecten worden gekweekt moeten wettelijk zijn toegestaan. Kweek van insecten op voedsel dat (deels) bestaat uit vis komt niet in aanmerking vanwege het niet-duurzame karakter van dit voedsel.

Dit bedrijfsmiddel kan bijvoorbeeld een insectenkwekerij voor humane voedingsproducten, diervoer of farmaceutica betreffen. Onder het kweken van insecten wordt ook de opfok van insecten verstaan. Zowel 'breeding' als 'rearing' van insecten komt in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel F 2721 voor apparatuur voor de verwerking van insecten tot producten. Zie bedrijfsmiddel F 2722 voor verwerkingsapparatuur van laagwaardige plantaardige reststromen tot voedsel voor insectenkweek.

F 2721

Verwerkingsapparatuur voor insecten

Toelichting: Verwerkingsapparatuur voor insecten kan betrekking hebben op het scheiden van insecten in verschillende fracties, zoals vetten en eiwitten. Ook apparatuur voor het verwerken van insecten tot voer- of voedingsproducten kan in aanmerking komen.

Zie bedrijfsmiddel A 2720 voor een insectenkweeksysteem.

F 2722

Verwerkingsapparatuur van laagwaardige plantaardige reststromen tot voedsel voor insectenkweek

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 2720 voor een insectenkweeksysteem.

Stille, schone en zuinige transportmiddelen, mobiele werktuigen, distributie van alternatieve brandstoffen, transportpreventie

E 3101

Elektrisch aangedreven bestelauto

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste het investeringsbedrag minus € 20.000 in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Er wordt over de eerste € 20.000 geen milieu-investeringsaftrek ontvangen. Stel, er wordt geïnvesteerd in een elektrisch aangedreven bestelauto ter waarde van € 50.000, dan komt de investering voor ten hoogste € 50.000 - € 20.000 = € 30.000 in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Als er naast milieu-investeringsaftrek ook een subsidie wordt ontvangen, dan dient deze subsidie ook in mindering gebracht ten worden. Wanneer er bijvoorbeeld wordt geïnvesteerd in een elektrisch aangedreven bestelauto ter waarde van € 50.000 en een subsidie van € 3.000 ontvangt, dan komt de investering voor ten hoogste € 50.000 - € 20.000 - € 3.000 = € 27.000 in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Op rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze kunnen voldoen aan de onder a gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel

G 3104

Waterstof aangedreven bestelauto

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 125.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Let op: Is er voor de investering al subsidie ontvangen vanuit de Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit (SWIM), dan kan er waarschijnlijk geen gebruik meer worden gemaakt van de milieu-investeringsaftrek. Met de subsidie is er waarschijnlijk al de maximale staatssteun ontvangen die vanuit de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) gegeven mag worden aan een investering.

E 3106

Elektrisch aangedreven taxi met 9 zitplaatsen of voor rolstoelvervoer

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 75.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Op rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/miavamil/ onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze kunnen voldoen aan de onder a gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel. Een gewone elektrische taxi komt niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

A 3108

Elektrisch aangedreven bus

G 3109

Waterstof aangedreven personenauto

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 75.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Op rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.

Zie bedrijfsmiddel F 3112 voor waterstof aangedreven taxi met 9 zitplaatsen of voor rolstoelvervoer.

D 3111

Elektrisch aangedreven personenauto met zonnepanelen

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 100.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Op rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.

F 3112

Waterstof aangedreven taxi met 9 zitplaatsen of voor rolstoelvervoer

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 125.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel G 3109 voor waterstof aangedreven personenauto’s.

E 3114

Elektrisch aangedreven L7e-C voertuig of motorfiets

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 40.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Op rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.

L7e-C voertuigen zijn ‘zware quadri-mobiles’. Deze categorie is verdeeld in L7e-C-U-voertuigen (zware quadri-mobiles voor vrachtvervoer) en L7e-C-P-voertuigen (zware quadri-mobiles voor personenvervoer). L7e-A (zware quads) en L7e-B (zware terreinquads) voertuigen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

F 3115

Waterstof aangedreven bus

Toelichting: Let op: is er voor de investering al subsidie ontvangen vanuit de Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit (SWIM), dan kan er waarschijnlijk geen gebruik meer worden gemaakt van de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investering. Met de subsidie is er waarschijnlijk al de maximale staatssteun ontvangen die vanuit de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) gegeven mag worden aan een investering.

D 3116

Elektrisch of waterstof aangedreven vrachtwagen

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel D 3417 voor terminaltrekkers.

Let op: is er voor de investering al subsidie ontvangen vanuit de Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit (SWIM), dan kan er waarschijnlijk geen gebruik meer worden gemaakt van de milieu-investeringsaftrek. Met de subsidie is er waarschijnlijk al de maximale staatssteun ontvangen die vanuit de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) gegeven mag worden aan een investering.

G 3117

Elektrisch of waterstof aangedreven truckmixer

Toelichting: Elektrisch aangedreven betonmolens komen onder deze code niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

E 3118

Speed-pedelec

A 3119

Elektrisch aangedreven bakfiets of cargobike

Toelichting: Bakfietsen die ook voor privé doeleinden gebruikt worden komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving. Onder een bakfiets wordt ook verstaan een cargobike of vrachtfiets.

A 3210

Toegangssysteem voor een waterstof of elektrisch aangedreven deelauto

A 3310

Loodvrij accupakket voor vaartuigen

Toelichting: Voor investeringen in bedrijfsmiddelen met betrekking tot de productie, verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten geldt dat niet meer dan € 1.250.000 staatssteun per onderneming per jaar verleend mag worden en per investeringsproject ten hoogste € 2.500.000 in aanmerking komt voor de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Zie punt 10 van paragraaf 1 van deze bijlage.

B 3320

Duurzame aandrijving voor een zeeschip

F 3321

Waterstofaandrijving voor een schip

D 3322

Elektrische scheepsaandrijving

B 3332

Antifoulingsysteem voor een scheepshuid

Toelichting: Op rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.

F 3333

Systeem voor het voorkomen of verwijderen van aangroei

B 3340

Biologische waterzuiveringsinstallatie voor een vaartuig

Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen B 3342 en B 3343 voor waterzuiveringsinstallaties voor pleziervaartuigen en vuilwatertanks voor vaartuigen.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

B 3341

Oxidatiereactor voor waterreiniging aan boord van een vaartuig (aanpassen bestaande situatie)

B 3342

Waterzuiveringsinstallatie voor een pleziervaartuig (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Chemische toiletten met uitneembare cassettes zijn geen zuiveringsvoorzieningen en komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Voorzieningen voor het zuiveren van toiletwater van pleziervaart moeten voldoen aan de eisen die zijn opgenomen in artikel 17.25 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Zie de bedrijfsmiddelen B 3340 en B 3343 voor biologische waterzuiveringsinstallaties voor vaartuigen en vuilwatertanks voor vaartuigen.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

B 3343

Vuilwatertank voor een vaartuig (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen B 3340 en B 3342 voor biologische waterzuiveringsinstallaties voor vaartuigen en waterzuiveringsinstallaties voor pleziervaartuigen.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 3366

Ontgassingsinstallatie voor scheepstanks

Toelichting: Onder dit bedrijfsmiddel valt ook een ontgassingsinstallatie aan boord van een schip of op een ponton.

