U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 15-10-2005.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 29 november 1996 tot vaststelling van de gewijzigde Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (aanvulling met onder meer de onderwerpen omvang van de taak, arbeidstijd, vakantie en verlof)Wet rechtspositie rechterlijke ambtenarenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, mede ter uitvoering van artikel 117, vierde lid, van de Grondwet, wenselijk is de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren uit te breiden met onder meer de onderwerpen omvang van de taak, arbeidstijd, vakantie en verlof, en dat het in verband daarmee gewenst is deze wet opnieuw vast te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage29 november 1996Beatrix De Minister van Justitie,W. Sorgdragerde tiende december 1996De Minister van Justitie,W. Sorgdrager

Tot rechterlijk ambtenaar kan alleen een Nederlander worden benoemd.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de benoemingsprocedure ten aanzien van de procureur-generaal, de plaatsvervangend procureur-generaal en de advocaten-generaal bij de Hoge Raad, de procureurs-generaal die het College van procureurs-generaal vormen, de advocaten-generaal bij de ressortsparketten alsmede de officieren van justitie bij de arrondissementsparketten en het landelijk parket.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het ambtskostuum van rechterlijke ambtenaren.

Raadsheren in buitengewone dienst bij en advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad ontvangen een vergoeding voor verrichte werkzaamheden volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels.

Vervallen

Bij een opvolgende benoeming in een ambt waaraan een hoger maximum salaris is verbonden en waarvoor in de bijlage een schaal is opgenomen, geschiedt de inpassing in die schaal, met ingang van de datum van indiensttreding, op het naast hogere bedrag. De jaarlijkse verhoging tot het daarna in de schaal vermelde salaris blijft geschieden op dezelfde dag van het jaar als waarop die overeenkomstig artikel 13 plaatsvond.

Bij een opvolgende benoeming in een ambt waaraan een gelijk maximum salaris is verbonden en waarvoor in de bijlage een schaal is opgenomen, geschiedt de inpassing in die schaal van de rechterlijk ambtenaar die nog niet het aan dat ambt verbonden maximum salaris geniet, met ingang van de datum van indiensttreding, op het naast hogere bedrag. De jaarlijkse verhoging tot het daarna in de schaal vermelde salaris blijft geschieden op dezelfde dag van het jaar als waarop die overeenkomstig artikel 13 plaatsvond.

De bepalingen die voor burgerlijke rijksambtenaren gelden ten aanzien van het gelijktijdig genot van burgerlijke en militaire beloning, vinden overeenkomstige toepassing ten aanzien van de bezoldigde rechterlijke ambtenaren, met dien verstande dat voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren van de aan hun ambt verbonden bezoldiging nimmer minder ontvangen dan het bedrag, waarmede deze bezoldiging hun militaire bezoldiging overtreft.

Indien wijziging wordt aangebracht in de arbeidsduur van de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding, wordt de aanspraak op vakantie over een eventueel resterend gedeelte van het desbetreffende kalenderjaar opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de nieuwe arbeidsduur. De tot aan de datum van ingang van de wijziging verworven aanspraak op vakantie blijft ongewijzigd gehandhaafd.

Bij indiensttreding of bij het einde van de aanstelling of aanwijzing in de loop van een kalenderjaar wordt de aanspraak op vakantie naar evenredigheid vastgesteld.

Indien de taakvervulling dat dringend noodzakelijk maakt, kan de functionele autoriteit, bedoeld in artikel 29, aan de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding opdragen reeds opgenomen vakantie in te trekken, zowel voor als tijdens de vakantie. Indien deze door het intrekken van de vakantie geldelijke schade lijdt, wordt deze aan hem vergoed.

Niet opgenomen vakantie, waaronder eventueel van vorige jaren overgeboekte vakantie, wordt naar het volgende kalenderjaar overgeboekt tot een maximum van de aanspraak van de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding over een vol kalenderjaar berekend op grond van de artikelen 24 tot en met 27, verminderd met de in artikel 28, tweede, derde en vierde lid, bedoelde vakantie.

