U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 30-06-2021.

Wet · BWBR0034363

Wet lokaal spoor

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 10 juli 2013, houdende regels over de aanleg, het beheer, het gebruik en de veiligheid van lokale spoorwegen (Wet lokaal spoor)Wet lokaal spoorWij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de regels inzake de aanleg, het beheer, het gebruik en de veiligheid van lokale spoorwegen te moderniseren en de verantwoordelijkheid van de decentrale overheden voor de lokale spoorweginfrastructuur vast te leggen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Wassenaar10 juli 2013Willem-AlexanderDe Minister van Infrastructuur en Milieu,M.H.Schultz van Haegen-Maas Geesteranus de dertiende december 2013De Minister van Veiligheid en Justitie,I.W.Opstelten

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Onverminderd het recht op schadevergoeding, is een ieder verplicht het beheer van de lokale spoorweginfrastructuur te gedogen voor zover dit voor de goede uitvoering van het beheer noodzakelijk is.

Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 9 schorsen of intrekken indien:

De rechthebbende wiens onroerende zaak door de lokale spoorweg wordt afgesneden van een openbare weg, heeft een recht van uitweg over de lokale spoorweg. Artikel 57 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing, met uitzondering van de schadevergoedingsplicht.

De infrastructuurbeheerder is verantwoordelijk voor zijn eigen beheer, bestuur en interne controle en neemt hierbij het heffings- en toewijzingskader en de specifieke regels die door de lidstaten zijn opgesteld, in acht.

Een vervoerder die niet alleen onder de directe of indirecte zeggenschap staat van een onderneming of een andere entiteit die andere spoorvervoerdiensten dan stads-, voorstads- en regionale diensten verricht of integreert, maar die ook direct of indirect eigendom is van of wordt beheerd door de Staat, heeft een onafhankelijke rechtspositie op het vlak van bestuur, administratief beheer en interne administratieve, economische en boekhoudkundige controle, volgens welke hij in het bijzonder beschikt over een vermogen, een begroting en een boekhouding die gescheiden zijn van die van de Staat.

Het is degene onder wiens gezag een veiligheidsfunctie wordt uitgeoefend verboden om een veiligheidsfunctie binnen het lokale spoorwegverkeerssysteem te doen uitoefenen door een persoon van wie hij weet of redelijkerwijs moet weten dat die persoon niet voldoet aan de bij of krachtens deze wet aan de uitoefening van de veiligheidsfunctie gestelde eisen.

Het dagelijks bestuur is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen.

Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet gaat een wijziging van de spoorwegveiligheidsrichtlijn gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

Het dagelijks bestuur kan de kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvragen in verband met documenten die bij of krachtens deze wet worden afgegeven ten laste brengen van de aanvrager.

Wijzigt de Spoorwegwet.

Wijzigt de Spoorwegwet 1875.

Wijzigt de Locaalspoor- en Tramwegwet.

Wijzigt de Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen.

Wijzigt de Wet zwerfstromen.

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 8.

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Wijzigt de Vervoersnoodwet.

Artikel 6, tweede tot en met vierde lid, is niet van toepassing op tunnels:

Een vergunning, toestemming of ontheffing, die betrekking heeft op een lokale spoorweg en die is verleend op grond van artikel 19 van de Spoorwegwet, artikel 39 van de Spoorwegwet 1875, de artikelen 14, derde lid, of 15 van het Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen, de artikelen 5, tweede lid, of 14, derde lid, van het Tramwegreglement, dan wel de artikelen 12, derde lid, of 15 van het Metroreglement, en die onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 12 van kracht en onherroepelijk is, wordt gelijkgesteld met een vergunning als bedoeld in artikel 12.

Ten aanzien van degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 37, eerste lid, onderdeel c, een functie uitoefent binnen het lokale spoorwegverkeersysteem die van aanmerkelijke invloed is op de veiligheid van het spoorverkeer over de lokale spoorweg, geldt het bepaalde in artikel 37, eerste lid, onderdeel c, met ingang van de datum na een jaar van inwerkingtreding van artikel 37, eerste lid, onderdeel c.

De op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aanhangige bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten op grond van de Spoorwegwet 1875, de Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen, de Locaalspoor- en Tramwegwet, het Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen, het Tramwegreglement dan wel het Metroreglement worden afgehandeld overeenkomstig het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.

Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de vierentwintigste kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst met uitzondering van hoofdstuk 1, dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet lokaal spoor.