U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-08-2008.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 21 december 2000, houdende nieuwe regeling voor verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds (Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000)Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in verband met modernisering van de pensioenwetgeving, de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds in te trekken en te vervangen door een nieuwe wet ter zake;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage21 december 2000BeatrixDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J. F. Hoogervorstde achtentwintigste december 2000De Minister van Justitie,A. H. Korthals

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De deelnemers alsmede, voorzover het werknemers betreft, hun werkgevers leven de statuten en reglementen en de daarop gebaseerde besluiten van het bestuur van het bedrijfstakpensioenfonds na.

Het bedrijfstakpensioenfonds draagt er zorg voor dat in het economisch verkeer geen ander lichaam gebruik maakt van een naam of het merk dat door het bedrijfstakpensioenfonds wordt gebruikt dan wel gebruik maakt van een naam, merk of daarmee overeenstemmend teken indien door dat gebruik de mogelijkheid bestaat dat bij het publiek een associatie wordt gewekt tussen de naam of het merk van het bedrijfstakpensioenfonds en de naam, het merk of het teken dat het lichaam gebruikt.

Van burgerlijke rechtsvorderingen ter zake van deelneming in en uitkering uit een bedrijfstakpensioenfonds neemt de kantonrechter kennis.

In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank te Rotterdam bevoegd.

Wijzigt de Algemene bijstandswet.

Wijzigt de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.

Wijzigt de Pensioen- en Spaarfondsenwet.

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

Wijzigt de Wet NV SDU.

Wijzigt de Wet op de inkomstenbelasting 1964.

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Wijzigt de Wet privatisering ABP.

Wijzigt de Wet privatisering FVP.

Wijzigt de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.

Wijzigt de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.

De Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds wordt ingetrokken.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Deze wet wordt aangehaald als: «Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds», onder toevoeging van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.

Voor de overtredingen van voorschriften gesteld bij artikel 5, 6, 7 en 8, bedraagt het basisbedrag van de boete € 87 125 (vast tarief). Voor de overtredingen van voorschriften gesteld bij artikel 9, eerste en tweede lid, bedraagt het basisbedrag van de boete € 5 445 (vast tarief)

1. Indien een boete wordt opgelegd voor het overtreden van een bepaling als genoemd in artikel 1 is bij de vaststelling van de hoogte van deze boete de volgende categorie-indeling naar balanstotaal van toepassing met de daarbij behorende factor:

Categorie I: bedrijfstakpensioenfondsen met een balanstotaal minder dan € 9 075 604: factor 1;

Categorie II: bedrijfstakpensioenfondsen met een balanstotaal van ten minste € 9 075 604 maar minder dan € 45 378 022: factor 2;

Categorie III: bedrijfstakpensioenfondsen met een balanstotaal van ten minste € 45 378 022 maar minder dan € 226 890 108: factor 3;

Categorie IV: bedrijfstakpensioenfondsen met een balanstotaal van ten minste € 226 890 108 maar minder dan € 453 780 216 : factor 4;

Categorie V: bedrijfstakpensioenfondsen met een balanstotaal van meer dan € 453 780 216: factor 5.

2. De boete wordt vastgesteld door het basisbedrag, bedoeld in artikel 1, te vermenigvuldigen met de factor behorende bij de categorie naar balanstotaal, bedoeld in het eerste lid.

3. Indien de gegevens omtrent het balanstotaal niet aan de Nederlandsche Bank beschikbaar zijn gesteld, kan de Nederlandsche Bank aan degene aan wie de boete wordt opgelegd, verzoeken deze gegevens binnen een door haar te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.