Installaties waarbij afgevangen afgassen worden geoxideerd kunnen worden gemeld onder C 4581 (Vlamloze Thermische oxidator voor afgassen)

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

G 3390

Walstroomaansluiting aan boord van een binnenschip

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 7.500 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie greenaward.org voor de vereisten.

Zie bedrijfsmiddel G 3391 voor een walstroomaansluiting aan boord van een zeeschip.

G 3391

Walstroomaansluiting aan boord van een zeeschip

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie greenaward.org voor de vereisten.

Zie bedrijfsmiddel G 3390 voor een walstroomaansluiting aan boord van een binnenschip.

D 3395

Walstroominstallatie op de kade

E 3413

Elektrisch aangedreven mobiel werktuig

Het bedrijfsmiddel komt voor 85% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Een elektrisch aangedreven mobiel werktuig met een vaste, niet afneembare bestuurders(zit)plaats is bijvoorbeeld een elektrisch aangedreven dozer, graafmachine, laadschop, landbouwmachine, verreiker, kniklader, mobiele machines die behoren tot de Europese voertuigcategorie U, landbouwtrekker of bosbouwtrekker. Onder een autonoom mobiel werktuig wordt een mobiel werktuig verstaan dat werkzaamheden kan verrichten zonder bestuurder. Onder een heftruck wordt geen meeneemheftruck verstaan.

Werktuigen die alleen kunnen worden verplaatst met een ander werktuig of vervoermiddel zijn geen mobiele werktuigen. Het mobiele werktuig moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een elektrisch aangedreven mobiel werktuig dat bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking. Waterstof aangedreven mobiele werktuigen komen niet in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel A 2359 voor elektrisch aangedreven wiedbedden. Zie bedrijfsmiddel D 3417 voor terminaltrekkers. Zie bedrijfsmiddel 270106 van de energie-investeringsaftrek voor mobiele elektrisch aangedreven wektuigen zonder bestuurdersplaats met een vermogen van ten minste 5 kVA en een capaciteit van ten minste 15 kWh.

E 3414

Elektrisch aangedreven mobiel werktuig op netspanning

Het bedrijfsmiddel komt voor 85% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Een elektrisch aangedreven mobiel werktuig met een vaste, niet afneembare bestuurders(zit)plaats is bijvoorbeeld een elektrisch aangedreven dozer, graafmachine, laadschop, landbouwmachine, landbouwtrekker of bosbouwtrekker. Onder een elektrisch aangedreven autonoom mobiel werktuig wordt een mobiel werktuig verstaan dat werkzaamheden kan verrichten zonder bestuurder. Werktuigen die alleen kunnen worden verplaatst met een ander werktuig of vervoermiddel zijn geen mobiele werktuigen. Het elektrisch aangedreven mobiele werktuig voert de werkzaamheden in de open lucht uit. Een elektrisch aangedreven mobiel werktuig dat bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel 270106 van de energie-investeringsaftrek voor elektrisch aangedreven mobiele elektrische werktuigen zonder bestuurdersplaats met een vermogen van ten minste 5 kVA en een capaciteit van ten minste 15 kWh.

E 3416

Elektrisch aangedreven vorkheftruck voor gebruik in de open lucht

Toelichting: De vorkheftruck moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een elektrisch aangedreven vorkheftruck die bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking. Waterstof aangedreven vorkheftrucks komen niet in aanmerking.

D 3417

Elektrisch aangedreven terminaltrekker

E 3419

Elektrisch aangedreven werktuig op een truckchassis

E 3420

Elektrisch aangedreven mobiel hijswerktuig

E 3423

Elektrisch aangedreven hoogwerker

Toelichting: De hoogwerker voert de werkzaamheden in de open lucht uit. Een elektrisch aangedreven hoogwerker die bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking. Waterstof aangedreven hoogwerkers komen niet in aanmerking.

G 3425

Elektrisch aangedreven werktuigendrager

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor werktuigendragers waar de bestuurder achter loopt. Alleen de kosten voor de werktuigdrager zelf komen in aanmerking. De kosten voor de hulpstukken, werktuigen en gereedschappen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Autonome werktuigendragers zoals (maai)robots komen niet in aanmerking onder bedrijfsmiddel G 3425.

Zie bedrijfsmiddel E 3413 voor werktuigendragers waarbij de bestuurder op de werktuigendrager zit of staat

D 3430

Elektrisch aangedreven AGV

F 3510

Elektrisch of waterstof aangedreven locomotief (aanpassen bestaande situatie)

B 3610

Elektrisch aangedreven vliegtuig of helikopter

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

G 3721

Oplaadpunt voor elektrisch aangedreven zware voertuigen en mobiele werktuigen

Toelichting: Oplaadpunten met een uitgangsvermogen van minder dan 22 kW komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

F 3722

Oplaadpunt voor vliegtuigen

Toelichting: Oplaadpunten met een uitgangsvermogen van minder dan 22 kW komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Investering in bedrijfsmiddelen die gebruik maken van fossiele brandstoffen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Investeringen in de aanpassing van en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die gebruik maken van fossiele brandstoffen komen alleen in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen indien de investering de aanpassing van of een voorziening voor een bestaand bedrijfsmiddel betreft en niet leidt tot een toename van de productiecapaciteit of een hoger gebruik van fossiele brandstoffen.

CO2-uitstoot, overige broeikasgassen, zure depositie, fijnstof, smog, vluchtige organische stoffen (VOS), overige luchtverontreiniging, geur

A 4000

Nieuwe en innovatieve emissiereducerende technologie

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4002

Apparatuur voor procesgeïntegreerde emissiereductie (aanpassen bestaande situatie)

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4003

Apparatuur voor vermindering van emissies tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4100

Apparatuur voor het voorkomen van CO2-vorming

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4101

Apparatuur voor het afvangen van CO2 voor nuttige toepassing

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4102

Apparatuur voor het transport van afgevangen CO2 voor nuttige toepassing

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4103

Apparatuur voor het binden van CO2

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4111

Apparatuur voor elektrificatie van processen in de chemische industrie

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4200

Apparatuur voor emissiereductie van lachgas en methaan

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4201

Apparatuur voor vervanging van gefluoreerde broeikasgassen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

D 4208

Vacuüm middenspanningsschakelsysteem

Toelichting: Middenspanning is lager dan 50 kV. Een voorbeeld van een middenspanningsschakelsysteem is een ringschakelstation of een hoofdverdeelstation.

A 4210

Hoogspanningsschakelsysteem of gasgeïsoleerde leiding met een laag GWP-isolatiegas

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 4240

Koelsysteem met water als koudemiddel

Toelichting: Een chiller gebruikt de techniek van een warmtepomp en bestaat uit een verdamper, een compressor, een condensor en een expansiedeel. Waterkoelers waarbij warmteoverdracht plaatsvindt met water als koelmedium, komen niet in aanmerking onder bedrijfsmiddel A 4240.

