Algemene maatregel van bestuur · BWBR0028151

Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 17 mei 2010, houdende regels met betrekking tot de financiële functie van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, hun bevoegdheid tot het heffen van belastingen en hun financiële verhouding met het Rijk (Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba)Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en SabaWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen met betrekking tot de financiële functie van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, hun bevoegdheid tot het heffen van belastingen en hun financiële verhouding met het Rijk;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage17 mei 2010BeatrixDe Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,A. Th. B.Bijleveld-SchoutenDe Minister van Financiën,J. C. deJagerde eerste oktober 2010De Minister van Justitie,E. M. H.Hirsch Ballin

Aan de openbare lichamen kunnen slechts bij of krachtens de wet uitgaven worden opgelegd.

Verplichte uitgaven van het openbaar lichaam zijn:

Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden ontlast de vaststelling van de jaarrekening de leden van het bestuurscollege van het daarin verantwoorde financieel beheer.

Indien de eilandsraad de jaarrekening dan wel een indemniteitsbesluit niet of niet naar behoren vaststelt, zendt het bestuurscollege de jaarrekening, vergezeld van de overige in artikel 28 bedoelde stukken, respectievelijk het indemniteitsbesluit ter vaststelling aan Onze Minister, door tussenkomst van het College financieel toezicht. Onze Minister stelt in dat geval de jaarrekening en in voorkomende gevallen het indemniteitsbesluit vast.

De eilandsraad besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een eilandbelasting door het vaststellen van een belastingverordening.

Een belastingverordening vermeldt, in de daartoe leidende gevallen, de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de heffingsmaatstaf, het tarief, het tijdstip van ingang van de heffing, het tijdstip van beëindiging van de heffing en hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt als één onroerende zaak aangemerkt:

Indien een onroerende zaak in het jaar voorafgaand aan het tijdvak of in de loop van het tijdvak wijzigt als gevolg van bouw, verbouwing, verbetering, afbraak of vernietiging wordt in afwijking van artikel 47 de waarde bepaald naar de staat van die zaak bij het begin van het kalenderjaar volgend op dat waarin de genoemde wijziging zich heeft voorgedaan.

Bij gehele of gedeeltelijke vernieling van gebouwen door onvoorziene rampen wordt op verzoek aan de belastingschuldige een vermindering of teruggaaf van grondbelasting verleend naar evenredigheid van het resterende deel van het belastingjaar waarop de grondbelasting betrekking heeft en van de vermindering in waarde.

Onder de naam afvalstoffenheffing kan ter bestrijding van de kosten die voor het openbaar lichaam verbonden zijn aan het beheer van afvalstoffen een belasting worden geheven van degenen die, al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht, feitelijk gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 4.7, derde lid, onderdeel a, van de Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES een verplichting geldt tot het inzamelen van afvalstoffen.

Onder de naam afvalwaterheffing kan ter bestrijding van de kosten die voor het openbaar lichaam verbonden zijn aan het beheer van afvalwater een belasting worden geheven van degenen die, al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht, feitelijk gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 4.25 van de Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES een verplichting geldt tot het beheer van afvalwater als bedoeld in die wet.

Ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg kan een reclamebelasting worden geheven.

Ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond van het openbaar lichaam kan een precariobelasting worden geheven.

Onder de naam havenbelasting kan een belasting worden geheven ter zake van degene, die als schipper of gezagvoerder het vaartuig onder zijn verantwoordelijkheid heeft, of van de beheerder of gebruiker van het vaartuig ter zake van:

De rechten, bedoeld in artikel 62, kunnen worden geheven door het openbaar lichaam dat het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen toestaat of de diensten verleent, ongeacht of het belastbare feit zich binnen of buiten het grondgebied van het openbaar lichaam voordoet.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen inzake de eilandbelastingen, bedoeld in de tweede en derde paragraaf van dit hoofdstuk, nadere regels worden gegeven.

In deze paragraaf wordt verstaan onder heffing op andere wijze: heffing op andere wijze dan bij wege van aanslag of bij wege van voldoening op aangifte.

Eilandbelastingen kunnen worden geheven bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of op andere wijze, doch niet bij wege van afdracht op aangifte.

In de gevallen waarin het volkenrecht dan wel, naar het oordeel van Onze Minister en Onze Minister van Financiën, het internationale gebruik daartoe noodzaakt, wordt vrijstelling van eilandbelastingen verleend. Onze genoemde Ministers kunnen gezamenlijk ter zake nadere regels stellen.

Naast een in de belastingverordening voorziene vermindering, ontheffing of teruggaaf kan de in artikel 67, tweede lid, onderdeel b, bedoelde eilandambtenaar ook een in de belastingverordening voorziene vrijstelling ambtshalve verlenen.

De verrekening van aan de belastingschuldige uit te betalen en van hem te innen bedragen ter zake van eilandbelastingen op de voet van artikel 8.59 van de Belastingwet BES is ook mogelijk indien de in artikel 8.43 van de Belastingwet BES gestelde termijn, dan wel de krachtens artikel 81, eerste lid, gestelde termijn nog niet is verstreken.

Indien ter zake van een eilandbelasting exploot moet worden gedaan, een akte van vervolging betekend of een dwangbevel ten uitvoer gelegd in een gemeente, of in een ander openbaar lichaam dan die aan welke de belasting is verschuldigd, is daartoe naast de belastingdeurwaarder van laatstbedoeld openbaar lichaam mede de belastingdeurwaarder van de desbetreffende gemeente en van het andere openbaar lichaam bevoegd en desgevraagd verplicht.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen inzake alle eilandbelastingen in het kader van deze paragraaf passende nadere regels worden gegeven ter aanvulling van de in deze paragraaf geregelde onderwerpen.

Artikel 214 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is niet van toepassing op de regeling van de informatievoorziening ten aanzien van een bijzondere uitkering als bedoeld in artikel 92, derde en vijfde lid.

Onze Ministers publiceren jaarlijks uiterlijk op de derde woensdag van mei een overzicht van de bijzondere uitkeringen, met de daarvoor in de lopende begroting beschikbare bedragen.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent:

Op een uitkering als bedoeld in dit hoofdstuk kan geen beslag onder de Staat worden gelegd.

Wijzigt de Provinciewet.

Wijzigt de Gemeentewet.

Na de inwerkingtreding van hoofdstuk III van deze wet berust de Regeling rekening-courant en leningenbeheer mede op artikel 37, vijfde lid, van deze wet.

Het door het bestuurscollege van een eilandgebied voor het tijdstip van transitie ten behoeve van een openbaar lichaam ter kennis brengen van Onze Minister van Financiën van een besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van opcenten op de hoofdsom van de vastgoedbelasting wordt met ingang van het tijdstip van transitie aangemerkt als het door het bestuurscollege van het desbetreffende openbaar lichaam ter kennis brengen van Onze Minister van Financiën van het betreffende besluit.

In de artikelen 101b tot en met 101g wordt verstaan onder

De bepalingen van de verordeningen, bedoeld in artikel 101b, blijven van toepassing op de in die verordeningen strafbaar gestelde feiten die zich hebben voorgedaan vóór het tijdstip van transitie.

De artikelen 101a tot en met 101f zijn mede van toepassing op bij ministeriële regeling aan te wijzen andere landsverordeningen en eilandsverordeningen en daaraan opgehangen regelingen van de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Onze Minister zendt binnen zes jaar na het tijdstip van transitie aan de beide kamers der Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Indien het Besluit tijdelijk financieel toezicht BES is vervallen blijft het van toepassing voor de begrotingsjaren waarvoor het heeft gegolden.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.