U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2017.

Wet · BWBR0036083

Wet opheffing bedrijfslichamen

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 17 december 2014 tot wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie en andere wetten in verband met de opheffing van de bedrijfslichamen (Wet opheffing bedrijfslichamen)Wet opheffing bedrijfslichamenWij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, met inachtneming van artikel 134, eerste lid, van de Grondwet, dat het wenselijk is de bedrijfslichamen op te heffen en taken van de bedrijfslichamen te beleggen bij de centrale overheid;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Wassenaar17 december 2014Willem-AlexanderDe Minister van Economische Zaken, H.G.J.Kampde vierentwintigste december 2014De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W.Opstelten

Voor de toepassing van de hoofdstukken 4 tot en met 6 wordt verstaan onder:

Wijzigt de Wet op de bedrijfsorganisatie.

Wijzigt de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden.

Wijzigt de Noodwet voedselvoorziening.

Wijzigt de Sanctiewet 1977.

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Wijzigt de Wet op de kansspelen.

Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Wijzigt de Ambtenarenwet.

Wijzigt de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector.

Wijzigt de Algemene douanewet.

Wijzigt de Wet tuchtrechtspraak accountants.

Wijzigt de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.

Wijzigt de Loodsenwet.

Wijzigt de Waterschapswet.

Wijzigt de Wet milieubeheer.

Wijzigt de Boswet.

Wijzigt de Dienstenwet.

Wijzigt de Flora- en faunawet.

Wijzigt de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Wijzigt de Landbouwkwaliteitswet.

Wijzigt de Landbouwwet.

Wijzigt de Meststoffenwet.

Wijzigt de Plantenziektenwet.

Wijzigt de Visserijwet 1963.

Wijzigt de Wet dieren.

Wijzigt de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Wijzigt de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005.

Wijzigt de Arbeidstijdenwet.

Wijzigt de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Wijzigt de Wet op de ondernemingsraden.

Wijzigt de Warenwet.

Wijzigt de Wet op de medische keuringen.

De kosten van de vereffening van het vermogen van een bedrijfslichaam komen ten laste van het vermogen van het desbetreffende bedrijfslichaam.

Terstond na de in artikel XLIII bedoelde vaststelling van de rekening der inkomsten en uitgaven stelt Onze Minister een boedelbeschrijving op van het desbetreffende bedrijfslichaam. Onze Minister legt de boedelbeschrijving ter inzage op het Ministerie van Economische Zaken en doet daarvan mededeling in de Staatscourant.

Indien na de beëindiging van de vereffening van het vermogen van een bedrijfslichaam een batig saldo resteert, draagt Onze Minister er zorg voor dat het saldo een bestemming krijgt die ten nutte komt van het deel van het bedrijfsleven dat betrokken was bij het desbetreffende bedrijfslichaam.

Indien door een bedrijfslichaam voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, van deze wet een beschikking tot subsidieverlening is gegeven en voor de desbetreffende subsidie nog geen beschikking tot subsidievaststelling is gegeven, is Onze Minister bevoegd de beschikking tot subsidievaststelling te geven.

Dwangsommen als bedoeld in artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht, waarvoor Onze Minister binnen zes weken na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, van deze wet een ingebrekestelling ontvangt, komen ten laste van het vermogen van het bedrijfslichaam indien op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, van deze wet de beschikking door het bedrijfslichaam niet tijdig was gegeven en het verbeuren van de dwangsom aan het bedrijfslichaam te wijten is.

Het Besluit opheffing Landbouwschap, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, van deze wet blijft van toepassing op de vereffening van het vermogen van het Landbouwschap tot het tijdstip waarop de in artikel 9, vierde lid, van dat besluit bedoelde openbare kennisgeving is gedaan.

De artikelen 126, zevende lid, 128, 133 en 134 van de Wet op de bedrijfsorganisatie zoals die luidden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, van deze wet blijven van toepassing op door de bedrijfslichamen voorafgaand aan dat tijdstip vastgestelde verordeningen met betrekking tot het vaststellen en opleggen van heffingen.

In artikel XVIII wordt tot 1 januari 2018 voor «benoemd door de daartoe bij reglement aangewezen organisaties» gelezen: benoemd door de daartoe bij reglement aangewezen organisaties of, voor zover daarin bij reglement nog niet is voorzien, een door Onze Minister aangewezen organisatie.

Wijzigt deze wet.

Wijzigt de Wet natuurbescherming.

Wijzigt de Waterschapswet.

Onze Minister van Economische Zaken zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet opheffing bedrijfslichamen.