Zie voor energiezuinige halogeenvrije koudemiddelen in stationaire koelinstallaties of warmtepompen de energie-investeringsaftrek (EIA).

E 4241

Klimaatsysteem op basis van dauwpuntkoeling

Toelichting: Zie voor adiabatische koeling ook de energie-investeringsaftrek (EIA).

F 4305

NOx-emissie reducerende techniek

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4306

Apparatuur voor natte NOx-verwijdering

Toelichting: Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

G 4314

Selectieve NOx-reductie-installatie voor een crematieoven

D 4315

Selectieve (katalytische) reductie-installatie (SCR of SNCR) (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Een emissiemeting volgens het Besluit activiteiten leefomgeving wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen volgens EU-normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O2) of gecertificeerd (metingen volgens Scope 6 van de SCIOS) is. Voor de berekening van de uitstoot van rookgas door een stookinstallatie wordt de massaconcentratie van stikstofoxiden (NOx) in het rookgas herleid op rookgas met een volumegehalte aan zuurstof van:

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

A 4316

Accu of biogasaggregaat voor stroomvoorziening van lokale activiteiten

Toelichting: Accu’s voor werktuigen met een vaste bestuurdersplaats komen niet in aanmerking onder deze code. EGR staat voor ‘Exhaust Gas Recirculation’ en kan onderdeel zijn van het biogasaggregaat.

Zie bedrijfsmiddel 260102 en 270106 van de energie-investeringsaftrek voor accu’s vanaf 30 kVA en mobiele elektrische werktuigen zonder bestuurdersplaats.

F 4325

(Biologische) ontzwavelingsinstallatie

Toelichting: Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

D 4417

Rookgenerator voor voedselbewerking (aanpassen bestaande situatie)

E 4485

Stofafscheider

Het bedrijfsmiddel komt voor 95% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Een voorbeeld van een stof die tot de PFAS-groep behoort is PTFE (Polytetrafluorethyleen). Dit is een potentiële zeer zorgwekkende stof.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage. Bedrijfsmiddelen waarvoor Arbo-verplichtingen gelden komen niet in aanmerking. Arbo-verplichtingen kunnen bijvoorbeeld gelden als gefilterde lucht gedeeltelijk of geheel wordt gerecirculeerd in een ruimte waar personeel werkt.

E 4486

Filterinstallatie voor hout- en pelletstook

Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

G 4520

Hermetisch gesloten magnetische koppeling

Toelichting: Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

C 4581

Elektrische thermische oxidator voor afgassen

Toelichting: Een emissiemeting wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd is (periodieke metingen) volgens EU normen NEN-EN 14792 en NEN-EN 15259.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

E 4585

Biotricklingsysteem voor het verwijderen van VOS

Toelichting: Onder industrieel wordt verstaan grootschalig en met een hoge mate van mechanisering en automatisering.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

D 4680

Koude oxidatie-installatie voor luchtreiniging

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

E 4681

Ozon- en uv-oxidatie-installatie voor luchtreiniging

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 2690 voor ozonoxidatie-installatie voor ontsmetting van (opslag)ruimten, lucht of producten in de land- en tuinbouw.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

A 4682

Apparatuur voor het verwijderen van zwavelhoudende geuremissies

Toelichting: Onder industrieel wordt verstaan grootschalig en met een hoge mate van mechanisering en automatisering.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Ecologische systemen, biodiversiteit, oppervlaktewater, grondwater, bodem, gevaarlijke stoffen, externe veiligheid

F 5102

Voorzieningen voor het versterken van biodiversiteit

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Een investering in de inrichting van een bedrijfsterrein bij een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 5102 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Landschapselementen kunnen bijvoorbeeld veedrinkpoelen, houtwallen, hagen en bomen of natuurzuilen zijn. Informatie over versterking van biodiversiteit als onderdeel van duurzame gebiedsontwikkeling is onder andere te vinden op landschappen.nl, samenvoorbiodiversiteit.nl, breeam.nl/keurmerken/gebied, nlgebiedslabel.nl en nlterreinlabel.nl. Informatie over insectvriendelijke landschapselementen en voorzieningen is beschikbaar op vlinderstichting.nl, nederlandzoemt.nl en 2B-connect.eu. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Investeringen in het kader van de Nationale Bijenstrategie kunnen op grond van dit bedrijfsmiddel gemeld worden.

F 5121

Zwerfafvalvangsysteem op het water

Toelichting: Dit is een onderdeel van het Kunststof Ketenakkoord.

F 5122

Systeem voor het verbeteren van kwaliteit van maaisel

Toelichting: Onder openbaar groen worden onder meer bermen, parken, natuurgebieden en oevers verstaan. Onder een hoogwaardigere toepassing wordt bijvoorbeeld het als grondstof gebruiken van (een groter deel van) het maaisel of zwerfafval verstaan. Met dit bedrijfsmiddel is het mogelijk om maaisel te oogsten, zwerfafval te scheiden en deze nuttige toepassing te geven.

F 5140

Biodiversiteitversterkende voorzieningen voor het aquatisch milieu

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Landschapselementen zijn bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers, nestvlotjes en wilgenbossen. Bouwkundige of civieltechnische werken zijn bijvoorbeeld kunstriffen, hangende structuren of hard substraat. Relevante beheerplannen zijn beschikbaar op rwsnatura2000.nl. Informatie over het versterken van aquatische biodiversiteit, eventueel in combinatie met kust- of oeverbescherming, is onder andere beschikbaar op buildingwithnatureindestad.nl, natuurvriendelijkeoevers.stowa.nl of in het rapport ‘Bouwen met Noordzee-natuur. Uitwerking Gebiedsagenda Noordzee 2050’ van Wageningen Marine Research (edepot.wur.nl/411288).

E 5211

Transformator met giethars of biobased olie

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Met hoogspanning wordt wisselspanning van 1 kV en hoger bedoeld. Met laagspanning wisselspanning lager dan 1 kV. Onder biomassa wordt verstaan de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong.

A 5241

Vuilwaterinnamestation voor vaartuigen

Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

A 5245

Decentrale zuiveringsinstallatie voor huishoudelijk afvalwater

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bestemd voor bijvoorbeeld campings en andere recreatieve organisaties die investeren in de verwijdering van microverontreinigingen als aanvulling op een septic tank.

F 5300

Groendak

Een investering in een vegetatiedak als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 5300 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 5301

Groene gevel of muur

Een investering in een gevel- of muurbegroeiingssysteem als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 5301 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

D 5340

Klimaatadaptief bedrijfsterrein (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Voor een bedrijventerrein en economische zone wordt de definitie aangehouden zoals deze in het IBIS (Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem) wordt gehanteerd (zie ibis-bedrijventerreinen.nl).

E 5341

Vergroening van een bedrijfsterrein, parkeerterrein of tuin (aanpassen bestaande situatie)

G 5342

Infiltratiesysteem of wadi (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Onder gebouwriolering worden onder andere dakgoten en regenpijpen verstaan (zie Besluit bouwwerken leefomgeving, NEN 3215). Onder het aanpassen van de bestaande situatie wordt eveneens verstaan: sloop en nieuwbouw op dezelfde locatie of het wijzigen van de bestemming van een gebouw.

