Ministeriële regeling · BWBR0044598
Regeling onbemande luchtvaartuigen
Gelet op uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen (PbEU 2019, L 152), de artikelen 1.5, 1.6, 1.7 en 5.10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet luchtvaart, de artikelen 4, 4a, 19, derde lid, en 20 van het Besluit luchtverkeer 2014 en artikel 13, vierde lid en vijfde lid, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart;
BESLUIT:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,C. vanNieuwenhuizen WijbengaIn deze regeling wordt verstaan onder:
onbemand luchtvaartuig: onbemand luchtvaartuig als bedoeld in artikel 3, onderdeel 30, van de basisverordening;
open categorie: ‘open’ categorie als bedoeld in artikel 4 van uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947;
subcategorie A1: subcategorie A1 als bedoeld in artikel UAS.OPEN.020 van uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947;
subcategorie A2: subcategorie A2 als bedoeld in artikel UAS.OPEN.030 van uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947;
subcategorie A3: subcategorie A3 als bedoeld in artikel UAS.OPEN.040 van uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947;
uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen (PbEU 2019, L 152).
Als onbemande luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 5.7, derde lid, van de Wet luchtvaart, worden onbemande luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 3, onderdeel 30, van de basisverordening aangewezen.
De minimumvlieghoogtes voor VFR-verkeer, bedoeld in paragraaf SERA.5005 van verordening (EU) nr. 923/2012, zijn niet van toepassing op vluchten met een onbemand luchtvaartuig.
Deze paragraaf is van toepassing op vluchten die worden uitgevoerd met een onbemand luchtvaartuig in de open categorie.
Het is verboden een vlucht uit te voeren hoger dan 120 meter boven het dichtstbijzijnde punt van het aardoppervlak.
In afwijking van het eerste lid kan, wanneer de vlucht wordt uitgevoerd binnen een horizontale afstand van 50 meter van een meer dan 105 meter hoog kunstmatig obstakel, met toestemming van de beheerder die verantwoordelijk is voor het obstakel, de maximum vlieghoogte worden verhoogd tot 15 meter boven de hoogte van het obstakel.
Het is verboden een vlucht uit te voeren binnen een afstand horizontaal van in gebruik zijnde autosnelwegen, in gebruik zijnde autowegen of in gebruik zijnde wegen waar een maximale snelheid van 80 kilometer per uur geldt:
- a.
van 50 meter, indien de vlucht wordt uitgevoerd in de subcategorieën A1 of A2; en
- b.
van 150 meter, indien de vlucht wordt uitgevoerd in de subcategorie A3.
Het is verboden een vlucht uit te voeren binnen een afstand horizontaal van spoorlijnen:
- a.
van 25 meter, indien de vlucht wordt uitgevoerd in de subcategorieën A1 of A2; en
- b.
van 150 meter, indien de vlucht wordt uitgevoerd in de subcategorie A3.
Het is verboden met een onbemand luchtvaartuig een vlucht uit te voeren in de Schiphol CTR, Maastricht CTR, Lelystad CTR 1 en Lelystad CTR 2, Eelde CTR, Rotterdam CTR en het boven Nederlands grondgebied gelegen deel van de Niederrhein CTR, bedoeld in artikel 5 van de Regeling luchtverkeersdienstverlening.
Het is verboden met een onbemand luchtvaartuig een vlucht uit te voeren in de Eindhoven CTR, Gilze-Rijen CTR, Leeuwarden CTR, Volkel CTR, Woensdrecht CTR, Deelen CTR, de Peel CTR, de Kooy CTR en het boven Nederlands grondgebied gelegen deel van de Kleine-Brogel CTR, bedoeld in artikel 5 van de Regeling luchtverkeersdienstverlening.
Het is verboden met een onbemand luchtvaartuig een vlucht uit te voeren binnen een horizontale afstand van 150 meter van objecten of gebieden die onderdeel uitmaken van het hoogspanningsnetwerk voor landelijke en regionale transport en distributie van elektriciteit.
Een inschrijving in het register, bedoeld in artikel 14 van uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947, is geldig voor de duur van een jaar, waarna herschrijving kan plaatsvinden.
Wijzigt de Regeling modelvliegen.
Wijzigt de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen.
Wijzigt de Regeling opleidingsinstellingen voor luchtvarenden 2001.
Wijzigt de Regeling tarieven luchtvaart 2008.
Wijzigt de Regeling uitvoering en handhaving luchtvaartveiligheid.
De paragrafen 1, 2, 3 en 4 van de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van de Regeling onbemande luchtvaartuigen, blijven tot 1 januari 2022 van toepassing op de behandeling van de aanvraag van respectievelijk een RPA-L, speciaal-BvL, bewijs van inschrijving en geluidverklaring of een ontheffing voor een RPA-L of een speciaal-BvL, indien de aanvraag is ingediend voor 31 december 2021.
Verzoeken tot wijziging van respectievelijk een ROC, RPA-L en speciaal-BvL of een ontheffing voor een RPA-L of een speciaal-BvL, kunnen worden ingediend tot 1 januari 2022 of tot de datum waarop het ROC of ROC-light voor 1 januari 2022 is omgezet in overeenstemming met uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen (PbEU 2019, L 152).
De Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen, zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van de Regeling onbemande luchtvaartuigen, blijft van toepassing op vluchten die een exploitant uitvoert onder een ROC of ROC-light tot 1 januari 2022 of tot de datum waarop het ROC of ROC-light voor 1 januari 2022 is omgezet in overeenstemming met uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen (PbEU 2019, L 152).
Deze regeling treedt in werking met ingang van 31 december 2020.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling onbemande luchtvaartuigen.
Vervallen