U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 30-06-2021.

Algemene maatregel van bestuur · BWBR0028549

Luchtvaartwet BES

Wijzigingen Officiële bron
Luchtvaartwet BESLuchtvaartwet BES

Een luchtvaartmaatschappij is verplicht ervoor zorg te dragen, dat:

Het is verboden op zodanige wijze aan het luchtverkeer deel te nemen dan wel luchtverkeersleidingsdiensten te verlenen dat daardoor personen of zaken in gevaar gebracht worden of kunnen worden.

[vervallen]

Het is verboden beroepsvervoer te verrichten indien degene die dat vervoer verricht, niet te allen tijde volgens goed koopmansgebruik rechtsgeldig verzekerd is tegen schade waarvoor hij wettelijk aansprakelijk kan worden gesteld, met inbegrip van de risico’s voor de uit te voeren operaties. In ieder geval dient degene die dit vervoer verricht verzekerd te zijn tegen de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor:

[vervallen]

[vervallen]

Het is verboden de luchtvaart uit te oefenen:

[vervallen]

De eilandsraden zijn gehouden, binnen een jaar te rekenen vanaf de dag waarop de aanwijzing van het Luchtvaartterrein is geschied, het als luchtvaartterrein aangewezen terrein met een dienovereenkomstige bestemming op te nemen in het ontwikkelingsplan.

De exploitant van een voor het openbaar luchtverkeer aangewezen luchtvaartterrein is, met inachtneming van de bij of krachtens deze wet gestelde bepalingen, verplicht dit luchtverkeer op het luchtvaartterrein toe te laten.

Indien de exploitant van een luchtvaartterrein tarieven en voorwaarden vaststelt voor het gebruik van het luchtvaartterrein zijn deze non-discriminatoir.

In bijzondere omstandigheden in geval van ernstige verstoring van de binnenlandse openbare orde of veiligheid is artikel 9.1 van de Wet luchtvaart van overeenkomstige toepassing op het geven van aanwijzingen met betrekking tot het verzorgen van luchtverkeersdiensten.

[vervallen]

Overtreding van de artikelen 24 of 53 wordt, voor zover opzettelijk begaan, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van ten hoogste de zesde categorie, hetzij met beide straffen. Voor zover dat niet opzettelijk is begaan wordt de overtreding gestraft met een gevangenisstraf van vier jaren en een geldboete van ten hoogste de vijfde categorie, hetzij met beide straffen.

Het is degene, die weet of redelijkerwijze moet vermoeden, dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid een luchtvaartuig te bedienen is ontzegd, verboden gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid ontzegd is, een luchtvaartuig te bedienen.

Indien tijdens het plegen van een misdrijf nog geen jaar is verlopen, sedert een vroegere veroordeling wegens een gelijke overtreding onherroepelijk is geworden of indien niet vrijwillig is voldaan aan de voorwaarden door de bevoegde ambtenaar van het Openbaar Ministerie krachtens artikel 76 van het Wetboek van Strafrecht BES gesteld, kan de schuldige gestraft worden met een hechtenis van ten hoogste één jaar of geldboete van ten hoogste de vierde categorie.

Bij ministeriële regeling kunnen personen worden aangewezen, die bevoegd zijn de voor het burgerlijk luchtverkeer aangewezen luchtvaartterreinen en de zich daarop bevindende luchtvaartuigen, gebouwen en inrichtingen, alsmede fabrieken, werkplaatsen en aanhorigheden daarvan die naar redelijkerwijze kan worden vermoed, bestemd zijn voor de vervaardiging, het onderhoud of het herstel van luchtvaartuigen of onderdelen daarvan, binnen te treden, teneinde zich te overtuigen of de wettelijke bepalingen ter zake worden nageleefd;

Deze wet wordt aangehaald als: Luchtvaartwet BES.