Zie bedrijfsmiddel F 5344 voor het bufferen van regenwater zonder infiltratie.

F 5344

Retentiedak met dynamische afvoer in de bebouwde kom

Een investering in een retentiedak als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 5344 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Onder een weer- en sensorgestuurde dynamische afvoer wordt een afvoer verstaan die zo is ingesteld dat regenwater automatisch wordt vastgehouden bij regenval en wordt afgevoerd in drogere periodes. Wanneer voor de investering naast milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen ook andere staatssteun is aangevraagd, dient de totale staatssteun inclusief milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen binnen de daartoe vastgestelde steunkaders van de Europese Unie te blijven.

Zie bedrijfsmiddel G 5342 voor een infiltratiesysteem en bedrijfsmiddel D 5346 voor het benutten van regenwater in industriële processen.

F 5345

Regenwaterbuffer met dynamische afvoer in de bebouwde kom

Toelichting: Onder gebouwriolering worden onder andere dakgoten en regenpijpen verstaan (zie Besluit bouwwerken leefomgeving, NEN 3215). Onder een retentievijver wordt een vijver verstaan waarin tijdens en na hevige regenval regenwater wordt opgevangen en vertraagd wordt afgevoerd.

Onder een weer- en sensorgestuurde dynamische afvoer wordt een afvoer verstaan die zo is ingesteld dat regenwater automatisch wordt vastgehouden bij regenval en wordt afgevoerd in drogere periodes.

D 5346

Regenwaterinstallatie

Een investering in een regenwaterinstallatie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel D 5346 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Onder gebouwriolering worden onder andere dakgoten en regenpijpen verstaan (zie Besluit bouwwerken leefomgeving, NEN 3215).

Zie de bedrijfsmiddelen F 5344 en F 5345 voor voorzieningen voor het bufferen van regenwater.

A 5405

Apparatuur voor lokale productie van gevaarlijke stoffen (aanpassen bestaande situatie)

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 10.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 5406

Apparatuur voor continue productie van gevaarlijke stoffen (aanpassen bestaande situatie)

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 10.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 5410

Gasdetectieapparatuur voor F-gassen of toxische gassen

Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 1.250 per bedrijfsmiddel worden ten minste 2 bedrijfsmiddelen tegelijk aangeschaft en gemeld.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage. Voorbeelden van toxische gassen zijn ammoniak en chloor.

Duurzame gebouwen, bouwmaterialen, interieur inrichting, installaties, civiele voorzieningen

G 6100

Circulair utiliteitsgebouw

Investeringen in een circulair utiliteitsgebouw(deel) zoals hierboven genoemd, kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel G 6100 gemeld worden. Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: De kosten voor het geheel slopen van een bestaand gebouw(deel) komen niet in aanmerking, de bijkomende kosten voor het tijdens de sloop winnen van de in het circulaire gebouw(deel) toe te passen elementen en componenten (circulair slopen) komen wel in aanmerking. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek.

De door de regeling erkende duurzame bouw maatlatmethodieken zijn in 2024 BREEAM-NL en GPR Gebouw.

Informatie over de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken kunt u vinden op milieudatabase.nl. Op rvo.nl/miavamil is de ‘Handreiking circulaire gebouwen op de Milieulijst’ te downloaden. Meer informatie over circulair bouwen kunt u vinden op rvo.nl op de pagina over circulair bouwen.

In het Bouwbesluit 2012 worden geen eisen gesteld aan de energiezuinigheid van gebouw(del)en met een industriefunctie. Er bestaat dan ook nog geen methode voor het bepalen van de energieprestatie van industriële gebouwen. Met de NTA 8800 kan op een alternatieve wijze toch de energieprestatie van de industriefunctie worden bepaald. Hiervoor moet in plaats van de industriefunctie een sportfunctie worden aangehouden in de NTA 8800 berekening. Voor de industriefunctie dient het energiegebruik voor warmtapwater voor de gehele gebruiksoppervlakte in de ontwerpberekening meegenomen te worden, uitgaande van de aanwezigheid van een standaard warmtapwaterinstallatie (invoer: gasgestookt warmwatertoestel HRww, CW-klasse 4, leidinglengtes > 3 m). Dit dient ook meegenomen te worden als geen warmtapwaterinstallatie aanwezig is. In de referentie ‘gebouw met sportfunctie’ is een grote vraag naar warmtapwater opgenomen. In de bepaling van de energiebehoefte en het primair fossiel energieverbruik mag de energie die nodig is voor deze fictieve energievraag voor warm tapwater van het resultaat uit de energieprestatieberekening worden afgetrokken.

Onder hergebruik wordt verstaan elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

G 6102

Circulaire woning

Investeringen in een circulair gebouw(deel), zoals hierboven genoemd, kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel G 6102 gemeld worden. Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: De kosten voor het geheel slopen van een bestaand gebouw(deel) komen niet in aanmerking, de bijkomende kosten voor het tijdens de sloop winnen van de in het circulaire gebouw(deel) toe te passen elementen en componenten (circulair slopen) komen wel in aanmerking. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek.

De door de regeling erkende duurzame bouw maatlatmethodieken zijn in 2024 BREEAM-NL en GPR Gebouw.

Informatie over de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken kunt u vinden op milieudatabase.nl. Op rvo.nl/miavamil is de ‘Handreiking circulaire gebouwen op de Milieulijst’ te downloaden. Meer informatie over circulair bouwen kunt u vinden op rvo.nl op de pagina over circulair bouwen.

Onder hergebruik wordt verstaan elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

G 6115

Zeer duurzaam gerenoveerd of verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens BREEAM-NL

Een gebouw(deel) met industriefunctie komt voor ten hoogste 30.000 m2 bvo in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 600 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met E 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel. Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de Gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over BREEAM-NL is beschikbaar op BREEAM.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatie-systemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl.

Onder bruikbaar dakoppervlak wordt verstaan het totale dakoppervlak van een gebouw(deel), met uitzondering van dakoppervlak dat wordt gebruikt voor (voorzieningen voor) technische installaties, lichtstraten, daglichtkoepels en hemelwaterafvoeren. Onder grootschalige renovatie wordt verstaan renovatie waarbij ten minste 25% van de oppervlakte van de uitwendige scheidingsconstructie van een gebouw(deel) wordt vernieuwd, veranderd of vergroot.

E 6116

Duurzaam gerenoveerd of zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens BREEAM-NL

Een gebouw(deel) met industriefunctie komt voor ten hoogste 30.000 m2 bvo in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 600 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met E 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de Gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over BREEAM-NL is beschikbaar op BREEAM.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl.

Onder bruikbaar dakoppervlak wordt verstaan het totale dakoppervlak van een gebouw(deel), met uitzondering van dakoppervlak dat wordt gebruikt voor (voorzieningen voor) technische installaties, lichtstraten, daglichtkoepels en hemelwaterafvoeren. Onder grootschalige renovatie wordt verstaan renovatie waarbij ten minste 25% van de oppervlakte van de uitwendige scheidingsconstructie van een gebouw(deel) wordt vernieuwd, veranderd of vergroot.