Dit hoofdstuk is alleen van toepassing op de voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren.

De rechterlijk ambtenaar kan door de Hoge Raad worden ontslagen, indien hij:

Indien het ontslag, de schorsing of het bij ongeschiktheid wegens ziekte opdragen van een andere taak van de procureur-generaal in het geding is, worden de in de artikelen 46o en 46p aan de procureur-generaal toegekende bevoegdheden en verplichtingen uitgeoefend door de plaatsvervangend procureur-generaal.

Het overleg met betrekking tot regelingen die specifiek betrekking hebben op overheids- en onderwijspersoneel in het algemeen, bedoeld in artikel 1 van de Regeling overleg Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid, heeft eveneens betrekking op de rechterlijke ambtenaren en de rechterlijke ambtenaren in opleiding.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Formulier voor het afleggen van de eed of belofte als bedoeld in artikel 1g, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren door de rechterlijk ambtenaar;

Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning, en dat ik de Grondwet en alle overige wetten zal onderhouden en nakomen.

Ik zweer/verklaar dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, tot het verkrijgen van een benoeming aan iemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.

Ik zweer/verklaar dat ik nimmer enige giften of geschenken hoegenaamd zal aannemen of ontvangen van enig persoon van wie ik weet of vermoed dat hij een rechtsgeding heeft of zal krijgen waarin mijn ambtsverrichtingen te pas zouden kunnen komen.

Ik zweer/beloof dat ik mijn ambt met eerlijkheid, nauwgezetheid en onzijdigheid, zonder aanzien van personen, zal uitoefenen en mij in deze uitoefening zal gedragen zoals een goed rechterlijk ambtenaar betaamt.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik!

Op ...................., werd te ....................

ten overstaan van (1) ....................

door (2) ....................

de bovenvermelde eed/belofte afgelegd.

de ....................

(1) ....................

(2) ....................

Krachtens de wet is de rechterlijk ambtenaar verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover hij bij de uitoefening van zijn taak de beschikking krijgt en waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, behoudens zover enig wettelijk voorschrift tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. Daarbij is de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast verplicht tot geheimhouding van hetgeen in de raadkamer over aanhangige zaken is geuit. De rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast mag zich niet op enige wijze inlaten met partijen of hun advocaten, procureurs of gemachtigden over enige voor hem aanhangig geschil of een geschil waarvan hij weet of vermoedt dat deze voor hem aanhangig wordt.

Formulier voor het afleggen van de eed of belofte als bedoeld in artikel 1g, zesde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren door het deskundig lid;

Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning, en dat ik de Grondwet en alle overige wetten zal onderhouden en nakomen.

Ik zweer/verklaar dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, tot het verkrijgen van een benoeming aan iemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.

Ik zweer/verklaar dat ik nimmer enige giften of geschenken hoegenaamd zal aannemen of ontvangen van enig persoon van wie ik weet of vermoed dat hij een rechtsgeding zal krijgen waarbij ik als deskundig lid betrokken zou kunnen zijn.

Ik zweer/beloof dat ik mijn werk als deskundig lid met eerlijkheid, nauwgezetheid en onzijdigheid, zonder aanzien van personen, zal uitoefenen en mij in deze uitoefening zal gedragen zoals een goed deskundig lid betaamt.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik!

Op .................... werd te ....................

Ten overstaan van (1) ...................., en

Door (2) ....................

De bovenvermelde eed/belofte afgelegd.

de ....................

(1) ....................

(2) ....................

Krachtens de wet is het deskundig lid verplicht tot geheimhouding van hetgeen in de raadkamer over aanhangige zaken is geuit. Daarbij is het deskundig lid verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover hij bij de uitoefening van zijn taak de beschikking krijgt en waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, behoudens zover enig wettelijk voorschrift tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.