G 6120

Zeer duurzaam gerenoveerd of verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens GPR Gebouw

Een gebouw(deel) met industriefunctie komt voor ten hoogste 30.000 m2 bvo in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 600 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met E 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over GPR Gebouw is beschikbaar op gprgebouw.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl.

In het Besluit bouwwerken leefomgeving worden geen eisen gesteld aan de energiezuinigheid van gebouw(del)en met een industriefunctie. Er bestaat dan ook nog geen methode voor het bepalen van de energieprestatie van industriële gebouwen. Met de NTA 8800 kan op een alternatieve wijze toch de energieprestatie van de industriefunctie worden bepaald. Hiervoor moet in plaats van de industriefunctie een sportfunctie worden aangehouden in de NTA 8800 berekening. Voor de industriefunctie dient het energiegebruik voor warmtapwater voor de gehele gebruiksoppervlakte in de ontwerpberekening meegenomen te worden uitgaande van de aanwezigheid van een standaard warmtapwaterinstallatie (invoer: gasgestookt warmwatertoestel HRww, CW-klasse 4, leidinglengtes > 3 m). Dit dient ook meegenomen te worden als geen warmtapwaterinstallatie aanwezig is. In de referentie ‘gebouw met sportfunctie’ is een grote vraag naar warmtapwater opgenomen. In de bepaling van de energiebehoefte en het primair fossiel energieverbruik mag de energie die nodig is voor deze fictieve energievraag voor warm tapwater van het resultaat uit de energieprestatieberekening worden afgetrokken.

Onder bruikbaar dakoppervlak wordt verstaan het totale dakoppervlak van een gebouw(deel), met uitzondering van dakoppervlak dat wordt gebruikt voor (voorzieningen voor) technische installaties, lichtstraten, daglichtkoepels en hemelwaterafvoeren. Onder grootschalige renovatie wordt verstaan renovatie waarbij ten minste 25% van de oppervlakte van de uitwendige scheidingsconstructie van een gebouw(deel) wordt vernieuwd, veranderd of vergroot.

E 6121

Duurzaam gerenoveerd of zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens GPR Gebouw

Een gebouw(deel) met industriefunctie komt voor ten hoogste 30.000 m2 bvo in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 600 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie. Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met E 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over GPR Gebouw is beschikbaar op gprgebouw.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. In het Besluit bouwwerken leefomgeving worden geen eisen gesteld aan de energiezuinigheid van gebouw(del)en met een industriefunctie. Er bestaat dan ook nog geen methode voor het bepalen van de energieprestatie van industriële gebouwen. Met de NTA 8800 kan op een alternatieve wijze toch de energieprestatie van de industriefunctie worden bepaald. Hiervoor moet in plaats van de industriefunctie een sportfunctie worden aangehouden in de NTA 8800 berekening. Voor de industriefunctie dient het energiegebruik voor warmtapwater voor de gehele gebruiksoppervlakte

in de ontwerpberekening meegenomen te worden uitgaande van de aanwezigheid van een standaard warmtapwaterinstallatie (invoer: gasgestookt warmwatertoestel HRww, CW-klasse 4, leidinglengtes > 3 m). Dit dient ook meegenomen te worden als geen warmtapwaterinstallatie aanwezig

is. In de referentie ‘gebouw met sportfunctie’ is een grote vraag naar warmtapwater opgenomen. In de bepaling van de energiebehoefte en het primair fossiel energieverbruik mag de energie die nodig is voor deze fictieve energievraag voor warm tapwater van het resultaat uit de energieprestatieberekening worden afgetrokken.

Onder bruikbaar dakoppervlak wordt verstaan het totale dakoppervlak van een gebouw(deel), met uitzondering van dakoppervlak dat wordt gebruikt voor (voorzieningen voor) technische installaties, lichtstraten, daglichtkoepels en hemelwaterafvoeren. Onder grootschalige renovatie wordt verstaan renovatie waarbij ten minste 25% van de oppervlakte van de uitwendige scheidingsconstructie van een gebouw(deel) wordt vernieuwd, veranderd of vergroot.

G 6127

Verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens DGNB International

Een gebouw(deel) met industriefunctie komt voor ten hoogste 30.000 m2 bvo in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 600 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie. Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met E 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over DGNB is beschikbaar op dgnb-system.de. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl.

Onder bruikbaar dakoppervlak wordt verstaan het totale dakoppervlak van een gebouw(deel), met uitzondering van dakoppervlak dat wordt gebruikt voor (voorzieningen voor) technische installaties, lichtstraten, daglichtkoepels en hemelwaterafvoeren. Onder grootschalige renovatie wordt verstaan renovatie waarbij ten minste 25% van de oppervlakte van de uitwendige scheidingsconstructie van een gebouw(deel) wordt vernieuwd, veranderd of vergroot.

E 6128

Zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens DGNB International

Een gebouw(deel) met industriefunctie komt voor ten hoogste 30.000 m2 bvo in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 600 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie. Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met E 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over DGNB is beschikbaar op dgnb-system.de. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl.

Onder bruikbaar dakoppervlak wordt verstaan het totale dakoppervlak van een gebouw(deel), met uitzondering van dakoppervlak dat wordt gebruikt voor (voorzieningen voor) technische installaties, lichtstraten, daglichtkoepels en hemelwaterafvoeren. Onder grootschalige renovatie wordt verstaan renovatie waarbij ten minste 25% van de oppervlakte van de uitwendige scheidingsconstructie van een gebouw(deel) wordt vernieuwd, veranderd of vergroot.

D 6130

(Zeer) duurzaam utiliteitsgebouw conform Milieulijst 2021, 2022 of 2023

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) zoals vermeld in bedrijfsmiddel 6115, 6120, 6125 of 6127, zoals deze luidde in het jaar waarin de eerste melding voor de investering in het gebouw(deel) is gedaan, in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Vervolginvesteringen in een duurzaam gebouw(deel), niet zijnde vervolginvesteringen in het jaar van de eerst gemelde investering, kunnen uitsluitend in zijn geheel voor dit bedrijfsmiddel worden gemeld. Uitsluitend vervolginvesteringen voor investeringen gemeld onder bedrijfsmiddel 6115, 6120, 6125 of 6127 van de Milieulijst 2021, 2022 of 2023 komen in aanmerking onder bedrijfsmiddel D 6130.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: In het Besluit bouwwerken leefomgeving worden geen eisen gesteld aan de energiezuinigheid van gebouw(del)en met een industriefunctie. Er bestaat dan ook nog geen methode voor het bepalen van de energieprestatie van industriële gebouwen. Met de NTA 8800 kan op een alternatieve wijze toch de energieprestatie van de industriefunctie worden bepaald. Hiervoor moet in plaats van de industriefunctie een sportfunctie worden aangehouden in de NTA 8800 berekening. Voor de industriefunctie dient het energiegebruik voor warmtapwater voor de gehele gebruiksoppervlakte in de ontwerpberekening meegenomen te worden uitgaande van de aanwezigheid van een standaard warmtapwaterinstallatie (invoer: gasgestookt warmwatertoestel HRww, CW-klasse 4, leidinglengtes > 3 m). Dit dient ook meegenomen te worden als geen warmtapwaterinstallatie aanwezig is. In de referentie ‘gebouw met sportfunctie’ is een grote vraag naar warmtapwater opgenomen. In de bepaling van de energiebehoefte en het primair fossiel energieverbruik mag de energie die nodig is voor deze fictieve energievraag voor warm tapwater van

het resultaat uit de energieprestatieberekening worden afgetrokken.

F 6330

Inpandig muurbegroeiingsysteem

Toelichting: Moswanden komen niet in aanmerking onder code F 6330, omdat ze niet bestaan uit levende vegetatie en daardoor binnenruimten niet kunnen zuiveren en koelen.

C 6410

Cadmium- en fluorvrije zonnepanelen met terugnamegarantie en losmaakbare zonnecellen

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Uitsluitend de aanschaf van de zonnepanelen kan worden gemeld voor willekeurige afschrijving milieu-investeringen, overige onderdelen van de duurzame energieopwekkingsinstallatie zoals de omvormer, optimizers, montagerails en andere bevestigingsmaterialen komen niet in aanmerking.

Zonnepanelen op landbouwgrond of in natuurgebieden komen niet in aanmerking. Onder landbouwgrond wordt verstaan: landbouwareaal dat valt onder artikel 4, lid 1, onder e, van Verordening 1307/2013.2

Onder natuurgebied wordt in deze regeling verstaan: bijzonder nationaal natuurgebied als bedoeld in artikel 2.43, tweede lid, van de Omgevingswet.

Zie bedrijfsmiddel 251102 van de energie-investeringsaftrek voor PV-installaties met een piekvermogen van ten minste 15 kW en een doorlaatwaarde van ten hoogste 3x80 A.

Onder hergebruik wordt verstaan elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Voor een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift geldt:

Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘aanvullende voorwaarden’ (onder het kopje Algemene voorwaarden) voor meer informatie over bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1100

Productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld raffinage van biomassa, biochemie of toepassing van natuurlijke vezels, mits het geen gangbare toepassing betreft. Denk bijvoorbeeld aan het als grondstof gebruiken van bermgras of plantenresten uit de land- of tuinbouw, ter vervanging van het gebruik van primaire, niet duurzame biomassa of niet hernieuwbare grondstoffen.

De teelt en verwerking van primaire biomassastromen komt onder F 1100 niet in aanmerking. Onder voedingsmiddel wordt zowel humane als dierlijke voeding verstaan. Onder biomassa wordt verstaan de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong.

Zie de bedrijfsmiddelen F 2600, F 2601, F 2612, F 2613, F 2700, F 2721 en F 2722 voor verwerking van biomassa in de landbouw, visserij of aquacultuur.

F 1101

Productieapparatuur voor (producten van) biobased plastics

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld raffinage van biomassa tot biobased plastics. Denk bijvoorbeeld aan de productie van plastics uit landbouwresten, zoals aardappelschillen en bietenpunten.

De teelt en verwerking van primaire biomassastromen komt onder bedrijfsmiddel F 1101 niet in aanmerking. Van het verstoren van de recycling van reguliere plastics kan bijvoorbeeld sprake zijn als biobased plastics in samenstelling niet gelijk zijn aan plastics van fossiele grondstoffen en daardoor de kwaliteit van recyclaat negatief beïnvloeden. Onder biomassa wordt verstaan de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Zie de bedrijfsmiddelen F 2600, F 2601, F 2612, F 2613, F 2700, F 2721 en F 2722 voor verwerking van biomassa in de landbouw, visserij of aquacultuur.

F 1106

Productiesysteem met micro-organismen

Toelichting: Voorbeelden van met micro-organismen geproduceerde grondstoffen zijn grondstoffen voor de productie van: basischemie, oliën, bestrijdingsmiddelen, bindmiddelen, kleur-, geur- of smaakstoffen en antioxidanten.

F 1200

Nieuwe en innovatieve grondstofbesparende productieapparatuur

Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve technologie te kwalificeren moet aangetoond worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D). Alleen engineering volstaat niet.

Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor innovatieve nieuwe technieken die het gebruik van grondstoffen verminderen, waardoor per vervaardigd product minder grondstoffen nodig zijn. Denk bijvoorbeeld aan:

Onder hergebruik wordt verstaan elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende voorzieningen of installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1400 en verder voor investeringen in recycling van grondstoffen en water.

A 1201

Grondstofbesparende productieapparatuur

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor technieken die het gebruik van grondstoffen verminderen, waardoor per vervaardigd product minder grondstoffen nodig zijn. Denk bijvoorbeeld aan:

Onder hergebruik wordt verstaan elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende voorzieningen of installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1400 en verder voor investeringen in recycling van grondstoffen en water.

B 1202

Grondstofbesparende industriële apparatuur

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor industriële apparatuur die wordt gebruikt voor productieprocessen, anders dan het vervaardigen van producten. Denk bijvoorbeeld aan apparatuur die minder oplosmiddelen of andere chemicaliën gebruikt. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Zie bedrijfsmiddel F 1200 en A 1201 voor grondstofbesparende apparatuur voor het vervaardigen van producten.

F 1211

3D-printer voor duurzamer produceren

Toelichting: Voor een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift geldt dat om vast te stellen of een investering in aanmerking komt voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, wordt verzocht een referentie-investering op te geven. De referentie-investering betreft de investering in een bedrijfsmiddel dat gangbaar is voor de betreffende toepassing, in dit geval de productie van vergelijkbare producten of onderdelen. Wanneer het bijvoorbeeld gangbaar is om vergelijkbare producten te produceren met een freesmachine, dan is dit de referentie-investering de aanschaf van een dergelijke machine. De steun die kan worden verleend is gebaseerd op de bijkomende investeringskosten ten opzichte van het minder milieuvriendelijke alternatief. Wanneer het produceren van dezelfde producten met een andere techniek dan een 3D-printer geen reëel alternatief is, komt de investering in een 3D-printer niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 1301

Apparatuur of voorziening voor demontage ten behoeve van hergebruik of recycling

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor apparatuur die gebruikt wordt om onderdelen van producten te demonteren en voor te bereiden voor hergebruik in nieuwe producten of recycling tot grondstoffen. Denk bijvoorbeeld aan demontagerobots voor telefoons en voorzieningen voor het uit demonteren van producten, zoals vangrails of zonnepanelen, tot herbruikbare of recyclebare onderdelen.

Onder hergebruik wordt verstaan elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

A 1340

Waterbesparende voorziening of installatie

F 1400

Nieuwe en innovatieve recyclingapparatuur

Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve technologie te kwalificeren moet aangetoond worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D). Alleen engineering volstaat niet. Belangrijkste criterium voor hoogwaardiger recycling is een hogere kwaliteit van het recyclaat, bijvoorbeeld door het dichter benaderen van virgin-kwaliteit. Een hogere marktprijs kan een indicatie zijn voor hogere kwaliteit. Andere criteria zijn een groter aantal cycli waarin de grondstof in de keten kan blijven en minder milieuschade bij het recyclen (inclusief energieverbruik), dit ten opzichte wat gangbaar is.

Onder biomassa wordt verstaan de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong. Onder chemische recycling wordt verstaan een proces waarbij de afvalstof op moleculair niveau wordt afgebroken in kleinere eenheden of wordt opgelost, met als oogmerk de verkregen kleinere of opgeloste eenheden in te zetten bij de productie van nieuwe materialen of grondstoffen al dan niet vergelijkbaar met de materialen waaruit de afvalstof bestaat, maar niet zijnde brandstoffen. Onder hoogwaardigere recycling wordt verstaan een recycling waarbij de afvalstof wordt bewerkt tot recyclaat dat de kwaliteit van primaire grondstoffen dichter benadert dan recyclaat dat is geproduceerd met voor de afvalstof gangbare recyclingprocessen. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld onderdelen van recyclinginstallaties voor kunststoffen, bouwstoffen en dergelijke, scheidingsinstallaties (zoals inductiescheiding, toepassen visiontechnologie, magnetische dichtheidsscheiding, dubbele vacuümfiltratie voor extrusie van kunststofgranulaat en XRF-technologie) of recyclinginstallaties voor lithiumaccu’s.

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1200 en verder voor investeringen in preventie van gebruik van grondstoffen en water. Zie bedrijfsmiddel F 1409 voor investeringen in chemische recycling van afvalstoffen, waaronder solvolyse-installaties.

A 1401

Recyclingapparatuur

Toelichting: Belangrijkste criterium voor hoogwaardiger recycling is een hogere kwaliteit van het recyclaat, bijvoorbeeld door het dichter benaderen van virgin-kwaliteit. Een hogere marktprijs kan een indicatie zijn voor hogere kwaliteit. Andere criteria zijn een groter aantal cycli waarin de grondstof in de keten kan blijven en minder milieuschade bij het recyclen (inclusief energieverbruik), dit ten opzichte van wat gangbaar is.

Onder biomassa wordt verstaan de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong. Onder chemische recycling wordt verstaan een proces waarbij de afvalstof op moleculair niveau wordt afgebroken in kleinere eenheden (of wordt opgelost), met als oogmerk de verkregen kleinere (of opgeloste) eenheden in te zetten bij de productie van nieuwe materialen of grondstoffen al dan niet vergelijkbaar met de materialen waaruit de afvalstof bestaat, maar niet zijnde brandstoffen. Onder hoogwaardigere recycling wordt verstaan een recycling waarbij de afvalstof wordt bewerkt tot recyclaat dat de kwaliteit van primaire grondstoffen dichter benadert dan recyclaat dat is geproduceerd met voor de afvalstof gangbare recyclingprocessen. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld onderdelen van recyclinginstallaties voor kunststoffen, bouwstoffen en dergelijke. Ook recyclinginstallaties die recyclen volgens de criteria voor voorkeursrecycling, zoals gedefinieerd in het Landelijk afvalbeheerplan 2017-2029 (LAP3), komen in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1200 en verder voor investeringen in preventie van gebruik van grondstoffen en water. Zie bedrijfsmiddel F 1409 voor investeringen in chemische recycling van afvalstoffen, waaronder solvolyse-installaties.

B 1405

Terugwinningsinstallatie voor grondstoffen uit afvalwater of waterzuiveringsslib (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Bedrijfsmiddel B 1405 betreft de terugwinning van grondstoffen ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘Voorwaarden Bedrijfsmiddelen doelvoorschrift’ voor meer informatie hierover. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

F 1409

Apparatuur voor de chemische recycling van afvalstoffen

Toelichting: Onder chemische recycling wordt verstaan een proces waarbij de afvalstof op moleculair niveau wordt afgebroken in kleinere eenheden (of wordt opgelost), met als oogmerk de verkregen kleinere (of opgeloste) eenheden in te zetten bij de productie van nieuwe materialen of grondstoffen al dan niet vergelijkbaar met de materialen waaruit de afvalstof bestaat, maar niet zijnde brandstoffen. Onder zeer zorgwekkende stof wordt verstaan een stof die voldoet aan één of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen (REACH). Dit zijn stoffen die ernstige en vaak onomkeerbare effecten kunnen hebben op de menselijke gezondheid en het milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Onder potentiële zeer zorgwekkende stof wordt verstaan een stof die mogelijk voldoet aan de criteria voor een zeer zorgwekkende stof, maar nog niet als een zeer zorgwekkende stof is geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Op de website van het RIVM worden lijsten bijgehouden van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen of potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn.

Voorbeelden van chemische recycling zijn onder andere pyrolyse, vergassen, solvolyse, solvent-based purification (SBP) en superkritische (water)vergassing. Ook het opwaarderen (stabiliseren) van pyrolyse-olie uit chemische recycling tot een grondstof komt onder dit bedrijfsmiddel in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel F 1461 voor depolymerisatie-installaties voor polyesterafval.

B 1445

Eutectische vrieskristallisatie-installatie voor proces- of afvalwater

F 1490

Recyclinginstallatie voor luiers

Toelichting: Onder recyclaat wordt verstaan een stof of materiaal ontstaan uit afvalstoffen waarvoor geldt dat deze zonder verdere verwerking toegepast kan worden als grondstof. Dit kan nog een afvalstof zijn of al einde-afval als aan de voorwaarden hiervan wordt voldaan.

A 1500

Verwerkingsapparatuur voor gerecyclede grondstoffen

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor apparatuur die noodzakelijk is om gerecyclede grondstoffen toe te passen tijdens het vervaardigen van een product. Denk bijvoorbeeld aan apparatuur om het aandeel gerecycled materiaal in een product te verhogen of aanpassingen van bestaande productieapparatuur waardoor hiermee ook producten die volledig uit gerecycled materiaal bestaan geproduceerd kunnen worden.

Onder biomassa wordt verstaan de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

F 1561

Verwerkingsapparatuur voor plastic zwerfafval

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor apparatuur om plastic zwerfafval te recyclen. Denk bijvoorbeeld aan voorzieningen voor recyclingapparatuur voor kunststoffen om de vervuiling van plastic zwerfafval te verwijderen.

A 1600

Scheidingsapparatuur voor afvalstoffen

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor apparatuur om gemengde afvalstromen beter te scheiden, waardoor meer of hoogwaardigere grondstoffen worden teruggewonnen of het risico op afvalbranden afneemt. Ook het van recyclebare afvalstoffen scheiden van niet-recyclebare afvalstoffen komt onder dit bedrijfsmiddel in aanmerking. Denk bijvoorbeeld aan apparatuur voor het op soort kunststof en kleur scheiden van gemengde kunststoffen, detectieapparatuur op basis van inductie voor non-ferrometalen en roestvast staal, detectieapparatuur op basis van near-infrared spectroscopy (NIR) voor zwarte afvalstoffen of biologisch afbreekbare plastics, detectieapparatuur voor batterijen of (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen, vision technologie, magnetic density separation (MDS) of röntgenfluorescentie (XRF).

Zie bedrijfsmiddelen F 1400 en A 1401 voor scheidingsapparatuur die onderdeel uitmaakt van een recyclinginstallatie.

F 1700

Productieapparatuur voor het vervangen van (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen, nanodeeltjes of microplastics (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Onder zeer zorgwekkende stof wordt verstaan een stof die voldoet aan één of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen (REACH). Dit zijn stoffen die ernstige en vaak onomkeerbare effecten kunnen hebben op de menselijke gezondheid en het milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Onder potentiële zeer zorgwekkende stof wordt verstaan een stof die mogelijk voldoet aan de criteria voor een zeer zorgwekkende stof, maar nog niet als een zeer zorgwekkende stof is geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Op de website van het RIVM worden lijsten bijgehouden van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen of potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn.

Voor de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘Voorwaarden Bedrijfsmiddelen doelvoorschrift’ voor meer informatie hierover.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 2605

Apparatuur voor het opwaarderen van plantaardige (rest)stromen tot voedingsmiddelen

Toelichting: Onder keten wordt verstaan het geheel van winnen van grondstoffen, maken van producten, gebruiken van producten en het beheren van de afvalstoffen die vrijkomen bij of na de hiervoor genoemde activiteiten.

F 2715

Apparatuur voor de winning van eiwit

Toelichting: Onder keten wordt verstaan het geheel van winnen van grondstoffen, maken van producten, gebruiken van producten en het beheren van de afvalstoffen die vrijkomen bij of na de hiervoor genoemde activiteiten.

A 4000

Nieuwe en innovatieve emissiereducerende technologie

Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve technologie te kwalificeren moet aangetoond worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D). Alleen engineering volstaat niet. Dat de techniek voor het eerst wordt toegepast in Nederland kan worden aangetoond door bijvoorbeeld contractuele vastlegging of een verklaring van de leverancier. Onder industrieel wordt verstaan grootschalig en met een hoge mate van mechanisering en automatisering.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4002

Apparatuur voor procesgeïntegreerde emissiereductie (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Onder een nageschakelde emissiereducerende techniek wordt een techniek verstaan waarbij sprake is van het filteren, scheiden, afvangen, binden of opnemen van reeds gevormde milieugevaarlijke stoffen. Bestaande nageschakelde technieken zouden ten gevolge van het aanpassen of vervangen van het productieproces, deels of volledig kunnen komen te vervallen.

Bovenstaande criteria gelden ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de bepaling van de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Voorbeelden van technieken zijn het gebruik van andere grondstoffen of een gewijzigde routing, productie- of bewerkingsmethode waardoor schadelijke emissies worden voorkomen. Naast het beperken van luchtemissies kan de beperking van emissie naar bodem of water worden gestimuleerd als deze onderdeel zijn van deze investering.

Met milieugevaarlijke stoffen worden stoffen bedoeld zoals genoemd in milieuwet en -regelgeving, waaronder fijnstof. Zie bijvoorbeeld de stoffen genoemd in de bijlagen III en VIA van het Besluit activiteiten leefomgeving of de lijsten op echa.europa.eu/nl/information-on-chemicals.

Zie bedrijfsmiddelen F 4100, F 4200, F 4201 voor het reduceren van broeikasgassen.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage. Voor maatregelen die primair zijn getroffen voor een beter binnenmilieu (in de bedrijfsruimte waar personeel werkt) kunnen arbo-verplichtingen gelden.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4003

Apparatuur voor vermindering van emissies tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering

Toelichting: Met niet-reguliere bedrijfsvoering wordt bedoeld: storingen, onderhoud aan de (reinigings-) technieken en opstarten en stoppen van installaties of processen. Voorbeelden zijn apparatuur die filters in bedrijf kan houden tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering of een parallel geschakeld filter waardoor in geval van uitval toch sprake is van emissiereductie. Met milieugevaarlijke stoffen worden stoffen bedoeld zoals genoemd in milieuwet en -regelgeving, waaronder fijnstof. Zie bijvoorbeeld de stoffen genoemd in de bijlagen III en VIA van het Besluit activiteiten leefomgeving of de lijsten op echa.europa.eu/nl/information-on-chemicals.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4100

Apparatuur voor het voorkomen van CO2-vorming

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1 per gereduceerde kilogram CO2-emissiereductie per jaar in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4101

Apparatuur voor het afvangen van CO2 voor nuttige toepassing

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen verstaan. Gangbare toepassingen, met uitzondering van toepassingen in de tuinbouw, zoals het carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4102

Apparatuur voor het transport van afgevangen CO2 voor nuttige toepassing

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen verstaan. Gangbare toepassingen in de tuinbouw en bij het carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4103

Apparatuur voor het binden van CO2

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen verstaan. Een voorbeeld van dit bedrijfsmiddel is apparatuur voor de toepassing van CO2 als grondstof in basischemie of in bouwmaterialen (zoals in beton). Het over land uitstrooien van CO2 bindende mineralen en gangbare toepassingen zoals het carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.

F 4111

Apparatuur voor elektrificatie van processen in de chemische industrie

Toelichting: Een voorbeeld van dit bedrijfsmiddel is de elektrolyse van water voor de productie van waterstof en zuurstof. Ook de binding van waterstof met koolstofcomponenten (zoals CO2) tot een basischemicalie kan gemeld worden onder dit bedrijfsmiddel. CO2 wordt niet beschouwd als een fossiele grondstof.

Zie bedrijfsmiddelcode 270403 van de energie-investeringsaftrek voor productie van waterstof als brandstof.

Let op: mocht u voor uw investering subsidie hebben gekregen vanuit de subsidieregeling Opschaling Waterstofproductie middels Elektrolyse (OWE), dan kunt u waarschijnlijk geen gebruik meer maken van de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Met de subsidie heeft u waarschijnlijk al de maximale staatssteun ontvangen die vanuit de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) gegeven mag worden aan een investering.

F 4200

Apparatuur voor emissiereductie van lachgas en methaan

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1 per gereduceerde kilogram CO2-equivalent broeikasgasemissiereductie per jaar in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4201

Apparatuur voor vervanging van gefluoreerde broeikasgassen

Toelichting: Voorbeelden van apparatuur voor de vervanging van gefluoreerde broeikasgassen zijn gesloten plasmareinigingssysteem op basis van fluorgas in plaats van bijvoorbeeld NF3, voor extractietechnieken of als isolatiegas in productieprocessen. Voorbeelden van gefluoreerde broeikasgassen zijn HFK’s en PFK’s, SF6 en NF3.

Zie de bedrijfsmiddelen D 4208 en A 4210 voor het vervangen van SF6 in schakelsystemen en bedrijfsmiddel F 5410 voor detectieapparatuur voor gefluoreerde broeikasgassen.

Zie voor halogeenvrije koudemiddelen in stationaire koelinstallaties of warmtepompen de energie-investeringsaftrek (EIA).

F 4305

NOx-emissie reducerende techniek

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 5.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel D 4315 voor selectieve (katalytische) reductie-installaties (SCR of SNCR). Onder industrieel wordt verstaan grootschalig en met een hoge mate van mechanisering en automatisering.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.